TOELICHTING
Algemeen
Bij brief aan de Tweede Kamer van 25 november 2015 is aangekondigd dat er € 20 miljoen
extra beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van eerstelijns verblijf in 2015 (Kamerstukken
II 2015/16, 34 104, nr. 85). Met onderhavige regeling is de wijze van verdeling van deze extra middelen geregeld.
De extra middelen zijn verdeeld door het verhogen van subsidies die zijn verleend
op grond van de Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015. Daarbij is er van uitgegaan
dat een Wlz-uitvoerder voor het jaar 2015 als geheel een bedrag nodig heeft dat 48,65%
hoger ligt dan volgens de novembermonitor 2015 van het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut).
Indien het al eerder aan de Wlz-uitvoerder verleende subsidiebedrag hoger is dan deze
extrapolatie, dan blijft het subsidiebedrag ongewijzigd. Indien het reeds eerder aan
de Wlz-uitvoerder verleende subsidiebedrag lager is dan de extrapolatie, dan wordt
het subsidiebedrag verhoogd. De verdeling van de extra beschikbare middelen vindt
plaats naar rato van het bedrag dat de subsidieontvanger op basis van bovengenoemde
extrapolatie tekort komt ten opzichte van het al eerder verleende subsidiebedrag voor
2015. Uiteraard wordt niet meer subsidie verleend dan volgens de extrapolatie nodig
is.
Aangezien de Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015 (subsidieregeling) met ingang
van 2016 is vervallen, kunnen de regels voor de verdeling van de extra middelen niet
worden gesteld door een wijziging van de subsidieregeling. In plaats daarvan is de
onderhavige separate regeling vastgesteld om een grondslag te bieden voor de verhoging
van de uit hoofde van de subsidieregeling verleende subsidies.
Artikelsgewijs
Artikel 1
In deze bepaling zijn enkele begrippen gedefinieerd, vaak door middel van een verwijzing
naar de subsidieregeling. Zo is de verleende subsidie het bedrag dat op grond van
de subsidieregeling reeds was verleend. Dat is inclusief de verhoging die op aanvraag
is verstrekt in het kader van de eerste twee tranches als bedoeld in hoofdstuk 5 van
de subsidieregeling.
Centraal begrip voor deze regeling is de extrapolatie. De extrapolatie is gebaseerd
op de aanname dat een Wlz-uitvoerder ten behoeve van eerstelijns verblijf voor geheel
2015 ten hoogste 48,65% meer besteedt dan het bedrag dat de Wlz-uitvoerder blijkens
de novembermonitor 2015 heeft betaald voor eerstelijns verblijf. Deze aanname sluit
aan bij een analyse van de ontwikkeling van de betalingen tot en met de novembermonitor
2015. Op basis van deze analyse is een landelijk subsidiebedrag nodig van € 183 miljoen.
Dat ligt 48,65% hoger dan het bedrag dat de Wlz-uitvoerders hebben betaald tot en
met de novembermonitor. Informatie over de verrichte betalingen is ontleend aan de
gegevens die de Wlz-uitvoerders op grond van de subsidieregeling gehouden zijn maandelijks
te leveren.
Artikel 2
Voor de onderhavige verhoging is geen aanvraag vereist. Of een Wlz-uitvoerder in aanmerking
komt voor verhoging van de verleende subsidie en zo ja, hoeveel de verhoging bedraagt,
bepaalt door het Zorginstituut aan de hand van objectieve criteria. Een Wlz-uitvoerder
komt alleen voor de onderhavige verhoging in aanmerking indien de verleende subsidie
minder is dan het bedrag berekend op basis van de hierboven geschetste extrapolatie.
In de beschikking tot verhoging wordt het nieuwe maximum subsidiebedrag vermeld.
Artikel 3
Er is € 20 mln. extra beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt verdeeld naar de mate
waarin de verleende subsidies tekort schieten ten opzichte van de hierboven geschetste
extrapolatie. De verleende subsidie wordt niet verder verhoogd dan het bedrag dat
voortvloeit uit de extrapolatie.
Artikelen 4 en 6
De onderhavige regeling biedt de grondslag om subsidies te verhogen die uit hoofde
van de subsidieregeling zijn verstrekt. De bepalingen van de subsidieregeling gelden
ook voor de aldus verhoogde subsidies. Zo dienen deze subsidies nog vastgesteld te
worden. Dat zal met inachtneming van de subsidieregeling geschieden. Omdat bijvoorbeeld
ter beschrijving van de opbouw van de verleende subsidie in een beschikking tot vaststelling
verwezen moet kunnen worden naar deze regeling, is voorzien in een citeertitel. De
citeertitel geeft uitdrukking aan de samenhang met de subsidieregeling.
Artikel 5
De wijze van verdeling van de extra beschikbare middelen is uiteengezet in de brief
aan het Zorginstituut van 27 november 2015, kenmerk 877920-144780-LZ. Vooruitlopend
op de onderhavige regeling zijn de extra middelen voor eerstelijns verblijf in 2015
reeds ingezet door middel van besluiten van het Zorginstituut tot verhoging van aan
Wlz-uitvoerders verleende subsidies. Die besluiten zijn alle medio december 2015 genomen.
De onderhavige regeling werkt daarom terug tot en met 1 december 2015. Aangezien de
verhoging begunstigend is, bestaat er geen beletsel om aan de regeling terugwerkende
kracht te verlenen. Daarna kan de regeling vervallen, omdat het al is uitgevoerd door
het Zorginstituut.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn