Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen heeft de bevoegheid om op grond van artikel 18, eerste lid, sub D, van de wegenverkeerswet 1994 verkeersbesluiten te nemen;
Krachtens de “Mandaatregeling gemeente Schagen”, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 3 januari 2013, heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid tot het nemen van verkeersbesluiten aan het hoofd afdeling Openbaar Gebied gemandateerd.
Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is, namens de korpschef van het regionaal politiekorps Noord-Holland Noord, overleg gepleegd met de verkeerscoördinator van het district Noordkop. Deze heeft zich d.d. 17 maart 2016 tijdens een verkeersoverleg vanuit verkeersoptiek akkoord heeft verklaard met de maatregel;
Overwegende ten aanzien van het besluit
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
Op grond van artikel 15, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg, indien die maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.
Overeenkomstig artikel 21 van het besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994.
Door de aanvraagster wonende op de Piet Blokkerstraat 24, Schagen is een verzoek ingediend om één persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats te realiseren nabij haar woning.
De aanvraagster kan vanwege de handicap van haar dochter haar niet voor korte of langere tijd alleen laten. Zij heeft 24 per dag begeleiding nodig. De aanvraagster beschikt over een gehandicaptenparkeerkaart voor passagier, welke is afgegeven vanwege de handicap van haar dochter.
De aanvraagster moet vanwege de handicap van haar dochter verzekerd zijn van vrije parkeerruimte op beperkte loopafstand van haar woning. Binnen 25 meter van de woning is niet altijd parkeerruimte gegarandeerd. Er bevinden zich geen fysieke belemmeringen om één parkeervak op de Frits Bongenaarstraat te bestemmen tot een persoonsgebonden gehandicapten-parkeerplaats.
Uit het oogpunt van de vrijheid van het verkeer wordt het wenselijk geacht een persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats te realiseren. Hiervoor zal ter plaatse van de persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats een bord E6 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 worden geplaatst. Op een onderbord wordt het kenteken van de aanvraagster vermeld.
Met bovengenoemde maatregel wordt beoogd om de aanvraagster meer zekerheid te bieden om de auto te parkeren in de directe nabijheid van haar woning.
Het bestemmen van een openbare parkeerplaats voor het voertuig van de aanvraagster wordt aanvaardbaar geacht, aangezien de gevolgen voor de totale parkeercapaciteit te verwaarlozen zijn. De aanvraagster gebruikt in de huidige situatie ook een parkeerplaats in de buurt, alleen is dit niet altijd mogelijk op beperkte loopafstand van haar woning dat gezien de aard van de handicap van haar dochter wel noodzakelijk is. De maatregel is niet in strijd met de belangen genoemd in art. 2 Wegenverkeerswet 1994.
De locatie van de persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats met bijbehorende bebording staat aangegeven op bijgaande situatietekening.