Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2016, 15585Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 23 maart 2016, nr. IENM/BSK-2016/43854, tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij in verband met de actualisering en enkele verbeteringen van Bijlage 1, 2 en 3 in 2016

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 1, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling ammoniak en veehouderij wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder hoofdcategorie A: RUNDVEE wordt in de tweede kolom van de rij met RAV-code:

a. A 1.17 ‘BWL 2012.02.V2’ vervangen door: BWL 2012.02.V3;

b. A 1.28 en A 1.29 in de tweede kolom na respectievelijk ‘(BWL 2015.05)’ en ‘(BWL 2015.06)’ een voetnoot ingevoegd: 19.

2. Hoofdcategorie D: VARKENS wordt als volgt gewijzigd:

a. In de tweede kolom van de rij met RAV-code:

1°. D 1.1.3 wordt ‘BWL 2006.07.V1’ vervangen door: BWL 2006.07.V2;

2°. D 3.2.7.2.1 wordt ‘BWL 2004.05.V3’ vervangen door:

BWL 2004.05.V4.

b. Na de rij met RAV-code D4.1 wordt toegevoegd:

D.4.2

Schuine wand in het mestkanaal

 

D 4.2.1

Schuine wand mestkanaal bij biggenopfok (D 1.1), 40% emissiereductie (BWL 2016.01) 27

n.v.t.

D 4.2.2

Schuine wand mestkanaal bij kraamzeugen (D 1.2) en vleesvarkens (D 3), 15% emissiereductie (BWL 2016.02) 27

n.v.t.

D 4.2.3

Schuine wand mestkanaal bij guste en dragende zeugen (D 1.3), 20% emissiereductie (BWL 2016.03) 27

n.v.t.

3. Hoofdcategorie E: KIPPEN wordt als volgt gewijzigd:

a. In de rij met RAV-code E 2.10 vervalt in de tweede kolom: , 11.

b. In de tweede kolom van de rij met RAV code:

1°. E 2.11.2 wordt ‘BWL 2004.10.V2’ vervangen door: BWL 2004.10.V3;

2°. E 3.3 wordt ‘BWL 2005.10.V3’ vervangen door: BWL 2005.10.V4;

3°. E 3.7 wordt ‘BWL 2011.13.V2’ vervangen door: BWL 2011.13.V3;

4°. E 3.8 wordt ‘BWL 2010.13.V4’ vervangen door: BWL 2010.13.V5.

4. In de rijen met RAV-code E 3.7, E 5.14, F 1.6, F2.6 en F 4.8 wordt de tekst in de tweede kolom vervangen door: stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag (BWL 2011.13.V3) 11.

5. Onder hoofdcategorie F: KALKOENEN wordt in de tweede kolom van de rij met RAV-code:

a. F 1.6 ‘BWL 2011.13.V2’ vervangen door: BWL 2011.13.V3;

b. F 1.7 ‘BWL 2010.13.V4’ vervangen door: BWL 2010.13.V5;

c. F 2.6 ‘BWL 2011.13.V2’ vervangen door: BWL 2011.13.V3;

d. F 2.7 ‘BWL 2010.13.V4’ vervangen door: BWL 2010.13.V5;

e. F 4.8 ‘BWL 2011.13.V2’ vervangen door: BWL 2011.13.V3;

f. F 4.9 ‘BWL 2010.13.V4’ vervangen door: BWL 2010.13.V5;

g. F 6.5 ‘BWL 2011.02.V1’ vervangen door: BWL 2011.02.V2;

h. F 6.6 ‘BWL 2012.03.V1’ vervangen door: BWL 2012.03.V2.

6. Onder hoofdcategorie G: EENDEN wordt in de tweede kolom van de rij met RAV-code:

a. G 4.4 ‘BWL 2011.02.V1’ vervangen door: BWL 2011.02.V2;

b. G 4.5 ‘BWL 2012.03.V1’ vervangen door: BWL 2012.03.V2.

7. Onder de tabel in bijlage 1:

a. vervalt in eindnoot 16 ‘, E 6.100’;

b. wordt in eindnoot 22 ‘BWL 2010.13 (.V4)’ vervangen door: BWL 2010.13 (.V5);

c. Wordt na eindnoot 26 een eindnoot toegevoegd, luidende:

27) Deze techniek kan worden gecombineerd met de huisvestingssystemen D 1.1.100, D 1.2.100, D 1.3.100, D 1.3.101 en D 3.100. Daarnaast kan de combinatie van deze techniek met de huisvestingssystemen D 1.1.100, D 1.2.100, D 1.3.100, D 1.3.101 en D 3.100 worden gecombineerd met één van de beschreven luchtwassystemen bij de diercategorie D 1.1, D 1.2, D 1.3 respectievelijk D 3. In die situatie moet zowel aan de beschrijving van de techniek als aan de beschrijving van het luchtwassysteem worden voldaan. De emissiefactor voor de combinatie wordt dan berekend op basis van de formule die is beschreven in eindnoot 3.

B

Bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder hoofdcategorie A. RUNDVEE wordt in de eerste rij onder A 1 diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar in de tweede kolom ‘PAS 2015.08-01’ vervangen door: PAS 2015.08-02.

2. Hoofdcategorie D. VARKENS wordt als volgt gewijzigd:

a. De eerste rij onder D 1.1 diercategorie biggenopfok (gespeende biggen) komt te luiden:

 

Diervoeder met 0,5% benzoëzuur op productbasis bij 88% drogestof in combinatie met drijvende ballen in het mestoppervlak (PAS 2015.03-02)

40%

16%

40%

b. De eerste rij onder D 1.2 diercategorie kraamzeugen (incl. biggen tot spenen) komt te luiden:

 

Diervoeder met 0,5% benzoëzuur op productbasis bij 88% drogestof in combinatie met drijvende ballen in het mestoppervlak (PAS 2015.03-02)

35%

16%

40%

c. De eerste rij onder D 1.3 diercategorie guste en dragende zeugen te luiden:

 

Diervoeder met 0,5% benzoëzuur op productbasis bij 88% drogestof in combinatie met drijvende ballen in het mestoppervlak (PAS 2015.03-02)

35%

16%

40%

C

In bijlage 3 wordt de formule ‘100% – (V x ((100% – RV1) x (100% – RV2)) – (K x ((100% – RK1) x (100% – RK2))’ vervangen door: 100% – V x ((100% – RV1) x (100% – RV2)) – K x ((100% – RK1) x (100% – RK2)).

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

Algemeen deel

1. De wijziging

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij (hierna: Rav) die is vastgesteld op grond van de Wet ammoniak en veehouderij.

In de Rav zijn ammoniakemissiefactoren opgenomen die nodig zijn bij toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet ammoniak en veehouderij, het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit emissiearme huisvesting. Daarnaast wordt de Rav gebruikt in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbwet 1998). De emissiefactoren in de Rav worden gebruikt bij het berekenen van de ammoniakemissie en bij het beoordelen of huisvestingssystemen in dierenverblijven voldoen aan de maximale emissiewaarden in het Besluit emissiearme huisvesting.

De bijlagen 1, 2 en 3 zijn op een aantal punten geactualiseerd. Het betreft nieuwe versies van stalbeschrijvingen, nieuwe additionele technieken, nieuwe voer- en managementsystemen en aangepaste reductiepercentages en eindnoten. Tevens is een aantal fouten hersteld, onder meer door het alsnog vermelden van een eindnoot of het juist weergeven van een formule. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

2. Gevolgen

Administratieve lasten

De wijzigingsregeling bevat geen meldings-, registratie- of onderzoeksverplichtingen en brengt geen verhoging van administratieve lasten met zich mee.

Effecten voor het bedrijfsleven

Er treedt geen stijging van nalevingskosten op als gevolg van deze wijziging. Doordat meer systemen zijn opgenomen krijgen veehouders meer keuzemogelijkheden waarbij de kosten van de verschillende mogelijkheden variëren.

De voer- en managementmaatregelen in bijlage 2 geven veehouderijen de mogelijkheid om de ammoniakemissie verder te reduceren, waardoor er meer ruimte is voor verkrijging van de benodigde vergunningen, met name op grond van de Nbwet 1998. Dit genereert een potentieel positief effect voor bedrijven.

Lasten voor de overheid

Er is geen sprake van wijziging van de bestuurlijke lasten.

Effecten voor het milieu

De gevolgen voor het milieu zijn in beginsel positief. De invoering van nieuwe, innovatieve systemen die de emissie van ammoniak reduceren en de voer- en managementmaatregelen kunnen lokaal een oplossing bieden voor situaties waar natuurgebieden met stikstof zijn overbelast. Op termijn kunnen innovatieve systemen – na aanscherping van de maximale emissiewaarden – leiden tot een verdere reductie van de ammoniakemissie. Naast de reductie van de emissie van ammoniak hebben technieken vaak ook een reducerend effect op de emissie van geur en fijn stof.

3. Consultatie

De verschillende meetrapporten, systeembeschrijvingen en andere gegevens die de basis vormen voor de emissiefactoren in bijlage 1 zijn in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu door deskundigen op volledigheid en juistheid beoordeeld. Zij hebben advies uitgebracht over de te hanteren emissiefactoren voor de verschillende huisvestingssystemen. De voer- en managementmaatregelen zijn in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken door deskundigen beoordeeld, waarbij advies is uitgebracht over het wel of niet opnemen van een maatregel in bijlage 2.

4. Inwerkingtreding

Omdat een snelle invoering van innovatieve technieken van groot belang is voor betrokken marktpartijen en het milieu, is afgezien van de vaste verandermomenten en een minimuminvoeringstermijn van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding van de regeling op grond van de afwijkingsmogelijkheid die is vermeld in aanwijzing 174 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A

Bijlage 1 is op verschillende punten geactualiseerd en aangevuld. Hierna wordt per diercategorie aangegeven welke huisvestingssystemen aan bijlage 1 zijn toegevoegd en welke andere wijzigingen in bijlage 1 zijn opgenomen.

Hoofdcategorie A: rundvee
A 1 diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Bij het huisvestingssysteem met RAV-code A1.17 is het versienummer BWL 2012.02.V2 (nieuw: BWL 2012.02.V3) gewijzigd. Reden van de wijziging is een verduidelijking van de uitvoering van het ventilatiesysteem.

Aan de huisvestingssystemen met RAV-code A 1.28 en A 1.29 is eindnoot 19 toegevoegd. Bij de eerdere opname van deze huisvestingssystemen in de Rav is dit abusievelijk niet gebeurd. In eindnoot 19 is opgenomen dat voor deze huisvestingssystemen een voorlopige emissiefactor is vastgesteld als bedoeld in de Beleidsregels voorlopige emissiefactoren Regeling ammoniak en veehouderij.

Hoofdcategorie D: varkens:

Bij het huisvestingssysteem met RAV-code D 1.1.3 is het versienummer BWL 2006.07.V1 (nieuw: BWL 2006.07.V2) gewijzigd. Reden van de wijziging is het vervallen van de exacte diepte van de mestput en het vervangen door een minimaal vloeistofniveau bij aanvang van de mestronde.

Bij het huisvestingssysteem met RAV-code D 3.2.7.2.1, is het versienummer BWL 2004.05.V3 (nieuw: BWL 2004.05.V4) gewijzigd. Reden van de wijziging is het opnemen van technische uitvoeringseisen bij renovatie van het huisvestingssysteem.

Aan de categorie D4 Additionele technieken is de additionele techniek ‘Schuine putwand in mestkanaal’ toegevoegd. Reden is het algemeen beschikbaar maken van deze techniek.

Hoofdcategorie E: kippen

Bij het huisvestingssysteem met RAV-code E 2.10 vervalt eindnoot 11, in overeenstemming met de andere vermeldingen van dit huisvestingssysteem in de Rav.

Bij het huisvestingssysteem met RAV-code E 2.11.2 is het versienummer BWL 2004.10.V2 (nieuw BWL 2004.10.V3) gewijzigd. Reden van de wijziging is de toevoeging van een beluchtingsoptie.

Bij de huisvestingssystemen met RAV-code E 3.7en E 5.14 wordt de omschrijving van BWL 2011.13 gewijzigd. In de omschrijving wordt ‘indirect gestookte warmteheaters’ vervangen door ‘warmteheaters’. Van E 3.7 wordt tevens het versienummer gewijzigd. Reden van de wijzigingen is correctie van een foutieve vermelding in de Rav.

Hoofdcategorie F: Kalkoenen:

Bij de huisvestingssystemen met RAV-code F 1.6, F2.6 en F 4.8 wordt de omschrijving en het versienummer van BWL 2011.13.V3 gewijzigd. Reden van de wijziging is correctie van een foutieve vermelding in de Rav.

Van de huisvestingssystemen met RAV-code F 1.6, F 1.7, F 2.6, F 2.7, F 4.8, F 4.9, F 6.5 en F 6.6 wordt het versienummer aangepast. Hiermee is het versienummer in de Rav in overeenstemming gebracht met de actuele versie van de stalbeschrijving. Van de huisvestingssystemen met RAV-code F 1.6, F2.6 en F 4.8 wordt de omschrijving van BWL 2011.13 gewijzigd. In de omschrijving wordt ‘indirect gestookte warmteheaters’ vervangen door ‘warmteheaters’

Hoofdcategorie G: Eenden

Van G 4.4 en G 4.5 wordt het versienummer aangepast. Hiermee is het versienummer in de Rav in overeenstemming gebracht met de actuele versie van de stalbeschrijving.

Eindnoten

Onder de tabel in bijlage 1 vervalt in eindnoot 16 de categorie E 6.100, omdat open opslag van mest binnen een inrichting op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet meer is toegestaan.

In eindnoot 22 wordt het versienummer aangepast. Hiermee is het versienummer in de Rav in overeenstemming gebracht met de actuele versie van de stalbeschrijving.

Daarnaast wordt een eindnoot 27 toegevoegd, waardoor helder is in welke situaties de ‘Schuine putwand in mestkanaal’ als additionele techniek kan worden ingezet.

Artikel I, onderdeel B

Bijlage 2 is geactualiseerd. In deze bijlage zijn voor twee voer- en managementmaatregelen nieuwe versies opgenomen.

Bij PAS 2015.03 is het reductiepercentage bij D 1.1 gewijzigd, zodat het rekenkundig klopt. Hierdoor verandert bij D 1.2 en D 1.3 het versienummer.

In de maatregel met kenmerk PAS 2015.08 is de voorwaarde om de maatregel toe te kunnen passen gewijzigd. De eis van het certificaat is komen te vervallen en vervangen door het kunnen overleggen van het bewijs dat weidemelk is geleverd.

Artikel I, onderdeel C

In bijlage 3 was de formule 100% – (V x ((100% – RV1) x (100% – RV2)) – K x ((100% – RK1) x (100% – RK2)) rekenkundig niet correct. ‘(V’ is gewijzigd in: V.

De correcte formule is: 100% – V x ((100% – RV1) x (100% – RV2)) – K x ((100% – RK1) x (100% – RK2)).

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma