Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AlblasserdamStaatscourant 2016, 2772Instelling gemeenschappelijke regelingen



Gemeenschappelijke Regeling Sportpark Souburgh

Logo Alblasserdam

 

De gemeenteraden respectievelijk de college s van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alblasserdam en Molenwaard ;

Overwegende,

  • -

    d at op 1 januari 2015 een wijziging van de wet Gemeenschappelijke regelingen in werking is getreden

  • -

    dat het noodzakelijk is de tekst van de gemeenschappelijke regeling sportpark Souburgh aan te passen aan de bepalingen van de gewijzigde wet Gemeenteschappelijke regelingen

Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

B E S L U I T E N

d e Gemeenschappelijke Regeling Sportpark Souburgh als volgt te wijzigen:

Artikel I

De tekst van de gemeenschappelijke regeling komt als volgt te luiden:

“GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SPORTPARK SOUBURGH 2016”

De raden en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Alblasserdam en Molenwaard, elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

Gelet op de bepalingen van de Gemeentewet, Wet gemeenschappelijke regelingen en de Algemene wet bestuursrecht;

B e s l u i t e n :

De volgende gemeenschappelijke regeling aan te gaan

Hoofdstuk 1

Begripsbepalingen

Artikel 1
  • 1.

    In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      De regeling: deze gemeenschappelijke regeling.

    • b.

      Het lichaam: Het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

    • c.

      Een deelnemende gemeente: Een aan deze regeling deelnemende gemeente.

    • d.

      Gedeputeerde Staten: Het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland.

  • 2.

    Waar in deze regeling artikelen van wet- of regelgeving van overeenkomstige toepassing worden verklaard wordt in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester onderscheidenlijk gelezen: Sportpark Souburgh, het Algemeen bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.

Hoofdstuk 2

De rechtspersoon

Artikel 2

Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd ‘Sportpark Souburgh’, gevestigd te Alblasserdam.

Artikel 3

Het bestuur van het lichaam bestaat uit:

  • a.

    Het Algemeen Bestuur;

  • b.

    Het dagelijks bestuur;

  • c.

    De voorzitter;

  • d.

    De commissies waaraan krachtens artikel 19 van deze regeling door het Algemeen Bestuur bevoegdheden zijn toegekend.

Hoofdstuk 3

Doel, taak en belang van het lichaam

Artikel 4
  • 1.

    Het doel van het lichaam is het in stand houden en exploiteren van een sportpark met alle daarbij horende voorzieningen, zoals terreinen, gebouwen en andere accommodaties, binnen het gebied zoals is aangegeven op de bij deze regeling behorende gewaarmerkte tekening.

  • 2.

    De begrenzing van het sportpark kan worden gewijzigd door een eensluidend besluit van de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    Het openbaar lichaam behartigt de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de deelnemende gemeenten ten aanzien van de instandhouding en de exploitatie van een sportpark met alle daarbij behorende voorzieningen, zulks in de ruimste zin des woords.

Hoofdstuk 4

Het Algemeen Bestuur

Artikel 5
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur bestaat uit:

    • a.

      Een lid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam, door de raad van Alblasserdam aan te wijzen;

    • b.

      Een lid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenwaard, door de raad van Molenwaard aan te wijzen;

    • c.

      Twee leden door de raad van gemeente Alblasserdam, de voorzitter inbegrepen, uit zijn middel aan te wijzen;

    • d.

      Een lid door de raad van gemeente Molenwaard, de voorzitter inbegrepen, uit zijn midden aan te wijzen.

  • 2.

    In de eerste vergadering van elke zittingsperiode wordt door het Algemeen Bestuur uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter gekozen.

Artikel 6
  • 1.

    Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt op de dag, waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt.

  • 2.

    De raad van een deelnemende gemeente beslist in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het Algemeen Bestuur. Het aftredende bestuur blijft de lopende zaken behartigen totdat het nieuwe bestuur in functie is getreden. Aftredende leden kunnen onmiddellijk opnieuw als lid worden aangewezen. Hij, die tussentijds is benoemd treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd zou hebben moeten aftreden.

  • 3.

    Hij die ophoudt raadslid dan wel lid van het college van burgemeester en wethouders te zijn van de gemeente waardoor hij is aangewezen houdt daarmee ook op lid van het Algemeen Bestuur te zijn.

  • 4.

    Indien tussentijds een plaats in het Algemeen Bestuur beschikbaar komt, wijst de raad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of in ieder geval binnen drie maanden, een nieuw lid aan.

  • 5.

    De leden van het Algemeen Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het Algemeen Bestuur en het orgaan dat hen heeft aangewezen op de hoogte. Ze behouden hun lidmaatschap, behoudens lid 3, totdat in hun opvolging is voorzien.

Artikel 7
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig acht, of een lid van het Algemeen Bestuur dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt, met een minimum van tweemaal per jaar.

  • 2.

    De openbare kennisgeving van elke vergadering van het Algemeen Bestuur geschiedt op verzoek van de voorzitter door het college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    De uitnodigingen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste veertien dagen voor de vergadering aan de leden van het Algemeen Bestuur gezonden.

Artikel 8
  • 1.

    De vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden in het openbaar gehouden. De deuren worden gesloten wanneer een lid daarom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 2.

    In een besloten vergadering wordt niet beraadslaagd, noch een besluit genomen over de begroting of de jaarrekening.

  • 3.

    In een besloten vergadering wordt geen besluit genomen over:

    • a.

      Het oprichten van of het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming;

    • b.

      Het aangaan van geldleningen en van rekening-courant-overeenkomsten;

    • c.

      Het uitlenen van gelden en het aangaan van garantstellingen of borgstellingen;

    • d.

      Het vervreemden of bezwaren van goederen van het lichaam;

    • e.

      Het onderhands aanbesteden van werken of leveranties;

    • f.

      Het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van goederen van het lichaam;

    • g.

      Het doen van uitgaven voordat de begroting, of begrotingswijziging is goedgekeurd.

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10
  • 1.

    Aan het Algemeen Bestuur behoren alle bevoegdheden die aan het lichaam zijn overgedragen toe voor zover die niet bij Wet gemeenschappelijke regelingen of deze regeling is opgedragen aan een ander bestuursorgaan van het lichaam.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur is bevoegd uit eigen beweging initiatieven te ontwikkelen die bijdragen aan verwezenlijken van het doel en de taak van het lichaam en kan daarvoor, voor zover het niet op het werkterrein van de commissie zoals bedoeld in art. 18 en art. 19 betrekking heeft , adviezen uitbrengen.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur is bevoegd aan de commissie, als bedoeld in art. 18, over door hem aangeduide zaken te vragen of op te dragen advies uit te brengen.

Artikel 11
  • 1.

    De leden van het Algemeen Bestuur hebben aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfskosten.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur kan hiervoor nadere regels stellen.

Hoofdstuk 5

Het Dagelijks Bestuur

Artikel 12

Het Dagelijks Bestuur bestaat uit:

  • a.

    De voorzitter;

  • a.

    Twee leden, door en uit het Algemeen Bestuur gekozen, van wie een uit Alblasserdam en een uit Molenwaard;

Artikel 13
  • 1.

    De leden van het Dagelijks Bestuur treden af op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij zijn terstond herkiesbaar.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur kiest in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de nieuwe leden van het Dagelijks Bestuur. Het aftredende bestuur blijft de lopende zaken behartigen totdat het nieuwe bestuur in functie is getreden.

  • 3.

    Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur beschikbaar komt kiest het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk en binnen vier maanden een nieuw lid.

  • 4.

    Valt gelijk met een plaats in het Dagelijks Bestuur ook een plek in het Algemeen Bestuur vrij dan wordt het benoemen van een nieuw lid in het Dagelijks Bestuur uitgesteld tot het nieuwe lid van het Algemeen Bestuur is benoemd.

  • 5.

    Hij die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt daarmee tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

Artikel 14

Het Dagelijks Bestuur komt bijeen zo vaak als de voorzitter of een lid dit nodig oordeelt.

Artikel 15

1.Aan het Dagelijks Bestuur is, voor zover dit niet aan anderen is opgedragen:

  • a.

    Het voorbereiden van alles dat het Algemeen Bestuur ter overweging en besluitvorming wordt voorgelegd;

  • b.

    Het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur;

  • c.

    Het beheren van de activa en passiva van het lichaam;

  • d.

    De zorg voor het geldelijk beheer en de boekhouding;

  • e.

    Het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het stuiten van verjaring en verlies van recht of bezit;

  • f.

    Het, binnen de door het Algemeen Bestuur vastgestelde formatie van het personeel, aanstellen of te werk stellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van personeel in dienst van het lichaam;

  • g.

    Het toezicht op het beheer en het onderhoud van alle werken, inrichtingen en eigendommen van het lichaam;

  • h.

    Het vaststellen van plannen en voorwaarden van aanbestedingen of uitvoering van werken en leveranties ten behoeve van het lichaam;

  • i.

    Het zorgen voor een goede coördinatie en afstemming van werkzaamheden binnen het lichaam.

Artikel 16
  • 1.

    De leden van het Dagelijks Bestuur hebben aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfskosten.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur kan hiervoor nadere regels stellen.

Hoofdstuk 6

De voorzitter

Artikel 17
  • 1.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur.

  • 2.

    Hij bevordert een tijdige afdoening van zaken.

  • 3.

    Hij tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan.

  • 4.

    De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte. In rechtsgedingen en publiekrechtelijke geschillen tussen het lichaam en de gemeente waaruit de voorzitter afkomstig is wordt het lichaam vertegenwoordigd door een ander lid van het Dagelijks Bestuur, door dit college aan te wijzen.

Hoofdstuk 7

Commissies

Artikel 18
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur kan commissies instellen belast met de advisering over sectoren van beleid.

  • 2.

    De instelling van een vaste commissie van advies aan het Dagelijks Bestuur, de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voordracht van het Dagelijks Bestuur.

  • 3.

    Ook leden van het Algemeen Bestuur zijn tot lid van commissies benoembaar. De commissies kiezen uit hun midden hun voorzitter.

Artikel 19
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het Algemeen Bestuur regelt de samenstelling en bevoegdheden.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie dan na een verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    Het ontwerp van een besluit tot instelling van een commissie wordt met een toelichting aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden.

De verordening, waarbij de commissie wordt ingesteld houdt in ieder geval het volgende in:

  • a.

    De over te dragen bevoegdheden en de omvang daarvan in relatie met de bevoegdheden van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur;

  • b.

    De werkwijze van de commissie;

  • c.

    De openbaarheid van de vergaderingen;

  • d.

    De voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van de besluiten van de commissie;

  • e.

    Het toezicht van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur op de uitoefening van de bevoegdheden door de commissie;

  • f.

    De verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur;

  • g.

    De verantwoording aan het Algemeen Bestuur.

Artikel 20
  • 1.

    De leden van de commissies hebben aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfskosten.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur kan hiervoor nadere regels stellen.

Artikel 21

Het Algemeen Bestuur benoemt een ambtelijk secretaris en een plaatsvervanger.

Hoofdstuk 8

Rechtspositie personeel

Artikel 22

Ten aanzien van het personeel zijn de rechtspositieregelingen van de gemeente Alblasserdam van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 9

Mededelingsplicht van de besturen van de deelnemende gemeenten

Artikel 23
  • 1.

    De raden en de colleges van de burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten kunnen over de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen de zienswijze vragen van de betrokken organen van het openbaar lichaam, voor zover redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die maatregelen voor het openbaar lichaam van belang zijn.

  • 2.

    Ook ongevraagd kunnen de organen van het openbaar lichaam hun zienswijze kenbaar maken aan het desbetreffende gemeentebestuur over maatregelen als bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten zullen de vaststelling c.q. de uitvoering van een maatregel als bedoeld in het eerste lid opschorten gedurende zes weken na de dag van verzending van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving. In spoedeisende gevallen kan hiervan worden afgeweken.

Informatie, verantwoording en terugroeping

Artikel 24

Relaties dagelijks bestuur – algemeen bestuur

  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2.

    Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

  • 3.

    Zij geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

  • 4.

    Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet langer bezit. In dit geval is artikel 49 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    De leden 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Relaties bestuur – raden van de deelnemende gemeenten

6. Het orgaan dat een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur heeft aangewezen, heeft de bevoegdheid dit door hem aangewezen lid te ontslaan indien dit lid het vertrouwen van dat orgaan niet meer bezit.

7. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is.

8. Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd.

1.Aan de raden van de deelnemende gemeenten worden in elk geval binnen veertien dagen ter kennis gebracht de besluiten van het algemeen bestuur betreffende:

  • a.

    de aankoop, verkoop, huur en verhuur of op andere wijze in gebruik geven of nemen van onroerende goederen;

  • b.

    de regeling omtrent de bezoldiging van het personeel in vaste dienst;

  • c.

    het aangaan van geldleningen.

Relaties leden van het algemeen bestuur – deelnemende gemeenten

  • 1.

    De leden van het algemeen bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordelingen van het door het bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door de raad, of één of meer leden daarvan worden verlangd.

  • 3.

    Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad van zijn gemeente voor het door hem gevoerde en te voeren beleid in dat bestuur.

  • 4.

    Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het orgaan dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dat orgaan of één of meer leden daarvan worden verlangd.

  • 5.

    Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het orgaan dat hem heeft aangewezen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

Wijze van informeren en inlichten

1.Het geven van informatie en inlichtingen geschiedt schriftelijk.

Hoofdstuk 10

Financiële bepalingen

Artikel 25
  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt de nodige voorschriften vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van het openbaar lichaam.

  • 2.

    Bij de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt bepaald welke ambtenaren met het doen van ontvangsten en betalingen voor het openbaar lichaam en de zorg voor de boekhouding worden belast.

  • 3.

    Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding is artikel 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 26
  • 1.

    In de begroting wordt aangegeven de raming van de verschuldigde bijdragen van elke deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.

  • 2.

    Bij de verrekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt, met uitzondering van inkomsten uit huurovereenkomsten, uitgegaan van de volgende procentuele verdeelsleutel:

    • a.

      De gemeente Alblasserdam voor 81 %;

    • b.

      De gemeente Molenwaard voor 19 %

  • 3.

    De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.

  • 4.

    In de begroting worden tevens de tarieven van de aan de gebruikers van het sportpark in rekening te brengen huren aangegeven.

Artikel 27

Vervallen

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

Het bepaalde in artikel 35 lid 1, 3 en 4 Wgr is, met inachtneming van het bepaalde in artikel 35 lid 5 Wgr, niet van toepassing op het beschikken over de post voor onvoorziene uitgaven tot een maximumbedrag van € 10.000, - per jaar, zulks ten behoeve van verlaging van bestaande inkomstenposten of verhoging van bestaande of het opnemen van nieuwe uitgavenposten.

Artikel 30
  • 1.

    Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt het ontwerp van de ontwerp begroting 8 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, ter becommentariëring toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De raden van de deelnemende gemeente kunnen hun commentaar op het ontwerp van de ontwerp begroting toezenden aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.

Het dagelijks bestuur voegt de commentaren van de gemeenteraden bij de ontwerp begroting die aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt overgelegd.

Artikel 31

Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam legt uiterlijk 15 mei aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen jaar in aansluiting aan de posten van de begroting, onder overlegging van de ontwerp-jaarrekening, en de daarbij behorende bescheiden. Het Dagelijks Bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de op grond van artikel 25 lid 3 aangewezen registeraccountant.

Artikel 32
  • 1.

    Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt het ontwerp van de jaarrekening zo spoedig mogelijk na de vaststelling daarvan, doch uiterlijk 15 april, van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, ter becommentariëring toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeente kunnen hun commentaar op het ontwerp van de jaarrekening binnen een periode van 30 dagen na de ontvangst daarvan, toezenden aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.

Het dagelijks bestuur voegt de commentaren van de gemeenteraden bij de ontwerp-jaarrekening die aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt overgelegd.

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

5. Het besluit van het Algemeen Bestuur houdende vaststelling van de rekening strekt, voor zover het de daarin opgenomen baten en lasten betreft, het Dagelijks Bestuur en het rekeningplichtig personeel van het openbaar lichaam tot decharge, behoudens laten in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.

Artikel 33
  • 1.

    In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffend jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

  • 2.

    Het algemeen bestuur beslist of een batig saldo of een nadelig saldo van de jaarrekening

    • a.

      geheel of gedeeltelijk ten bate of ten laste van de bestaande reserves zal worden gebracht;

    • b.

      geheel of gedeeltelijk ten bate of ten laste van de deelnemende gemeenten zal worden gebracht.

  • 3.

    Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt uitgegaan van de verdeelsleutel zoals opgenomen in artikel 26 lid 2.

  • 4.

    Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 26 lid 3 bepaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats zo spoedig mogelijk na de in artikel 32 lid 3 bedoelde vaststelling van de jaarrekening.

Artikel 34
  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt vast of en wanneer het nodig is dat het openbaar lichaam percelen van het gebied, als omschreven in artikel 4, in eigendom verkrijgt ten behoeve van uitbreiding van het sportpark.

  • 2.

    Het openbaar lichaam verricht datgene wat ter verkrijging van de eigendommen nodig is.

  • 3.

    Blijkt in een geval, als bedoeld in het eerste lid, dat de eigendom niet in der minne kan worden verkregen, dan neemt de gemeente Alblasserdam of de gemeente Molenwaard, al naar gelang de gemeente, waar het betrokken eigendom is gelegen, na een daartoe strekkend verzoek van het openbaar lichaam, terstond alle maatregelen, welke nodig zijn om de eigendom van die percelen door middel van onteigening te verwerven.

  • 4.

    Bij verwerving in eigendom, als bedoeld in het vorige lid, draagt de betreffende gemeente aan het openbaar lichaam de onteigende percelen in eigendom over tegen een prijs gelijk aan alle kosten en vergoedingen, welke die gemeente voor de verwerving in eigendom heeft gemaakt.

Hoofdstuk 11

Wijziging en opheffing van de regeling

Artikel 35
  • 1.

    Deze regeling kan worden gewijzigd door een eensluidend besluit van de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Het gemeentebestuur van Alblasserdam is aangewezen als het gemeentebestuur, bedoeld in artikel 26 van de Wgr.

  • 3.

    Indien het algemeen bestuur een wijziging wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten.

Artikel 36
  • 1.

    De regeling wordt aangegaan voor een periode van vijf jaar en wordt telkens voor een periode van vijf jaar stilzwijgend verlengd, tenzij de raad van één van de deelnemende gemeenten besluit over te gaan tot uittreding van de regeling en de raad van de andere deelnemende gemeente(n) van dit besluit tenminste een half jaar voor het aflopen van de regeling daarvan schriftelijk in kennis heeft gesteld.

  • 2.

    In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige maatregelen vast. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 3.

    Het liquidatieplan en de te nemen maatregelen worden door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.

  • 4.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel en de secretaris.

  • 5.

    De waarde van de bezittingen wordt voor de opstelling van het liquidatieplan geschat door een commissie van drie deskundigen, waarvan één lid wordt benoemd door de gemeenteraad van Alblasserdam, één lid wordt benoemd door de gemeenteraad van Molenwaard en één lid wordt benoemd door de beide andere benoemde deskundigen. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Wordt geen meerderheid verkregen, dan wordt de waarde van de bezittingen bepaald op het gemiddelde van de drie schattingsopgaven.

  • 6.

    Van een besluit tot wijziging of opheffing van deze regeling geeft het algemeen bestuur onverwijld kennis aan Gedeputeerde Staten.

Hoofdstuk 12

Archiefbepalingen

Artikel 37
  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast over de zorg voor de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, overeenkomstig het bepaalde in artikel 41, lid 2 van de Archiefwet 1995.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur geeft uitvoering aan het op grond van het in lid 1 van dit artikel bepaalde en draagt zorg voor een juiste en volledige bewaring en beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam.

  • 3.

    Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden geplaatst in het archief van de gemeente Alblasserdam.

Artikel 38

Vervallen.

Hoofdstuk 13

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 39

1.De regeling treedt in werking op de datum van vermelding in de registers als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Wgr. Alsdan vervalt de gemeenschappelijke regeling “Sportpark Souburgh” in werking getreden op 1 oktober 2011.

Burgemeester en wethouders van elk der deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van het besluit tot goedkeuring van de regeling door Gedeputeerde Staten, de regeling is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Wgr.

  • 1.

    Bij het in werking treden van de onderhavige gemeenschappelijke regeling wordt op grond van de gemeenschappelijke regeling “Sportpark Souburgh”, in werking getreden op 1 oktober 2011, door de desbetreffende organen aangegane verplichtingen gelegen in het financiële, bestuurlijke en formele vlak, door het openbaar lichaam overgenomen.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid is tevens van toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling.

Artikel 40

De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Sportpark Souburgh”.

Artikel II

Di t besluit treedt in werking op 1 januari 2016.

Artikel III

Dit besluit kan worden aangehaald als vaststellingbesluit Gemeenschappelijke Regeling Sportpark Souburgh 2016

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen

Bestuur van de gemeenschappelijke regeling sport

Park Souburgh, gehouden op 16 december 2015

de secretaris de voorzitter,

G. Schut. A. Kraijo.