Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2016, 37023Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 juli 2016, kenmerk 979904-151946-MEVA, houdende wijziging van de Regeling periodieke registratie Wet BIG vanwege aangepaste kerncompetenties van de arts en uitbreiding van de reikwijdte van gelijkgestelde werkzaamheden

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 8 tweede lid, onderdeel b en c, en het zevende lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling periodieke registratie Wet BIG wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2, vierde lid, onderdeel a, wordt na ‘en’ ingevoegd: indien aanwezig.

B

Artikel 6a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede, derde en vierde lid wordt de zinsnede ‘aspecten zijn zodanig ingericht’ telkens vervangen door: kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd.

2. Na het vierde lid worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 5. De kerncompetenties en kernvaardigheden, genoemd in het eerste lid, richten zich op vraagstukken rondom gezondheid en ziekte, bedoeld in artikel 3 van het Besluit opleidingseisen arts.

  • 6. Bij de uitvoering van de in het eerste lid genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden:

    • a. integreert de arts in zijn rol als medisch deskundige competenties op het gebied van communicatie, samenwerken, organiseren en preventieve gezondheidszorg;

    • b. betrekt de arts in zijn rol als medisch deskundige waar mogelijk het beschikbare wetenschappelijke bewijs;

    • c. handelt de arts conform de geldende Nederlandse en Europese medische en ethische standaarden, conform de standaarden van het vakgebied en binnen de grenzen van de eigen deskundigheid; en

    • d. betrekt de arts de persoonlijke omstandigheden en voorkeuren van de cliënt en houdt de arts rekening met de fysieke en emotionele belastbaarheid van de cliënt.

C

Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7a

  • 1. Als werkzaamheden die worden gelijkgesteld met werkzaamheden op het gebied van de beroepsuitoefening van een van de in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg genoemde beroepen, worden aangewezen de werkzaamheden die worden verricht ten behoeve van een beroepsgerelateerde promotie ter verkrijging van de graad Doctor.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

TOELICHTING

Algemeen

De Regeling periodieke registratie Wet BIG (hierna: de Regeling) is opgesteld op grond van artikel 8 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG). Dit artikel vereist dat beroepsbeoefenaren zich periodiek laten registreren. Periodieke registratie kan plaats vinden indien een beroepsbeoefenaar in de voorafgaande registratieperiode voldoende werkervaring heeft opgedaan. Indien een beroepsbeoefenaar onvoldoende werkervaring heeft opgedaan, heeft de beroepsbeoefenaar de mogelijkheid om een scholingstraject te volgen, zodat hij alsnog een periodieke registratie kan verkrijgen. De beroepsbeoefenaar dient in dat geval een periodiek registratie certificaat (PRC) te overleggen. Een PRC wordt verstrekt indien blijkt dat de beroepsbeoefenaar beschikt over alle voor het betrokken beroep benodigde kerncompetenties. Deze kerncompetenties staan vermeld in de Regeling.

Met de voorliggende wijzigingsregeling worden in de Regeling de kerncompetenties en kernvaardigheden van een arts geactualiseerd. Daarnaast wordt invulling gegeven aan het voornemen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om promotiewerkzaamheden van beroepsbeoefenaren, mits beroepsgerelateerd, aan te merken als gelijkgestelde werkzaamheden. Tot slot wordt met deze wijzigingsregeling een technische aanpassing doorgevoerd voor beroepsbeoefenaren die zich wederom willen inschrijven in het BIG-register.

Regeldruk en financiële lasten

Deze regeling leidt niet tot extra regeldruk of financiële lasten van enige betekenis.

Vaste verandermomenten

In afwijking van het ter zake van de inwerkingtreding van ministeriële regelingen gevoerde beleid, zal deze regeling in werking treden op de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Bij promovendi bestaat momenteel onzekerheid over de vraag of zij op basis van promotiewerkzaamheden voor periodieke registratie in aanmerking komen. Het is van belang dat aan die onzekerheid zo spoedig mogelijk een einde komt.

Artikelsgewijs

Onderdeel A

Een PRC is vereist voor een aantekening in één van de registers op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de Wet BIG. Het certificaat dient tenminste gegevens te bevatten met betrekking tot de naam, geboortedatum en het BIG-registratienummer van de betrokkene, op grond van het vierde lid, onderdeel a, van artikel 8 van de Wet BIG. Niet iedere beroepsbeoefenaar is in het bezit van een BIG-registratienummer. Er is bijvoorbeeld geen BIG-registratienummer aanwezig als beroepsbeoefenaren zich inschrijven voor een scholingsprogramma om zich opnieuw in te kunnen schrijven in het BIG-register. In een dergelijk geval is het niet mogelijk het BIG-registratienummer te vermelden op het PRC. Conform de voorgestelde wijziging van artikel 2, vierde lid, dient in ieder geval de naam en geboortedatum van de beroepsbeoefenaar vermeld te worden op het PRC. Het BIG-registratienummer dient vermeld te worden indien de betreffende beroepsbeoefenaar een dergelijk nummer heeft.

Onderdeel B

In artikel 6a, eerste lid, van de Regeling worden de kerncompetenties en kernvaardigheden van een arts beschreven. Aan deze kerncompetenties en kernvaardigheden dient iemand te voldoen, alvorens hij een PRC krijgt. Ter facilitering van de initiële universitaire opleiding tot arts heeft de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra het ‘Raamplan Artsopleiding 2009’ opgesteld.

Het ´Raamplan Artsopleiding 2009´ beschrijft de eindtermen van de initiële universitaire opleiding tot arts in de vorm van competenties in de rollen waarin de arts in diverse beroepssituaties moet kunnen functioneren. De eindtermen zijn in algemene zin beschreven en zijn te beschouwen als een minimum pakket van eisen. In het ‘Raamplan Artsopleiding 2009’ wordt het profiel van de arts beschreven conform het model CanMEDS-2005 op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar. In het profiel zijn de volgende 7 rollen en de daarbij behorende competentiedomeinen nader uitgewerkt: medisch deskundige, communicator, samenwerker, organisator, gezondheidsbevorderaar, academicus en beroepsbeoefenaar.

Om de rollen van de arts en de Regeling beter bij elkaar aan te laten sluiten, worden er twee nieuwe leden aan artikel 6a toegevoegd. Een arts die herregistratie aanvraagt en onvoldoende werkervaring heeft, dient aan te kunnen tonen nog over de kerncompetenties en kernvaardigheden van een arts te beschikken. Dit kan een arts aantonen door het volgen van een scholingsprogramma dat door het VU Medisch Centrum ontwikkeld wordt om herinschrijving mogelijk te kunnen maken.

Onderdeel C

Geregistreerde beroepsbeoefenaren kunnen zich periodiek laten registreren op basis van werkervaring (artikel 8, tweede lid, onderdeel c, Wet BIG). Afhankelijk van het beroep is de werkervaringseis nu vastgesteld op 2.080 of 3.120 uur. Dit komt overeen met gemiddeld acht of twaalf uur per week gedurende een periode van vijf jaar. Een aanzienlijke groep geregistreerde beroepsbeoefenaren die valt onder artikel 3 van de Wet BIG kiest ervoor om promotieonderzoek te doen na het afronden van de studie. De betreffende promovendi zijn werkzaam in allerlei deelgebieden van het medisch-wetenschappelijk onderzoek, variërend van fundamenteel tot toegepast onderzoek. Ten aanzien van promotieonderzoek in relatie tot periodieke registratie in het BIG-register geldt nu dat niet alle promotiewerkzaamheden meetellen voor de werkervaringseis. Er dienen immers werkzaamheden op het gebied van de individuele gezondheidszorg te worden verricht. Het is mogelijk een promotieonderzoek te doen waarbij er geen sprake is van individuele gezondheidszorg. In zulke gevallen kan het voor de betreffende promovendi die een vierjarig promotietraject hebben doorlopen, lastig zijn om aan de werkervaringseis te voldoen.

Op grond van artikel 8, zevende lid, van de Wet BIG kan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepaalde werkzaamheden aanmerken als gelijkgestelde werkzaamheden. Geregistreerde beroepsbeoefenaren die werkzaam zijn in een beroep of functie waarvan de werkzaamheden zijn gelijkgesteld dienen, zonder hiervoor nadere scholing te volgen, in staat te zijn om zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid handelingen te verrichten die verband houden met het desbetreffende deskundigheidsgebied. Redelijkerwijs kan verondersteld worden dat geregistreerde beroepsbeoefenaren die promotieonderzoek verrichten, in staat zijn tot het verrichten van dergelijke handelingen. Dit vanwege het feit dat zij verdiepend onderzoek verrichten op het terrein van hun vakgebied. Om die reden worden in het voorgestelde artikel 7a van de Regeling promotiewerkzaamheden aangemerkt als gelijkgestelde werkzaamheden indien deze beroepsgerelateerd zijn.

Bij het promotieonderzoek is het van belang dat er sprake is van onderzoek gerelateerd aan het beroep waarvoor de beroepsbeoefenaar staat ingeschreven in het BIG-register. Voorbeelden zijn een arts-promovendus die epidemiologisch onderzoek doet naar cardiovasculaire risicofactoren of medisch-onderwijskundig onderzoek naar de wijze waarop beroepsbeoefenaren het beste tot professional kunnen worden opgeleid. De promovendus dient aan te tonen dat het onderzoek gerelateerd is aan het beroep waarvoor herregistratie wordt aangevraagd. Dit kan bijvoorbeeld met een kopie van het goedgekeurde promotieonderzoeksvoorstel.

De urennorm voor promovendi is gelijk aan de reguliere werkervaringseis. De promovendus dient aan te tonen dat hij voldoende tijd aan het betreffende promotieonderzoek heeft besteed. Dit kan de promovendus doen door bewijsstukken te overleggen, zoals een werkgeversverklaring of een verklaring van de promotor waaruit blijkt dat het gaat om een onderzoek dat gerelateerd is aan het beroepsprofiel.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers