Samenwerkingsprotocol tussen de Autoriteit Consument en Markt en Inspectie voor de Gezondheidszorg

Partijen,

Autoriteit Consument en Markt

en

Inspectie voor de Gezondheidszorg,

Overwegen het volgende:

  • dat een goede samenwerking tussen de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) een efficiënte en doelgerichte vervulling van de aan hen opgedragen taken bevordert;

  • dat op 1 april 2013 de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Iw) in werking is getreden. Vanaf die datum is ACM de rechtsopvolger van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit en de Consumentenautoriteit;

  • dat op grond van artikel 2, tweede lid, Iw ACM belast is met taken die haar bij of krachtens de Iw zijn opgedragen;

  • dat deze taken betrekking hebben op het mededingingstoezicht, sectorspecifiek markttoezicht en consumentenbescherming;

  • dat ACM op grond van artikel 2.2 van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) is belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij de Whc, voor zover de (intracommunautaire) inbreuk niet betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit;

  • dat ACM met het oog op intracommunautaire inbreuken krachtens artikel 2.3, tweede lid Whc is aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid van Verordening 2006/2004 voor de in onderdeel a van de bijlage bij de Whc genoemde wettelijke bepalingen, voor zover het niet betreft een financiële dienst of activiteit;

  • dat ACM krachtens artikel 2.3, eerste lid Whc is aangewezen als ‘verbindingsbureau’ voor Nederland als bedoeld in artikel 4, eerste lid Verordening 2006/2004;

  • Dat ACM krachtens artikel 2.3 derde lid Whc mede tot taak heeft de coördinatie van activiteiten van communautair belang, administratieve samenwerking en de verslaglegging bedoeld in de artikelen 16, 17 en 21 van verordening 2006/2004;

  • dat IGZ op grond van artikel 36, eerste lid van de Gezondheidswet onder meer tot taak het toezicht op de naleving en de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens wettelijke voorschriften op het gebied van de volksgezondheid heeft. Daarnaast is IGZ op grond van artikel 3.5 Whc aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel c van de bijlage bij de Whc;

  • dat ACM en IGZ met een samenwerkingsprotocol uitvoering geven aan artikel 5.1 van de Whc. Op basis van dat artikel kunnen ACM en IGZ afspraken maken over de wijze waarop zij samenwerken. De in dit samenwerkingsprotocol neergelegde afspraken zien op de samenwerking in het kader van effectief en doelmatig toezicht en het optreden tegen inbreuken op de consumentenwetgeving bedoeld in de onderdelen a en c van de bijlage bij de Whc. Ook zien de afspraken op de samenwerking ten aanzien van gemeenschappelijke activiteiten en verslaglegging bedoeld in de artikelen 16, 17 en 21 van Verordening 2006/2004.

Spreken het volgende af:

HOOFDSTUK 1 DEFINITIES EN DOEL VAN HET SAMENWERKINGSPROTOCOL

Artikel 1 Definities

  • 1. In dit samenwerkingsprotocol wordt verstaan onder:

    a. ACM:

    de Autoriteit Consument en Markt;

    b. IGZ:

    Inspectie voor de gezondheidszorg;

    c. Iw:

    Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

    d. Regeling:

    Regeling gegevensverstrekking ACM;

    e. Whc:

    Wet handhaving consumentenbescherming;

    f. Wmg:

    Wet marktordening gezondheidszorg;

    g. Verbindingsbureau:

    de overheidsorganisatie in elke lidstaat van de Europese Unie die is belast met de coördinatie van de toepassing van Verordening 2006/2004 in die lidstaat;

    h. Verordening 1/2003:

    Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag;

    i. Verordening 2006/2004:

    Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van wetgeving inzake consumentenbescherming;

    j. Commissiebeschikking:

    de beschikking van de Europese Commissie van 22 december 2006 ter uitvoering van Verordening 2006/2004.

  • 2. De in artikel 3 Verordening 2006/2004, artikel 2 Commissiebeschikking en artikel 1.1 Whc opgenomen definities zijn in dit samenwerkingsprotocol van toepassing.

Artikel 2 Doel

  • 1. Het doel van dit samenwerkingsprotocol is om algemene uitgangspunten voor samenwerking en afspraken vast te leggen over de uitwisseling van informatie tussen ACM en IGZ ten behoeve van de uitvoering van hun wettelijke taken.

  • 2. De in dit samenwerkingsprotocol vastgelegde afspraken hebben voorts betrekking op de samenwerking tussen:

    • a. ACM als verbindingsbureau en IGZ in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit bij de uitvoering van de hoofdstukken II en III van Verordening 2006/2004 inzake wederzijdse bijstand;

    • b. ACM en IGZ in het kader van de verplichtingen bedoeld in de artikelen 16, 17 en 21 van Verordening 2006/2004, waarvan ACM voor Nederland met de coördinatie is belast;

    • c. ACM en IGZ die als toezichthouders verantwoordelijk zijn voor handhaving van respectievelijk onderdeel a en onderdeel c van de bijlage bij de Whc.

HOOFDSTUK 2 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN SAMENWERKING

Artikel 3 Algemene uitgangspunten

ACM en IGZ spannen zich in elkaar zoveel mogelijk te ondersteunen en te versterken door samen op te treden in situaties waarin de samenwerking de effectiviteit van het toezicht van één of beide organisaties versterkt. In dat kader dragen zij zorg voor een snelle en zorgvuldige uitwisseling van informatie.

Artikel 4 Benutten expertise

ACM en IGZ staan elkaar op basis van hun eigen deskundigheid op verzoek met raad en daad bij als er sprake is van activiteiten die verband houden met de activiteiten van de ander of zaken waarover de andere partij de nodige kennis bezit.

Artikel 5 Contactpersonen

ACM en IGZ benoemen ieder vanuit hun organisatie een contactpersoon die het aanspreekpunt is voor hetgeen is afgesproken in dit samenwerkingsprotocol.

Artikel 6 Nadere werkafspraken

ACM en IGZ kunnen nadere werkafspraken maken ter uitvoering van dit samenwerkingsprotocol.

HOOFDSTUK 3 INFORMEREN EN INFORMATIE VERSTREKKING

Artikel 7 Wederzijds informeren

  • 1. ACM en IGZ spannen zich in elkaar zoveel mogelijk te informeren over aangelegenheden en signalen die van belang kunnen zijn voor de uitoefening van de wettelijke taken van de andere partij, voor zover wettelijke bepalingen en de effectiviteit van (handhavings)optreden hieraan niet in de weg staan.

  • 2. Indien ACM of IGZ constateert dat beide autoriteiten tegen een bepaalde gedraging handhavend kunnen optreden en/of dat gezamenlijk optreden gewenst is, neemt ACM respectievelijk IGZ hierover contact op met de ander om nadere werkafspraken te maken over de wijze van optreden in het desbetreffende geval.

  • 3. ACM en IGZ informeren elkaar zo spoedig mogelijk indien zich ontwikkelingen voordoen die naar verwachting van invloed zijn op de werkzaamheden van de andere partij, met name indien verwacht wordt dat dit op korte termijn het geval kan zijn.

  • 4. ACM en IGZ informeren elkaar voor zover nodig over de externe communicatie en stemmen deze voor zover nodig onderling af.

  • 5. ACM en IGZ stellen elkaar op de hoogte voordat zij informatie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, naar buiten brengen.

Artikel 8 Verstrekking van informatie

  • 1. ACM is op grond van artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de lw juncto artikel 2, eerste lid, onderdeel h van de Regeling bevoegd gegevens en inlichtingen te verstrekken aan IGZ voor zover dat noodzakelijk is voor de goede vervulling van de wettelijke taken van IGZ.

  • 2. IGZ verstrekt informatie aan ACM voor zover die informatie noodzakelijk is voor de goede vervulling van de wettelijke taken van ACM.

  • 3. ACM en IGZ handelen in het kader van geheimhouding naar de waarborgen genoemd in artikel 7, vierde lid, Iw.

  • 4. Bij het verstrekken van informatie neemt ACM de beperkingen in acht die voortvloeien uit Verordening 2006/2004. Daarnaast neemt ACM de beperkingen in acht die voortvloeien uit artikel 28 van Verordening nr. 1/2003.

  • 5. ACM en IGZ stellen elkaar op de hoogte voordat zij gegevens of inlichtingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, die zij aan elkaar hebben verstrekt, naar buiten brengen.

Artikel 9 Vertrouwelijkheid

Indien ACM of IGZ in het kader van de samenwerking de beschikking krijgt over informatie waarvan zij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden is zij tot geheimhouding van die informatie gehouden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift haar tot mededeling verplicht of uit haar taak de noodzaak tot openbaarmaking voortvloeit.

HOOFDSTUK 4 SAMENWERKING IN HET KADER VAN VERORDENING 2006/2004

4.1. Algemeen

Artikel 10 Algemene verantwoordelijkheden
  • 1. ACM als verbindingsbureau en IGZ in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit werken samen en treffen alle maatregelen die nodig zijn om Verordening 2006/2004 en de Whc effectief uit te voeren.

  • 2. Bij deze samenwerking zijn de geheimhoudingsbepalingen zoals opgenomen in artikel 13 Verordening 2006/2004 en artikel 2.24 Whc van toepassing.

4.2. Samenwerking inzake wederzijdse bijstand bij intracommunautaire inbreuken

Artikel 11 Verzoeken om wederzijdse bijstand afkomstig van een instantie in een andere lidstaat
  • 1. ACM zendt als verbindingsbureau verzoeken om wederzijdse bijstand als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van Verordening 2006/2004 onverwijld elektronisch door aan IGZ. Dit betreft verzoeken met betrekking tot de onder punt 6 van de considerans van die verordening genoemde taken.

  • 2. Indien ACM als verbindingsbureau een verzoek om wederzijdse bijstand heeft doorgestuurd, terwijl IGZ geen bevoegdheden heeft ten aanzien van de wettelijke bepalingen waarop het verzoek ziet, stelt IGZ ACM als verbindingsbureau hiervan onverwijld in kennis.

Artikel 12 Verzoeken om wederzijdse bijstand, gericht aan een instantie in een andere lidstaat 1. Indien IGZ een verzoek om wederzijdse bijstand wil doen aan een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat, zendt zij een ingevuld standaardformulier als bedoeld in artikel 12, derde lid, van Verordening 2006/2004, elektronisch toe aan ACM als verbindingsbureau.

2. ACM als verbindingsbureau zendt een verzoek om wederzijdse bijstand, afkomstig van IGZ en bestemd voor een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat, onverwijld door aan het verbindingsbureau van die lidstaat.

Artikel 13 Onverwijld in kennis stellen

Wanneer IGZ op grond van artikel 7 van Verordening 2006/2004 de Europese Commissie en de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten onverwijld in kennis stelt van een intracommunautaire inbreuk of een redelijk vermoeden heeft dat een intracommunautaire inbreuk kan plaatshebben, stelt zij krachtens artikel 3.13 van de Whc eveneens ACM daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 14 Coördinatie van markttoezicht- en handhavingsactiviteiten

Indien een situatie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van Verordening 2006/2004 zich voordoet, stelt IGZ ACM als verbindingsbureau hiervan in kennis en vindt hieromtrent overleg plaats.

4.3 De gemeenschappelijke activiteiten en verslaglegging (artikelen 16, 17 en 21 van Verordening 2006/2004)

Artikel 15 Gemeenschappelijke activiteiten
  • 1. Ter uitvoering van de artikelen 16 en 17 van Verordening 2006/2004 stelt IGZ jaarlijks, voor zover dit nodig is voor het bereiken van de doelstellingen van Verordening 2006/2004, ACM in kennis van alle relevante informatie met betrekking tot haar activiteiten van communautair belang op onder meer de gebieden als genoemd in artikel 16, eerste lid, en artikel 17, eerste lid, onderdelen a en e, van Verordening 2006/2004.

  • 2. IGZ verstrekt de in dit artikel genoemde informatie uiterlijk een maand nadat ACM hiertoe een verzoek heeft gedaan, zodat ACM tijdig verslag uit kan brengen aan de Europese Commissie.

Artikel 16 Verslaglegging
  • 1. Ten behoeve van de verslaglegging over de toepassing van Verordening 2006/2004 aan de Europese Commissie, zoals bedoeld in artikel 21 van die verordening, stelt IGZ ACM in kennis van de informatie als genoemd in artikel 21, derde lid, van Verordening 2006/2004.

  • 2. IGZ verstrekt de in dit artikel genoemde informatie uiterlijk een maand nadat ACM hiertoe een verzoek heeft gedaan, zodat ACM tijdig verslag uit kan brengen aan de Europese Commissie.

  • 3. ACM zorgt voor verspreiding van de samenvattingen bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel e, van Verordening 2006/2004 onder de in de Whc aangewezen bevoegde autoriteiten.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 17 Evaluatie

Na telkens twee jaar, of eerder indien daartoe aanleiding bestaat, wordt dit samenwerkingsprotocol en de uitvoering daarvan door ACM en IGZ gezamenlijk geëvalueerd. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar de praktische werkbaarheid van hetgeen in het samenwerkingsprotocol is vastgelegd en de wenselijkheid of noodzaak om dit samenwerkingsprotocol aan te passen of aan te vullen met werkafspraken.

Artikel 18 Vervallen samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit en Inspectie voor de Gezondheidszorg

Dit samenwerkingsprotocol treedt in de plaats van de afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport over de wijze van samenwerking tussen de Consumentenautoriteit en de Inspectie voor de Gezondheidszorg bij aangelegenheden inzake consumentenbescherming.

Artikel 19 Plaatsing Staatscourant

Dit samenwerkingsprotocol wordt in de Staatscourant geplaatst.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Dit samenwerkingsprotocol treedt in werking met ingang van de dag na publicatie ervan in de Staatscourant.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te Den Haag, 3 mei 2016

Autoriteit Consument en Markt, namens deze, C.A. Fonteijn Bestuursvoorzitter

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,Inspectie voor de Gezondheidszorg, namens deze, J.A.A.M. van Diemen Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg

Naar boven