Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
De Nederlandsche BankStaatscourant 2016, 1432Besluiten van algemene strekking

Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 7 januari 2016 houdende regels met betrekking tot het prudentieel toezicht op verzekeraars met beperkte risico-omvang (Regeling prudentieel toezicht verzekeraars met beperkte risico-omvang)

De Nederlandsche Bank N.V.;

Gelet op de artikelen 4, vierde lid, 131, eerste lid 133 en 135 van het Besluit prudentiële regels Wft;

Gelet op de artikelen 5, tweede en derde lid, 6, derde lid, en artikel 9 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft;

Na consultatie van de betrokken representatieve organisaties;

Besluit:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. DNB:

De Nederlandsche Bank N.V.;

b. Wft:

Wet op het financieel toezicht;

e. totale intragroeppositie:

totale financiële verhouding die voortvloeit uit alle intragroepovereenkomsten.

HOOFDSTUK 2. RAPPORTAGEVEREISTEN VERZEKERAARS MET BEPERKTE RISICO-OMVANG

Bepalingen ter uitvoering van artikel 131, eerste lid, en 133 van het Besluit prudentiële regels Wft

Artikel 2:1 (Modellen van staten)
  • 1. De modellen van de staten, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit prudentiële regels Wft, worden vastgesteld voor een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland of een bijkantoor van een dergelijke verzekeraar als bedoeld in artikel 130, vierde lid, aanhef, van het Besluit prudentiële regels Wft, zoals opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij deze regeling.

  • 2. De regels met betrekking tot de staten, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdelen b tot en met f en h van het Besluit prudentiële regels Wft zijn opgenomen in de modellen van de staten, bedoeld in het eerste lid, en de bijbehorende toelichting op de staten.

Artikel 2:2 (Indieningstermijnen)
  • 1. Een verzekeraar of een bijkantoor van een dergelijke verzekeraar als bedoeld in artikel 130, vierde lid, aanhef, van het Besluit prudentiële regels Wft, verstrekt de staten, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling jaarlijks binnen 20 weken na afloop van ieder boekjaar met betrekking tot dat boekjaar aan DNB.

  • 2. Een verzekeraar of een bijkantoor van een dergelijke verzekeraar als bedoeld in artikel 130, vierde lid, aanhef, van het Besluit prudentiële regels Wft, verstrekt de staten, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling per kwartaal binnen 6 weken na afloop van dat kwartaal aan DNB.

  • 3. In afwijking op het tweede lid verstrekt een verzekeraar of een bijkantoor de staten bedoeld in het tweede lid aan DNB over een kwartaal in boekjaar 2016 binnen 8 weken na afloop van dat kwartaal, over een kwartaal in boekjaar 2017 binnen 7 weken na afloop van dat kwartaal.

Artikel 2:3 (Geconsolideerde staten)
  • 1. Een verzekeraar als bedoeld in artikel 130, vierde lid, aanhef, van het Besluit prudentiële regels Wft dient geconsolideerde, waaronder gesubconsolideerde, staten in, in die gevallen waar dit uit de Wft of hetgeen bij of krachtens de Wft is vastgesteld, voortvloeit.

  • 2. De verzekeraar waardeert ten behoeve van de geconsolideerde, waaronder gesubconsolideerde, staten de actief- en passiefposten en de posten buiten de balansstelling op basis van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij uit de Wft of hetgeen bij of krachtens de Wft is vastgesteld, anders voortvloeit.

  • 3. De verzekeraar betrekt ten behoeve van geconsolideerde, waaronder gesubconsolideerde, staten uitsluitend die gerelateerde entiteiten die op grond van de Wft of hetgeen krachtens de Wft is vastgesteld, in de reikwijdte van consolidatie worden opgenomen.

Artikel 2:4

Een accountant betrekt bij zijn onderzoek, bedoeld in artikel 133 van het Besluit prudentiële regels Wft, de staten, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling.

HOOFDSTUK 3. BRANCHEGROEPEN EN OPGAVE VAN GESLOTEN VERZEKERINGEN

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 131, eerste lid, en 135 van het Besluit prudentiële regels Wft

Artikel 3:1

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft, in te dienen door een levensverzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland met betrekking tot de vanuit Nederland of vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat gesloten overeenkomsten van verzekering, wordt vastgesteld zoals is opgenomen in het onderdeel bijkantoren en vrije dienstverrichting levensverzekeraars met beperkte risico-omvang van bijlagen 1 en 2 bij deze regeling.

Artikel 3:2

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft, in te dienen door een schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland, met betrekking tot de vanuit Nederland of vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat gesloten overeenkomsten van verzekering, worden vastgesteld zoals zij zijn opgenomen in het onderdeel bijkantoren en vrije dienstverrichting schadeverzekeraars met beperkte risico-omvang van bijlagen 1 en 2 bij deze regeling.

Artikel 3:3

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft, in te dienen door een natura-uitvaartverzekeraar wordt vastgesteld zoals is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.

HOOFDSTUK 4. WAARDERING DEELNEMINGEN VAN VERZEKERAARS MET BEPERKTE RISICO-OMVANG

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4, vierde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft

Artikel 4
  • 1. Een verzekeraar met beperkte risico-omvang waardeert een deelneming in een verzekeraar met beperkte risico-omvang op basis van de aangepaste vermogensmutatiemethode uitgaande van de waarderingsmethoden overeenkomstig artikel 3:69a van de Wft en artikel 4, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft.

  • 2. Een verzekeraar met beperkte risico-omvang waardeert een deelneming in een entiteit niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang overeenkomstig de waarderingsmethode die hij in zijn jaarrekening toepast, voor zover deze waarderingsmethode op basis van marktwaardering is.

  • 3. Indien het niet mogelijk is om een deelneming bedoeld in het tweede lid op basis van marktwaardering te waarderen, waardeert een verzekeraar met beperkte risico-omvang de deelneming overeenkomstig de waarderingsmethoden die hij in zijn jaarrekening toepast. De verzekeraar licht de redenen toe waarom het niet mogelijk is de betreffende deelneming op basis van marktwaardering te waarderen.

HOOFDSTUK 5. RAPPORTAGEVEREISTEN VERZEKERAARS MET BEPERKTE RISICO-OMVANG IN EEN VERZEKERINGSGROEP

Bepalingen ter uitvoering van artikel 5, tweede en derde lid, van Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft

Artikel 5:1

  • 1. Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:281, eerste lid, van de Wft rapporteert alle significante intragroepovereenkomsten en -posities met ondernemingen, bedoeld in artikel 3:281a, eerste lid, van de Wft met gebruikmaking van bladen IG-posities 1, 2 en 3 van de staat opgenomen in de bijlage 5 bij deze regeling. De rapportage wordt uiterlijk 6 weken na de ingevolge artikel 2:2, eerste lid, van toepassing zijnde indieningstermijn bij DNB ingediend.

  • 2. Van een significante individuele intragroepovereenkomst is sprake wanneer het bedrag van de hieruit voortvloeiende intragroeppositie meer bedraagt dan twintig procent van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeraar. Van een significante totale intragroeppositie is sprake indien deze positie meer bedraagt dan twintig procent van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeraar.

  • 3. Op verzoek van de verzekeraar bedoeld in het eerste lid kan DNB afwijken van het eerste en tweede lid.

Artikel 5:2

  • 1. Voor de toepassing van artikel 5:1, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante individuele intragroepovereenkomst aangegeven:

    • a. het bedrag van de vordering: de intragroeppositie, waarbij alleen actiefposten en daarmee vergelijkbare off balance sheet instrumenten worden gerapporteerd; en

    • b. met welke onderneming van de groep de intragroepovereenkomst is aangegaan.

  • 2. Voor de toepassing van artikel 5:1, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante totale intragroeppositie aangegeven:

    • a. het bedrag van de totale intragroeppositie; en

    • b. met welke ondernemingen van de groep de intragroepovereenkomst is aangegaan.

  • 3. Voor de toepassing van artikel 5:1, eerste lid, worden de significante intragroepovereenkomsten en -posities ondergebracht in één van de volgende categorieën:

    • a. beleggingen;

    • b. rekening courant vorderingen;

    • c. leningen;

    • d. overige vorderingen;

    • e. garanties en posten buiten de balans;

    • f. herverzekeringstransacties en retrocessie; of

    • g. overeenkomsten met betrekking tot kostentoedeling.

  • 4. De in het derde lid, onderdeel d, bedoelde overige vorderingen gaan vergezeld van een toelichting betreffende de aard van de vordering.

Bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde lid, en artikel 9 van Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft

Artikel 6
  • 1. Een verzekeraar als bedoeld in de artikel 3:281b, eerste lid, van de Wft gebruikt voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit, bedoeld in artikel 9 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft de staten zoals opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling met uitzondering van de bladen IG-posities 1, 2 en 3.

  • 2. De staten, bedoeld in het eerst lid, worden uiterlijk 6 weken na de ingevolge artikel 2:2, eerste lid, van toepassing zijnde indieningstermijn bij DNB ingediend.

Amsterdam, 7 januari 2016

De Nederlandsche Bank N.V. J. Sijbrand, directeur

BIJLAGE 1: MODELLEN VAN JAARSTATEN VOOR VERZEKERAARS MET BEPERKTE RISICO-OMVANG

[Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.]

BIJLAGE 2: MODELLEN VAN KWARTAALSTATEN VOOR VERZEKERAARS MET BEPERKTE RISICO-OMVANG

[Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.]

BIJLAGE 3: DOOR ACCOUNTANT TE WAARMERKEN JAARSTATEN VOOR VERZEKERAARS MET BEPERKTE RISICO-OMVANG

Bijlage bij artikel 2:4

Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

NAW

nee

Samenvatting

nee

Balans-1

ja

Balans-2

nee

Balans-3

nee

Beleggingen Toelichting beleggingen

ja

Rendement

nee

PSK Premies, schaden en kosten

ja

EV Eigen vermogen

ja

SKV-1 Solvabiliteitskapitaalvereiste

ja

SKV-2 Solvabiliteitskapitaalvereiste – marktrisico

ja

SKV-3 Solvabiliteitskapitaalvereiste – tegenpartijkredietrisico

ja

SKV-4 Solvabiliteitskapitaalvereiste – levensverzekeringstechnisch risico

ja

SKV-5 Solvabiliteitskapitaalvereiste – ziekteverzekeringstechnisch risico

ja

SKV-6 Solvabiliteitskapitaalvereiste – schadeverzekeringstechnisch risico

ja

SKV-7 Solvabiliteitskapitaalvereiste – rampenrisico in het schade- en ziekteverzekeringsbedrijf

ja

SKV-8 Solvabiliteitskapitaalvereiste – operationeel risico

ja

MKV Minimumkapitaalvereiste

ja

TV-1 Technische voorzieningen voor leven, natura-uitvaart en arbeidsongeschiktheid

ja

TV-2 Technische voorzieningen schadeverzekeringen

ja

TV-3 Projectie toekomstige bruto kasstromen Leven (Beste schatting – leven, natura-uitvaart en arbeidsongeschiktheid)

nee

TV-4 Projectie toekomstige bruto kasstromen Schade (Beste schatting – schade)

nee

TV-5A Informatie te betalen schaden schadeverzekering (rapportagegroep A)

nee

TV-5B Informatie te betalen schaden schadeverzekering (rapportagegroep B)

nee

TV-5C Informatie te betalen schaden schadeverzekering (rapportagegroep C)

nee

TV-6 Spreidingsprofiel verliezen schadeverzekeringen

nee

TV-7 Risicoprofiel verzekeringsportefeuille schade

nee

TV-8 Schadeverzekeringstechnische risico’s – grootste netto risico’s

nee

TV-9 Grootste netto risico’s Leven (inclusief natura-uitvaart en AOV)

nee

HVZ-1 Aandeel herverzekeraars

nee

HVZ-2 Herverzekeringsprogramma komende verslagperiode

nee

W&V Winst- en verliesrekening (vennootschappelijk)

ja

Natura Natura-uitvaartverzekeringen

ja

Windstorm

nee

Zorg

nee

Voor geen van de kwartaalrapportages voor verzekeraars met een beperkte risico-omvang zal certificering door de externe accountant gevraagd gaan worden.

BIJLAGE 4: OPGAVE VAN GESLOTEN VERZEKERINGEN DOOR NATURA-UITVAARTVERZEKERAAR

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft, in te dienen door een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:87, eerste lid, van de Wft.

   

Naam natura-uitvaartverzekeraar: ..........

Boekjaar: ..........

Zetel: .........

Betreft dienstverrichting naar Nederland vanuit: .........

 

x EUR 1000

Premie

 

Ondertekening door bestuurder

Naam:

handtekening:

............

..........

Plaats:

datum:

..........

..........

BIJLAGE 5: MODELLEN VAN STATEN VOOR VERZEKERAARS MET BEPERKTE RISICO-OMVANG IN EEN VERZEKERINGSGROEP

[Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.]

TOELICHTING

1. Algemeen

Met onderhavige regeling wordt voor verzekeraars met beperkte risico-omvang invulling gegeven aan de delegatiegrondslagen van zowel het Besluit prudentiële regels Wft als het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft. Hierdoor is er één regeling die invulling geeft aan alle delegatiegrondslagen voor verzekeraars met beperkte risico-omvang. De regeling gaat in op de rapportagevereisten van verzekeraars met beperkte risico-omvang, de waardering van deelnemingen van deze verzekeraars in de staten en de rapportagevereisten van deze verzekeraars in een verzekeringsgroep.

2. Rapportagevereisten verzekeraars met beperkte risico-omvang

De delegatiegrondslagen voor de rapportagevereisten voor verzekeraars met beperkte risico-omvang zijn opgenomen in de artikelen 131, eerste lid, en artikel 135 van het Besluit prudentiële regels Wft. Voornoemde artikelen zijn opgenomen in hoofdstuk 13 van dit Besluit, het hoofdstuk dat regels stelt ten aanzien boekhouding en rapportages. In hoofdstuk 2 van onderhavige regeling worden de modellen van de staten vastgesteld voor verzekeraars met beperkte risico-omvang, bedoeld in artikel 130 van het Besluit prudentiële regels Wft, en worden andere regels voorgeschreven die met de staten verband houden, zoals de indieningstermijn en -frequentie.

Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de branchegroepen en modellen vastgesteld waarmee verzekeraars met beperkte risico-omvang opgave dienen te doen van gesloten verzekeringen. Daarmee wordt in hoofdstuk 3 invulling gegeven aan de delegatiegrondslag die is opgenomen in artikel 135 van het Besluit prudentiële regels Wft. De modellen van de staten en de opgaven van gesloten verzekeringen zijn opgenomen in de bijlagen bij de regeling.

Vanwege de grote omvang van de staten is er voor gekozen de bijlagen 1 tot en met 2 en bijlage 5 niet te publiceren in de Staatscourant, maar ter inzage te leggen bij De Nederlandsche Bank N.V. (verder: DNB). Tevens zijn deze bijlagen te raadplegen om de website van DNB: www.DNB.nl. Een overzicht van de bijlagen bij onderhavige regeling is hieronder opgenomen.

Overzicht modellen van de staten in deze regeling

Bijlage 1: Modellen voor jaarstaten

Bijlage 2: Modellen voor kwartaalstaten

Bijlage 3: Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

Bijlage 4: Modellen van de opgave van gesloten verzekeringen en branchegroepen

Bijlage 5: Modellen voor staten voor verzekeraars met beperkte risico-omvang in een verzekeringsgroep

Voor de verzekeraars met beperkte risico-omvang zijn in de rapportagestaten wijzigingen doorgevoerd als gevolg van de invoering van de richtlijn solvabiliteit II en de (gedeeltelijke) toepassing van dit kader op verzekeraars met beperkte risico-omvang. Voor wat betreft de waardering van de posten in de staten wordt aangesloten bij marktwaardering zoals die richtlijn dit voorschrijft.

De nieuwe staten in deze regeling gelden voor alle verzekeraars met beperkte risico-omvang, maar per verzekeraar gelden alleen de voor hen relevante rapportages. Zo is onderscheid gemaakt naar de aard van de verstrekte vergunning (leven/schade/natura) en de eventueel van toepassing zijnde consolidatieplicht. Binnen de rapportages is tevens gebruik gemaakt van keuze-buttons waardoor alleen nadere informatie-uitvraag plaatsvindt waar dit relevant is. In de rapportages wordt voorzien in materialiteitsbepalingen. De keuze voor een bepaalde set staten is de verantwoordelijkheid van de verzekeraar. DNB draagt zorg voor het ter beschikking stellen van de juiste set.

3. Waardering deelnemingen voor verzekeraars met beperkte risico-omvang

Deze regeling stelt tevens nadere regels met betrekking tot de waardering van deelnemingen voor verzekeraars met een beperkte risico-omvang. Dit vloeit voort uit artikel 4, vierde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. Deze regels zijn opgesteld op basis van de richtlijn met inachtneming van de voor verzekeraars met een beperkte risico-omvang gebruikelijke waarderingsgrondslagen en de aard en omvang van de deelnemingen.

4. Rapportagevereisten verzekeraars met beperkte risico-omvang in een verzekeringsgroep

Deze regeling stelt tot slot regels ten aanzien van het prudentieel toezicht op verzekeraars met beperkte risico-omvang in een verzekeringsgroep. De grondslagen voor deze regeling zijn te vinden in het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft. De rapportagevereisten hebben betrekking op intragroeptransacties en de aangepaste solvabiliteit. De staten voor intragroepovereenkomsten en -posities en de aangepaste solvabiliteit sluit aan bij de bestaande overeenkomstige rapportages.

De intragroeptransacties worden per verzekeraar gerapporteerd. Niet alle intragroeptransacties, alleen de significante intragroeptransacties worden gerapporteerd. Er is sprake van een significante intragroepovereenkomst wanneer het bedrag van de daaruit voortvloeiende verhouding meer bedraagt dan twintig procent van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeraar, die de overeenkomst is aangegaan. Ook indien alle gezamenlijke intragroepovereenkomsten op één groepsonderdeel boven dit percentage uitgaan, is er sprake van significantie en wordt de totale intragroeppositie die voortvloeit uit de geaggregeerde vorderingen gerapporteerd.

Tenslotte zijn ter uitvoering van artikel 6, vijfde lid, van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft staten voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een verzekeraar met beperkte risico-omvang in een verzekeringsgroep vastgesteld.

De staten zijn opgenomen in bijlage 5 bij de regeling. Aangezien het format van de bladen met rapportageformulieren zich niet lenen om te publiceren in de Staatscourant, is er voor gekozen deze ter inzage te leggen bij DNB. Tevens zijn deze bladen te raadplegen op de website van DNB: www.DNB.nl.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2:1

In artikel 2:1 worden ter uitvoering van artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit prudentiële regels Wft de modellen vastgesteld. De modellen van de staten zijn voor verzekeraars met een beperkte risico-omvang opgenomen in bijlage 1 en bijlage 2 bij onderhavige regeling en zijn daarmee onderdeel van de regeling.

Artikel 2:2

Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 131, eerste lid, onderdelen g en h, van het Besluit prudentiële regels Wft. In het eerste lid en tweede lid zijn de indieningstermijnen voor de reguliere rapportages door verzekeraars met een beperkte risico-omvang en bijkantoren als bedoeld in artikel 130, eerste en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft bepaald, in casu het standaardpakket aan rapportages dat jaarlijks en per kwartaal door deze verzekeraars wordt verstrekt. Voor verzekeraars die onder de richtlijn Solvabiliteit II vallen start de indieningstermijn voor de jaarrapportages over boekjaar 2016 met 20 weken en daalt dan jaarlijks met 2 weken tot uiteindelijk 14 weken. Met het oog op proportionaliteit en de borging van de kwaliteit van de rapportages is voor verzekeraars met beperkte risico-omvang gekozen voor een indieningstermijn voor de jaarrapportages van structureel 20 weken zonder jaarlijkse daling. Dit komt ongeveer overeen met de indieningstermijnen die golden voor de invoering van de richtlijn Solvabiliteit II. De indieningstermijnen voor kwartaalrapportages start met 8 weken en daalt dan tot 6 weken.

Artikel 2:3

In artikel 131, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit prudentiële regels Wft is aangegeven dat de modellen van de staten aansluiten bij de consolidatie zoals voorgeschreven bij Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2:4

Op grond van artikel 133 wordt in bijlage 3 van deze regeling bepaald welke staten van een verzekeraar met een beperkte risico-omvang door een accountant worden betrokken. De staten voor verzekeraars met een beperkte risico-omvang die door een accountant worden betrokken, komen vrijwel overeen met de staten voor verzekeraars die onder de richtlijn solvabiliteit II vallen die door een accountant worden betrokken.

Artikel 3:1, artikel 3:2 en artikel 3:3

De artikelen 3:1, 3:2 en 3:3 geven de nadere uitwerking van een aantal voorschriften die artikel 135 van het Besluit prudentiele regels Wft geeft met betrekking tot de verstrekking van de opgave van gesloten verzekeringen en het vaststellen van branchegroepen ingevolge 3:87 van de Wft. De artikelen die zijn opgenomen zijn een ‘verhanging’ van de bestaande Regeling staten financiële ondernemingen Wft van artikelen die specifiek gelden voor verzekeraars met beperkte risico-omvang.

Op grond van de genoemde bepalingen wordt door schade-, levens- en natura-uitvaartverzekeraars met beperkte risico-omvang jaarlijks een opgave gedaan van diverse specifieke financiële gegevens met betrekking tot de omvang van dienstverrichting en vestigingsactiviteiten per afzonderlijke lidstaat. Artikel 135, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft ziet op nadere specificaties voor de opgave van gesloten levensverzekeringen, terwijl het tweede lid specificaties voor de opgave van gesloten schadeverzekeringen betreft en het derde lid specificaties voor de opgave van natura-uitvaartverzekeringen.

DNB stelt op grond van artikel 135, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft regels met betrekking tot de branchegroepen. Op grond van artikel 135, vijfde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft zijn de artikelen 131, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 132, eerste lid, van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van de opgaven, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid. Dit betekent dat DNB de modellen van de opgave vaststelt.

Artikel 4

Artikel 4 van deze regeling geeft invulling aan de waardering van deelnemingen door verzekeraars met beperkte risico-omvang. Indien de deelneming een deelneming betreft in een verzekeraar met beperkte risico-omvang dan gelden de waarderingsgrondslagen van de richtlijn solvabiliteit II. Als het gaat om een andere deelneming dan waardeert de verzekeraar de deelneming op basis van marktwaardering. Als het niet mogelijk is om de deelneming op marktwaardering te waarderen dan hanteert de verzekeraar de waarde die hij in zijn jaarrekening toepast. Hij dient dan wel de redenen toe te lichten waarom het niet mogelijk is de betreffende deelneming op basis van marktwaardering te waarderen.

Artikel 5:1

Volgens artikel 5 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft stelt DNB regels over soort en aard van de intragroepovereenkomsten en -posities van een verzekeraar met beperkte risico-omvang. Er is sprake van een significante intragroepovereenkomsten wanneer het bedrag van de daaruit voortvloeiende verhouding meer bedraagt dan twintig procent van de solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeraar die de overeenkomst is aangegaan. Ook indien allen gezamenlijke intragroepovereenkomsten op één groepsonderdeel boven dit percentage uitgaan, is er sprake van significantie en moet de totale intragroeppositie die voortvloeit uit de geaggregeerde vorderingen worden gerapporteerd

Artikel 6

Artikel 3:281b van de Wft bepaalt de wijze waarop een verzekeraar met beperkte risico-omvang in een verzekeringsgroep de aangepaste solvabiliteit berekent. Artikel 9 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft bepaalt dat DNB regels stelt ten aanzien van de modellen waarmee de aangepaste solvabiliteit wordt gerapporteerd. De modellen volgen de indeling van de bijlagen bij het Besluit.

In het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft worden drie berekeningsmethoden onderscheiden, die in de bijlagen bij het Besluit zijn uitgewerkt. Er is in beginsel keuzevrijheid ten aanzien van de te gebruiken berekeningsmethoden. Wel geldt de eis dat de eenmaal gekozen methode consistent wordt gebruikt.

De Nederlandsche Bank N.V., J. Sijbrand, directeur