Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Autoriteit Consument en MarktStaatscourant 2016, 38543Overig

Samenwerkingsprotocol tussen Autoriteit Consument en Markt en College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten

Partijen,

Autoriteit Consument en Markt

en

College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten,

Overwegen het volgende:

  • dat een goede samenwerking tussen de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten (CvTA) een efficiënte en doelgerichte vervulling van de aan hen opgedragen taken bevordert;

  • dat op 1 april 2013 de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Iw) in werking is getreden. Vanaf die datum is ACM de rechtsopvolger van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit en de Consumentenautoriteit;

  • dat op grond van artikel 2, tweede lid, van de Iw ACM belast is met taken die haar bij of krachtens de Iw zijn opgedragen;

  • dat deze taken betrekking hebben op het mededingingstoezicht, sectorspecifiek markttoezicht en consumentenbescherming;

  • dat het CvTA op grond van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten belast is met het toezicht op een aantal collectieve beheersorganisaties;

  • dat het CvTA er onder meer op toe ziet dat beheersorganisaties een overzichtelijke (financiële) administratie bijhouden, de verschuldigde vergoedingen voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken op rechtmatige wijze en tegen redelijke beheerskosten innen en tijdig verdelen onder rechthebbenden, transparante tariefstructuren hanteren, en voldoende zijn uitgerust om hun taken naar behoren uit te voeren;

  • dat het CvTA op grond van artikel 4 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten geen toezicht houdt op collectieve beheersorganisaties voor zover toezicht op grond van de Mededingingswet wordt uitgeoefend door ACM.

Spreken het volgende af:

HOOFDSTUK 1 DEFINITIES EN DOEL VAN HET SAMENWERKINGSPROTOCOL

Artikel 1 Definities

  • 1. In dit samenwerkingsprotocol wordt verstaan onder:

    a. ACM:

    de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

    b. CvTA:

    College van Toezicht Auteursrechten, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten;

    c. Iw:

    Instellingswet Autoriteit Consument en Markt

    d. Regeling:

    Regeling gegevensuitwisseling ACM en ministers;

    e. Mw:

    Mededingingswet;

    f. Verordening 2006/2004:

    Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van wetgeving inzake consumentenbescherming;

    g. Verordening 1/2003:

    Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag.

Artikel 2 Doel

Het doel van dit samenwerkingsprotocol is om algemene uitgangspunten voor samenwerking en afspraken vast te leggen over de uitwisseling van informatie tussen ACM en het CvTA ten behoeve van ieders taken en werkzaamheden.

HOOFDSTUK 2 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN SAMENWERKING

Artikel 3 Algemene uitgangspunten

ACM en het CvTA spannen zich in elkaar zoveel mogelijk te ondersteunen en te versterken door samen op te treden in situaties waarin de samenwerking de effectiviteit van het toezicht van één of beide organisaties versterkt. In dat kader dragen zij zorg voor een snelle en zorgvuldige uitwisseling van informatie.

Artikel 4 Benutten expertise

ACM en het CvTA staan elkaar op basis van hun eigen deskundigheid op verzoek met raad en daad bij als er sprake is van activiteiten die verband houden met de activiteiten van de ander of zaken waarover de andere partij de nodige kennis bezit.

Artikel 5 Overleg

  • 1. ACM en het CvTA hebben in beginsel naar behoefte regulier overleg.

  • 2. ACM en het CvTA kunnen daarnaast wanneer de situatie dat naar het oordeel van partijen vereist ad-hoc overleg voeren.

Artikel 6 Contactpersonen

ACM en het CvTA benoemen ieder vanuit hun organisatie een contactpersoon die het aanspreekpunt is voor verdere uitwerking en toepassing van hetgeen is afgesproken in dit samenwerkingsprotocol.

Artikel 7 Nadere werkafspraken

ACM en het CvTA kunnen nadere werkafspraken maken ter uitvoering van dit samenwerkingsprotocol.

HOOFDSTUK 3 INFORMATIE-UITWISSELING

Artikel 8 Wederzijds informeren

  • 1. ACM en het CvTA informeren elkaar over ontwikkelingen die van belang kunnen zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden van de andere partij, voor zover wettelijke bepalingen hieraan niet in de weg staan.

  • 2. ACM en het CvTA informeren elkaar voor zover nodig over de externe communicatie en stemmen deze voor zover nodig onderling af.

Artikel 9 Verstrekking van informatie door ACM

  • 1. ACM is op grond van artikel 7, derde lid, onderdeel a, Iw en artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Regeling bevoegd gegevens en inlichtingen te verstrekken aan het CvTA ten behoeve van de in artikel 2, tweede lid, van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten opgedragen taken.

  • 2. Het CvTA waarborgt de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen die het van ACM ontvangt en ziet erop toe dat de ontvangen gegevens en inlichtingen niet worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze zijn verstrekt. Indien het CvTA ACM verzoekt om informatie te verstrekken dan geeft CvTA telkens aan voor welk doel de informatie wordt gevraagd

  • 3. ACM en het CvTA handelen in het kader van geheimhouding naar de waarborgen genoemd in artikel 7, vierde lid, Iw.

  • 4. Bij het verstrekken van informatie neemt ACM de beperkingen in acht die voortvloeien uit Verordening 2006/2004 en artikel 28 van Verordening nr. 1/2003.

  • 5. Het CvTA stelt ACM op de hoogte voordat het gegevens of inlichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, die door ACM aan het CvTA zijn verstrekt, naar buiten brengt.

Artikel 10 Vertrouwelijkheid

Indien ACM of het CvTA in het kader van de samenwerking de beschikking krijgt over informatie waarvan ACM of het CvTA het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is respectievelijk ACM en het CvTA tot geheimhouding van die informatie gehouden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift ACM of het CvTA tot mededeling verplicht of uit de taak van ACM of het CvTA de noodzaak tot openbaarmaking voortvloeit.

HOOFDSTUK 4 SAMENLOOP

Artikel 11 Samenloop

  • 1. Indien ACM in het kader van de uitoefening van haar bevoegdheden constateert dat ook het CvTA bevoegd is om toezicht uit te oefenen of handhavingsmaatregelen te nemen ten aanzien van dezelfde gedraging, neemt zij contact op met het CvTA en vindt er overleg plaats.

  • 2. Indien het CvTA toezicht uitoefent of handhavingsmaatregelen neemt in een geval waarin ook ACM bevoegd is om toezicht uit te oefenen of handhavingsmaatregelen te nemen,

    neemt zij contact op met ACM en vindt er overleg plaats.

  • 3. Indien ACM gebruik maakt van haar bevoegdheid om toezicht uit te oefenen op collectieve beheersorganisaties op grond van de Mw, dan laat het CvTA op grond van artikel 4 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten het toezicht aan ACM.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 12 Evaluatie

Na telkens twee jaar, of eerder indien daartoe aanleiding bestaat, wordt dit samenwerkingsprotocol en de uitvoering daarvan door ACM en het CvTA gezamenlijk geëvalueerd. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar de praktische werkbaarheid van hetgeen in het samenwerkingsprotocol is vastgelegd en de wenselijkheid om dit samenwerkingsprotocol aan te passen of aan te vullen met in de praktijk gebleken nuttige werkafspraken.

Artikel 13 Plaatsing Staatscourant

Dit samenwerkingsprotocol wordt in de Staatscourant geplaatst.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Dit samenwerkingsprotocol treedt in werking met ingang van de dag na publicatie ervan in de Staatscourant.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te Den Haag, 30 juni 2016.

Autoriteit Consument en Markt namens deze, C.A. Fonteijn, Bestuursvoorzitter

College van Toezicht Auteursrechten, namens deze, J.W. Holtslag, Voorzitter