Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HaarlemmermeerStaatscourant 2016, 24447Verkeersbesluiten



Haarlemmermeer - verkeersbesluit –Hoofddorp- Hoofdweg Westzijde,tussen de Raadhuislaan en de brug over het Voorkanaal

Logo Haarlemmermeer

Onderwerp : aanpassen voorrangsregeling

N ummer : X2016.16971

Gelet op het volgende:

  • Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

  • De Algemene wet bestuursrecht (AWB) vereist zorgvuldigheid en belangenafweging bij de totstandkoming van besluiten, waaronder verkeersbesluiten. Artikel 3:2 van de AWB schrijft voor dat het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. Naast de belangenafweging bepaalt artikel 3:4 van de AWB dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

  • Artikel 21 van het BABW bevat voorschriften omtrent de motivering van verkeersbesluiten. Het verkeersbesluit moet in ieder geval weergeven welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij moet worden aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het besluit. Indien tevens andere van die belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.

Artikel 2 van de Wegenverkeerswet noemt de volgende doelen:

  • 1.

    In eerste instantie:

    • a.

      het verzekeren van de veiligheid op de weg;

    • b.

      het beschermen van weggebruikers en passagiers;

    • c.

      het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

    • d.

      het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

  • 2.

    In tweede instantie ook voor:

    • a.

      het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

    • b.

      het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

      • Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) dient overleg te worden gevoerd met de korpschef van het betrokken regionaal politiekorps.

      • De vermelde wegen zijn in eigendom, beheer en onderhoud van de gemeente Haarlemmermeer.

Krachtens artikel 18, lid 1 onder d, van de Wegenverkeerswet 1994 worden verkeersbesluiten genomen door het college van B&W. In het Mandaat-, machtiging en volmachtbesluit Haarlemmermeer 2016 is voor het nemen en intrekken van verkeersbesluiten een ondermandaat verleend aan de cluster- en teammanagers van de cluster B&O (Beheer & Onderhoud). De maatregelen vallen onder dit ondermandaat.

Overwegingen en motivatie

De Hoofdweg – Westzijde, tussen de Raadhuislaan en de brug over het Voorkanaal, wordt gereconstrueerd. Het wegvak wordt ingericht als fietsstraat waardoor de snelheid van het autoverkeer vermindert en de veiligheid voor fietsverkeer verbetert, zonder dat de bereikbaarheid van de woningen langs het wegvak en het achter het wegvak liggende Fort wordt belemmerd.

De voorrang is niet voor alle aansluitingen op de Hoofdweg Westzijde uniform geregeld.

Om een eenduidig verkeersbeeld te creëren en het doorgaande karakter van de straat voor fietsverkeer te benadrukken wordt de voorrang op alle aansluitingen zo geregeld dat verkeer op de Hoofdweg – Westzijde voorrang heeft op verkeer uit de kruisende straten. Dit vindt plaats door de aanleg van uitritconstructies of door het instellen van een voorrangsregeling.

De maatregelen worden getroffen vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en uniformiteit.

Maatregelen, bebording en belijning

De volgende maatregelen worden getroffen:

  • Het inrichten van de Hoofdweg – Westzijde tussen de Raadhuisstraat en de aansluiting met het fietspad over de brug van het Achterkanaal als fietsstraat. Bij het begin – en eindpunt van de fietsstraat en bij de aanliggende straten wordt dit aangegeven met borden L51 (fietsstraat)

  • Het aanleggen van parkeervakken langs de fietsstraat aan de zijde van de woningen.

  • Het verwijderen van het plateau op de Raadhuislaan ter hoogte van huisnummer 3.

  • Het regelen van de voorrang bij de aansluiting van de fietsstraat met de aansluiting naar het Fort (Hoofdweg westzijde 735 – 739) (plaatsen borden B7 RVV 1990 en aanbrengen van een stopstreep), zodanig dat fietsverkeer op de fietsstraat voorrang heeft op fietsverkeer vanaf de aansluiting naar het Fort. Het verkeer vanuit de aansluiting naar het Fort moet stoppen om voorrang te geven. Het zicht van het verkeer vanaf het Fort is op de fietsstraat is onvoldoende, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Door het instellen van een stopverplichting wordt de verkeersveiligheid van verkeer op de fietsstraat verbeterd.

  • Het regelen van de voorrang bij de aansluiting van de fietsstraat met de fietsbrug naar het Burgemeester Van Stamplein (plaatsen borden B6 RVV 1990 en aanbrengen haaientanden art. 80 RVV 1990), zodanig dat fietsverkeer vanaf de fietsbrug voorrang verleent aan verkeer op de fietsstraat.

  • Het regelen van de voorrang bij de aansluiting van de Hoofdweg – Westzijde op de Raadhuislaan en de (fiets)doorsteek vanaf het Beursplein (plaatsen borden B6 RVV 1990 en aanbrengen haaientanden art. 80 RVV 1990), zodanig dat verkeer vanaf de Raadhuislaan voorrang verleent aan verkeer op de Hoofdweg - westzijde. De bestaande voorrangsregeling op de fietsdoorsteek van de rotonde van het Beursplein wordt hieraan aangepast.

  • Het opheffen van de voorrangsregeling waardoor fietsverkeer vanaf de rotonde van het Beursplein richting Hoofdweg – Westzijde voorrang moet verlenen aan verkeer vanaf de Raadhuislaan richting de Hoofdweg – Westzijde (verwijderen borden B6 RVV 1990 en aanbrengen haaientanden art. 80 RVV 1990).

De aan te brengen bebording en maatregelen staan aangegeven op de bij dit besluit behorende tekening met nummer 2016 – 100 - 039.

Motivering Wegenverkeerswet 1994:

Motivatie van de maatregel geschiedt uit het oogpunt van:

•Artikel 1a van de Wegenverkeerswet (Wvw) 1994, het verzekeren van de veiligheid op de weg;

Door de maatregelen wordt van de belangen genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 er een geschaad, namelijk de vrijheid van het verkeer (1d). Omdat de gevolgen hiervan gering zijn, wegen de andere belangen zwaarder.

Belangenafweging

Bewoners

De maatregelen zijn in het belang van de bewoners. De verkeerssituatie wordt veiliger en duidelijker (uniform). De maatregelen dragen tevens bij aan een vermindering van de overlast van het autoverkeer en verbeteren hiermee de leefbaarheid.

( Doorgaand ) verkeer.

De maatregelen schaden de belangen van (doorgaand) verkeer niet. De Hoofdweg Westzijde tussen de Raadhuislaan en de fietsbrug over het Voorkanaal is niet bestemd voor (doorgaand) verkeer.

L angzaam verkeer

De maatregel is in het belang van langzaam verkeer. De verkeersveiligheid voor fietsers wordt verbeterd door het uniformeren van de voorrangsregeling en het aanduiden als fietsstraat.

H ulpdiensten

De maatregelen hebben geen gevolgen voor hulpdiensten.

Openbaar vervo er

De maatregelen hebben geen gevolgen voor openbaar vervoer.

Parkeerders

De parkeervakken worden opnieuw ingedeeld, waarbij een deel van de parkeervakken wordt verplaatst. Omdat het aantal parkeervakken op het wegvak gelijk blijft, hebben de maatregelen geen gevolgen voor parkeerders.

Algemeen belang

De maatregelen verbeteren de verkeersveiligheid van met name langzaam verkeer, en de leefbaarheid. Dit is in het algemeen belang.

Afweging

Alles afwegende zijn burgemeester en wethouders van mening dat de maatregelen in het algemeen belang zijn en in bijzonder in het belang van de inwoners en langzaam verkeer. Er worden geen belangen van groepen weggebruikers geschaad door de maatregelen.

Voorbereiding en overleg

Op 9 december 2015 is een inloopavond gehouden voor de bewoners langs het wegvak en de omliggende straten. De door de bewoners tijdens de inloopavond gemaakte opmerkingen zijn verzameld, beantwoord en de resultaten zijn aan de bewoners teruggekoppeld. Voor zover mogelijk zijn de opmerkingen bij de verdere uitwerking meegenomen.

Overleg met de korpschef van de Nationale Politie heeft plaatsgevonden in de Werkgroep Verkeer, waarin de door de korpschef gemachtigde medewerker verkeersadvisering, alsmede de Brandweer en Connexxion, vertegenwoordigd zijn. Op 29 maart 2016 is dit besluit behandeld in de werkgroep. De leden van de Werkgroep gaan akkoord met de voorgestelde maatregelen. De vertegenwoordiger van de Nationale politie heeft op 12 april 2016 het besluit voor akkoord geparafeerd.

Publicatie

Het besluit wordt gepubliceerd in de Digitale Staatscourant.

Besluiten

In overeenstemming met de tekening met nummer 2016 – 100 - 039, die een onderdeel is van dit besluit, wordt besloten tot de volgende verkeersmaatregelen:

  • 1.

    Het regelen van de voorrang op de Hoofdweg Westzijde in Hoofddorp door het plaatsen van borden conform model B6 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) 1990 en haaientanden conform artikel 80 RVV 1990 op de volgende locaties:

    • a.

      bij de kruising van de aansluiting van de fietsstraat met de fietsbrug naar het Burgemeester Van Stamplein, 1990 zodanig dat fietsverkeer vanaf de fietsbrug voorrang verleent aan verkeer op de fietsstraat;

    • b.

      bij de kruising van de aansluiting van de Hoofdweg –Westzijde op de Raadhuislaan en de (fiets)doorsteek vanaf het Beursplein, zodanig dat verkeer vanaf de Raadhuislaan voorrang verleent aan verkeer op de Hoofdweg – Westzijde;

  • 2.

    Het regelen van de voorrang en het instellen van een verplichting om te stoppen op de Hoofdweg Westzijde in Hoofddorp door het plaatsen van borden conform model B7 uit bijlage I van het RVV 1990 en een stopstreep op de volgende locatie:

    • a.

      bij de kruising van de aansluiting van de fietsstraat met de aansluiting naar het Fort (Hoofdweg Westzijde 735 – 739), zodanig dat fietsverkeer op de fietsstraat voorrang heeft op fietsverkeer vanaf de aansluiting naar het Fort;

  • 3.

    Het intrekken van de voorrangsregeling waardoor fietsverkeer vanaf de rotonde van het Beursplein richting Hoofdweg – Westzijde voorrang moet verlenen aan verkeer vanaf de Raadhuislaan richting de Hoofdweg – Westzijde, door het verwijderen van borden conform model B6 uit bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden conform artikel 80 RVV 1990.

  • 4.

    Dit besluit ter openbare kennis te brengen op 9 mei 2016.

     

Burgemeester en Wethouders van Haarlemmermeer

namens dezen,

de gemeentesecretaris,

voor deze,

de Teammanager Vakdisciplines a.i.

 

 

F.Veerman

Terinzagelegging

Het besluit is in te zien op overheid.nl. Het besluit en de tekening waarop de maatregelen staan aangegeven, liggen gedurende zes weken vanaf de publicatiedatum voor een ieder ter inzage op werkdagen van 9.00 tot 13.00 uur in het Informatiecentrum van het raadhuis, Raadhuisplein 1 in Hoofddorp.

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan iedereen wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, binnen zes weken na publicatie van dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlemmermeer, het cluster Juridische Zaken van het team Ondersteuning, Postbus 250, 2130 AG Hoofddorp. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, p/a Arrondissementsrechtbank Haarlem, sector Bestuursrecht Postbus 1621, 2003 BR Haarlem. Een dergelijk verzoek kan pas worden gedaan als het bezwaarschrift is ingediend en onverwijlde spoed, gelet op het betrokken belang, dat vereist. Voor de behandeling van het verzoek wordt een bedrag aan griffierecht geheven.