DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Noord-Nederland

VERKEERSBESLUIT N33

1. A ANHEF

Rijksweg 33 (N33) is tussen rijksweg 7 (A7) en de Eemshaven een enkelbaans autoweg. De aansluitingen op de weg zijn voor het grootste deel uitgevoerd als gelijkvloerse T-aansluitingen. In 2014 zijn op twee van deze T-aansluitingen een snelheidsbeperking van 70 km per uur ingevoerd om de verkeersveiligheid te verbeteren.

In het enkelbaans traject van rijksweg 33 (N33) waar een maximumsnelheid van 100 km per uur geldt zijn nog drie T-aansluitingen zonder een snelheidsbeperking. Dit zijn:

  • -

    De aansluiting Steendam (Geerlandweg) bij km 54,715

  • -

    De aansluiting Delfzijl-Haven (Holeweg/N362) bij km 60,780

  • -

    De aansluiting Holwierde-Zuid (Fivelweg) bij km 66,420

Op deze drie kruispunten vinden met enige regelmaat (ernstige) ongevallen plaats. Om de verkeersveiligheid te verbeteren wordt op deze drie aansluitingen een snelheidsbeperking ingevoerd van 70 km per uur.

2. B ESLUIT

Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en de in dit verkeersbesluit opgenomen overwegingen besluit ik:

  • I.

    Alle verkeersbesluiten in te trekken waarmee een snelheidsbeperking is ingesteld op rijksweg 33 (N33) voor zover deze besluiten betrekking hebben op het gedeelte tussen km 54,000 en 55,000.

  • II.

    Door het plaatsen van de borden A1 en A2, uit bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, op rijksweg 33 (N33) een snelheidsbeperking in te stellen van 70 km per uur voor het verkeer in beide richtingen op de volgende weggedeelten:

    • van km 54,450 tot en met km 55,050, en

    • van km 60,550 tot en met km 61,080, en

    • van km 66,150 tot en met km 66,800.

3. OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT

3.1 Vereiste van besluit

Op grond van artikel 15, lid 1, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) dient een verkeersbesluit te worden genomen voor het plaatsen of verwijderen van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Op grond van artikel 18, lid 1, onder a, WVW ben ik bevoegd dit verkeersbesluit te nemen.

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is overleg gevoerd met de politie.

3.2 Belangenafweging en motivering

Op grond van artikel 21 van het BABW vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen, genoemd in artikel 2, lid 1 en 2 van de WVW, met het verkeersbesluit worden beoogd.

De doelstellingen die aan dit besluit ten grondslag liggen zijn:

  • a.

    het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • b.

    het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • c.

    het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • d.

    het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

  • e.

    het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu;

  • f.

    het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

Op grond van artikel 7 BABW kan het bevoegd gezag slechts verkeerstekens plaatsen die opgenomen zijn in hoofdstuk II van het BABW.

Op de drie genoemde kruispunten wordt door een groot deel van het verkeer 100 km/u gereden. Op gevarenpunten op autowegen kan over een kort weggedeelte een snelheidsbeperking van 70 km/u worden ingesteld. Een weggebruiker die met een lagere snelheid een kruispunt nadert heeft meer tijd om te anticiperen op onverwachte (gevaarlijke) situaties. Hierdoor wordt de kans op een ongeval kleiner.

Om de verkeersveiligheid te verbeteren wordt op de in dit besluit opgenomen aansluitingen een snelheidsbeperking ingesteld van 70 km/u.

4. Procedure

De voorbereiding van dit verkeersbesluit heeft conform het gestelde in afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) plaatsgevonden.

Dit verkeersbesluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

5. C onclusie

Gezien de in dit verkeersbesluit opgenomen overwegingen dienen verkeerstekens waarmee een snelheidsbeperking van 70 kilometer per uur wordt ingesteld geplaatst te worden op:

  • Rijksweg 33 (N33) tussen km 54,450 tot en met km 55,050, en

  • Rijksweg 33 (N33) tussen km 60,550 tot en met km 61,080, en

  • Rijksweg 33 (N33) tussen km 66,150 tot en met km 66,800.

6. Ondertekening

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

namens deze,

hoofd van de afdeling Vergunningverlening,

Rijkswaterstaat Noord-Nederland,

Dhr. mr. J.M. Weststeijn

7. MEDEDELINGEN

Informatie

Voor meer informatie over dit besluit kunt u terecht bij de in dit besluit genoemde contactpersoon. De contactgegevens staan in de zijkolom van het besluit. De contactpersoon kan uw vragen beantwoorden en het besluit met u doornemen.

Om te bepalen of u meer informatie wilt, kunnen de volgende vragen en aandachtspunten u helpen:

  • -

    Is de inhoud van het besluit duidelijk en is helder wat het concreet voor u betekent?

  • -

    Kunt u beoordelen of het besluit inhoudelijk juist is of niet? Of heeft u behoefte aan een toelichting?

  • -

    Kloppen de gegevens over u in het besluit en heeft u alle gegevens verstrekt?

Ook wanneer u andere vragen heeft over het besluit of de procedure, of wanneer u zich op een of andere manier heeft gestoord aan de wijze waarop bij de besluitvorming met u of uw belangen is omgegaan, kunt u contact opnemen.

Bent u het niet eens met dit besluit?

Dan kunt u op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar maken. U moet hiervoor wel belanghebbende bij het besluit zijn.

De volgende vragen en aandachtspunten kunnen u helpen bij het maken van bezwaar:

  • -

    Wat zijn de redenen dat u het met het besluit niet eens bent?

  • -

    Welk doel wilt u met uw bezwaar tegen het besluit bereiken? Wat verwacht u van Rijkswaterstaat?

  • -

    Is het u voldoende duidelijk wat een bezwaarprocedure inhoudt en weet u of u met een bezwaar uw doel kunt bereiken? Kunt u uw doel op een andere, wellicht eenvoudigere wijze bereiken?

Wanneer u vragen heeft of wanneer u zich afvraagt of het indienen van een bezwaarschrift voor u de geschikte aanpak is, kunt u ook hiervoor contact opnemen met de in de brief vermelde contactpersoon. De contactpersoon kan met u overleggen over de te volgen procedure en u informeren over andere mogelijkheden die Rijkswaterstaat u eventueel biedt om tot een oplossing te komen.

Hoe maakt u bezwaar?

Om bezwaar te maken moet u, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden, een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de minister van Infrastructuur en Milieu en gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Noord Nederland, ter attentie van de afdeling Werkenpakket, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht.

In het bezwaarschrift moet in ieder geval het volgende staan:

  • -

    uw naam en adres, en liefst ook uw telefoonnummer;

  • -

    een duidelijke omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt (bijvoorbeeld door de datum en het kenmerk van het besluit te vermelden of door een kopie mee te sturen);

  • -

    de reden waarom u bezwaar maakt;

  • -

    de datum en uw handtekening.

Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit blijft gelden in de tijd dat uw bezwaarschrift in behandeling is. Als u dit niet wilt, bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen heeft voor u, dan kunt u een verzoek om voorlopige voorziening indienen.

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoekschrift dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied, waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woon- of vestigingsplaats heeft. Indien u niet zelf, maar namens een bedrijf of organisatie een verzoekschrift indient dan kunt u het verzoekschrift sturen naar de rechtbank in het gebied waar het bedrijf of de organisatie is ingeschreven. Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a.

    de naam en het adres van de verzoeker;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    vermelding van het bestuursorgaan, dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van het besluit;

  • d.

    de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overgelegd.

Naar aanleiding van het verzoek kan de bevoegde rechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierechten geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Digitaal beroep of voorlopige voorziening

U kunt ook digitaal beroep instellen of een voorlopige voorziening aanvragen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Naar boven