Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HeemstedeStaatscourant 2016, 3097Instelling gemeenschappelijke regelingen



Gemeenschappelijke regeling Samenwerking Sociale Zaken 2016

Logo Heemstede

 

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Heemstede, Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn:

 

Overwegende dat voor een doelmatige uitvoering van de gemeentelijke taken op het gebied van werk, inkomen en zorg intergemeentelijke samenwerking wenselijk is;

 

Besluiten met toestemming van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten

de volgende ‘Gemeenschappelijke regeling Samenwerking Sociale Zaken 2016’ aan te gaan.

Artikel 1 Algemene bepalingen

Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:

  • a.

    Uitvoeringsorganisatie: de intergemeentelijke afdeling Sociale Zaken (IASZ) van de gemeente Heemstede;

  • b.

    Gemeente(n): de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de deelnemende gemeenten, ieder voor zover zij bevoegd zijn;

  • c.

    Regeling: Gemeenschappelijke regeling Samenwerking Sociale Zaken 2016;

  • d.

    Jaarplan: plan waarin de door de Uitvoeringsorganisatie te verrichten werkzaamheden, de prestatieafspraken en de in te zetten middelen voor het opvolgende kalenderjaar worden uitgewerkt;

  • e.

    Verantwoordinginformatie: beschrijving van uitgevoerde werkzaamheden en activiteiten, de opgeleverde resultaten en de daarvoor ingezette middelen;

  • f.

    Portefeuillehoudersoverleg sociale zaken: periodiek bestuurlijk overleg van de wethouders sociale zaken.

Artikel 2 Doel en reikwijdte van de regeling

  • 1.

    De Regeling wordt getroffen ter behartiging van het belang van een goede uitvoering van de gemeentelijke taken op het gebied van werk, inkomen en zorg.

  • 2.

    De Uitvoeringsorganisatie wordt belast met:

    • a.

      Beleidsadvisering: op het gebied van werk en inkomen (Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004, Sociale Werkvoorziening, bijzondere bijstand en minimabeleid, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening).

    • b.

      Uitvoerende taken: op het gebied van werk en inkomen (Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004, bijzondere bijstand en minimabeleid, Wet inburgering, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Regeling gehandicaptenparkeerkaart).

    • c.

      De backofficetaken voor de WMO 2015 en de Jeugdwet zoals opgenomen in het jaarplan.

    • d.

      Het leveren van een personele bijdrage ten behoeve van het WMO-loket van de Gemeenten conform de afspraken in het jaarplan.

    • e.

      De uitvoering van andere wetten, besluiten en regelingen op het gebied van werk en inkomen waarvan de uitvoering aan de Gemeenten is of wordt opgedragen.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in lid 2 onder e kunnen de Gemeenten besluiten om de uitvoering van wetten, besluiten en regelingen op het gebied van werk en inkomen, die in werking treden na het aangaan van deze Regeling, niet onder te brengen bij de Uitvoeringsorganisatie.

Artikel 3 De Uitvoeringsorganisatie

  • 1.

    Voor de behartiging van het in artikel 2, lid 1 genoemde belang worden de bevoegdheden van de gemeenten ingevolge de in artikel 2, lid 2 genoemde wetten en regelingen uitgeoefend door de Uitvoeringsorganisatie, met inachtneming van het overige in deze Regeling bepaalde.

  • 2.

    De verantwoordelijkheid voor de organisatorische vormgeving van de Uitvoeringsorganisatie ligt bij het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie.

  • 3.

    De hiërarchische aansturing van het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie, inclusief alle aangelegenheden van rechtspositionele aard, ligt bij de gemeente Heemstede.

  • 4.

    Openvallende en nieuwe vacatures worden, in overeenstemming met het Jaarplan genoemd in artikel 6, ingevuld door de gemeente Heemstede.

  • 5.

    Bij een voorgenomen voorziening in de functie van het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie vindt daarover afstemming plaats in het portefeuillehoudersoverleg als bedoeld in artikel 4.

  • 6.

    Aan de verantwoordingsplicht naar het Rijk, naar vorm en inhoud bepaald in of krachtens de in artikel 2, lid 2, onder a en b vermelde wetten en regelingen, wordt namens de deelnemende Gemeenten voldaan door de Uitvoeringsorganisatie.

  • 7.

    Aan de interne verantwoording en de verantwoordingsplicht naar het Rijk van de WMO 2015 en de Jeugdwet wordt door de individuele gemeenten voldaan. De Uitvoeringsorganisatie levert daartoe benodigde en bij de Uitvoeringsorganisatie aanwezige informatie.

  • 8.

    De bevoegdheid tot het nemen van besluiten ingevolge de in artikel 2, lid 2, onderdeel b genoemde wetten en regelingen is gemandateerd aan het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie. De besluitvorming inzake de WMO 2015 en de Jeugdwet is voorbehouden aan de individuele gemeenten waarbij tekenmandaat kan worden verleend aan het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie.

  • 9.

    Het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie neemt geen besluiten terzake van vaststelling en wijziging van beleid.

  • 10.

    Het beslissen op bezwaarschriften blijft voorbehouden aan de Gemeenten. De voorbereiding op de beslissing op bezwaarschriften én de behandeling van beroepschriften vindt plaats op de in de Gemeenten gebruikelijke wijze, met dien verstande dat de Uitvoeringsorganisatie zorgdraagt voor alle voor de behandeling van het bezwaarschrift benodigde gegevens, verweerschriften, pleitnotities en de vertegenwoordiging van het bestuursorgaan in hoorzittingen.

  • 11.

    De Uitvoeringsorganisatie verricht haar werkzaamheden vanuit de gemeente Heemstede. In de andere Gemeenten wordt door de Uitvoeringsorganisatie voorzien in een spreekuurfunctie op afspraak, waar klantcontacten kunnen plaatsvinden als daar behoefte aan is.

Artikel 4 Portefeuillehoudersoverleg Sociale Zaken

  • 1.

    Er is een portefeuillehoudersoverleg. De Gemeenten worden daarin vertegenwoordigd door één portefeuillehouder per gemeente.

  • 2.

    Het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie neemt deel aan het portefeuillehoudersoverleg en vervult de rol van secretaris. Het hoofd heeft geen stemrecht, wel een adviserende rol. Desgewenst kunnen ook ambtenaren van Gemeenten bij dit overleg aanwezig zijn.

  • 3.

    Het portefeuillehoudersoverleg vindt minstens twee maal per jaar plaats.

  • 4.

    Het portefeuillehoudersoverleg betreft in ieder geval:

    • a.

      de beoordeling van het Jaarplan;

    • b.

      de instemming om bij goedkeuring van het Jaarplan, de financiële consequenties daarvan te verwerken in de begrotingen van de Gemeenten;

    • c.

      de evaluatie van de Regeling, alsmede de voorbereiding tot het aanpassen van de Regeling (zoals toetreding nieuwe deelnemers, uitbreiding/inkrimping dienstverlening aan organisaties). Besluiten hierover dienen unaniem te zijn.

Artikel 5 Beleid

De Uitvoeringsorganisatie verzorgt de beleidsvoorbereiding voor de in artikel 2, lid 2, onderdeel a vermelde regelgeving. De bevoegdheid tot het vaststellen van beleid blijft bij de deelnemende Gemeenten.

Artikel 6 Jaarplan en verantwoordingsinformatie

  • 1.

    Op voorstel van het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie stelt het portefeuillehoudersoverleg een Jaarplan vast.

  • 2.

    Vaststelling van het Jaarplan vindt plaats vóór 31 december van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop het plan betrekking heeft.

  • 3.

    Op basis van het Jaarplan levert het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie verantwoordingsinformatie aan de afdelingen Welzijn van de deelnemende Gemeenten.

  • 4.

    De Uitvoeringsorganisatie levert aan de deelnemende gemeenten: de jaarrekening van de GR; de begroting, de voorjaarsnota en najaarsnota van de GR (m.u.v. WMO en Jeugdwet) en de periodieke financiële overzichten WMO en Jeugdwet. Er vindt intergemeentelijk afstemming plaats over het moment van levering.

  • 5.

    De Uitvoeringsorganisatie levert aan de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten: periodiek een inzage in de budgetontwikkelingen van de Participatiewet, IOAW, IOAZ, bijzondere bijstand, minimabeleid en schuldhulp.

Artikel 7 Financiële bepalingen

  • 1.

    De gemeente Heemstede brengt de volgende apparaatskosten bij de deelnemende Gemeenten in rekening:

  • a.

    salariskosten: de salariskosten van de medewerkers van de Uitvoeringsorganisatie tot het maximale bedrag behorende bij de functionele salarisschaal; de eventuele meerkosten, met uitzondering van de onder b genoemde bijzondere beloningen, worden gedragen door de gemeente waar de medewerker tot het moment van indiensttreding bij de gemeente Heemstede in dienst was;

  • b.

    bijzondere beloningen: de kosten van bijzondere beloningen die de gemeente Heemstede toekent op basis van het functioneren van de medewerker in de Uitvoeringsorganisatie;

  • c.

    automatisering: de werkelijke kosten van de door de Uitvoeringsorganisatie gebruikte software, voor zover specifiek aangeschaft dan wel gehuurd, voor de uitvoering van de in artikel 2 genoemde taken;

  • d.

    overhead: de overige kosten verbonden aan de uitvoering door de Uitvoeringsorganisatie van de in artikel 2, lid 2 genoemde taken is gelijk aan het aantal formatieplaatsen van de Uitvoeringsorganisatie (exclusief loketfuncties) vermenigvuldigd met de overheadkosten per formatieplaats gebaseerd op het door de Directie Accountancy Rijksoverheid van het Ministerie van Financiën vastgestelde tarief voor overheadkosten (het DAR-tarief) in het voorafgaande jaar.

    Voor loketfuncties wordt geen overhead berekend omdat de taken van de frontoffice voornamelijk in de gemeentelijke loketten worden uitgevoerd, waarvoor de betreffende gemeenten al op enigerlei wijze de indirecte kosten voor hun rekening nemen.

  • 2.

    De toerekening van de in lid 1 onder a, b, c en d genoemde apparaatskosten vindt plaats naar het inwonertal op 1 januari van het jaar waarover de kostenverdeling plaatsvindt.

  • 3.

    Werkzaamheden die niet zijn opgenomen in het Jaarplan en/of de daarop gebaseerde begroting van de Uitvoeringsorganisatie, worden tegen kostprijs afzonderlijk met de betreffende gemeente verrekend.

  • 4.

    De Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de kosten die voortkomen uit aanspraken van derden die voortvloeien uit de uitvoering van de in artikel 2 vermelde regelgeving voorafgaand aan de uitvoering daarvan door de Uitvoeringsorganisatie.

  • 5.

    Jaarlijks zal door de Uitvoeringsorganisatie per gemeente een begroting, een voorjaarsnota en een najaarsnota worden opgesteld met betrekking tot de onder artikel 2, tweede lid, onder b genoemde taken. Deze bestaat uit een exploitatieoverzicht met toelichting. Hierin zijn ook de in lid 1 genoemde apparaatskosten opgenomen. Over het tijdstip van aanlevering van deze producten zullen jaarlijks afspraken worden gemaakt.

  • 6.

    De Gemeenten betalen aan de gemeente Heemstede per kwartaal een voorschot dat gelijk is aan 25% van het in de begroting opgenomen bedrag en wel op 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november van ieder jaar. Dit voorschot wordt verhoogd met een jaarlijks door de gemeenten nader vast te stellen bedrag voor de bekostiging van de maatwerkvoorzieningen WMO en de individuele voorzieningen Jeugdwet.

  • 7.

    De Gemeenten betalen de van het Rijk ontvangen maandelijkse voorschotten van de twee specifieke doeluitkeringen BUIG (Participatiewet, IOAW en IOAZ) en BBZ één op één direct door aan de gemeente Heemstede. Dit geldt ook voor de eventuele afrekeningen van het Rijk. Eventueel aan het Rijk terug te betalen bedragen kunnen worden verrekend met de ontvangen voorschotten.

  • 8.

    Jaarlijks zal door de Uitvoeringsorganisatie per gemeente een jaarrekening met betrekking tot de onder artikel 2, tweede lid, onder b genoemde taken worden opgesteld. Deze bestaat uit een exploitatieoverzicht, een balans met toelichting en de SiSa verantwoordingsbijlage.

    Over de accountantscontrole alsmede over het tijdstip van aanlevering zullen jaarlijks afspraken worden gemaakt.

  • 9.

    Jaarlijks zal door de gemeente Heemstede bij de eindafrekening per gemeente een renteverrekening worden opgesteld. Rente wordt berekend over de eindsaldi per maand. Voor debet en creditrente zal worden uitgegaan van respectievelijk het percentage van opgenomen en uitgezet daggeld van de BNG.

Artikel 8 Archief

  • 1.

    De gemeente Heemstede is belast met de zorg voor de bewaring en het beheer van de archief bescheiden van de Uitvoeringsorganisatie.

  • 2.

    Ten aanzien van die archiefbescheiden zijn de voorschriften, zoals die voor de gemeente Heemstede zijn of nader zullen worden vastgesteld, van toepassing.

Artikel 9 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

  • 1.

    Toetreding tot de Regeling door andere gemeenten behoeft goedkeuring van de Gemeenten.

  • 2.

    Deze regeling kan worden gewijzigd, dan wel worden opgeheven na een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van de Gemeenten.

  • 3.

    De Gemeenten kunnen gezamenlijk besluiten tot opheffing van de regeling. In dat geval stelt de gemeente Heemstede een liquidatieplan op met daarin opgenomen de financiële gevolgen van de opheffing. Deze komen voor rekening van de Gemeenten gezamenlijk.

  • 4.

    Een Gemeente kan tot uittreding besluiten. Uittreding vindt niet eerder plaats dan per 31 december van enig jaar, met inachtneming van een termijn van aanzegging aan de andere gemeenten van tenminste twee jaar.

    De financiële gevolgen van uittreding, inclusief de daardoor ontstane wachtgeldverplichtingen, komen voor rekening van de uittredende gemeente.

  • 5.

    Voor de vaststelling van de financiële gevolgen van uittreding als bedoeld in lid 4, wordt voorafgaande aan die uittreding door de Gemeenten gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor de Gemeenten bindend. De kosten van het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

  • 6.

    In geval de uitvoering van bepaalde wetten, besluiten en regelingen ondergebracht in de Uitvoeringsorganisatie, niet langer onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt en dit leidt tot een zodanige vermindering van taken dat dit gevolgen heeft voor de omvang van de Uitvoeringsorganisatie, dan zijn de deelnemende Gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor deze gevolgen, inclusief de financiële gevolgen waaronder eventuele wachtgeldverplichtingen.

Artikel 10 Geschillenregeling

  • 1.

    De Gemeenten verplichten zich om in geval van een geschil over de inhoud en/of uitvoering van de Regeling met elkaar in overleg te treden waarbij zal worden getracht het geschil in der minne te beslechten.

  • 2.

    Wanneer de Gemeenten uiterlijk na twee maanden vaststellen dat het geschil niet in der minne beslecht kan worden, dan leggen zij het geschil voor aan gedeputeerde staten of een rechter.

Artikel 11 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze Regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    De Gemeenschappelijke regeling Samenwerking Sociale Zaken 2009 is met ingang van 1 januari 2016 ingetrokken.

  • 3.

    Deze Regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling Samenwerking Sociale Zaken 2016’ .

  • 4.

    De colleges van burgemeester en wethouders van de Gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor bekendmaking van de regeling. De gemeente Heemstede draagt zorg voor de verplichting om de gemeenschappelijke regeling te zenden aan gedeputeerde staten van de provincie Noord Holland ingevolge artikel 26 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen.

  • 5.

    Rekenkamer(commissie)s van de Gemeenten afzonderlijk en/of in samenwerking worden in staat gesteld om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke uitoefening van de rekenkamer- of rekenkamercommissie taak nodig is.

     

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de Gemeenten:

 

Heemstede:

22 december 2015

 

Bloemendaal:

17 november 2015

 

Haarlemmerliede en Spaarnwoude:

15 december 2015