Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 23 maart 2016, nr. IENM/BSK-2016/43874, tot wijziging van de Regeling geurhinder en veehouderij in verband met enkele verbeteringen van Bijlage 1 naar aanleiding van aanpassingen aan de Regeling ammoniak en veehouderij

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Bijlage 1 bij de Regeling geurhinder en veehouderij wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste rij onder D 1.1. diercategorie biggenopfok (gespeende biggen) komt te luiden:

emissiearme huisvesting (a.e. ≤0,3 kg per dierplaats per jaar)4

5,4

2. De laatste rij onder D2 diercategorie dekberen, 7 maanden en ouder komt te luiden:

gecombineerd luchtwassysteem 85% geurreductie BWL 2009.12.V2

2,8

3. De eerste rij onder D3 diercategorie vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking5 komt te luiden:

emissiearme en overige huisvesting (a.e. ≤1,6 kg kg per dierplaats per jaar)4

17,9

4. Onder E5 diercategorie vleeskuikens komt de rij onder

uitbroeden en opfokken tot 13 dagen en vervolghuisvesting

0,22

te luiden:

uitbroeden en opfokken tot 19 dagen en vervolghuisvesting

0,19

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

Algemeen deel

1. De wijziging

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Regeling geurhinder en veehouderij (hierna: Rgv) in verband met het redactioneel verbeteren van enkele onvolkomenheden die onbedoeld zijn opgetreden bij de wijziging van de Rgv van 24 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/115905 (Stcrt. 2015, 16865).

Daarnaast wordt de ammoniakemissiefactor voor emissiearme huisvestingssystemen van vleesvarkens alsnog geconformeerd aan de daarmee corresponderende ammoniakemissiefactor in de Regeling ammoniak en veehouderij (hierna: Rav).

2. Gevolgen

Bijlage 1 van de Rgv bevat een lijst met (groepen van) huisvestingssystemen met bijbehorende emissiefactoren aan de hand waarvan de geuremissie en geurbelasting vanuit dierenverblijven kan worden berekend.

Administratieve lasten

Deze wijzigingsregeling bevat geen extra registratie- of onderzoeksverplichtingen en brengt dan ook geen administratieve lasten met zich mee.

Nalevingskosten

Bedrijven met huisvestingssysteem BWL 2001.25 (Rav-code D 3.2.3.1) en BWL 2010.10 (Rav-code D 3.2.7.2.2.2) krijgen te maken met een hogere geuremissiefactor voor hun bestaande stal. Het rekenen met een hogere factor heeft voor bestaande situaties geen gevolgen. Wel zijn er negatieve gevolgen voor de maximale uitbreidingsruimte die op die locatie beschikbaar is. Omdat er geen overgangsrecht is geformuleerd, is het moment van het definitieve besluit bepalend voor het hanteren van de emissiefactor. Voor meldingsplichtige bedrijven geldt het moment van melding.

Lasten voor de overheid

De afstemming met de Rav (zie hierover nader de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3) leidt tot betere en duidelijkere regelgeving, wat een positief effect zal hebben op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de regelgeving.

Effecten voor het milieu

De gevolgen voor het milieu zijn in beginsel neutraal en op termijn positief. De invoering van de nieuwe normen sluit aan bij de nieuwste inzichten ten aanzien van geuremissie van huisvestingssystemen en kan lokaal een oplossing bieden voor het beperken van geurhinder in overbelaste situaties en het voorkomen ervan in andere gevallen.

3. Inwerkingtreding

Omdat een snelle invoering van innovatieve technieken van groot belang is voor betrokken marktpartijen en het milieu, is afgezien van de vaste verandermomenten en een minimuminvoeringstermijn van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding van de regeling op grond van de afwijkingsmogelijkheid die is vermeld in aanwijzing 174 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

1.

Onbedoeld is bij de wijziging van de Rgv van 24 juni 2015 in de eerste rij onder D 1.1. diercategorie biggenopfok (gespeende biggen), in de tweede kolom het kleiner teken opgenomen. Deze onvolkomenheid wordt hierbij hersteld door het kleiner teken (<) te vervangen door het kleiner-dan-of-gelijk-aan-teken (≤).

2.

Onbedoeld is bij de wijziging van de Rgv van 24 juni 2015 in de laatste rij onder D 2. Diercategorie dekberen 7 maanden en ouder BWL 2009.12.V1, 85% geurreductie vervangen door BWL 2006.15.V5, 80% geurreductie. Deze foutieve aanpassing wordt hierbij hersteld.

3.

Onder de diercategorie D3 Vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking is een aparte categorie opgenomen voor huisvestingssystemen die ammoniakemissiearm zijn. De opgenomen waarde voor ammoniakemissiearm lag voor de wijziging van de Rgv van 24 juni 2015 op ≤1,5 kg ammoniak. Met de wijziging van de Rgv van 24 juni 2015 is het kleiner-dan-of-gelijk-aan-teken abusievelijk vervangen door een kleiner-dan-teken. Met deze wijziging wordt deze onvolkomenheid hersteld.

Tegelijkertijd met bovengenoemde wijziging van de Rgv is ook de Rav gewijzigd (Stcrt. 2015, 16866). In deze wijziging zijn de ammoniakemissiefactoren van een groot aantal huisvestingssystemen voor vleesvarkens aangepast. Een aantal huisvestingssystemen, namelijk de huisvestingssystemen met een vloeroppervlak van maximaal 0,8 m2, heeft daarmee een hogere emissiefactor gekregen. Een deel van deze systemen komt daardoor boven de 1,5 kg ammoniakemissie en valt daarom niet meer onder de definitie van ammoniakemissiearm in de Rgv. Dit heeft aanleiding gegeven om de grenswaarde van ammoniakemissiearm in de Rgv te heroverwegen.

De grenswaarde van ≤1,5 kg ammoniak is gebaseerd op de drempelwaarden die voorheen werden gehanteerd door de Stichting Groen Label. Door middel van drempelwaarden werd vastgelegd welke ammoniakreductie haalbaar was bij toepassing van de meest recente inzichten op het gebied van huisvestingssystemen. De Stichting Groen Label is inmiddels opgeheven. De meest recente inzichten op het gebied van huisvestingssystemen en de ammoniakreductie die daarbij haalbaar is, worden inmiddels weergegeven in het Besluit emissiearme huisvesting. Dit besluit geeft het huidige niveau van ‘best beschikbare technieken’ (hierna: BBT) weer. Voor bestaande vleesvarkensstallen is een maximale emissiewaarde van 1,6 kg ammoniak per dierplaats per jaar opgenomen. Alle vleesvarkensstallen met een hogere factor dan 1,6 kg zijn daarmee niet conform de BBT en mogen niet meer worden toegepast. Uitzondering hierop zijn bestaande stallen van voor 1 januari 2007, waar intern salderen op wordt toegepast, conform artikel 5, tweede lid Besluit emissiearme huisvesting. Er is gezien de nieuwe inzichten gekozen om aan te sluiten bij het huidige BBT-niveau voor bestaande stallen. In de Rgv wordt daarom de ammoniakemissiearme factor van ≤1,5 kg opgehoogd naar ≤1,6 kg.

De volgende huisvestingssystemen krijgen te maken met een verhoogde emissiefactor voor geur:

Huisvestingssystemen met een ammoniakemissiefactor (a.e.) boven de 1,6 kg (nieuwe situatie)

huisvestingssystemen Bijlage 1 van de Rav

a.e.

d.d.

8-6-2015

a.e.

d.d.

1-7-2015

D 3.2.3 (oud D 3.2.3.1) koeldeksysteem met matalen driekantroostervloer

1,4

1,7

D 3.2.7.2.2 (oud D 3.2.7.2.2.2) mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters ander dan metalen driekant op het mestkanaal, mestopp groter dan 0,18 kleiner dan 0,27

1,5

1,9

4.

Abusievelijk is bij de wijziging 24 juni 2015 in de derde rij onder E5 diercategorie vleeskuikens in de tweede kolom ‘tot 19 dagen’ vervangen door: tot 13 dagen. Met deze wijziging wordt dit ongedaan gemaakt en weer ‘tot 19 dagen’.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

Naar boven