Omzetbelasting. Vrijstelling; diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen door werkgevers- en werknemersorganisaties aan hun leden tegen statutair vastgestelde contributie

24 juni 2016

nr. BLKB 2015/1360M,

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit vervangt en actualiseert het besluit van 27 november 2006, nr. CPP2006/2572M over de vrijstelling voor de diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van werkgevers- en werknemersorganisaties. In dit besluit is aangegeven dat de goedkeuring voor een verruimde toepassing van de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden voor werkgevers- en werknemersorganisaties met zowel vrijgestelde als belaste leden met ingang van 1 juli 2016 wordt ingetrokken. De goedkeuring vervalt omdat deze geen basis kent in de Richtlijn 2006/112/EG. Daarnaast is een aantal redactionele aanpassingen doorgevoerd.

1. Inleiding

Het besluit gaat in op de vrijstelling voor bepaalde diensten door werkgevers- en werknemersorganisaties en de daarvoor getroffen goedkeuringen.

Ten opzichte van het besluit CPP2006/2572M wordt, naast een aantal redactionele aanpassingen, de in onderdeel 5 opgenomen goedkeuring per 1 juli 2016 ingetrokken. Hierbij was goedgekeurd dat werkgevers- en werknemersorganisaties met zowel vrijgestelde als belaste leden de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden mochten toepassen voor zover zij diensten verrichten aan vrijgestelde leden.

1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen

wet:

Wet op de omzetbelasting 1968

btw-richtlijn:

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347 van 11 december 2006)

btw:

omzetbelasting

vrijstelling:

artikel 11, eerste lid, onderdeel t, van de wet

AWR:

Algemene wet inzake rijksbelastingen

HvJ:

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

2. Juridisch kader

Er geldt een vrijstelling voor de diensten die werkgevers- en werknemersorganisaties verrichten aan hun leden tegen een statutair vastgestelde contributie (artikel 11, eerste lid, onderdeel t, van de wet). Ook de leveringen door deze organisaties die nauw met deze vrijgestelde diensten samenhangen vallen onder de vrijstelling. De vrijstelling geldt alleen als de betrokken organisaties met de vrijgestelde prestaties geen winst beogen (artikel 11, tweede lid, van de wet). De bepalingen uit de wet zijn gebaseerd op artikel 132, lid 1, punt l, en artikel 133, van de btw-richtlijn. Bij wijze van goedkeuring kan worden afgezien van de toepassing van de vrijstelling als niet wordt voldaan aan de in de goedkeuring gestelde voorwaarden. Deze voorwaarden zijn ontleend aan artikel 133 van de btw-richtlijn.

3. Reikwijdte vrijstelling

De vrijstelling geldt voor organisaties van werkgevers, werknemers, en andere ondernemers (zoals vrije beroepsbeoefenaren), die ten doel hebben de collectieve belangen van hun leden te behartigen. Bij collectieve belangenbehartiging gaat het om het vertegenwoordigen van de leden tijdens onderhandelingen met derden (HvJ 12 november 1998, zaak C-149/97 (Motor Industry). Te denken valt aan CAO-onderhandelingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, aan overleg in advies- en overlegorganen zoals de SER en de Stichting van de Arbeid en aan overleg dat lokale ondernemersverenigingen voeren met gemeenten. Dit houdt ook in dat de vrijstelling niet van toepassing is op diensten verricht aan individuele leden, zoals bedrijfseconomische adviezen, secretariaatswerkzaamheden of het uitlenen van personeel. Deze diensten zijn belast, ook als zij worden gefinancierd via de contributie.

4. Goedkeuring; aanvullende voorwaarden voor toepassing vrijstelling

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat organisaties de vrijstelling buiten toepassing laten voor de in artikel 11, eerste lid, onderdeel t, van de wet, bedoelde diensten als niet wordt voldaan aan (één van) de hierna genoemde voorwaarden:

  • het beheer en bestuur van de betrokken organisaties vindt in hoofdzaak plaats op vrijwillige basis en zonder vergoeding door personen die zelf geen rechtstreeks of zijdelings belang hebben bij de resultaten van de organisatie;

  • de vrijstelling leidt niet tot concurrentievervalsing ten nadele van commerciële ondernemers die aan de btw-heffing zijn onderworpen.

De voorwaarde van vrijwillig beheer en bestuur betekent niet dat de betrokken organisatie geen betaald personeel in dienst mag hebben. Doorslaggevend is dat de personen die rechtstreeks zijn belast met het beheer en bestuur van de instelling geen bezoldiging ontvangen (HvJ 21 maart 2002, zaak C-267/00 (Zoological Society of London).

5. Toepassing van de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden; (intrekking goedkeuring per 1 januari 2017)

Als de organisaties voor bepaalde diensten jegens hun leden niet onder de vrijstelling vallen, kunnen deze organisaties voor deze diensten mogelijk de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden toepassen. Zie in dit verband artikel 11, eerste lid, onderdeel u, van de wet, artikel 9 van het uitvoeringsbesluit en artikel 9a van de uitvoeringsbeschikking.

De hierna opgenomen goedkeuring (zie cursieve tekst) vervalt met ingang van 1 januari 2017.

Ik sta toe dat organisaties waarin naast vrijgestelde leden ook belaste leden samenwerken, de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel u, van de wet toepassen voor zover zij diensten verrichten aan vrijgestelde leden. Deze goedkeuring kan ook worden toegepast door organisaties waarin leden samenwerken op wie de landbouwregeling (artikel 27 van de wet) al dan niet van toepassing is.

6. Goedkeuring; ledenbladen van werknemersorganisaties

Om een gelijke btw-druk te creëren tussen ledenbladen van werkgeversorganisaties en ledenbladen van werknemersorganisaties keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat de levering van ledenbladen door drukkerijen aan werknemersorganisaties, die deze bladen vervolgens aan hun leden (door)leveren, buiten de btw-heffing blijven. Dit heeft geen gevolgen voor de aftrek van voorbelasting bij deze drukkerijen.

Werknemersorganisaties die hun ledenbladen zelf drukken en vervolgens aan hun leden leveren, mogen de hieraan toerekenbare voorbelasting in aftrek brengen. Onder werknemersorganisaties vallen ook de overkoepelende organen van deze organisaties.

7. Ingetrokken regeling

Het besluit van 27 november 2006, nr. CPP2006/2572M, is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.

8. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag, 24 juni 2016

De Staatssecretaris van Financiën, namens deze, J. de Blieck Lid van het managementteam Belastingdienst

Naar boven