Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 mei 2016, nummer 751564, houdende wijziging van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 5 en artikel 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies en de artikelen 48a, 48s en 48t van de Wet Justitie-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt op alfabetische volgorde ingevoegd:

internationale organisatie:

een organisatie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012, houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie;

B

In artikel 3, eerste lid, wordt ‘Directie Regie’ vervangen door: Directie Regie Vreemdelingenketen.

C

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘1.’

2. Het tweede lid vervalt.

D

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt ‘martkconformiteit’ vervangen door: marktconformiteit.

2. Na het negende lid worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 10. Voor internationale organisaties is het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing. Voor internationale organisaties bestaan de directe loonkosten uit:

    • a. de eigenlijke salarissen, mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen;

    • b. sociale zekerheidsbijdragen mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen;

    • c. andere statutaire kosten, mits deze kosten het gebruikelijke loonbeleid van de subsidieontvanger weerspiegelen, en

    • d. voorzieningen ter dekking van statutaire verplichtingen en rechten in verband met de bezoldiging.

  • 11. Voor internationale organisaties is het tweede lid niet van toepassing. Voor internationale organisaties worden de directe projectkosten, bedoeld in het eerste en tiende lid, verhoogd met een opslag van 7% ter dekking van de indirecte kosten.

E

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel f wordt na ‘verblijfskosten’ ingevoegd: met uitzondering van binnenlandse verblijfskosten van uit het buitenland afkomstige deelnemers van voor het project noodzakelijke bijeenkomsten die in Nederland plaatsvinden.

2. In onderdeel k wordt na ‘internet’ ingevoegd: ten behoeve van de uitvoering van het project.

3. In onderdeel m wordt na ‘natura’ ingevoegd: ten behoeve van de cofinanciering van het project.

F

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Indien de projectduur langer is dan 12 maanden wordt jaarlijks op 15 november onder gebruikmaking van het daartoe door de minister ten behoeve van een project op het gebied van een actie als bedoeld in artikel 4, onderdelen a tot en met c, elektronisch beschikbaar gestelde formulier een voortgangsrapportage ingediend, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over de voortgang van het project waarover subsidie is verleend. Voor de overige projecten wordt een voortgangsrapportage ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister niet-elektronisch beschikbaar gesteld formulier

2. Het tweede tot en met vierde lid worden vernummerd tot vierde tot en met zesde lid.

3. Er worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. De voortgangsrapportage, bedoeld in het eerste lid, ziet op de periode vanaf de startdatum van het project tot en met 15 oktober. Vervolgens wordt steeds gerapporteerd over de aansluitende periode vanaf 16 oktober tot en met 15 oktober, of zoveel korter tot de einddatum van het project.

  • 3. De subsidieontvanger verstrekt naast de voortgangsrapportage op verzoek aan de minister informatie over de voortgang.

G

Na artikel 21 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 21a

Deze regeling berust mede op artikel 48a, vierde lid, van de Wet Justitie-subsidies.

H

In bijlage C, artikel C5, onderdeel j wordt ‘het alternatieven’ vervangen door: het onderzoeken van alternatieven.

I

In bijlage C, artikel C6, vervalt ‘1.’.

J

Bijlage C, artikel C8, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘1.’

2. Het tweede lid vervalt.

K

Bijlage D, artikel D6, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘1.’

2. Het tweede lid vervalt.

L

Bijlage E, artikel E5, komt te luiden:

Artikel E5. Subsidiabele activiteiten

Een project is uitsluitend gericht op het implementeren van niveau 1 of 2 van het Europees opleidingsprogramma voor Rechtshandhaving, waaronder het ontwikkelen en onderhouden van een e-learning module ter implementatie van niveau 1 van het Europees opleidingsprogramma voor Rechtshandhaving, het opzetten van de inhoudelijke kant van de training voor niveau 1 en 2 en het ontwikkelen van trainingen om met de e-learning module te kunnen werken.

M

Bijlage F, artikel F4, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt na ‘ICT-voorziening’ ingevoegd: , het Nationaal Verwijzingsmechanisme.

2. In onderdeel b wordt na ‘trainingsmodule’ ingevoegd: in de vorm van een e-learning ten behoeve van het vergroten van de slachtoffer oriëntatie van de politieambtenaren, zowel uitvoerend als leidinggevend.

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. het organiseren en uitvoeren van een internationale conferentie ten behoeve van onderzoek naar de aangiftebereidheid van lesbiënnes, homo’s, bisexuelen en transgender slachtoffers.

N

Bijlage G, artikel G6, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘1. ‘

2. Het tweede lid vervalt.

O

In bijlage H, artikel H2, wordt ’12 mei 2015, 9.00 uur, tot en met 12 juni 2015, 17.00 uur’ vervangen door: 1 februari 2016, 09.00 uur, tot en met 31 december 2018, 17.00 uur.

P

Bijlage H, artikel H4, vervalt.

Q

Bijlage H, artikel H5, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘de ontwikkeling van behandelprofielen voor visa’ vervangen door: het ontwikkelen, implementeren en operationaliseren van een computergestuurd alerteringssysteem voor gebruik in het proces van besluitvorming rond het verstrekken van Schengenvisa.

2. In onderdeel f wordt ‘een immigration liaison officer of het netwerk van immigration liaison officers’ vervangen door: een immigratieverbindingsfunctionaris, een verbindingsfunctionaris gericht op het voorkomen van migratie gerelateerde criminaliteit of het netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen.

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • h. investeringen en activiteiten in verband met het voorbereiden, ontwikkelen en onderhouden van de nationale systemen ten behoeve van de uitvoering van slimme grenzen.

ARTIKEL II

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdelen D en E, terug tot en met 1 januari 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 9 mei 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling tot wijziging van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 bevat onder andere een aanpassing van de regels over cofinanciering, aanvullende regels voor de subsidiabele kosten voor internationale organisaties en aanpassingen in de regels voor niet subsidiabele kosten. Voorts zijn een aantal artikelen in de bijlagen in lijn gebracht met de nationale programma’s.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A (artikel 1)

Ter verduidelijking is een definitie van een is de definitie van een internationale organisatie opgenomen. Deze definitie is ontleend aan artikel 43, eerste lid, van de Verordening (EG, Euratom) Nr. 1268/2012 Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie

Onderdeel B (artikel 3, eerste lid)

Met ingang van 1 januari 2015 is de naam van de Directie Regie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie vervangen door de Directie Regie Vreemdelingenketen. Deze aanpassing is in de regeling verwerkt.

Onderdelen C, J, K en N (artikel 11, tweede lid, bijlage C, artikel C8, bijlage D, artikel D6 en bijlage G, artikel G6)

Het tweede lid van artikel 11 en de artikelen in de bijlagen C, D en G vervallen omdat deze niet overeenkomen met de te hanteren praktijk. Deze is als volgt.

In de subsidieverlening is een financieringstabel opgenomen waarin is aangegeven of de cofinanciering door derden absoluut of naar rato is toegekend. Bij de vaststelling van de subsidie zijn de gegevens uit de beschikking tot subsidieverlening of de herziene beschikking leidend. Het is dus belangrijk om te controleren of de gegevens in de financieringstabel juist zijn. De cofinanciering dient in de vaststellingsrapportage weergegeven te worden volgens de werkelijke realisatie. Indien cofinanciers hun toezegging niet nakomen, kan dit niet leiden tot verhoging van de subsidie. Het risico voor eventuele onderfinanciering na afloop van het project ligt bij de subsidieaanvrager. Omdat de subsidie een restfinanciering betreft, is deze altijd de laagste van de volgende drie bedragen:

  • (1) Het in de subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

  • (2) Het in de subsidieverlening vermelde percentage van de totale subsidiabele kosten (50%, 75% of 90%).

  • (3) Het verschil tussen de totale subsidiabele kosten enerzijds en de bijdrage van derden en door het project gegenereerde ontvangsten anderzijds (non-profit beginsel).

Onderdelen D, H, I (artikelen 12, vijfde lid, bijlage C, artikel C5, onderdeel j, bijlage C, artikel C6)

De aanpassingen in deze onderdelen zijn van taalkundige of wetgevingstechnische aard.

Onderdeel D (artikel 12, tiende en elfde lid (nieuw))

Door toevoeging van het tiende lid wordt het voor internationale organisaties mogelijk om de directe loonkosten te berekenen op basis van de werkelijk gemaakte kosten.

Door toevoeging van het elfde lid wordt voor internationale organisaties bepaald dat de opslag ter dekking van de indirecte kosten 7% van de indirecte projectkosten bedraagt.

Onderdeel E (artikel 13, onderdeel f, k en m)

In enkele projecten worden onder andere congressen, workshops en terugkomdagen georganiseerd waaraan deelnemers afkomstig uit het buitenland deelnemen. Volgens onderdeel f kunnen binnenlandse reiskosten en verblijfskosten niet worden opgevoerd, waardoor een onevenredige werklast in de vorm van het administreren en controleren van losse bonnetjes wordt voorkomen. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor binnenlandse verblijfskosten van de uit het buitenland afkomstige deelnemers, aangezien deze verblijfskosten in een keer worden geregeld.

De uitzondering in onderdeel k is toegevoegd zodat verbruiksgoederen en dergelijken die aan terugkeerders worden meegegeven subsidiabel zijn.

In onderdeel m is verduidelijkt dat onder de kostenpost specifieke uitgaven in verband met doelgroepen bijdragen of uitgaven in natura wel subsidiabel zijn.

Onderdeel F (artikel 17, eerste lid)

Ieder jaar (met als peildatum 15 oktober van het voorafgaande jaar) moet de Verantwoordelijke Autoriteit op 31 maart het uitvoeringsverslag AMIF en ISF over de voortgang van de fondsen in het afgelopen jaar indienen bij de Europese Commissie. Onderdeel daarvan zijn cijfers en gegevens in het kader van de zogenoemde ‘gemeenschappelijke indicatoren’ die als bijlage van de AMIF en 2 ISF verordeningen zijn opgenomen. Tijdens het opstellen van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 was nog onvoldoende duidelijk hoe de rapportage van deze ‘gemeenschappelijke indicatoren’ aan de Europese Commissie er concreet uit zou gaan zien. Omdat dit inmiddels is vastgesteld is artikel 17, eerste lid, afgestemd op deze rapportageverplichting.

Onderdelen L en M (bijlage E, artikel E5 en bijlage F, artikel F4)

Met de aanvullingen op artikel E5 en F4 is de tekst van deze artikelen in lijn gebracht met het nationaal programma ISF, onderdeel Politie.

Onderdeel O (bijlage H, artikel H2)

Door deze wijziging van het tijdvak wordt het mogelijk om aanvragen om subsidie voor subsidiabele activiteiten die zijn opgenomen in bijlage H aan te vragen in de periode van 1 februari 2016, 09.00 uur, tot en met 31 december 2018, 17.00 uur.

Onderdeel P (bijlage H, artikel H4)

In bijlage H richten alle projecten in zijn algemeenheid op de personen die de buitengrenzen overschrijden. Geen van de projecten heeft echter daadwerkelijk deelnemers in de zin van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020, aangezien dit niet in de aard van de projecten ligt. Dezelfde redenering gaat op voor de bijlagen D, F en G, die ook geen deelnemers kennen. Het tweede lid van artikel H4 vervalt dan ook.

Onderdeel Q (bijlage H, artikel H5, onderdeel a, f en m)

In onderdeel a is de aanpassing in het nationale programma ISF, onderdeel Buitengrenzen/Visa verwerkt.

Vanwege de toevoeging aan het nationale programma ISF, onderdeel Buitengrenzen/Visa van een project van de Koninklijke Marechaussee, waarbij migratie gerelateerde verbindingsfunctionarissen worden ingezet, is onderdeel f aangepast. Door de nieuwe formuleringen worden alle projectonderdelen in het nationale programma geborgd.

De activiteiten in het nieuwe onderdeel h zijn toegevoegd als actie aan het nationaal programma ISF, onderdeel Buitengrenzen/Visa.

Artikel II

Artikel I, onderdelen D en E, werkt terug tot en met 1 januari 2015. Op 1 januari 2015 is de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 voor subsidieaanvragen met betrekking tot een project op het gebied van een actie als bedoeld in artikel 4, onderdelen d tot en met h, in werking getreden. Aangezien de onderdelen D en E op deze subsidieaanvragen van toepassing zijn werken deze terug tot en met 1 januari 2015.

De invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden en de inwerkingtreding valt niet op een vast verandermoment. Daarmee wijkt de inwerkingtreding af van het systeem van vaste verandermomenten. Deze regeling betreft onder andere een aanpassing van de regeling voor internationale organisaties, waarvoor afwijking is toegestaan, omdat deze doelgroep daarbij gebaat is.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Naar boven