Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2016, 34630Besluiten van algemene strekking

Beleidsregel van de Minister van Economisch Zaken van 28 juni 2016, nr. WJZ/16056097, houdende wijziging van de Boetebeleidsregel ACM 2014

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de artikelen 12l, 12m en 12n van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, artikel 77i van de Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad van de Gaswet, de artikelen 57, 70a, 71, 73, 74 en 75 van de Mededingingswet, artikel 49 van de Postwet 2009, artikel 15.4 van de Telecommunicatiewet, artikel 18 van de Warmtewet, artikel 2.15 van de Wet handhaving consumentenbescherming en artikel XX, negende lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Boetebeleidsregel ACM 2014 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1.1, eerste lid, komt de begripsomschrijving van ‘betrokken omzet’ te luiden:

betrokken omzet:

in alle gevallen de omzet in het laatste volledige kalenderjaar waarin de desbetreffende overtreding is begaan, dan wel het kalenderjaar waarin het grootste deel van de overtreding heeft plaatsgevonden indien de overtreding in meerdere kalenderjaren heeft plaatsgevonden, vermenigvuldigd met een factor van 1/12 per maand dat de overtreding geduurd heeft, waarbij een periode korter dan een maand wordt afgerond op een hele maand naar boven;

B

Het opschrift van paragraaf 2.2. komt te luiden:

§ 2.2. Specifieke overtredingen met als basisboete een percentage van de betrokken omzet

C

Het opschrift van paragraaf 2.3 komt te luiden:

§ 2.3. Overige overtredingen met als basisboete een promillage van de totale jaaromzet

D

Artikel 2.5 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Indien artikel 2.3, eerste lid, niet van toepassing is, stelt de ACM de basisboete, in het geval dat aan een overtreder blijkens een wettelijke bepaling een maximale boete van € 900.000 dan wel, indien dat meer is, een promillage van de totale jaaromzet kan worden opgelegd, vast binnen de bandbreedtes van de volgende boete categorieën:

     

    Onderkant van de bandbreedte

    Bovenkant van de bandbreedte

    Categorie

    vast bedrag

    of ‰ van de omzet als dat meer is

    vast bedrag

    of ‰ van de omzet als dat meer is

    categorie I

    € 15.000

    0,25 ‰

    € 150.000

    2,5 ‰

    categorie II

    € 75.000

    0,5 ‰

    € 300.000

    5 ‰

    categorie III

    € 150.000

    0,75 ‰

    € 600.000

    7,5 ‰

    categorie IV

    € 300.000

    2,5 ‰

    € 650.000

    25 ‰

    categorie V

    € 400.000

    5 ‰

    € 700.000

    50 ‰

    categorie VI

    € 500.000

    7,5 ‰

    € 800.000

    75 ‰

b. In het tweede lid wordt ‘Bijlage 1’ vervangen door: de bijlage.

c. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De omzet die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de maximale basisboete wordt als volgt berekend:

    • a. de jaaromzet tot € 250.000.000 telt voor 100% mee,

    • b. de jaaromzet tussen € 250.000.000 en € 1.000.000.000 telt voor 50% mee, en

    • c. de jaaromzet boven de € 1.000.000.000 telt voor 2% mee.

E

Het opschrift van paragraaf 2.4 komt te luiden:

§ 2.4. Het opleggen van bestuurlijke boetes aan natuurlijke personen

F

Artikel 2.7 komt te luiden:

Artikel 2.7

  • 1. Indien de ACM een bestuurlijke boete oplegt aan een natuurlijke persoon vanwege het geven van opdracht tot een overtreding of het feitelijk leiding geven aan een overtreding, kan de ACM bij de vaststelling van boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden als bedoeld in de artikelen 2.9 en 2.10, rekening houden met de mate van betrokkenheid van de natuurlijke persoon bij het plegen van de overtreding en de positie van de natuurlijke persoon binnen de marktorganisatie waarvoor hij of zij werkzaam is, dan wel werkzaam was, en stelt de ACM een boetegrondslag vast die ten minste gerelateerd is aan de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder, teneinde tot een bestuurlijke boete te komen die uit het oogpunt van zowel algemene als specifieke preventie voldoende afschrikwekkend is.

  • 2. De ACM stelt de basisboete voor natuurlijke personen vast, ingeval van de hieronder opgesomde overtredingen, binnen de volgende bandbreedtes:

    • a. € 0 – 50.000 voor het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtredingen die zijn ingedeeld in de categorieën I en II;

    • b. € 40.000 – 250.000 voor:

      • 1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtredingen die zijn ingedeeld in categorie III;

      • 2.° het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van minder dan € 10.000.000 van:

        • bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;

        • artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;

    • c. € 80.000 – 500.000 voor het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet tussen € 10.000.000 en 250.000.000 van:

      • 1.° bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V, en VI;

      • 2.° artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU;

      • 3.° van de artikelen 24 van de Mededingingswet of 102 van het VWEU;

      • 4.° artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of

      • 5.° bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;

    • d. € 120.000 – 900.000 voor het opdracht geven tot of tot het feitelijk leiding geven aan:

      • 1.° een overtreding door een marktorganisatie met een jaaromzet van meer dan € 250.000.000 van:

        • bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën IV, V en VI;

        • artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101van het VWEU

        • artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU;

        • artikel 13b tot en met artikel 13k van de Postwet 2009 of

        • bepalingen waarvoor de ACM op basis van artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen;

      • 2.° overtredingen die zijn ingedeeld in de bandbreedte bedoeld in dit lid, onder c, en waarbij in een concreet geval, gelet op de bijzondere omstandigheden van dat geval, beboeting in de bandbreedte, bedoeld in dit lid, onder c, in het kader van specifieke preventie geen passende beboeting oplevert.

  • 3. Indien de in het tweede en derde lid bedoelde indeling in een boetecategorie in het concrete geval naar het oordeel van de ACM geen passende beboeting toelaat, kan de naast hogere of de naaste lagere categorie worden toegepast.

G

In artikel 2.11 wordt de zinsnede ‘de artikelen 2.12 en 2.13,’ vervangen door: de artikelen 2.9 en 2.10.

H

Bijlage 1 en Bijlage 2 worden vervangen door de bij deze regeling gevoegde bijlage.

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2016.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 28 juni 2016

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

BIJLAGE BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2.5, TWEEDE LID, EN ARTIKEL 2.7, DERDE LID, VAN DE BOETEBELEIDSREGELS ACM 2014

Wetsartikel

Categorie

Besluit Prijsaanduiding producten

artikel 2 t/m 5

II: in geval van overtreding van artikelen 2, 3, 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid jo. artikel 2, artikel 5, eerste lid jo. artikel 3 en artikel 5 tweede lid;

III: in geval van overtreding van artikel 4, tweede lid en artikel 5, eerste lid jo. artikel 4, tweede lid

Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek

artikel 15a

III

artikel 15b

III

artikel 15d, eerste lid

II

artikel 15d, eerste lid, sub a

III

artikel 15d, eerste lid, sub b

II1

artikel 15d, eerste lid, sub c

I2

artikel 15d, eerste lid, sub d

I3

artikel 15d, eerste lid, sub e

II4

artikel 15d, eerste lid, sub f

I5

artikel 15d, tweede lid

III

artikel 15e, eerste lid, sub a

III6

artikel 15e, eerste lid, sub b

III

artikel 15e, eerste lid, sub c

III

artikel 15e, eerste lid, sub d

III7

Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek

 

artikel 193b, eerste lid

III of IV

(zie voor de toepasselijke categorie, de hiernavolgende bepalingen)

artikel 193b, tweede lid

III

artikel 193b, derde lid

Zie hierna: artikelen 193c t/m i

artikel 193c, eerste lid

III

artikel 193c, tweede lid

III

artikel 193d, tweede lid

III

artikel 193d, derde lid

III

artikel 193e, aanhef en sub a

III

artikel 193e, aanhef en sub b

III

artikel 193e, aanhef en sub c

III

artikel 193e, aanhef en sub d

III

artikel 193e, aanhef en sub e

III

artikel 193f

III

artikel 193g, aanhef en sub a

IV

artikel 193g, aanhef en sub b

IV

artikel 193g, aanhef en sub c

IV

artikel 193g, aanhef en sub d

IV

artikel 193g, aanhef en sub e

IV

artikel 193g, aanhef en sub f

IV

artikel 193g, aanhef en sub g

IV

artikel 193g, aanhef en sub h

IV

artikel 193g, aanhef en sub i

IV

artikel 193g, aanhef en sub j

IV

artikel 193g, aanhef en sub k

IV

artikel 193g, aanhef en sub l

IV

artikel 193g, aanhef en sub m

IV

artikel 193g, aanhef en sub n

IV

artikel 193g, aanhef en sub o

IV

artikel 193g, aanhef en sub p

IV

artikel 193g, aanhef en sub q

IV

artikel 193g, aanhef en sub r

IV

artikel 193g, aanhef en sub s

IV

artikel 193g, aanhef en sub t

IV

artikel 193g, aanhef en sub u

IV

artikel 193g, aanhef en sub v

IV

artikel 193g, aanhef en sub w

IV

artikel 193h, eerste lid

III

artikel 193h, tweede lid

III

artikel 193i, aanhef en sub a

IV

artikel 193i, aanhef en sub b

IV

artikel 193i, aanhef en sub c

IV

artikel 193i, aanhef en sub d

IV

artikel 193i, aanhef en sub e

IV

artikel 193i, aanhef en sub f

IV

artikel 193i, aanhef en sub g

IV

artikel 193i, aanhef en sub h

IV

artikel 227a, eerste lid

III

artikel 227a, tweede lid

III

artikel 227a, derde lid

III

artikel 227b, eerste lid, sub a

II

artikel 227b, eerste lid, sub b

I

artikel 227b, eerste lid, sub c

III

artikel 227b, eerste lid, sub d

I

artikel 227b, eerste lid, sub e

II

artikel 227b, tweede lid

II

artikel 227c, eerste lid

III

artikel 227c, tweede lid

II

artikel 227c, tweede lid

II

artikel 227c, derde lid

II

artikel 227c, vijfde lid

III

artikel 230b, aanhef en sub 1

III

artikel 230b, aanhef en sub 2

I

artikel 230b, aanhef en sub 3

I

artikel 230b, aanhef en sub 4

I

artikel 230b, aanhef en sub 5

II

artikel 230b, aanhef en sub 6

II

artikel 230b, aanhef en sub 7

II

artikel 230b, aanhef en sub 8

II

artikel 230b, aanhef en sub 9

III

artikel 230b, aanhef en sub 10

III

artikel 230b, aanhef en sub 11

I

artikel 230b, aanhef en sub 12

II

artikel 230b, aanhef en sub 13

II

artikel 230c, aanhef en sub 1

II

artikel 230c, aanhef en sub 2

II

artikel 230c, aanhef en sub 3

II

artikel 230c, aanhef en sub 4

II

artikel 230d, aanhef en sub 1

III

artikel 230d,aanhef en sub 2

II

artikel 230d, aanhef en sub 3

II

artikel 230d, aanhef en sub 4

II

artikel 230e

II

artikel 230j

III

artikel 230k, eerste lid

II

artikel 230k, tweede lid

II

artikel 230l, aanhef en sub a

III

artikel 230l, aanhef en sub b

III

artikel 230l, aanhef en sub c

III

artikel 230l, aanhef en sub d

III

artikel 230l, aanhef en sub e

III

artikel 230l, aanhef en sub f

II

artikel 230l, aanhef en sub g

III

artikel 230l, aanhef en sub h

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub a

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub b

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub c

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub d

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub e

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub f

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub g

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub h

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub i

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub j

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub k

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub l

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub m

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub n

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub o

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub p

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub q

II

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub r

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub s

III

artikel 230m, eerste lid, aanhef en sub t

II

artikel 230n, tweede lid

II (informatie integraal onderdeel van de overeenkomst) en II (wijzigen van informatie)

artikel 230n, derde lid

III (sub e) en II (sub i)

artikel 230o, eerste lid

III

artikel 230o, tweede lid

III

artikel 230o, vierde lid

II

artikel 230q, tweede lid

III

artikel 230r, eerste lid

III

artikel 230r, tweede lid

II

artikel 230s, tweede lid

II

artikel 230s, vijfde lid, aanhef en sub a, onderdeel 1

II

artikel 230s, vijfde lid, aanhef en sub a, onderdeel 2

II

artikel 230s, vijfde lid, aanhef en sub b, onderdeel 1

II

artikel 230s, vijfde lid, aanhef en sub b, onderdeel 2

II

artikel 230s, vijfde lid, aanhef en sub b, onderdeel 3

II

artikel 230s, zesde lid

III

artikel 230t, eerste lid

II

artikel 230t, tweede lid

II

artikel 230t, derde lid

II

artikel 230t, vierde lid

III

artikel 230t, vijfde lid

III

artikel 230u

III

artikel 230v, eerste lid

II

artikel 230v, tweede lid

II

artikel 230v, derde lid

II

artikel 230v, vierde lid

II

artikel 230v, vijfde lid, eerste volzin

III

artikel 230v, vijfde lid, tweede volzin

II

artikel 230v, zesde lid, eerste volzin

III

artikel 230v, zesde lid, tweede en derde volzin

III

artikel 230v, zevende lid, sub a

II

artikel 230v, zevende lid, sub b

II

artikel 230v, achtste lid

III

artikel 233, sub a

II

artikel 233, sub b

II

artikel 234

II

artikel 236, aanhef en sub a

II

artikel 236, aanhef en sub b

II

artikel 236, aanhef en sub c

II

artikel 236, aanhef en sub d

II

artikel 236, aanhef en sub e

II

artikel 236, aanhef en sub f

II

artikel 236, aanhef en sub g

II

artikel 236, aanhef en sub h

II

artikel 236, aanhef en sub i

II

artikel 236, aanhef en sub j

II

artikel 236, aanhef en sub k

II

artikel 236, aanhef en sub l

II

artikel 236, aanhef en sub m

II

artikel 236, aanhef en sub n

II

artikel 236, aanhef en sub o

II

artikel 236, aanhef en sub p

II

artikel 236, aanhef en sub q

II

artikel 236, aanhef en sub r

II

artikel 236, aanhef en sub s

II

artikel 237, aanhef en sub a

II

artikel 237, aanhef en sub b

II

artikel 237, aanhef en sub c

II

artikel 237, aanhef en sub d

II

artikel 237, aanhef en sub e

II

artikel 237, aanhef en sub f

II

artikel 237, aanhef en sub g

II

artikel 237, aanhef en sub h

II

artikel 237, aanhef en sub i

II

artikel 237, aanhef en sub j

II

artikel 237, aanhef en sub k

II

artikel 237, aanhef en sub l

II

artikel 237, aanhef en sub m

II

artikel 237, aanhef en sub n

II

artikel 237, aanhef en sub o

II

artikel 238, eerste lid

II

artikel 238, tweede lid

II

artikel 243

III

artikel 246

II

Boek 7 Burgerlijk Wetboek

 

artikel 6a, eerste lid

III

artikel 6a, tweede lid

II

artikel 6a, derde lid

II

artikel 6a, vierde lid

III

artikel 7, tweede lid

III

artikel 9, vierde lid

II

artikel 11, eerste lid

II

artikel 11, tweede lid

II

artikel 17

III

artikel 18

III

artikel 19

III

artikel 19a, derde lid

II

artikel 21

III

artikel 22

II

artikel 50b, eerste lid

III

artikel 50b, tweede lid

III

artikel 50b, derde lid

III

artikel 50b, vierde lid

III

artikel 50b, vijfde lid

III

artikel 50b, zesde lid

III

artikel 50c, eerste lid

II

artikel 50c, tweede lid

II

artikel 50c, derde lid

Bij ontbreken sub a: III; bij ontbreken sub b: II; bij ontbreken sub a en b: III

artikel 50c, vierde lid

II

artikel 50c, vijfde lid

II

artikel 50c, zesde lid

II

artikel 50c, zevende lid

III

artikel 50c, achtste lid

II

artikel 50d, eerste lid

III

artikel 50d, tweede lid

III

artikel 50d, derde lid

III

artikel 50e

III

artikel 50f, eerste lid

III

artikel 50f, tweede lid

II

artikel 50g, eerste lid

II of III, afhankelijk van de indeling van het desbetreffende artikel

artikel 50g, tweede lid

II

artikel 50g, derde lid

II

artikel 50g, vierde lid

II

artikel 50h

II of III, afhankelijk van de indeling van het desbetreffende artikel

artikel 133, aanhef en sub a

III

artikel 133, aanhef en sub b

III

artikel 134, eerste lid, eerste volzin

II

artikel 134, eerste lid, tweede volzin

II

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub a

III

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub b

III

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub c

III

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub d

III

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub e

II

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub f

III

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub g

II

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub h

II

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub i

II

artikel 134, tweede lid, aanhef en sub j

II

artikel 135, eerste lid

III

artikel 135, tweede lid

II

artikel 136

II

artikel 137

III

artikel 138

II

artikel 139

II

artikel 501, eerste lid

III: bij niet vermelden van reissom, I, II of III bij niet vermelden van de andere bij AMvB bepaalde gegevens, zie artikelen 1 t/m 4 Gegevensbesluit georganiseerde reizen, hierna

artikel 1, aanhef en sub a Gegevensbesluit georganiseerde reizen

III

artikel 1, aanhef en sub b Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 1, aanhef en sub c Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 1, aanhef en sub d Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 1, aanhef en sub e Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 2, aanhef en sub a Gegevensbesluit georganiseerde reizen

II

artikel 2, aanhef en sub b Gegevensbesluit georganiseerde reizen

II

artikel 2, aanhef en sub c Gegevensbesluit georganiseerde reizen

II

artikel 2, aanhef en sub d Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 3, aanhef en sub a Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 3, aanhef en sub b Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 4, aanhef en sub a Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 4, aanhef en sub b Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 4, aanhef en sub c Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 4, aanhef en sub d Gegevensbesluit georganiseerde reizen

I

artikel 501, tweede lid

III: bij niet vermelden van reissom, I, II of II bij niet vermelden van de andere bij AMvB bepaalde gegevens: zie artikelen 1-4 Gegevensbesluit georganiseerde reizen, hiervoor

artikel 502, eerste lid

III

artikel 502, derde lid

III

artikel 503

III

artikel 504

III

artikel 505

III

artikel 506, eerste lid

II

artikel 507

III

artikel 508, eerste lid

III

artikel 509

III

artikel 510

III

artikel 512, eerste lid

III

artikel 512, tweede lid

II

Elektriciteitswet 1998

artikel 4a, derde lid

II

artikel 9h

III

artikel 10, zesde lid

III

artikel 10, zevende lid

III

artikel 10a, eerste lid

VI

artikel 10a, tweede lid

VI

artikel 10b, tweede lid

VI

artikel 10b, derde lid

VI

artikel 10b, vierde lid

VI

artikel 10b, vijfde lid

VI

artikel 11, eerste lid

VI

artikel 11a, tweede lid

III

artikel 11a, derde lid

VI

artikel 11b, eerste lid

IV

artikel 11b, tweede lid

IV

artikel 11b, derde lid

II

artikel 12, eerste lid

I

artikel 12, tweede lid

III

artikel 15, achtste lid

III

artikel 15a, tweede lid

conform de artikelen waarnaar wordt verwezen in artikel 15a, tweede lid

artikel 16, eerste lid, onderdeel g

III

artikel 16, eerste lid, onderdeel k

III

artikel 16, eerste lid, onderdeel l

III

artikel 16, eerste lid, onderdeel a

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel b

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel c

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel d

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel e

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel f

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel g

III

artikel 16, eerste lid, onderdeel h

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel i

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel j

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel n

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel o

VI

artikel 16, eerste lid, onderdeel p

VI

artikel 16, tweede lid, onderdeel a

VI

artikel 16, tweede lid, onderdeel b

VI

artikel 16, tweede lid, onderdeel c

VI

artikel 16, tweede lid, onderdeel d

VI

artikel 16, tweede lid, onderdeel e

VI

artikel16, tweede lid, onderdeel f

VI

artikel 16, vierde lid

IV

artikel 16, zesde lid

VI

artikel 16Aa, eerste lid

VI

artikel 16Aa, tweede lid

V, VI

artikel 16Aa, derde lid

III

artikel 16Aa, vierde lid

III

artikel 16a

III

artikel 17, eerste lid

VI

artikel 17, tweede lid

VI

artikel 17, vierde lid

III

artikel 17a, eerste lid

VI

artikel 17a, tweede lid

VI

artikel 17a, derde lid

III

artikel 17a, vierde lid

III

artikel 18, eerste lid

VI

artikel 18, derde lid

II

artikel 18a en art. 3 Besluit financieel beheer netbeheerder

IV, VI

artikel 19a

IV

artikel 19b

III

artikel 19c

III

artikel 19d

III

artikel 19e

III

artikel 20, derde lid

V

artikel 21

V

artikel 21, negende lid, tweede volzin

III

artikel 23

V

artikel 24, eerste lid

V

artikel 24, tweede lid

III

artikel 24, derde lid

V

artikel 24a

III

artikel 26ab

V

artikel 26ac

V

artikel 26ad, eerste lid

V

artikel 26ad, tweede lid

V

artikel 26ad, derde lid

V

artikel 26ad, vierde lid

V

artikel 26ae, eerste lid

V

artikel 26ae, tweede lid

V

artikel 26ae, derde lid

V

artikel 26ae, vierde lid

V

artikel 26ae, zesde lid

V

artikel 26ae, zevende lid

V

artikel 26ae, negende lid

V

artikel 26ae, twaalfde lid

III

artikel 26ae, veertiende lid

III

artikel 31, eerste lid

V

artikel 31b

IV

artikel 36

IV, V

artikel 37

IV, V

artikel 38, derde lid

I

artikel 39

III

artikel 42, derde lid

I

artikel 43

VI

artikel 55

V

artikel 56, tweede lid

V

artikel 57, derde lid

V

artikel 57, vierde lid

V

artikel 68, eerste lid

IV

artikel 68, tweede lid

II

artikel 78, tweede lid

III

artikel 79

V

artikel 84

V

artikel 86, eerste lid

IV

artikel 86, tweede lid

IV

artikel 86, vierde lid

IV

artikel 86d

V

artikel 86e

VI

artikel 95a, eerste lid

V

artikel 95b, eerste lid

V

artikel 95b, tweede lid

III

artikel 95b, vijfde lid

VI

artikel 95b, achtste lid

III

artikel 95ca

V

artikel 95cb, eerste lid

V

artikel 95cb, tweede lid

IV

artikel 95cb, vijfde lid

V

artikel 95cb, zesde lid

V

artikel 95e

III

artikel 95f, tweede lid

V

artikel 95k

III

artikel 95l

II

artikel 95m

VI

artikel 95o

III

Gaswet

 

artikel 1h

III

artikel 2, vijfde lid

III

artikel 2, zesde lid

III

artikel 2a, achtste lid

III

artikel 2c, tweede lid

VI

artikel 2c, derde lid

VI

artikel 3, eerste lid

VI

artikel 3b, eerste lid

VI

artikel 3b, tweede lid

VI

artikel 3c, eerste lid

IV

artikel 3c, tweede lid

IV

artikel 3c, derde lid

II

artikel 4, eerste lid

I

artikel 4, tweede lid

III

artikel 7

IV

artikel 7a, eerste lid

VI

artikel 7a, tweede lid

V

artikel 7a, derde lid

III

artikel 7a, vierde lid

III

artikel 8

V

artikel 9a

V

artikel 9b

IV

artikel 10, eerste lid

VI

artikel 10, tweede lid

III

artikel 10, derde lid, onderdeel a

VI

artikel 10, derde lid, onderdeel b

III

artikel 10, vierde lid

V

artikel 10, vijfde lid

V

artikel 10, zesde lid

V

artikel 10a, eerste lid

VI

artikel 10a, tweede lid

V

artikel 10a, derde lid

VI

artikel 10b, eerste lid

VI

artikel 10b, tweede lid

VI

artikel 10b, vierde lid

III

artikel 10c, eerste lid

VI

artikel 10c, tweede lid

VI

artikel 10c, derde lid

III

artikel 10c, vierde lid

III

artikel 10d, eerste lid

VI

artikel 10d, derde lid

II

artikel 10e en art. 2 Besluit financieel beheer netbeheerder

IV, VI

artikel 12a

V

artikel 12b

V

artikel 12e, eerste lid

V

artikel 12f

IV/V

artikel 12g

IV/V

artikel 12i, derde lid

I

artikel 13b

V

artikel 13c

V

artikel 13e, eerste lid

V

artikel 13e, tweede lid

V

artikel 13e, derde lid

V

artikel 13e, vierde lid

V

artikel 13e, zesde lid

V

artikel 13e, zevende lid

V

artikel 13e, negende lid

V

artikel 13e, twaalfde lid

III

artikel 13e, veertiende lid

III

artikel 17a

III

artikel 18g, eerste lid

IV

artikel 18g, derde lid

V

artikel 18g, vijfde lid

III

artikel 23

V

artikel 24, tweede lid

V

artikel 25, derde lid

V

artikel 25, vierde lid

V

artikel 32

VI

artikel 35a

IV

artikel 35b

III

artikel 35c

III

artikel 35d

III

artikel 35e

III

artikel 37

V

artikel 39, tweede lid

V

artikel 39h, eerste lid

III

artikel 40, eerste lid

IV

artikel 40, tweede lid

I

artikel 40, derde lid

IV

artikel 40, vierde lid

IV

artikel 42

III

artikel 43, eerste lid

V

artikel 44, eerste lid

V

artikel 44, tweede lid

III

artikel 44, vijfde lid

VI

artikel 44, achtste lid

III

artikel 44a

V

artikel 44b, eerste lid

V

artikel 44b, tweede lid

IV

artikel 44b, vijfde lid

V

artikel 44b, zesde lid

V

artikel 47, tweede lid

V

artikel 51

IV

artikel 52a, derde lid

II

artikel 52b

VI

artikel 52d

III

artikel 56

III

artikel 63

V

artikel 66a

V

artikel 66b

VI

artikel 66c

V

artikel 66d, eerste lid

III

artikel 66d, derde lid

III

artikel 72

IV

artikel 73, vierde lid

V

artikel 82, eerste lid

III

artikel 82, derde lid

III

artikel 83

III

Instellingswet Autoriteit Consument en Markt

 

artikel 12h, vijfde lid

IV

artikel 12l, tweede lid

III

artikel 12m, eerste lid, onderdeel a

III

artikel 12m, eerste lid, onderdeel b

V

artikel 12m, eerste lid, onderdeel c (artikel 5:20 jo 5:15 Awb)

V

artikel 12m, eerste lid, onderdeel c (artikel 5:20 jo 5:16 Awb)

VI

artikel 12m, eerste lid, onderdeel c (artikel 5:20 jo 5:17 Awb)

V

artikel 12m, eerste lid, onderdeel c (artikel 5:20 jo 5:18 Awb)

IV

artikel 12m, eerste lid, onderdeel c (artikel 5:20 jo 5:19 Awb)

IV

artikel 12m, eerste lid, onderdeel c (artikel 5:20 jo 5:15 en 5:17 Awb)

IV

artikel 12m, eerste lid, onderdeel d

IV

Mededingingswet

artikel 25b, eerste lid

II

artikel 25b, tweede lid

II

artikel 25e, eerste volzin

II

artikel 34, eerste lid

V

artikel 35, eerste lid

III

artikel 39, tweede lid, onderdeel a

V

artikel 39, tweede lid, onderdeel b

V

artikel 40, tweede lid

IV

artikel 40, derde lid, onderdeel a

V

artikel 40, derde lid, onderdeel b

V

artikel 41, eerste lid

V

artikel 42, tweede lid

III

artikel 46, tweede lid

IV

artikel 46, derde lid

V

artikel 46, vierde lid

V

artikel 75, eerste volzin en onderdeel a

VI

Postwet 2009

 

artikel 4

IV

artikel 5

II

artikel 8

IV

artikel 9, eerste lid

VI

artikel 9, tweede lid

VI

artikel 9, derde lid

V

artikel 9, vierde lid

V

artikel 10, eerste lid

IV

artikel 10, tweede lid

III

artikel 12, eerste lid

III

artikel 12, tweede lid

II

artikel 12, derde lid

III

artikel 13

VI

artikel 15, vijfde lid

V

artikel 16, vijfde lid

VI

artikel 16, zesde lid

VI

artikel 16, zevende lid

VI

artikel 16, achtste lid

VI

artikel 18

VI

artikel 19, eerste lid

I

artikel 21

V

artikel 22, eerste lid

VI

artikel 22, tweede lid

VI

artikel 23, eerste lid

III

artikel 23, tweede lid

III

artikel 24, eerste lid

V/VI

artikel 24, tweede lid

V/VI

artikel 24, derde lid

V/VI

artikel 26

III

artikel 27, eerste lid

III

artikel 27, tweede lid

III

artikel 28, tweede lid

I

artikel 32, eerste lid

III

artikel 32, derde lid

III

artikel 35

II

artikel 36, eerste lid

II

artikel 36, tweede lid

IV

artikel 39, tweede lid

III

artikel 41

I

artikel 61

V

Prijzenwet

 

artikel 2b

II of III (zie voor de toepasselijke boetecategorie hierna: Besluit prijsaanduiding producten)8

artikel 3, voor zover samenhangend met artikel 2b

II9

Telecommunicatiewet

 

artikel 2.1, eerste lid

II

artikel 2.1, vijfde lid

IV

artikel 2.3, vijfde lid

I

artikel 3.24, eerste lid

III

artikel 3.24, tweede lid

III

artikel 3.24, derde lid

III

artikel 3.24, vierde lid

III

artikel 4.1, vierde lid

III

artikel 4.2, elfde lid

III

artikel 4.2a, tweede lid

I

artikel 4.2b

II

artikel 4.9, eerste lid

III

artikel 4.9, tweede lid

III

artikel 4.9, derde lid, sub a

III

artikel 4.9, derde lid, sub b

III

artikel 4.10, eerste lid

III

artikel 4.10, tweede lid

III

artikel 4.10, vijfde lid

I

artikel 4.10, zesde lid

I

artikel 4.10, zevende lid

III

artikel 5.2, eerste lid

III

artikel 5.2, tweede lid

II

artikel 5.2, derde lid

II

artikel 5.2, vierde lid

II

artikel 5.2, vijfde lid

III

artikel 5.2, zesde lid

III

artikel 5.2, zevende lid

II

artikel 5.2, achtste lid

III

artikel 5.2, negende lid

III

artikel 5.3, eerste lid

III

artikel 5.3, tweede lid

III

artikel 5.3, vijfde lid

III

artikel 5.3, zesde lid

III

artikel 5.6, eerste lid

I

artikel 5.8, eerste lid

II

artikel 5.8, tweede lid

II

artikel 5.8, derde lid

II

artikel 5.8, vierde lid

II

artikel 5.8, vijfde lid

II

artikel 5.8, zesde lid

III

artikel 5.10

III

artikel 5.11, eerste lid

III

artikel 5.11, tweede lid

III

artikel 5.11, derde lid

III

artikel 5.12, eerste lid

III

artikel 5.12, tweede lid

III

artikel 5.12, derde lid

III

artikel 5.12, vierde lid

III

artikel 6.1, eerste lid

III

artikel 6.1, tweede lid

III

artikel 6.1, derde lid

II

artikel 6.5, eerste lid

III

artikel 6.6

III

artikel 7.1, eerste lid

II

artikel 7.1, tweede lid

II

artikel 7.1, vierde lid

II

artikel 7.1, vijfde lid

II

artikel 7.1a, eerste lid

II

artikel 7.1a, tweede lid

II

artikel 7.1a, derde lid

III

artikel 7.2, eerste lid

III

artikel 7.2, tweede lid

III

artikel 7.2, derde lid

III

artikel 7.2a, eerste lid,

II

artikel 7.2a, tweede lid

II

artikel 7.2a, derde lid

II

artikel 7.2a, vierde lid

II

artikel 7.2a, vijfde lid

II

artikel 7.2a, zesde lid

II

artikel 7.2a, zevende lid

II

artikel 7.3, eerste lid

II

artikel 7.3, tweede lid

II

artikel 7.3, derde lid

II

artikel 7.3, vierde lid

II

artikel 7.3a, eerste lid

II

artikel 7.3a, tweede lid

II

artikel 7.3b, eerste lid

III

artikel 7.3b, tweede lid

III

artikel 7.3c, tweede lid

II

artikel 7.3c, derde lid

II

artikel 7.4, eerste lid

I

artikel 7.4, tweede lid

I

artikel 7.4, derde lid

I

artikel 7.4a, eerste lid

III

artikel 7.4a, tweede lid

I

artikel 7.4a, derde lid

III

artikel 7.6, eerste lid

II

artikel 7.6, tweede lid

II

artikel 7.6a, eerste lid

II

artikel 7.6a, tweede lid

II

artikel 7.7

III

artikel 8.5, eerste lid

III

artikel 8.5, tweede lid

III

artikel 8.5, derde lid

III

artikel 8.7

III

artikel 9.1, eerste lid

III

artikel 9.1, tweede lid

III

artikel 9.1, derde lid

III

artikel 9.1, vierde lid

III

artikel 9.2, tweede lid

III

artikel 9.4, vijfde lid

II

artikel 9.5, eerste lid

II

artikel 9.5, tweede lid

II

artikel 11.2a, eerste lid

III

artikel 11.2a, tweede lid

III

artikel 11.2a, derde lid

II

artikel 11.2a, vierde lid

III

artikel 11.2

IV

artikel 11.3, eerste lid

IV

artikel 11.3, tweede lid

IV

artikel 11.3, derde lid

III

artikel 11.4, eerste lid

II

artikel 11.4, tweede lid

II

artikel 11.4, derde lid

II

artikel 11.5b, eerste lid

I

artikel 11.5b, tweede lid

I

artikel 11.6, eerste lid

II

artikel 11.6, tweede lid

II

artikel 11.6, derde lid

II

artikel 11.6, vierde lid

II

artikel 11.7, eerste lid

II

artikel 11.7, derde lid

II

artikel 11.7, vierde lid

II

artikel 11.7, vijfde lid

III

artikel 11.7, negende lid

III

artikel 11.7, tiende lid

III

artikel 11.7, twaalfde lid

III

artikel 11.7a, eerste lid

III

artikel 11.9, eerste lid

II

artikel 11.9, tweede lid

II

artikel 11.10, eerste lid

II

artikel 11.10, tweede lid

II

artikel 11.10, derde lid

II

artikel 11.10, vierde lid

II

artikel 11.10, vijfde lid

II

artikel 11.10, zesde lid

II

artikel 11.10, zevende lid

II

artikel 11.11, vierde lid

II

artikel 11.11, vijfde lid

II

artikel 12.1, eerste lid

II

artikel 12.1, tweede lid

II

artikel 12.2, zevende lid

II

artikel 12.4, eerste lid

IV

artikel 12.6

IV

artikel 12.9, tweede lid

I

artikel 12.9, derde lid

II

artikel 18.2

II

artikel 18.4, eerste lid

II

artikel 18.4, tweede lid

II

artikel 18.6, eerste lid

II

artikel 18.10

II

artikel 18.11, eerste lid

II

artikel 18.12, eerste lid

II

artikel 18.13, tweede lid

II

artikel 18.15, eerste lid

I-IV

artikel 18.15, tweede lid

I-III

artikel 18.15, derde lid

III

artikel 18.18

IV

artikel 18.21, eerste lid

I-IV

artikel 18.21, derde lid

I

Verordening 1008/2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PbEU L 293)

Artikel 23, eerste lid

III

Artikel 23, tweede lid

III

Warmtewet

 

artikel 2

V

artikel 5, eerste lid

VI

artikel 5, vierde lid

VI

artikel 9, eerste lid

V

artikel 13

III

artikel 14

III

artikel 17

V

artikel 40

IV

Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie

artikel 2

IV

artikel 4

IV

artikel 5

IV

artikel 6

IV

artikel 7, derde lid

II

Wet van 23 november 2006 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer (Stb. 2006, 614)

artikel IXa, eerste lid

V

artikel IXb

VI

artikel IXc, eerste lid

III

artikel IXc, tweede lid

III

X Noot
1

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

X Noot
2

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

X Noot
3

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

X Noot
4

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

X Noot
5

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

X Noot
6

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

X Noot
7

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

X Noot
8

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder g BW.

X Noot
9

Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder g BW.

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

De Autoriteit Consument & Markt (hierna: ACM) is een onafhankelijke toezichthouder, belast met het wettelijk toezicht op de mededinging, een aantal specifieke sectoren zoals markten voor energie, telecommunicatie, post en vervoer en het consumentenrecht. Een substantieel deel van de taken van de ACM betreft handhaving, dat wil zeggen toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften en het sanctioneren van daarbij geconstateerde overtredingen. De ACM beschikt over diverse bevoegdheden en instrumenten voor het uitvoeren van deze handhavingstaken. Eén van de instrumenten waar de ACM over beschikt is het opleggen van (bestuurlijke) boetes. Aan de wijze waarop de ACM invulling geeft aan de wettelijke bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is nadere uitwerking gegeven in de Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken van 4 juli 2014, met betrekking tot het opleggen van bestuurlijke boetes door de Autoriteit Consument en Markt (Boetebeleidsregel ACM 2014). De wettelijke boetemaxima worden per 1 juli 2016 verhoogd. Als gevolg hiervan wordt de Boetebeleidsregel ACM 2014 gewijzigd.

2. Verhoging boetemaxima ACM

Om de effectiviteit van het markttoezicht van de ACM te vergroten, worden de wettelijke boetemaxima van de ACM per 1 juli 2016 verhoogd. Op die datum treedt de wet van 23 december 2015 tot wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken en het terrein van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, houdende een verhoging van voor de Autoriteit Consument en Markt geldende boetemaxima (Stb. 2016, 22) in werking waarin onder andere een verhoging van een aantal boetemaxima is bepaald (hierna: wet verhoging boetemaxima). De verhoging van de wettelijke boetemaxima komt voort uit de constatering dat het huidige systeem van boetemaxima een aantal tekortkomingen heeft, waardoor de preventieve afschrikwekkende werking van het systeem en de bereidheid tot naleving van de regels worden ondermijnd (zie Kamerstukken II 2015/16, 34 190, nr. 3). De wet verhoging boetemaxima kent de volgende vier concrete maatregelen:

  • 1. Het absolute boetemaximum voor alle boetes die de ACM kan opleggen wordt van € 450.000 verdubbeld tot € 900.000, ook voor natuurlijke personen;

  • 2. Er wordt ACM-breed een relatief boetemaximum ingevoerd waar tot dusverre alleen nog een absoluut boetemaximum geldt en wordt een absoluut maximum ingevoerd waar tot dusverre alleen nog een relatief maximum geldt;

  • 3. Het wettelijk maximum voor kartelboetes wordt afhankelijk gemaakt van de duur van het kartel. Daartoe zal het boetemaximum van 10% van de omzet worden vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de overtreding heeft geduurd met een maximum van vier jaar.

  • 4. De toepasselijke (absolute of relatieve) maximale boete wordt in alle gevallen verdubbeld in geval van (herhaalde) recidive.

3. Wijziging boetebeleidsregel

Als gevolg van de verhoging van de boetemaxima is enige aanpassing van de Boetebeleidsregel ACM 2014 noodzakelijk. Voorliggende wijziging van de Boetebeleidsregel ACM 2014 regelt dat deze beleidsregels weer aansluiten op de wettelijke boetemaxima die per 1 juli 2016 gelden.

Een belangrijke wijziging in de wet verhoging boetemaxima ACM is de introductie van een relatief boetemaximum in enkele wetten waar tot 1 juli 2016 enkel een absoluut boetemaximum geldt en de introductie van een absoluut maximum waar tot dusverre alleen nog een relatief maximum geldt. Zo kennen overtredingen van consumentenbeschermingswetgeving tot 1 juli 2016 geen relatieve boetemaxima en kennen overtredingen van de Gaswet geen absoluut boetemaximum. Met de wet verhoging boetemaxima worden de maximumboetes voor deze overtredingen op wetsniveau gelijkgetrokken. De Boetebeleidsregel ACM 2014 kent, omdat deze aansluit op de diverse bestaande wetten, ook verschillende systematieken voor het bepalen van de boetegrondslag voor verschillende overtredingen. Het ligt daarom in de rede de boetebeleidsregels voor de verschillende wetsbepalingen ook gelijk te trekken. Voor de beboeting van natuurlijke personen die niet in de hoedanigheid van marktorganisatie worden aangesproken, wordt tegelijkertijd een nieuwe systematiek gecreëerd die aansluit bij het nieuwe boetemaximum van € 900.000. Natuurlijke personen kennen geen omzet en kunnen dus ook niet op die grondslag worden beboet. Deze systematieken worden in de volgende paragraaf nader toegelicht. Daarnaast worden de bovengrenzen van de verschillende boetecategorieën in de beleidsregel conform de grondgedachte achter de wet naar boven bijgesteld. De bepalingen met betrekking tot de boeteoplegging op grond van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied blijven ongewijzigd. Zij kennen een eigen systematiek en zijn niet betrokken bij de wijzigingen naar aanleiding van het wetsvoorstel verhoging boetemaxima ACM. De regels inzake het verlenen door de ACM van clementie (boete-immuniteit of boetereductie) aan karteldeelnemers die bij de ACM bewijs van een kartelovertreding aan hebben geleverd, zijn neergelegd in een separate Beleidsregel clementie (Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken van 4 juli 2014, tot vermindering van geldboetes betreffende kartels, Stcrt. 2014, 19745).

3.1 Boetesystematieken

Voor alle terreinen en sectoren waarop de ACM toezicht houdt, geldt dezelfde doelstelling, namelijk dat de hoogte van de boete evenredig is aan de ernst van de gepleegde overtreding en voldoende afschrikwekkend is voor zowel de overtreder (specifieke preventie) als andere potentiële overtreders (generieke preventie). Deze doelstelling wordt weerspiegeld door een aantal algemene uitgangspunten die in paragraaf 2.1 van de beleidsregel zijn opgenomen en die de ACM in acht dient te nemen bij het vaststellen van de hoogte van een bestuurlijke boete, ongeacht op basis van welke wet dat is. De systematiek die de ACM dient te hanteren bij de berekening van de hoogte van de boete hangt af van de aard van de overtreding en het wettelijke boetemaximum dat op die overtreding is gesteld. De voorliggende boetebeleidsregel ACM onderscheidt drie systematieken:

  • 1. boetesystematiek 1: voor overtredingen met als basisboete een percentage van de betrokken omzet (kartelboetes, paragraaf 2.2),

  • 2. boetesystematiek 2: voor overtredingen met als basisboete een absoluut bedrag of, wanneer dat hoger is, een promillage van de totale jaaromzet (paragraaf 2.3).

  • 3. boetesystematiek 3: voor beboeting van natuurlijk personen, die niet in de hoedanigheid van marktorganisatie worden aangesproken (paragraaf 2.4).

Voorheen was er een aparte systematiek voor overtredingen met als basisboete een promillage van de totale jaaromzet en een aparte systematiek voor overtredingen waarvoor alleen een wettelijk boetemaximum van € 450.000 gold. Deze systematieken zijn nu samengevoegd. Deze samenvoeging vloeit logischerwijs voort uit de wet verhoging boetemaxima waarin ACM-breed relatieve boetemaxima zijn ingevoerd waar tot dusverre alleen nog absolute boetemaxima gelden en invoering van absolute boetemaxima waar tot dusverre alleen nog relatieve maxima gelden (Kamerstukken II 2015/16, 34 190, nr. 3). De systematieken uit de paragrafen 2.2 en 2.3 zijn gebaseerd op omzet.

Boetesystematiek 1

Deze systematiek blijft ongewijzigd en wordt toegepast op de boetebepaling bij overtredingen van het kartelverbod van artikel 6 van de Mededingingswet of artikel 101 van het VWEU, overtredingen van het verbod op misbruik van een economische machtspositie van artikel 24 van de Mededingingswet of artikel 102 van het VWEU, overtreding van verplichtingen door ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in de telecommunicatiesector (artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet) en de postsector (artikel 49 van de Postwet 2009).

De systematiek voor het berekenen van de basisboete is onveranderd. De duur van een kartelovertreding wordt echter wel verwerkt in de berekening van het boetemaximum. Tevens heeft de wet verhoging boetemaxima tot gevolg dat het relatieve boetemaximum van 10% van de jaaromzet is verhoogd naar 10% van de omzet van de onderneming gedurende de jaren dat de overtreding is begaan, met een maximering van vier jaar.

Boetesystematiek 2

In deze systematiek wordt een wijziging aangebracht in die zin dat de paragrafen 2.3 en 2.4 uit de boetebeleidsregel ACM 2014 in feite worden samengevoegd. In de nieuwe systematiek zijn de overtredingen opnieuw opgedeeld in zes categorieën, evenals voorheen het geval was in paragraaf 2.3. De eerste drie categorieën bevatten in beginsel bepalingen waar in de wet een relatief maximum van 1% voor geldt, de laatste drie categorieën bevatten bepalingen waar in de wet een relatief maximum van 10% voor geldt. De vier categorieën uit paragraaf 2.4 van de boetebeleidsregel 2014 zijn ingeschoven in de nieuwe systematiek. Hierbij zijn de categorieën I, II en III zoals die waren opgenomen in artikel 2.5 zo veel mogelijk ondergebracht bij respectievelijk categorie I, II, en III. Bepalingen die voorheen waren ingedeeld in categorie IV zijn opnieuw beoordeeld en naar gelang het belang van de bepaling in het systeem van de betreffende wet ingedeeld in categorie III of categorie IV. Zie de bijlage bij deze beleidsregels voor de gekozen indeling. Wat betreft overtredingen die worden gehandhaafd onder de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc), legt de ACM een boete op voor overtreding van een of meer bepalingen genoemd in Hoofdstuk 8 van de Whc (zie bijlage a bij de Whc) en de specifieke consumentenrechtbepaling(en) die is (zijn) geschonden. De bijlage bij deze beleidsregels verwijst naar deze specifieke bepalingen uit consumentenwetgeving. Daarnaast kan ACM een boete opleggen voor overtreding van artikel 23 van Verordening 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PbEU 2008, L 293), hierbij wordt beboet wegens overtreding van deze bepaling zelf.

Als deze indeling naar de mening van de ACM vanwege specifieke omstandigheden geen passende beboeting mogelijk maakt, dan kan de ACM de naast gelegen hogere of lagere categorie toepassen. Als de categorie is bepaald, dient de ACM binnen de daarvoor geldende bandbreedte een bedrag vast te stellen. Dat is de basisboete. De ACM zal daarbij steeds op basis van de factoren genoemd in artikel 2.2 van deze beleidsregel moeten motiveren waarom een bepaald bedrag binnen de bandbreedte wordt gekozen. Uit iedere categorie vloeit een bandbreedte voort op basis van een ondergrens en een bovengrens in absolute bedragen, of indien dat meer is, een promillage van de omzet.

Boetesystematiek 3

De wet verhoging boetemaxima introduceert relatieve boetemaxima waar alleen absolute maxima gelden en absolute maxima waar tot dusverre alleen nog een relatieve maxima gelden. De hiervoor besproken systematieken zijn gebaseerd op omzet. Natuurlijke personen hebben echter geen omzet en daarom wordt voor de beboeting van natuurlijke personen voorzien in een aparte systematiek. Natuurlijke personen kunnen worden beboet wegens het feitelijk leiding geven aan of het opdracht geven tot een overtreding door een marktorganisatie en het niet meewerken aan een onderzoek. Personen die beboet kunnen worden zijn opdrachtgevers en feitelijk leidinggevenden. Uiteraard geldt ook in deze systematiek het in de wet vastgestelde absolute boetemaximum van 900.000 euro.

De basisboete wordt vastgesteld binnen vier bandbreedtes. De bandbreedtes voor beboeting van feitelijk leidinggeven en het opdracht geven zijn afhankelijk gemaakt van zowel het belang van de door de marktorganisatie overtreden bepaling, als van de omvang van de marktorganisatie waar de leidinggevende dan wel opdrachtgever werkt. De reden voor het verband tussen de hoogte van de boete en de omvang van de marktorganisatie is dat feitelijk leidinggeven aan overtredingen in grote marktorganisaties in de regel de potentie heeft om een groter effect op de maatschappij te hebben dan in kleinere marktorganisaties. Bovendien mag van leidinggevenden en opdrachtgevers in grotere organisaties een hogere mate van inzicht in relevante wetgeving worden verwacht. Voor het belang van de overtreden bepaling is aangesloten bij het wettelijk boetemaximum van 1% of 10% van de totale jaaromzet en de daarop gebaseerde categorie-indeling. Voor de omvang van de marktorganisatie is aangesloten bij de Europese definities van kleine, middelgrote en grote ondernemingen. Hierin zijn kleine ondernemingen gedefinieerd als marktorganisaties met een omzet tot € 10 miljoen, middelgrote ondernemingen als marktorganisaties met een omzet van € 10 tot 250 miljoen en grote ondernemingen marktorganisaties met een omzet van € 250 miljoen of groter.

Inwerkingtreding

De wijzigingen van de Boetebeleidsregel ACM 2014 zullen gelijktijdig met de wet verhoging boetemaxima op 1 juli 2016 inwerking treden. Ten overvloede wordt opgemerkt dat het overgangsrecht zoals bepaald in de wet verhoging boetemaxima ook van toepassing is op de onderhavige wijzigingen die voortvloeien uit deze wet. Derhalve is het niet nodig overgangsrecht op te nemen.

4. Uitvoeringstoets en internetconsultatie

Een ontwerp van deze beleidsregel is voorgelegd aan de ACM voor een uitvoeringstoets. De ACM acht de regeling uitvoerbaar. Wel merkt de ACM op dat het de voorkeur verdient om in artikel II van de Boetebeleidsregel ACM 2014 expliciet te vermelden dat het overgangsrecht zoals bepaald in de wet verhoging boetemaxima van toepassing is op de wijziging van de boetebeleidsregel. In reactie daarop wordt verwezen naar paragraaf 3.1, onderdeel 4, waarin wordt opgemerkt dat het overgangsrecht zoals bepaald in de wet verhoging boetemaxima ook van toepassing is op de onderhavige wijzigingen die voortvloeien uit deze wet en het derhalve is het niet nodig overgangsrecht op te nemen.

Een ontwerp van deze beleidsregel is tevens openbaar geconsulteerd. Hierop zijn vier reacties ontvangen. Eén van de reacties vroeg naar hoe art. 2.5, lid 1 precies moet worden gelezen. Artikel 2.5 stelt dat de ACM de basisboete, in het geval dat aan een overtreder blijkens een wettelijke bepaling een maximale boete van € 900.000 dan wel, indien dat meer is, een promillage van de totale jaaromzet kan worden opgelegd, vaststelt binnen de bandbreedtes van in het artikel beschreven boete-categorieën. Met dit onderdeel wordt uitvoering gegeven aan de wettelijke boetemaxima zoals bepaald in de wet verhoging boetemaxima die per 1 juli 2016 gelden. Bijvoorbeeld wordt nadere invulling gegeven aan de verhoging van de boetemaxima en de introductie van zowel relatieve als absolute boetemaxima.

Enkele reacties gaan in op de als te hoog ervaren boetes. Eén van de reacties vraagt hierbij specifiek aandacht voor de als onredelijk ervaren boetes voor natuurlijke personen. Het doel van deze wijziging van de boetebeleidsregel is de Boetebeleidsregels weer te laten aansluiten op de wettelijke boetemaxima die per 1 juli 2016 gelden. In die inmiddels door het parlement aangenomen wet is geregeld dat de boetes voor overtredingen waar de ACM toezicht op houdt omhoog gaan, ook voor natuurlijke personen. De verhoging van de wettelijke boetemaxima komt voort uit de constatering dat het huidige systeem van boetemaxima een aantal tekortkomingen heeft, waardoor de preventieve afschrikwekkende werking van het systeem en de bereidheid tot naleving van de regels worden ondermijnd.

Een respondent vraagt zich af hoe de hogere boetemaxima zich verhouden tot de proportionaliteit zoals gesteld in artikel 2 en 3 van de concept-beleidsregel ’inzake de toepassing door de ACM van artikelen 13a tot en met 13k van de Postwet 2009’ (concept Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken over het ex ante toezicht op grond van de Postwet 2009, hierna: concept beleidsregel ex ante toezicht Postwet 2009). De concept beleidsregel ex ante toezicht Postwet 2009 ziet op het afwegingskader van ACM wanneer zij overweegt verplichtingen op te leggen aan een postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht. Die beleidsregel betreft aldus een ander onderwerp dan de onderhavige beleidsregels boetemaxima ACM 2014. De beleidsregel boetemaxima ACM 2014 komt pas in beeld, indien op grond van de artikelen 13a tot en met 13k van de Postwet 2009 een verplichting is opgelegd én ACM geconcludeerd heeft dat het postvervoerbedrijf waarop de verplichting rust, die verplichting niet (voldoende) naleeft. ACM kan dan ingrijpen door bijvoorbeeld een boete op te leggen. In dat geval gelden de vereisten uit voorliggende boetebeleidsregel ACM 2014.

Dezelfde respondent stelt ook vragen bij de verwerking van de stelregel dat een boete evenredig moet zijn. Zo wordt het opvallend gevonden dat wel tot een wijziging van de boetemaxima wordt overgegaan, maar niet tot nadere aanpassing van de boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden. Het doel van deze wijziging van de boetebeleidsregel is de Boetebeleidsregels weer te laten aansluiten op de wettelijke boetemaxima die per 1 juli 2016 gelden. De wijze waarop met het vraagstuk van evenredigheid wordt omgegaan is geen onderdeel van de wetswijziging. Ook los daarvan is er geen aanleiding om de beleidsregel op dat punt nader te specificeren. De ACM blijft de taak hebben bij het opleggen van boetes te kijken naar de omstandigheden van het geval.

II. Artikelen

Artikel I

A

Met dit onderdeel wordt verduidelijkt over welke periode de betrokken omzet wordt vastgesteld. Uitgangspunt is het laatste volledige kalenderjaar waarin de desbetreffende overtreding aan de orde is. Indien dat niet mogelijk is dan zal worden gekeken naar het kalenderjaar waarin het grootste gedeelte van de overtreding heeft plaatsgevonden. In het geval dat de overtreding in meerdere kalenderjaren heeft plaatsgevonden zal een factor van 1/12 per maand worden toegepast.

D

Met dit onderdeel wordt uitvoering gegeven aan de wettelijke boetemaxima zoals bepaald in de wet verhoging boetemaxima die per 1 juli 2016 gelden.

In het vierde lid is een ruimer afvlakmechanisme opgenomen dat ertoe strekt om het afvlakken geleidelijker te laten verlopen met dien verstande dat vanaf een omzet van € 250 miljoen geleidelijk minder omzet in aanmerking wordt genomen voor het bepalen voor de boetegrondslag.

F

Met dit onderdeel wordt bewerkstelligd dat de ACM aan opdrachtgevers en feitelijk leidinggevenden een boete kan opleggen van maximaal € 900.000 zoals dat is bepaald in de wet verhoging boetemaxima. Voorts wordt verduidelijkt binnen welke bandbreedtes de beboeting van natuurlijke personen wordt bepaald. Een opdrachtgever of feitelijk leidinggevende kan alleen overtreder zijn (en in de hoedanigheid van natuurlijke persoon worden beboet) indien de onderneming dat ook is.

G

Met dit onderdeel wordt een foutieve verwijzing hersteld.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp