Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 april 2016, kenmerk 918780-147283-I-LZ, houdende regels voor het verhogen van subsidies ten behoeve van eerstelijns verblijf in 2015 (Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015 extra)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 11.1.5 van de Wet langdurige zorg;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

extrapolatie:

1,4865 maal het bedrag dat de subsidieontvanger blijkens de opgaven, bedoeld in artikel 4.1, zesde lid, van de subsidieregeling die tot en met de eerste twee weken van november 2015 zijn gedaan, heeft betaald voor prestaties, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, van de subsidieregeling die in de periode van 1 januari tot en met september 2015 zijn verricht;

subsidie:

subsidie als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, van de subsidieregeling;

subsidieregeling:

Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015 zoals deze luidde op 31 december 2015;

verhoging:

verhoging als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

verleende subsidie:

bedrag van de verleende subsidie met inbegrip van de eventuele verhoging op grond van hoofdstuk 5 van de subsidieregeling.

Artikel 2

  • 1. Het Zorginstituut kan de verleende subsidie ambtshalve verhogen onder vermelding van het maximumbedrag dat als gevolg van de verhoging aan subsidie wordt verleend.

  • 2. De subsidie wordt slechts verhoogd indien de verleende subsidie lager is dan de extrapolatie.

Artikel 3

  • 1. Het subsidieplafond voor de verhoging bedraagt € 20.000.000.

  • 2. De uit hoofde van het subsidieplafond voor de verhoging beschikbare middelen worden verdeeld over de subsidieontvangers die voor de verhoging in aanmerking komen naar rato van het verschil tussen de extrapolatie en de verleende subsidie, met dien verstande dat het bedrag van de subsidie niet meer bedraagt dan de extrapolatie.

Artikel 4

De subsidieregeling is van toepassing op de subsidie die met inachtneming van deze regeling is verhoogd.

Artikel 5

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze regeling werkt terug tot en met 1 december 2015.

  • 3. Deze regeling vervalt onmiddellijk nadat deze regeling in werking is getreden, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015 extra.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

TOELICHTING

Algemeen

Bij brief aan de Tweede Kamer van 25 november 2015 is aangekondigd dat er € 20 miljoen extra beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van eerstelijns verblijf in 2015 (Kamerstukken II 2015/16, 34 104, nr. 85). Met onderhavige regeling is de wijze van verdeling van deze extra middelen geregeld.

De extra middelen zijn verdeeld door het verhogen van subsidies die zijn verleend op grond van de Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015. Daarbij is er van uitgegaan dat een Wlz-uitvoerder voor het jaar 2015 als geheel een bedrag nodig heeft dat 48,65% hoger ligt dan volgens de novembermonitor 2015 van het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut). Indien het al eerder aan de Wlz-uitvoerder verleende subsidiebedrag hoger is dan deze extrapolatie, dan blijft het subsidiebedrag ongewijzigd. Indien het reeds eerder aan de Wlz-uitvoerder verleende subsidiebedrag lager is dan de extrapolatie, dan wordt het subsidiebedrag verhoogd. De verdeling van de extra beschikbare middelen vindt plaats naar rato van het bedrag dat de subsidieontvanger op basis van bovengenoemde extrapolatie tekort komt ten opzichte van het al eerder verleende subsidiebedrag voor 2015. Uiteraard wordt niet meer subsidie verleend dan volgens de extrapolatie nodig is.

Aangezien de Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015 (subsidieregeling) met ingang van 2016 is vervallen, kunnen de regels voor de verdeling van de extra middelen niet worden gesteld door een wijziging van de subsidieregeling. In plaats daarvan is de onderhavige separate regeling vastgesteld om een grondslag te bieden voor de verhoging van de uit hoofde van de subsidieregeling verleende subsidies.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In deze bepaling zijn enkele begrippen gedefinieerd, vaak door middel van een verwijzing naar de subsidieregeling. Zo is de verleende subsidie het bedrag dat op grond van de subsidieregeling reeds was verleend. Dat is inclusief de verhoging die op aanvraag is verstrekt in het kader van de eerste twee tranches als bedoeld in hoofdstuk 5 van de subsidieregeling.

Centraal begrip voor deze regeling is de extrapolatie. De extrapolatie is gebaseerd op de aanname dat een Wlz-uitvoerder ten behoeve van eerstelijns verblijf voor geheel 2015 ten hoogste 48,65% meer besteedt dan het bedrag dat de Wlz-uitvoerder blijkens de novembermonitor 2015 heeft betaald voor eerstelijns verblijf. Deze aanname sluit aan bij een analyse van de ontwikkeling van de betalingen tot en met de novembermonitor 2015. Op basis van deze analyse is een landelijk subsidiebedrag nodig van € 183 miljoen. Dat ligt 48,65% hoger dan het bedrag dat de Wlz-uitvoerders hebben betaald tot en met de novembermonitor. Informatie over de verrichte betalingen is ontleend aan de gegevens die de Wlz-uitvoerders op grond van de subsidieregeling gehouden zijn maandelijks te leveren.

Artikel 2

Voor de onderhavige verhoging is geen aanvraag vereist. Of een Wlz-uitvoerder in aanmerking komt voor verhoging van de verleende subsidie en zo ja, hoeveel de verhoging bedraagt, bepaalt door het Zorginstituut aan de hand van objectieve criteria. Een Wlz-uitvoerder komt alleen voor de onderhavige verhoging in aanmerking indien de verleende subsidie minder is dan het bedrag berekend op basis van de hierboven geschetste extrapolatie. In de beschikking tot verhoging wordt het nieuwe maximum subsidiebedrag vermeld.

Artikel 3

Er is € 20 mln. extra beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt verdeeld naar de mate waarin de verleende subsidies tekort schieten ten opzichte van de hierboven geschetste extrapolatie. De verleende subsidie wordt niet verder verhoogd dan het bedrag dat voortvloeit uit de extrapolatie.

Artikelen 4 en 6

De onderhavige regeling biedt de grondslag om subsidies te verhogen die uit hoofde van de subsidieregeling zijn verstrekt. De bepalingen van de subsidieregeling gelden ook voor de aldus verhoogde subsidies. Zo dienen deze subsidies nog vastgesteld te worden. Dat zal met inachtneming van de subsidieregeling geschieden. Omdat bijvoorbeeld ter beschrijving van de opbouw van de verleende subsidie in een beschikking tot vaststelling verwezen moet kunnen worden naar deze regeling, is voorzien in een citeertitel. De citeertitel geeft uitdrukking aan de samenhang met de subsidieregeling.

Artikel 5

De wijze van verdeling van de extra beschikbare middelen is uiteengezet in de brief aan het Zorginstituut van 27 november 2015, kenmerk 877920-144780-LZ. Vooruitlopend op de onderhavige regeling zijn de extra middelen voor eerstelijns verblijf in 2015 reeds ingezet door middel van besluiten van het Zorginstituut tot verhoging van aan Wlz-uitvoerders verleende subsidies. Die besluiten zijn alle medio december 2015 genomen. De onderhavige regeling werkt daarom terug tot en met 1 december 2015. Aangezien de verhoging begunstigend is, bestaat er geen beletsel om aan de regeling terugwerkende kracht te verlenen. Daarna kan de regeling vervallen, omdat het al is uitgevoerd door het Zorginstituut.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Naar boven