TJZ/KVV
2016
Burgemeester en wethouders van Echt-Susteren;
overwegende, dat de gemeenteraad in 2006 het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan 2006 heeft vastgesteld;
dat onderdeel van dit plan is dat op termijn voor alle gemeentelijke wegen gelegen buiten de bebouwde kom een 60 zone wordt ingesteld;
dat het gedeelte van de Gebroekerstraat dat ligt buiten de bebouwde kom, een snelheid van 80 km per uur kent;
dat het aldus wenselijk is dat voor dit gedeelte van de Gebroekerstraat een zone wordt ingesteld van 60 km per uur;
dat deze maatregel de objectieve alsmede de subjectieve verkeersveiligheid van al het verkeer verhoogt;
dat de weginrichting zich hier goed voor leent;
dat deze maatregel de leefbaarheid en de herkenbaarheid van wegen conform het beleid Duurzaam Veilig vergroot;
dat de invoering van deze maatregel niet leidt tot rechtstreekse en ingrijpende beïnvloeding van het verkeer op andere wegen;
dat deze maatregel noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de belangen gesteld in artikel 2, lid 1 en 2, van de Wegenverkeerswet 1994;
dat de Gebroekerstraat in beheer is bij de gemeente Echt-Susteren;
dat over deze maatregel overleg gevoerd is met de taakaccenthouder verkeer van de basiseenheid Echt-Susteren-Roerdalen van de politie Limburg District Midden-Limburg en dat deze niet positief adviseert;
dat desalniettemin dit besluit wordt genomen aangezien de Gebroekerstraat geen aparte voorzieningen voor fietsers kent en aldus de verkeersveiligheid voor fietsers het beste gewaarborgd is indien de snelheid van gemotoriseerd verkeer teruggebracht wordt;
alsmede dat de huidige straatjuweeltjes gehandhaafd blijven en worden uitgebreid om het nieuwe snelheidsregime fysiek af te dwingen;
en ten slotte dat vanwege de dichte ligging van de aanwezige bomen ten opzichte van de rijbaan, de verkeersveiligheid gediend is met een lager snelheidsregime;
dat voor zover belanghebbenden nadelige gevolgen ondervinden van het verkeersbesluit deze niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dit besluit te dienen doelen (artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht);