Verkeersbesluit verkeersmaatregelenWestergracht Haarlem

Logo Haarlem

Nr. 2016/235814

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat Westergracht gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat Westergracht in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de weg die hiervoor benoemd is een weg is zoals bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor de genoemde weg;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem in het collegebesluit d.d. 26 november 2013 (nr. 2013/383676) is gemandateerd aan het afdelingshoofd Openbare Ruimte, Groen en Verkeer;

dat Westergracht in het Haarlems Verkeer- en Vervoersplan (HVVP) is gecategoriseerd als Gebiedsontsluitingsweg type B (50km/u);

dat op Westergracht – tussen Westerstraat en de Leidsevaart – onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden aan de hoofdrijbaan;

dat gecombineerd met deze onderhoudswerkzaamheden enkele overbodige verkeerstekens worden verwijderd en indien noodzakelijk worden aangebracht;

dat op de Westergracht - direct ten zuidoosten van de aansluiting met Westerstraat - in de huidige situatie bord ‘eenrichtingsweg in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- en trekdieren of vee’ (bord C2) is aangebracht;

dat het bord ter ondersteuning is geplaatst om te voorkomen dat verkeer vanuit Westerstraat, aan de verkeerde zijde van de rijbaan, linksaf langs de middengeleider richting Westergracht rijdt;

dat door de tevens aanwezige verplichte rijrichting rechtsaf op Westerstraat - en het ‘gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft’ (rechterzijde) - de ondersteunende maatregel van de eenrichtingsweg op de Westergracht overbodig is en kan worden verwijderd;

dat op de middengeleider op Westergracht, welke is gelegen ter hoogte van Westerstraat, een tweetal doorsteken voor fietsers is gesitueerd waarop haaientanden zijn aangebracht voor het gebruik in tweerichtingen;

dat het gebruik door fietsers in tweerichtingen niet wenselijk wordt geacht gezien de beperkte maatvoering en ligging van de oversteken;

dat daarom de haaientanden worden verwijderd zodat de doorsteek die het dichtste bij spoorkruising gelegen is gebruikt wordt door fietsers vanaf Westerstraat richting het zuidelijke fietspad en de meest oostelijke oversteek gebruikt wordt door fietsers vanaf het zuidelijke fietspad richting Westerstraat;

dat in de huidige situatie aan beide zijden van de rijbaan van Westergracht ‘verboden stil te staan’ (bord E2) ingesteld zijn;

dat deze borden met ‘verboden stil te staan’ kunnen vervallen omdat bestuurders op gebiedsontsluitingswegen zoals de Westergracht überhaupt hun voertuigen niet parkeren dan wel stil laten staan, omdat dit leidt tot blokkades en passeren dan vrijwel onmogelijk is;

dat op kruispunt Westergracht – Voorzorgstraat / Van Oosten de Bruynstraat een tweetal inritconstructies zijn gelegen welke niet voldoen aan de constructiekenmerken zoals deze zijn opgenomen in de landelijke richtlijnen;

dat omwille van de duidelijkheid omtrent de voorrangssituatie is gekozen om op kruispunt Westergracht – Voorzorgstraat / Van Oosten de Bruynstraat door middel van borden B6 en haaientanden de voorrang met de kruisende weg (Westergracht) te regelen;

dat op Westergracht diverse waarschuwingsborden zijn aangebracht die attenderen op voetgangers (bord J23) en fietsers en bromfietsers (bord J24) die overbodig zijn omdat ze op locaties zijn toegepast waar overstekende voetgangers, (brom)fietsers te verwachten zijn;

dat de voorrangsweg op Westergracht nabij de Leidsevaart in de huidige situatie wordt beëindigd met bord ‘einde voorrangsweg’ (bord B2);

dat bord ‘einde voorrangsweg’ niet hoeft te worden toegepast indien bord ‘verleen voorrang aan bestuurder op de kruisende weg’ (bord B6) wordt geplaatst, omdat borden B6 dezelfde betekenis heeft en dat daarom het bord B2 komt te vervallen;

dat in de huidige situatie op Westergracht, ter hoogte van overzijde Oranjeboomstraat - en ter hoogte van de overzijde Westerstraat - een bord ‘verleen voorrang aan bestuurder op de kruisende weg’ (bord B6) is geplaatst welke de voorrang regelt tussen het fietspad aan de zuidzijde Westergracht en de hoofdrijbaan van de Westergracht;

dat het fietspad aan de zuidzijde is aan te merken als dezelfde weg als de hoofdrijbaan Westergracht en dat fietsers die oversteken zijn aan te merken als bestuurders die afslaan op de dezelfde weg;

dat afslaande bestuurders, conform artikel 18 van het RVV 1990, altijd vrije doorgang moeten verlenen aan bestuurders die rechtdoor gaan op dezelfde weg;

dat bord B6 van toepassing is voor bestuurders op de kruisende weg en daarom in bovengenoemde situaties dient te worden verwijderd, waarbij alleen de haaientanden ter ondersteuning worden gehandhaafd;

dat in de huidige situatie op Menno Simonszweg bord B6 is geplaatst ter hoogte van de kruising met het tweerichtingen fietspad en nabij de aansluiting met de hoofdrijbaan;

dat bord B6 conform jurisprudentie alleen herhaald dient te worden als het fietspad en de hoofdrijbaan zijn aan te merken als aparte wegen;

dat om deze reden bord B6 op Menno Simonszweg, nabij de aansluiting op de hoofdrijbaan Westergracht, zal worden verwijderd;

dat in de huidige situatie op de aansluiting tussen het fietspad zuidwestzijde van Westergracht ter hoogte van de kruising met het tweerichtingen verplichte fietspad vanaf Jos Cuypersplein een bord B6 is geplaatst nabij de aansluiting met de hoofdrijbaan;

dat bord B6 nabij de hoofdrijbaan kan vervallen omdat het fietspad aan de zuidoostzijde en hoofdrijbaan Westergracht, ter hoogte van tweerichtingen verplichte fietspad Jos Cuypersplein, zijn aan te merken als dezelfde weg;

dat op Westergracht - tussen Van Oosten de Bruijnstraat en de middengeleider ter hoogte van de aansluiting met Leidsezijstraat - een doorgetrokken streep zoals bedoeld in artikel 76, lid 1 wordt gerealiseerd, waarbij het bestuurders verboden wordt zich links van de streep te bevinden;

dat ter hoogte van de aansluiting met Oranjeboomstraat de doorgetrokken streep onderbroken blijft om uitwisseling van verkeer tussen Oranjeboomstraat en Westergracht mogelijk te houden;

dat op Leidsevaart - ten zuidwesten van de aansluiting Westergracht - een verplicht fietspad is aangewezen in noordoostelijke richting welke daarnaast ook voorzien is van fietssymbolen zoals op een fietsstrook gebruikelijk zijn;

dat met het vervangen van de kademuur Leidsevaart bord G11 is verwijderd omdat de fietsstrook nu volgens de bijbehorende kenmerken is uitgevoerd;

dat de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen kunnen worden uitgevoerd door middel van het plaatsen/ verwijderen van de verkeersborden B2, B6, C2, E2 en G11 van bijlage 1 van het RVV 1990, het verwijderen van haaientanden conform artikel 1 van het RVV 1990 en het aanbrengen van een doorgetrokken streep conform artikel 76 van het RVV 1990;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen/ verwijderen van de verkeersborden B2, B6, C2, E2 en G11 van bijlage 1 van het RVV 1990, het verwijderen van haaientanden en het aanbrengen van een doorgetrokken streep een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde maatregel.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

  • -

    door middel van het verwijderen van haaientanden, conform artikel 80 van het RVV 1990 op de middengeleider Westergracht – ter hoogte van aansluiting Westerstraat – de doorsteken voor de fietsers dusdanig te markeren dat duidelijk wordt dat beide doorsteken slechts in éénrichting gebruikt dienen te worden;

  • -

    door middel van het verwijderen van borden E2 van bijlage 1 van het RVV 1990 op Westergracht aan beide zijden van de rijbaan de ‘verboden stil te staan’ op te heffen;

  • -

    door middel van het plaatsen van borden B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 – en het aanbrengen van haaientanden – op kruispunt Westergracht – Voorzorgstraat / Van Oosten de Bruynstraat de voorrang te regelen dusdanig dat bestuurders op Voorzorgstraat en Van Oosten de Bruynstraat voorrang dienen te verlenen aan bestuurders op Westergracht;

  • -

    door middel van het verwijderen van bord B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 de middels borden geregelde voorrangssituaties op te heffen tussen het zuidelijke fietspad en de hoofdrijbaan Westergracht:

    • ter hoogte van de overzijde Oranjeboomstraat;

    • ter hoogte van de overzijde Westerstraat;

  • -

    door middel van het aanbrengen van een doorgetrokken streep (conform artikel 76 van het RVV 1990) op Westergracht – tussen Van Oosten de Bruijnstraat en de middengeleider ter hoogte van aansluiting met Leidsezijstraat (inclusief korte onderbreking ter hoogte van de aansluiting Oranjeboomstraat) – een verbod in te stellen voor bestuurders om zich aan de linkerzijde van de streep te bevinden;

  • -

    door middel van het verwijderen van bord G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 op Leidsevaart - ten zuidwesten van de aansluiting met Westergracht - een verplicht fietspad in noordoostelijke richting wordt opgeheven, waarbij de fietsstrook (conform artikel 1 van het RVV 1990) voor fietsers in noordoostelijke richting van kracht blijft.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld op 23 - 06 2016 te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

R.Koning

Hoofd afdeling Openbare Ruimte, Groen en Verkeer

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in de Staatscourant. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in de Staatscourant bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven