Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2016, 2898Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 18 januari 2016, nr. 15129861, houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter bescherming van de teelt van vlas tegen Phoma exigua var. Linicola, Alternaria linicola (Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de teelt van vlas tegen Phoma exigua var. Linicola en Alternaria linicola, 2016)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

BESLUIT:

Artikel 1

Tijdelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt verleend voor het gebruik van het middel Beret Gold 025 FS (11943 N) ter bescherming van de teelt van vlas tegen Phoma exigua var. Linicola en Alternaria linicola.

Artikel 2

De vrijstelling is slechts van toepassing indien de gebruiksvoorschriften in de bijlage bij dit besluit worden nageleefd.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt na 120 dagen.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de teelt van vlas tegen Phoma exigua var. Linicola en, Alternaria linicola, 2016.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Bezwaar

Als u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u binnen zes weken na dagtekening van dit besluit digitaal of schriftelijk een bezwaarschrift indienen.

Een digitaal bezwaarschrift kunt u indienen via ‘mijn.rvo.nl’. Om in te loggen heeft u uw gebruikerscode en wachtwoord nodig, voor de ondertekening een TAN-code. Bij een digitaal bezwaarschrift stuurt u een kopie van dit besluit mee als pdf-bestand of u stuurt een kopie per post na.

Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Bij een schriftelijk bezwaar stuurt u een kopie van dit besluit mee met uw bezwaarschrift.

Op mijn.rvo.nl/bezwaar vindt u meer belangrijke informatie over het digitaal en schriftelijk indienen van een bezwaarschrift.

Meer informatie

Heeft u nog vragen over uw bezwaarschrift, kijk dan op de website: mijn.rvo.nl. of bel: 088 042 42 42 (lokaal tarief).

BIJLAGE: WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT BERET GOLD 025 FS

Beret Gold 025 FS 11943 N

Wettelijk Gebruiksvoorschrift

Het middel is uitsluitend toegelaten als schimmelbestrijdingsmiddel voor het professionele gebruik door middel van een zaadbehandeling (Definitielijst termen Wettelijke gebruiksvoorschriften [DTW]) in de volgende toepassingsgebieden (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.1 Ctgb juni 2015) onder de hierna vermelde toepassingsvoorwaarden.

Toepassingsvoorwaarden

Toepassingsgebied

Te bestrijden organisme

Dosering (middel) per toepassing

Vlas

Alternaria spp

Phoma exigua var. Linicola

130 mL per 100 kg zaden

Tijdens zaadcoating dienen handschoenen en beschermende kleding gedragen te worden bij alle handelingen behalve tijdens ‘bagging’ (dan is alleen beschermende kleding nodig). Tevens dient luchtwegbescherming gedragen te worden tijdens schoonmaakwerkzaamheden

Overige toepassingsvoorwaarden

Resistentiemanagement

Dit middel bevat de werkzame stof fludioxonil, behorende tot de phenylpyrrolen. De bijbehorende FRAC code is 12. Bij dit product bestaat er kans op resistentieontwikkeling. In het kader van het resistentiemanagement dient u de adviezen die gegeven worden in de voorlichtingsboodschappen op te volgen.

TOELICHTING

1 Algemeen

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en nr. 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309) (hierna: Verordening (EG) nr. 1107/2009) en artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) maken het mogelijk in bijzondere omstandigheden tijdelijke vrijstelling te verlenen van het verbod om een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel binnen Nederland te brengen, op de markt te brengen, voorhanden te hebben of te gebruiken.

Tijdelijke vrijstelling kan worden verleend als een maatregel nodig blijkt voor een gecontroleerd en beperkt gebruik ter beheersing van een noodsituatie dat op geen enkele andere redelijke manier te bestrijden is.

2 Adviezen

2.1 Noodsituatie

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van een noodsituatie.

Gevaar

Wanneer er geen zaadbehandeling met fungiciden beschikbaar is in de teelt van vlas, zal de aantasting door bodem- en kiemschimmels, zoals Phoma exigua var. Linicola en Alternaria spp, in ernst toenemen. Door aantasting met deze bodem- en kiemschimmels treedt plantuitval op en aantasting van de stengels. Hierdoor neemt de plantdichtheid af, is de vezelkwaliteit slechter en neemt de zaadopbrengst af.

De verwachte schade door het niet beschikbaar hebben van een zaadbehandeling met fungiciden wordt geschat op 10-50% door wegval van planten en verminderde opbrengst van het gewas.

Alternatieven

Preventieve maatregelen als goede perceelskeuze (percelen zonder structuurproblemen) en vruchtwisseling (1 op 6 of 1 op 7) worden toegepast. Daarnaast zijn diverse rassen met een hoog niveau van partiële resistentie beschikbaar. Met deze maatregelen kunnen Phoma exigua var. Linicola en Alternaria spp niet afdoende bestreden worden. Er zijn in de teelt van vlas geen middelen toegelaten ter bestrijding van Phoma exigua var. Linicola en Alternaria spp.

Bijzondere omstandigheden

De toelatinghouder levert inspanningen om te komen tot een oplossing. Er is perspectief voor de toelating van een middel op basis van fludioxonil in de teelt van vlas waardoor een kortstondig noodverband gerechtvaardigd is. Voor de gevraagde vrijstellingsperiode is dit middel niet beschikbaar.

Conclusie

De NVWA komt tot volgende conclusies:

  • Een landbouwtechnisch doelmatige geïntegreerde teelt van vlas in Nederland wordt bedreigd door onvoldoende bestrijding van bodem- en kiemschimmels, zoals Phoma exigua var. Linicola en Alternaria spp;

  • Alternatieven voor het gebruik van het voorgestelde middel zijn onder praktijkomstandigheden onvoldoende toereikend teneinde het gevaar afdoende te bestrijden/of het gevaar te voorkomen.

  • Er is perspectief voor de toelating van fludioxonil in de teelt van vlas.

2.2 Risicobeoordeling

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van aanvaardbare risico’s.

Humane toxiciteit

Voldoet aan de eisen met inachtneming van de volgende risicoreducerende maatregelen / restrictiezinnen:

Tijdens zaadcoating dienen handschoenen en beschermende kleding gedragen te worden bij alle handelingen behalve tijdens ‘bagging’ (dan is alleen beschermende kleding nodig). Tevens dient luchtwegbescherming gedragen te worden tijdens schoonmaakwerkzaamheden

Volksgezondheid

Voldoet aan de eisen.

Gedrag in het milieu

Voldoet aan de eisen.

Ecotoxiciteit

Voldoet aan de eisen.

Conclusie

Het Ctgb constateert dat er na het nemen van risicoreducerende maatregelen / het inachtnemen van restrictiezinnen geen risico verbonden is aan de vrijstelling.

Advies

Het College adviseert een vrijstelling ex artikel 38 Wgb van het gewasbeschermingsmiddel Beret Gold 025 FS in de teelt van vlas te verlenen onder vermelding van de volgende risico reducerende maatregelen / restrictiezinnen:

Tijdens zaadcoating dienen handschoenen en beschermende kleding gedragen te worden bij alle handelingen behalve tijdens ‘bagging’ (dan is alleen beschermende kleding nodig). Tevens dient luchtwegbescherming gedragen te worden tijdens schoonmaakwerkzaamheden

3 Overwegingen

Een tijdelijke vrijstelling van het gewasbeschermingsmiddel Beret Gold 025 FS (11943 N)is gewenst, omdat zonder deze vrijstelling Phoma exigua var. Linicola en Alternaria linicola in de teelt van vlas op geen enkele andere redelijke wijze te bestrijden is.

Belanghebbenden spannen zich in om op korte termijn te beschikken over een regulier toegelaten gewasbeschermingsmiddel.

In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (zie bijlage bij dit besluit) zijn de risicobeperkende maatregelen overgenomen die door het Ctgb zijn voorgesteld. Hierdoor zijn er geen onaanvaardbare risico’s verbonden aan de tijdelijke vrijstelling van Beret Gold 025 FS (11943 N) voor het bestrijden van Phoma exigua var. Linicola en Alternaria linicola in de teelt van vlas.

4 Besluit

In overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, heb ik besloten om op grond van artikel 38 van de Wgb tijdelijke vrijstelling te verlenen voor het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel Beret Gold 025 FS (11943 N) ter bescherming van de teelt van vlas tegen bodem- en kiemschimmels.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt na 120 dagen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam