Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
TielStaatscourant 2016, 32700Instelling gemeenschappelijke regelingen



GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING REGIONAAL ARCHIEF RIVIERENLAND

Logo Tiel

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Maasdriel, Neerijnen, Neder-Betuwe, Tiel en Zaltbommel;

 

overwegende:

 

dat hun gemeenten oog hebben voor de veranderende maatschappelijke behoeften ten aanzien van beheer, toegankelijkheid en gebruik van archieven in samenhang met toenemende wettelijke eisen en professionele ontwikkelingen als gevolg van onder meer informatie- en communicatietechnologie;

 

dat zij om die reden er voorstander van zijn om op dit beleidsveld in de regio Rivierenland de krachten te blijven bundelen en hun samenwerking te continueren;

 

dat als gevolg van de dualisering van de Archiefwet 1995 en de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen de samenwerking betrekking heeft op bevoegdheden van de colleges;

 

dat het met inachtneming van het voorgaande gewenst is de Gemeenschappelijke regeling “Regionaal Archief Rivierenland” te wijzigen

 

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Archiefwet 1995 en verkregen toestemming van de raden als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

 

besluiten:

 

over te gaan tot vaststelling van de Gemeenschappelijke regeling “Regionaal Archief Rivierenland”;

 

luidende als volgt:

 

1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    regeling: de gemeenschappelijke regeling Regionaal Archief Rivierenland;

  • b.

    Regionaal Archief: het openbaar lichaam Regionaal Archief Rivierenland, bedoeld in artikel 2;

  • c.

    deelnemers: de gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Maasdriel, Neerijnen, Neder-Betuwe Tiel en Zaltbommel;

  • d.

    Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland;

  • e.

    de directeur: de directeur, bedoeld in artikel 20, tevens archivaris, bedoeld in artikel 32, van de Archiefwet 1995;

  • f.

    wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • g.

    Archiefwet: de Archiefwet 1995, en

  • h.

    colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers.

     

Artikel 2

Er is een openbaar lichaam, genaamd Regionaal Archief Rivierenland, gevestigd te Tiel.

 

Artikel 3
  • 1.

    Het Regionaal Archief heeft tot doel het binnen het samenwerkingsgebied vervullen van de functie van regionaal kennis- en informatiecentrum op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis en vervult daartoe de volgende taken:

    • a.

      de zorg voor en het beheer van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden van de deelnemers;

    • b.

      het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de deelnemers voor zover deze niet zijn overgebracht;

    • c.

      de zorg voor en het beheer van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden van instanties die niet bestuurlijk in de regeling participeren en waaraan op contractbasis diensten worden verleend, en

    • d.

      het stimuleren van de lokale en de regionale geschiedbeoefening en het daartoe aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie relevant bronnenmateriaal op het gebied van de lokale- en regionale geschiedenis.

  • 2.

    Aan het bestuur van het Regionaal Archief worden, ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, de bevoegdheden van de colleges, bedoeld in artikel 30 en 32 van de Archiefwet overgedragen.

     

Artikel 4

Het Regionaal Archief kent de volgende bestuursorganen:

een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

 

2. ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 5
  • 1.

    De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen door de colleges uit hun midden. .

  • 2.

    Elk college wijst één lid en tevens één plaatsvervangend lid aan.

  • 3.

    De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode die gelijk is aan de zittingsperiode van het betreffende college. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van het betreffende college van burgemeester en wethouders afloopt.

  • 4.

    Een lid dat ophoudt lid van het college te zijn van de deelnemer waardoor hij of zij is aangewezen, houdt daarmee tevens op lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur te zijn.

  • 5.

    De colleges beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode over de in lid 3 genoemde aanwijzing.

  • 6.

    Indien tussentijds een zetel in het algemeen bestuur vacant komt, wijst het betreffende college volgens de hierboven omschreven procedure zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

     

Artikel 6

De directeur woont de vergaderingen van het algemeen bestuur bij. De directeur heeft in de vergadering een raadgevende stem.

 

Artikel 7
  • 1.

    Op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur zijn de artikelen 22 en 23 van de wet en de daarin vermelde artikelen uit de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

  • 3.

    Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar.

  • 4.

    Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald.

     

Artikel 8
  • 1.

    Alle bevoegdheden die niet of bij krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend, berusten bij het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het algemeen bestuur heeft, in aanvulling op het eerste lid, de volgende bevoegdheden:

    • a.

      het stellen van regels voor de zorg van zowel de niet naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden als de overgebrachte archiefbescheiden, als behorende tot het dienstarchief van het Regionaal Archief, waaronder mede wordt verstaan het vaststellen van de hoogte van de vergoeding van kosten met betrekking tot het raadplegen van archiefbescheiden;

    • b.

      het vaststellen van meer-jaren beleidsplannen;

    • c.

      het opstellen van voorwaarden voor toetreding en uitreding van deelnemers en het nemen van besluiten rondom toetreding en uittreding, en

    • d.

      regels stellen ten aanzien van het doen van investeringen in vaste activa.

  • 3.

    Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet.

  • 4.

    Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot:

    • a.

      het vaststellen of wijzigen van de begroting;

    • b.

      het vaststellen van de jaarrekening, en

    • c.

      het beslissen tot het verlenen van diensten aan andere partijen dan de gemeenten.

  • 5.

    Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.

     

3. DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 9
  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen in de eerste vergadering in zijn nieuwe samenstelling.

  • 2.

    Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur kan overgaan tot het instellen van een onderlinge taakverdeling of het toebedelen van aandachtsvelden.

     

Artikel 10

De directeur woont de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij, en neemt deel aan de beraadslaging.

 

Artikel 11

Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer ten minste twee leden, onder schriftelijk opgave van te behandelen onderwerpen, daarom verzoeken.

 

Artikel 12

Voor het overige zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur de regels van toepassing zoals die in een reglement zijn vastgelegd.

 

Artikel 13

Het dagelijks bestuur heeft de volgende taken en bevoegdheden:

  • a.

    de zorg voor de archiefbewaarplaats en de hierin berustende archieven voor de colleges op basis van artikel 30, van de Archiefwet 1995;

  • b.

    het erop toezien dat het toezicht door de directeur op het beheer op de niet naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van de deelnemers wordt uitgevoerd;

  • c.

    het aangaan van overeenkomsten met organisaties en instanties, niet zijnde deelnemers, voor het bewerken en beheren van door hun naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden;

  • d.

    het benoemen schorsen en ontslaan van de archivaris, bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995;

  • e.

    het voeren van het dagelijks bestuur van het Regionaal Archief;

  • f.

    beslissingen van het algemeen bestuur voorbereiden en uitvoeren;

  • g.

    regels vaststellen over de ambtelijke organisatie van het Regionaal Archief;

  • h.

    ambtenaren benoemen, schorsen en ontslaan;

  • i.

    besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het Regionaal Archief, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 8, vierde lid;

  • j.

    besluiten namens het Regionaal Archief, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;

  • k.

    het beheer van de activa en passiva;

  • l.

    de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het geldelijk beheer en de financiële administratie, en

  • m.

    het houden van voortdurend toezicht op alles wat het Regionaal Archief aangaat.

     

4. VOORZITTER

Artikel 14
  • 1.

    De voorzitter van het Regionaal Archief is zowel voorzitter van het algemeen bestuur als van het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. Uit de overige leden van het dagelijks bestuur wordt tevens een plaatsvervangend voorzitter aangewezen.

Artikel 15
  • 1.

    De voorzitter en de secretaris ondertekenen de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan.

  • 2.

    De voorzitter vertegenwoordigt het Regionaal Archief in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

    Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een van de deelnemers, die partij is in een geding c.q. overeenkomst waarbij het Regionaal Archief betrokken is, wordt het Regionaal Archief door de plaatsvervangend voorzitter vertegenwoordigd.

     

5. SECRETARIS

Artikel 16
  • 1.

    De directeur van het Regionaal Archief wordt door het dagelijks bestuur tevens aangewezen als secretaris van het algemeen- en van het dagelijks bestuur en staat in die hoedanigheid het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in hun taken.

  • 2.

    De plaatsvervangend directeur, als zodanig aan te wijzen door het dagelijks bestuur, fungeert als plaatsvervangend secretaris.

 

6. INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 17
  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid.

  • 2.

    Zij geven, gezamenlijk of ieder afzonderlijk, uit eigen beweging dan wel op verzoek van het algemeen bestuur of een of meer leden daarvan, aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid.

  • 3.

    De wijze van verantwoording, zoals aangegeven in lid 1 en 2, is nader uitgewerkt in het reglement van orde van het algemeen bestuur.

  • 4.

    Een verzoek zoals bedoeld in lid twee kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd zal zijn met belangen als bedoeld in artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuur.

  • 5.

    De leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorzitter.

     

Artikel 18
  • 1.

    Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, uit eigen beweging of op verzoek van de raden of van een of meer leden daarvan, alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde beleid.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur geeft, aan het college die dit lid heeft aangewezen, alle inlichtingen die door het college worden verlangd.

  • 3.

    De leden van het algemeen bestuur zijn aan de colleges, die hen hebben aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hen in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

  • 4.

    Het op verzoek verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid alsmede het afleggen van verantwoording als bedoeld in het derde lid geschiedt op de wijze zoals die in het reglement van orde is bepaald.

  • 5.

    Een verzoek zoals bedoeld in het eerste en tweede lid kan uitsluitend worden geweigerd indien het voldoen eraan strijdig is met belangen als bedoeld in artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuur.

     

Artikel 19

De colleges zijn bevoegd de door hen in het algemeen bestuur benoemde leden tussentijds ontslag te verlenen indien zij het vertrouwen van het college niet meer bezitten. Het college dat het betreft, wijst daarna zo snel mogelijk een nieuw lid aan.

 

7. PERSONEEL EN INRICHTING

Artikel 20
  • 1.

    Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en kan voor de directeur een instructie opstellen.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur benoemt de directeur tot archivaris als bedoeld in artikel 32 van de Archiefwet 1995. De archivaris is belast met het beheer van de archiefbewaarplaats, bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Archiefwet 1995 en, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Archiefwet 1995, voor zover de archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

     

Artikel 21

De directeur stelt jaarlijks een werkplan op binnen de kaders van het meerjarige beleidsplan en de begroting. Het dagelijks bestuur stelt het werkplan vast en biedt het ter kennisneming aan van het algemeen bestuur.

 

Artikel 22
  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt de rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vast.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur volgt bij de vaststelling van de regelingen, bedoeld in het eerste lid, zoveel mogelijk de rechtspositieregeling van de gemeente Tiel, inclusief de regelingen omtrent de bezoldiging.

     

Artikel 23

De organisatie van het Regionaal Archief wordt op voorstel van de directeur vastgesteld door het dagelijks bestuur.

 

8. FINANCIËN

Artikel 24
  • 1.

    Als grondslag voor het financiële beheer van het Regionaal Archief geldt een jaarlijks door het algemeen bestuur vast te stellen begroting van inkomsten en uitgaven, telkens voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar, waarvoor zij geldt, alsmede een vast te stellen rekening, telkens voor 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.

  • 2.

    Alvorens door het algemeen bestuur tot vaststelling c.q. voorlopige vaststelling van de begroting, een wijziging van die begroting of rekening wordt besloten krijgen de gemeenteraden minimaal 8 weken de gelegenheid zienswijzen tegen bedoelde (concept) stukken bij het algemeen bestuur in te dienen, conform de procedure zoals opgenomen in de Wet.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur voegt bij de jaarrekening een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, alsmede hetgeen het dagelijks bestuur verder voor zijn verantwoording noodzakelijk acht.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur overlegt aan de gemeenteraden van de deelnemers voor 1 april van elk jaar de algemene financiële- en beleidsmatige kaders voor het volgend jaar en de voorlopige jaarrekening over het afgelopen jaar.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde rekening en alle daarbij behorende stukken binnen 2 weken , maar in ieder geval voor 15 juli, aan Gedeputeerde Staten en aan de gemeenteraden van de deelnemers.

     

Artikel 25

In de netto kosten van het Regionaal Archief wordt door de deelnemers voorzien door middel van het betalen van een bijdrage per inwoner, waarvan de hoogte wordt bepaald bij de vaststelling van de begroting. De definitieve vaststelling van de gemeentelijke bijdragen vindt plaats in het kader van de vaststelling van de rekening. Bij de berekening naar rato van het aantal inwoners zijn leidend de volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarvoor de begroting was vastgesteld.

 

Artikel 26
  • 1.

    Het bepaalde in artikel 35, eerste en derde lid van de Wet is niet van toepassing op af- en overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere wijzigingen van de begroting, voor zover daaruit geen verhoging van de bijdrage per inwoner voortvloeit.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur biedt een voorstel tot af- en overschrijvingen of tot een andere wijziging bedoeld in het eerste lid uiterlijk drie weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan het algemeen bestuur aan. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond na de vaststelling aan de colleges gezonden.

  • 3.

    Voor het betalen van rente en aflossing van geldleningen en in rekening-courant opgenomen gelden staan de deelnemers garant voor zover ter zake door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt.

  • 4.

    De deelnemers nemen aan de garantie deel in verhouding tot de bijdragen als bedoeld in artikel 25 van deze regeling. Indien uit deze bepaling in enig jaar voor de deelnemers betalingsverplichtingen voortvloeien, worden deze aan de met de deelnemers te verrekenen bijdragen toegevoegd.

     

8a. ARCHIEFBEPALINGEN

Artikel 27 Zorg voor en beheer van archiefbescheiden

  • 1.

    Het dagelijks bestuur draagt de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het Regionaal Archief.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt regels betreffende de wijze waarop in het eerste lid bedoelde zorg dient te worden verricht. Deze regels worden aan Gedeputeerde Staten medegedeeld.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in het eerste lid bedoelde zorg.

     

Artikel 28 Beheer archief openbaar lichaam

  • 1.

    De directeur is belast met het beheer van de in artikel 27, eerste lid, bedoelde archiefbescheiden voor zover deze niet ingevolge artikel 27c, eerste lid, van de regeling zijn overgebracht.

  • 2.

    Bij opheffing van de regeling blijven alle onder beheer van de directeur staande archiefbescheiden berusten in de archiefbewaarplaats van het Regionaal Archief (of diens opvolger), tenzij ook deze vervalt. In het laatste geval wordt een voorziening getroffen conform artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995.

     

Artikel 29 Overbrenging van archiefbescheiden

  • 1.

    De op grond van artikel 12, eerste lid,van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden van het Regionaal Archief worden bewaard bij de archiefbewaarplaats van het Regionaal Archief.

  • 2.

    Nadat de in het eerste lid bedoelde archiefbescheiden zijn overgebracht worden zij beheerd door de directeur.

     

9. TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 30
  • 1.

    De toetreding van bestuursorganen van andere gemeenten of andere openbare lichamen is mogelijk. Aan een dergelijke toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden.

  • 2.

    Toetreding geschiedt na advies van het algemeen bestuur, bij besluit van de colleges, onverminderd artikel 1, tweede lid, van de wet.

     

Artikel 31
  • 1.

    Elk der colleges kan uit deze regeling treden met ingang van een begrotingsjaar, mits het opzeggende college het besluit daartoe tenminste 1 jaar voordien ter kennis heeft gebracht van de overige colleges.

  • 2.

    De gevolgen van uittreding worden geregeld in een tussen het Regionaal Archief en de uittredende deelnemer te sluiten vaststellingsovereenkomst. Het besluit tot vaststelling wordt ten minste 3 maanden voor het tijdstip van uittreding, genomen door het algemeen bestuur en behoeft tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast ten aanzien van de wijze waarop de gevolgen van de uitreding worden bepaald en in de vaststellingsovereenkomst worden vastgelegd. Dit besluit behoeft tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen.

  • 4.

    In de regeling als bedoeld in het derde lid wordt in ieder geval opgenomen dat ten behoeve van de vaststelling van de uittredingskosten een onafhankelijke registeraccountant wordt ingeschakeld. De opdracht daartoe wordt verstrekt door het algemeen bestuur in overleg met de uittredende deelnemer.

  • 5.

    De kosten van het opstellen van de vaststellingsovereenkomst komen voor rekening van het uittredende college.

  • 6.

    Nadat de vaststellingsovereenkomst is vastgesteld en goedgekeurd, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen 6 maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan het Regionaal Archief te voldoen.

  • 7.

    Het dagelijks bestuur ziet toe op de naleving van de op grond van de vaststellingsovereenkomst geldende verplichtingen.

     

Artikel 32
  • 1.

    Een wijziging van de regeling, anders dan in geval van uittreding en/of toetreding en de opheffing daarvan kan slechts geschieden, na advies van het algemeen bestuur, bij besluit van tenminste twee derde van het aantal colleges, onverminderd artikel 1, tweede lid, van de wet.

  • 2.

    Een opheffing van de regeling komt eerst tot stand nadat door alle colleges is ingestemd met en is voldaan aan een daarvoor opgesteld liquidatieplan.

     

10. SLOTBEPALING

Artikel 33
  • 1.

    De regeling treedt in werking op de dag na die waarop de kennisgeving in de Staatscourant als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de wet, is geplaatst.

  • 2.

    Het gemeentebestuur van Tiel zendt de regeling aan Gedeputeerde Staten en maakt de regeling bekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, tweede lid, van de wet.

  • 3.

    De regeling wordt voor onbepaalde tijd aangegaan.

  • 4.

    De regeling kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Archief Rivierenland 2016.

 

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van de gemeente ……………..in hun vergadering van……………………

de secretaris, de burgemeester,

 

TOELICHTING BIJ DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

Algemeen;

Per 1 januari 2015 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: wet) gewijzigd.

Hierbij is de dualisering, die voor de gemeenten al sinds 2002 is ingevoerd, nu deels doorgevoerd voor gemeenschappelijke regelingen. Hierdoor zijn bepaalde bevoegdheden van het Algemeen bestuur naar het Dagelijks bestuur gegaan. Bovendien is de verwijzing in de wet naar de oude Gemeentewet van voor 6 maart 2002 nu komen te vervallen,

 

Het duale stelsel is niet geheel ingevoerd, omdat samenwerking op grond van de wet verlengd lokaal bestuur betreft. De wet zelf bevat nu een helder systeem: de overgedragen bevoegdheden liggen bij het Algemeen bestuur tenzij dat in de regeling anders is bepaald, het Dagelijks bestuur en de voorzitter hebben eigen inherente bevoegdheden, het Algemeen bestuur kan delegeren aan het Dagelijks bestuur. Besluiten over personeel en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen liggen nu bij het Dagelijks bestuur.

 

Verder bevat de wet nieuwe regels over de bekendmaking van de gemeenschappelijke regeling en van de besluiten van het bestuur.

 

Ook het financiële hoofdstuk in de wet is aangepast, er gelden ruimere termijnen voor het aanleveren van stukken. Hierdoor kunnen de verschillende begrotingscycli beter op elkaar worden afgestemd en krijgen de raden meer invloed op de besluitvorming. Overigens werden deze termijn al in de vorige regelingstekst opgenomen en nageleefd. Nieuwe bepalingen betreffen ook het toezenden van een kadernota aan de raden voorafgaand aan het toezenden van de concept begroting en het toezenden van de concept jaarrekening.

 

De wet biedt een overgangstermijn van een jaar waarbinnen bestaande gemeenschappelijke regelingen aangepast moeten worden aan de wetswijzigingen. Ook de regeling van het RAR behoeft aanpassingen. Het gaat vooral om de genoemde bevoegdheden van de bestuursorganen.

 

Dualisering Archiefwet 1995

Zoals gezegd is de dualisering in de Gemeentewet ingevoerd per 6 maart 2002. Daarna heeft de wetgever in stappen diverse bijzondere wetten aangepast aan dit nieuwe bestuurssysteem. Ook de Archiefwet 1995 is daarop aangepast. De taken waarvoor wordt samengewerkt in de gemeenschappelijke regeling van het RAR zijn vermeld in artikel 3 van de regeling.

 

Het gaat vooral om de zorg voor en het beheer van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden van de deelnemers en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de deelnemers. De Archiefwet legt deze taken en bevoegdheden bij de colleges. Door deze verschuiving is er nu aanleiding de opzet van de samenwerking in het RAR hierop aan te passen. Deze verschuiving heeft immers ook consequenties voor de aanwijzing van de leden van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Waar bij een gemengde regeling (waarin zowel raden als colleges deelnemen) de raden de bestuursleden aanwijzen (uit hun midden of uit het college), is dat bij een collegeregeling anders. In dat geval wijzen de colleges de bestuursleden aan uit hun midden aan.

 

De regeling moet nu worden omgevormd van een gemengde regeling, naar een collegeregeling. Deze omvorming is aanleiding een integrale nieuwe tekst vast te laten stellen.

 

Bij het ontwerpen van een nieuwe regeling heeft de vigerende regeling van het RAR als raamwerk gediend.

 

1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 3

In dit artikel zijn doel en taak van het Regionaal Archief Rivierenland op een meer eigentijdse wijze weergegeven. Aan dit artikel is nu ook een lid toegevoegd waarin is bepaald welke bevoegdheden de colleges overdragen aan het bestuur voor de uitvoering van de taken.

 

Onder meer is aangehaald dat tot de taak behoort de zorg voor- en het beheer van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden van de deelnemers. Daarmee is aangesloten bij de tekst van artikel 30 van de Archiefwet. In de memorie van toelichting bij de Archiefwet 1995 zijn deze begrippen nader gedefinieerd. Onder “zorg” wordt de bestuurlijke verantwoordelijkheid verstaan en onder “beheer” de ambtelijke uitvoering van de werkzaamheden.

Ten aanzien van de naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefstukken en documentatiemateriaal wordt door de deelnemers dus niet alleen het beheer overgedragen aan de archiefdienst, maar ook alle aspecten van de bestuurlijke verantwoordelijkheid.

Daaronder valt niet de verantwoordelijkheid ten aanzien van het voorzien in voldoende financiële middelen ten behoeve van de uitvoering van de taken van de archiefdienst.

Die verantwoordelijkheid berust bij de deelnemers en zij vullen die verantwoordelijkheid in door middel van de vaststelling van de jaarlijkse begroting en de bijdrage per inwoner.

 

Artikel 5

Dit artikel regelt de bestuurssamenstelling van het algemeen bestuur. Bij een collegeregeling wijzen de colleges uit hun midden de leden van het algemeen bestuur aan. Dit is wettelijk geregeld in artikel 13, zesde lid, van de wet. In het verleden was sprake van een gemengde regeling waarbij zowel de raden als de colleges deelnamen in de regeling. De raden wezen ieder twee leden aan. Nu wordt er per deelnemend college een lid aangewezen. Als gevolg hiervan wordt de omvang van het bestuur beperkter. Dit werkt door in de samenstelling van het Dagelijks bestuur, zie artikel 9 van de regeling.

 

Artikel 8

In artikel 8 zijn de bevoegdheden van het algemeen bestuur opgenomen. Daarin is nu expliciet bepaald dat het algemeen bestuur bevoegd is privaatrechtelijke rechtspersonen op te richten. Het voornemen hiertoe wordt eerst voor een wensen- en bedenkingenprocedure toegezonden aan de raden van de deelnemers. Gelet op de zwaarte van het besluit is ervoor gekozen op te nemen dat het algemeen bestuur hiertoe besluit bij twee derde meerderheid van uitgebrachte stemmen. De wet vereist een dergelijke bepaling in de regeling wil het algemeen bestuur daartoe bevoegd zijn. Als een dergelijke bevoegdheid niet expliciet is opgenomen, bestaat deze bevoegdheid niet. Onder vigeur van de voorgaande versie van de wet was dit een inherente bevoegdheid van het openbaar lichaam als rechtspersoon.

 

Artikel 8a

Bedoeld wordt het vaststellen van een archiefverordening voor het Regionaal Archief.

 

3. DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 9

In artikel 5 wordt de samenstelling van het algemeen bestuur beschreven. Het Algemeen bestuur wijst de leden van het Dagelijks bestuur uit zijn midden aan, zie ook artikel 14 van de wet. Het Dagelijks bestuur bestaat voortaan uit een voorzitter en twee leden, terwijl er voorheen sprake was van een lid per deelnemende gemeente (in 2015 waren dat acht gemeenten). Door deze wijziging vervalt de behoefte aan een kern Dagelijks bestuur.

Net als in het verleden, kan er binnen het dagelijks bestuur qua rol van de leden worden gekomen tot toebedeling van taken en aandachtsvelden waardoor, desgewenst, verdieping kan ontstaan, uiteraard met het volledige behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de directeur.

De benoeming van al het personeel, inclusief directeur, geschiedt sinds de wijziging van de wet per 1 januari 2015 door het dagelijks bestuur. Zie artikel 13 van de regeling voor de bevoegdheden van het Dagelijks bestuur.

 

Artikel 13, onder a

De zorg door de colleges van burgemeester en wethouders voor de archiefbewaarplaats en daarin berustende archieven is vastgelegd in de archiefverordeningen van de aangesloten gemeenten

 

Artikel 13, onder b

Het gaat hier niet om inhoudelijke betrokkenheid. De gemeentelijke archiefverordeningen regelen de bevoegdheden en verplichtingen van de bij het toezicht betrokken partijen, te weten de bestuurscolleges, de archivaris en de medewerkers van de betreffende organisaties. Omdat dit toezicht een kerntaak van het Regionaal Archief is, ziet het dagelijks bestuur erop toe dat dit ook plaatsvindt.

 

7. PERSONEEL EN INRICHTING

Artikel 20.1:

De Functie van directeur en streekarchivaris is bij het Regionaal Archief een personele unie. De streekarchivaris is door de afzonderlijke colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en andere besturen als archivaris benoemd. Art.32, derde lid, van de Archiefwet vermeldt dat de archivaris door het college wordt benoemd, geschorst en ontslagen.

 

8. FINANCIËN

Artikel 24-26

De artikelen 24 tot en met 26 regelen de financiële aspecten van het Regionaal Archief in overeenstemming met het bepaalde de Wet gemeenschappelijke regelingen.

De termijnen zijn exact op de wet afgestemd en de tekst is vereenvoudigd.

In alle gevallen is bij de bepaling van het inwoneraantal de informatie per 1 januari van het betreffende jaar van de zijde van het CBS leidend.

 

Artikel 26 derde lid moet worden opgenomen als het openbaar lichaam verplichtingen in de vorm van geldleningen heeft aangegaan. Geldverstrekkende instellingen stellen dit als voorwaarde. Deze verplichting is uitgewerkt in de circulaire van de Minister van BZK dd. 8 juli 1999.

 

8a. ARCHIEFBEPALINGEN

Artikelen 27-29

Deze artikelen ontbraken in de oude regeling en regelen de zorgplicht voor de eigen archiefbescheiden conform de Archiefwet.

 

9. TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 30

In dit artikel zijn regels opgenomen voor het geval een deelnemer wil uittreden.

Bij toe- en uittreding zullen de raden toestemming moeten verlenen voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling op grond van artikel 1, derde lid, van de wet.

 

10. SLOTBEPALING

Artikel 33

Met dit artikel wordt voldaan aan de voorschriften van artikel 26 van de wet .

Het gemeentebestuur van Tiel zorg draagt voor de toezending aan Gedeputeerde Staten van deze regeling en voor de bekendmaking ervan. Hetzelfde geldt voor de besluiten tot wijziging, toe- en uittreding en opheffing (zie artikel 26, vierde lid, van de wet).