Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2016, 28218 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2016, 28218 | Ontheffingen |
Datum: 26 mei 2016
Nummer: ILT-2016/34161
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing van 19 april 2016 van HeliCentre B.V., contactpersoon: Dave Rietveld, adres: Arendweg 33, 8218 PE Lelystad; telefoon: +31 (0)88 122 12 21; e-mail: info@helicentre.nl;
Overwegende dat het doel van de vlucht is het uitvoeren van geluidsmetingen die dienen als bron voor een Europees geluidsmodel voor helikopters in opdracht van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum welke opdracht heeft gekregen van de Europese Commissie, met als belanghebbende partij de European Aviation Safety Agency (EASA), om dit onderzoek uit te voeren;
Gelet op artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 en paragraaf SERA.3105;
BESLUIT:
Deze beschikking is van toepassing op een helikopter van het type Robinson R-22 met registratie PH-CVW, Robinson R-66 met registratie PH-HCE, Eurocopter EC-120 met registratie PH-UNN of een vergelijkbaar vervangende helikopter in gebruik bij HeliCentre B.V., waarmee VFR-vluchten worden uitgevoerd nabij het zweefvliegveld van de ZCNOP voor geluidsmetingen door het NLR.
Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 bedoelde luchtvaartuig wordt van 27 mei 2016 tot en met 31 augustus 2016 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de toegestane minimum-VFR-vlieghoogte, buiten een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, maar nietboven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerders zijn in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht; de minimale vlieghoogte hierbij is:
– 120 meter (393 ft AGL) en 150 meter (492 ft AGL) boven de grond of het water voor ‘overflight’;
– 150 meter (492 ft AGL) boven de grond of het water voor uitvoeren van een bocht;
– hoogte voor het uitvoeren van een gesimuleerd(e) vertrek/aankomst met klimhoeken/daalhoek van 2° tot 12°. Voor het vertrek varieert deze hoogte van 20 meter (65 ft AGL) tot 69 meter (226 ft AGL) en 1.041 meter (1.041 ft AGL), e.e.a. afhankelijk van de klimhoek. De hoogte voor aankomst varieert van 167 meter (548 ft AGL) tot 20 meter (65 ft AGL);
– 3 meter (10 ft AGL) boven de grond voor het uitvoeren van geluidsonderzoek tijdens ‘Hover-in-ground’.
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:
1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2°. er niet wordt gevlogen beneden de minimum-VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;
3°. vee niet wordt verstoord;
4°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichtingen, etc. worden gemeden, en
5°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
d. de aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze ontheffing;
e. vóór en ná de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;
f. er worden geen passagiers vervoerd tijdens het uitvoeren van de geluidsmetingen, anders dan benodigd voor het uitvoeren van het onderzoek;
g. vóór de aanvang van de vlucht worden ingelicht:
de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart (telefoon: +31 20-502 56 93 of fax: +31 20-502 56 99 of e-mail: dlvplvt@klpd.politie.nl) en ILT (e-mail: aviation-approvals@ilent.nl), waarbij de volgende gegevens worden verstrekt:
1°. naam gezagvoerder(s), registratie en model/type;
2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;
3°. het nummer van deze beschikking;
h. Voorafgaand aan de vlucht besteedt de ontheffinghouder in samenwerking met de opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht aan de uit te voeren of uitgevoerde vluchten, waarbij ten minste het volgende wordt aangegeven:
a. het doel van de vlucht;
b. een zo exact mogelijke omschrijving van de locatie;
c. de dag;
d. het tijdstip van aanvang en de verwachte duur van de vlucht en
e. dat klachten kunnen worden gemeld bij de ontheffinghouder of het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum en bij Inspectie Leefomgeving en Transport, telefoon: 088 – 489 00 00 of e-mail: aviation-approvals@ilent.nl;
de ontheffinghouder doet deze bekendmaking in de plaatselijke media en stuurt een kopie onder vermelding van het kenmerk van deze ontheffing per e-mail (aviation-approvals@ilent.nl) aan de Inspectie Leefomgeving en Transport;
i. één uur vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Supervisor van AOCS NM (telefoon: +31(0)577 – 45 87 00); aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden.
De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum-FR-vlieghoogte boven land. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast, zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M. van Velzen Senior Inspecteur
Bezwaarmogelijkheid
Indien u het niet eens bent met deze vergunning, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze vergunning is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
– de naam en het adres van de indiener;
– de dagtekening;
– een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;
– de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport
Postbus 16191
2500 BD Den Haag
Is er sprake van onverwijlde spoed? Dan kunt u de rechtbank van uw woonplaats verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen.
Meer informatie over de voorlopige voorziening vindt u op www.rechtspraak.nl.
Paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, geeft de minimum-vlieghoogte voor VFR-verkeer. Op basis van artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 en paragraaf SERA.3105 kan ontheffing worden verleend van de voorgeschreven minimum-vlieghoogten voor VFR-verkeer.
Het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (verder NLR) heeft van de Europese Commissie opdracht gekregen tot het uitvoeren van geluidsmetingen die dienen als bron voor een Europees geluidsmodel voor helikopters. Met dit geluidsmodel is het mogelijk de effecten van vliegoperaties beter inzichtelijk te maken en stille vliegprocedures te belonen.
In totaal dient NLR voor ten minste vier, maximaal zes helikopters geluidsmetingen uit te voeren. De eisen waaraan de locatie voor geluidsmetingen moet voldoen, zijn hoog. Enerzijds moet er veilig geopereerd kunnen worden en anderzijds moet er voldoende ruimte zijn om de experimentele opstelling te realiseren. Om kwalitatief goede akoestische metingen te kunnen uitvoeren dienen de weersomstandigheden te voldoen aan strikte eisen, hierdoor kunnen geplande vluchten vervallen en verplaatst worden naar een latere datum. Om het benodigde aantal vluchten te kunnen uitvoeren is door de aanvrager een periode aangevraagd tot eind augustus 2016.
Bij het bepalen van de locatie voor het uitvoeren van de geluidsmetingen is er door het NLR gekeken waar de metingen kunnen worden uitgevoerd, zodanig dat deze de minste overlast veroorzaken voor omwonenden met name in de gemeente Vollenhove. Om hinder naar de omgeving te minimaliseren en veiligheid bij het uitvoeren van de procedures te waarborgen is ervoor gekozen om de metingen grotendeels plaats te laten vinden boven het terrein van de zweefvliegclub Noordoostpolder. Zo zullen de gesimuleerde starts en landingen, vanwege o.a. de benodigde voorgeschreven afstand tussen meetopstelling en landingslocatie, niet worden uitgevoerd op de helikopterlandingsplaats van het NLR, maar op het terrein van de zweefvliegclub.
Het uitvoeren van de gesimuleerde starts en landingen op de helikopterluchthaven van het NLR zou (meer) overlast veroorzaken in met name de dorpskern van Vollenhove.
Om omwonenden te informeren en zodoende klachten te voorkomen is in de ontheffing de voorwaarde opgenomen dat de ontheffinghouder, voorafgaand aan de vlucht, melding maakt van de vluchten in de plaatselijke media.
Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-28218.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.