Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2015, 8382Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 30 maart 2015, nr. WJZ/15015151, tot instelling van een landbouwtelling en tot het aanbieden van een gecombineerde opgave waaronder opgave in het kader van betalingen uit het Diergezondheidsfonds (Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2015)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op:

  • de artikelen 28 en 36, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • artikel 72, eerste, derde en vierde lid, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • de artikelen 12, 24, 30, 32 en 33 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013 L 347);

  • de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet;

  • artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; en

  • artikel 12a van het Besluit heffing preventie dierziekten;

Besluit:

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

besmettelijke dierziekten:

op grond van artikel 15, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekten en zoönosen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit zoönosen;

Diergezondheidsfonds:

fonds als bedoeld in artikel 95a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

formulier:

formulier als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling;

formulier Diergezondheidsfonds:

formulier als bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling;

houder:

houder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

minister:

Minister van Economische Zaken;

opgaveplichtige:

degene aan wie de minister het formulier langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden;

staatssteunrichtsnoeren:

richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014, C 204);

Verordening (EU) nr. 1305/2013:

Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

Verordening (EU) nr. 1306/2013:

Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

Verordening (EU) nr. 1307/2013:

Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L347).

Paragraaf 2. Landbouwtelling en gecombineerde opgave

Artikel 2

  • 1. Het formulier is een beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet.

  • 2. Degene aan wie de minister een beschrijvingsbiljet langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden dient dit uiterlijk op 15 mei 2015 ingevuld en ondertekend bij de minister in.

  • 3. Een landbouwer verstrekt gegevens als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet door middel van het formulier.

  • 4. Ter uitvoering van de artikelen 28 en 36, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1305/2013, artikel 72 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de artikelen 12, 24, 30, 32 en 33 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 dient het formulier voor:

    • a. het doen van de aanvragen, bedoeld in de artikelen 4.2, eerste lid, en 4.4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB;

    • b. het verstrekken van informatie of het indienen van een betaalverzoek als bedoeld in een Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van een provincie;

    • c. het doen van de aanvraag, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Regeling Subsidiëring brede weersverzekering.

Artikel 3

  • 1. Het formulier heeft betrekking op de periode van 1 april 2015 tot en met 15 mei 2015.

  • 2. De periode, bedoeld in het eerste lid, is het tijdvak waarin een landbouwtelling als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Landbouwwet wordt gehouden.

Artikel 4

  • 1. Een opgaveplichtige verstrekt:

    • a. informatie naar de toestand van de veestapel zoals die was op 1 april 2015,

    • b. informatie over de toestand van de beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2015, en

    • c. de naam van het gewas waarmee een perceel zal worden beteeld, als dat niet is beteeld op 15 mei 2015.

  • 2. Een opgaveplichtige verstrekt overige informatie naar de toestand op zijn onderneming op het moment van ondertekening van het formulier.

Paragraaf 3. Opgave aanspraak Diergezondheidsfonds

Artikel 5

  • 1. Betalingen uit het Diergezondheidsfonds voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met de preventie en de bestrijding van besmettelijke dierziekten worden verricht met inachtneming van Deel I en Deel II, onderdeel 1.2.1.3, van de staatssteunrichtsnoeren.

  • 2. Om aanspraak te kunnen maken op betalingen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten als bedoeld in het eerste lid, in de periode die loopt van 15 mei 2015 tot 15 mei 2016, dient door de houder uiterlijk op 15 mei 2015 bij de minister een daartoe strekkende opgave te zijn ingediend door middel van het formulier Diergezondheidsfonds.

  • 3. De houder kan geen aanspraak maken op betalingen als bedoeld in het eerste lid, indien:

    • a. de onderneming die de houder drijft, een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in punt 35, onderdeel 15, van de staatssteunrichtsnoeren; of

    • b. ten aanzien van de onderneming die de houder drijft, een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in punt 27 van de staatssteunrichtsnoeren.

Paragraaf 4. Elektronische weg

Artikel 6

Het formulier en het formulier Diergezondheidsfonds kunnen door de opgaveplichtige respectievelijk de houder langs elektronische weg worden ingevuld, ondertekend en ingediend op het internetadres www.mijnrvo.nl.

Artikel 7

  • 1. Een opgaveplichtige of de houder kan op de volgende wijzen elektronisch toegang krijgen tot het formulier en het formulier Diergezondheidsfonds:

    • a. in geval er sprake is van een verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van een E-herkenningsmiddel;

    • b. voor natuurlijke personen die niet vallen onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van DigiD; of

    • c. aan de hand van een toegangscode die door de minister is verstrekt aan een opgaveplichtige of een houder in het buitenland.

  • 2. De minister verstrekt aan een opgaveplichtige, een houder of de gemachtigde van een opgaveplichtige of een houder een tancode ter ondertekening van het elektronisch formulier.

  • 3. De minister kan besluiten geen tancode te verstrekken of al verstrekte tancodes in te trekken indien de ondertekenaar, een met de ondertekenaar geassocieerd bedrijf, of een met de ondertekenaar geassocieerde organisatie in het verleden een tancode heeft gebruikt in strijd met deze regeling of op andere wijze de integriteit van een verstrekte handtekening heeft geschonden.

Artikel 8

  • 1. De minister neemt een elektronisch verzonden formulier of formulier Diergezondheidsfonds dat niet overeenkomstig deze regeling is ingediend niet in behandeling.

  • 2. De minister neemt een elektronisch verzonden bericht waarvan de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt, niet in behandeling.

  • 3. De minister informeert degene die het elektronisch verzonden formulier of formulier Diergezondheidsfonds heeft ondertekend zo spoedig mogelijk over een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 9

De Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2014 wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2015.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 30 maart 2015

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

BIJLAGE

TOELICHTING

1. Landbouwtelling en gecombineerde opgave

Met het bij deze regeling gepubliceerde formulier wordt in 2015 opgave gedaan voor de landbouwtelling op grond van de Landbouwwet, voor de opgave gebruik gewaspercelen op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, voor de verzamelaanvraag op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB en voor het verstrekken van informatie of een betaalverzoek voor twee steunregelingen die onderdeel zijn van het plattelandsontwikkelingsprogramma. Voor deze verschillende onderdelen van de gecombineerde opgave wordt gebruik gemaakt van het formulier.

De Minister van Economische Zaken (hierna: de Minister) houdt de jaarlijkse landbouwtelling in de periode van 1 april tot en met 15 mei. De landbouwtelling heeft twee doelen: het verzamelen van gegevens ten behoeve van statistiek en ten behoeve van beleidsontwikkeling. Daarvoor wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een zo volledig mogelijk overzicht samengesteld van de beteelde oppervlakte, de omvang van de veestapel en de inzet van arbeidskrachten.

In het kader van de programmatische aanpak stikstof (PAS) worden onder andere gegevens gebruikt uit de landbouwtelling voor het monitoren van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden en het bepalen van de ontwikkelruimte voor (agrarische) bedrijven rondom Natura 2000 gebieden. De landbouwtelling kan voor deze doeleinden nauwkeuriger informatie opleveren door per emissielocatie gemiddelde dieraantallen op te vragen. Het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving, die verantwoordelijk zijn voor het genereren van de benodigde informatie voor de PAS hebben hierop aangedrongen. Gelet hierop is in de landbouwtelling ten behoeve van dit beleidsveld aanvullende vraagstelling opgenomen.

Voor de uitvoering van het Europese landbouwbeleid is het van belang dat de Minister beschikt over correcte en actuele gegevens per bedrijf in de land- en tuinbouw. Ondernemers die geen steun aanvragen als bedoeld in deze regeling en ook niet ingevolge het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gehouden zijn om (wijzigingen van) perceelsgegevens te verstrekken, verstrekken alleen de informatie die op grond van de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet wordt gevraagd.

Zoals hiervoor aangegeven vraagt de landbouwer met de gecombineerde opgave enkele specifieke steunregelingen aan. Dit betreft de rechtstreekse betalingen als bedoeld in de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (de basisbetalingsregeling, betaling voor klimaat en milieuvriendelijke landbouwpraktijken, betaling voor jonge landbouwers en de vrijwillig gekoppelde steun inzake graasdierhouderij). Het betreft tevens twee steunregelingen uit het plattelandsontwikkelingsprogramma; betalingen voor agrarisch natuurbeheer, die kunnen worden verstrekt op grond van de Subsidieverordeningen natuur- en landschapsbeheer van de provincies, en de tegemoetkoming in de verzekeringspremie die kan worden verstrekt op grond van de Regeling Subsidiëring brede weersverzekering. Een landbouwer die aanspraak wil maken op een rechtstreekse betaling vermeldt de landbouwgrond die hoort bij het landbouwbedrijf. Op basis van de in 2014 verstrekte en geverifieerde informatie zijn deze gegevens op het elektronische formulier zoveel als mogelijk al ingevuld, waarbij de landbouwer deze gegevens alleen nog hoeft te controleren. Het principe van éénmalig inwinnen en meervoudig gebruik wordt waar mogelijk toegepast. In geval van opgave langs schriftelijke weg vult de landbouwer de gegevens zelf in.

De gegevens uit de landbouwtelling en gecombineerde opgave kunnen tevens worden benut om adequaat te kunnen handelen ten tijde van crises.

Ondernemers in de land- en tuinbouw ontvangen voor 1 april 2015 een brief van de Minister waarin wordt aangekondigd dat zij voor wat betreft 2015 als opgaveplichtig zijn aangemerkt.

2. Diergezondheidsfonds

Onderdeel van deze regeling is tevens het ‘formulier Diergezondheidsfonds’. Op grond van artikel 5 van deze regeling dienen – door middel van een opgave – houders van kippen, kalkoenen, eenden, schapen, geiten, runderen en varkens aan te geven of zij aanspraak willen maken voor betalingen (welke veelal plaatsvinden in de vorm van gesubsidieerde diensten) uit het Diergezondheidsfonds voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten (ook dienen de houders aan te geven of hun onderneming een kleine- of middelgrote onderneming is). De betalingen betreffen de (tegemoetkomingen in de) kosten van vaccins, bloedonderzoeken, tests, etc, die in het kader van het preventiebeleid worden toegediend of uitgevoerd op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Deze nieuwe opgaveverplichting vloeit voort uit de Europese eisen die zijn opgenomen in de per 1 juli 2014 gewijzigde Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020. De opgave – die uiterlijk op 15 mei 2015 bij de Minister moet zijn ingediend – heeft betrekking op de periode die loopt van 15 mei 2015 tot 15 mei 2016. De opgaveverplichting leidt overigens niet tot wijziging van de uitvoeringspraktijk voor betalingen uit het Diergezondheidsfonds. Beoogd wordt om met ingang van 2016 de opgaveverplichting volledig te integreren in het formulier voor de gecombineerde opgave.

3. Elektronische opgave

Voor het bijwerken en raadplegen van gegevens in het perceelsregister is door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) een nieuwe, op zichzelf staande webapplicatie ontwikkeld (‘Mijn percelen’), die het gehele jaar door gebruikt kan worden. Voor het registreren van gegevens voortvloeiend uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt ‘Mijn percelen’ rechtstreeks vanuit de gecombineerde opgave geopend.

Een opgaveplichtige kan afhankelijk van de hoedanigheid op één van drie wijzen toegang krijgen tot het elektronisch formulier: aan de hand van een bij een private partij aangeschaft E-herkenningsmiddel (voor rechtspersonen), aan de hand van DigiD (voor natuurlijke personen) en voor opgaveplichtigen in het buitenland blijft het mogelijk om een door RVO.nl te verstrekken toegangscode te gebruiken. Vanaf 1 januari 2015 kan een ondernemer geregistreerd bij de Kamer van Koophandel alleen nog toegang krijgen tot het elektronisch formulier aan de hand van een bij een private partij aangeschaft eHerkenningsmiddel. Het eHerkenningsmiddel heeft een betrouwbaarheidsniveau van ten minste 2+.

Het voorgaande geldt overigens ook voor het elektronisch gebruik van het formulier Diergezondheidsfonds.

4. Verplichting tot indiening

Het formulier wordt uiterlijk op 15 mei 2015 bij de Minister ingediend. Deze datum volgt voor de verzamelaanvraag inzake de rechtstreekse betalingen GLB en de steunregelingen van het plattelandsontwikkelingsprogramma uit de Europese verordeningen en voor de opgave gebruik gewaspercelen uit artikel 26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Voor wat betref de landbouwtelling volgt deze datum uit artikel 2, tweede lid, van deze regeling.

Het niet voldoen aan de verplichting tot indiening is een economisch delict in de zin van artikel 1, onder 2, van de Wet op de economische delicten. Ook leidt het niet of niet tijdig melden van de gevraagde informatie tot een verlaging of uitsluiting van de directe betaling of de plattelandsontwikkelingssubsidie.

5. Administratieve lastendruk

In 2015 introduceert RVO.nl, als aangegeven in de eerste alinea van paragraaf 3, een andere manier van werken met percelen. Dit systeem is zodanig ingericht dat de landbouwer -naast het op basis van regelgeving voorgeschreven gebruik in verband met het doen van de gecombineerde opgave- de daarin vastgelegde gegevens tevens kan gebruiken ten behoeve van zijn eigen bedrijfsvoering en ten behoeve van het verstrekken van gegevens aan private partijen en andere overheden dan de Minister. De tijd die landbouwers besteden aan het bijwerken van gegevens van hun percelen is daarom geen administratieve last meer die uitsluitend kan worden toegerekend aan de gecombineerde opgave. Die last is dan ook niet verantwoord als lastendruk in het kader van deze regeling.

Het voorinvullen van de elektronische formulieren leidt structureel tot een verlaging van de administratieve lastendruk. Door het principe van éénmalig inwinnen en meervoudig gebruik worden de totale administratieve lasten voor de agrarische sector zoveel als mogelijk beperkt door de inwinning van gegevens te bundelen. Voor wat betreft de administratieve lastendruk met betrekking tot de opgave in het kader van het Diergezondheidsfonds in het geval er sprake is van landbouwdieren, betreft het aanvinken van de vraagstelling slechts een marginale verhoging.

Uitgaande van een gemiddeld uurloon van € 16 voor de agrarische sector en € 32 voor dienstverleners/intermediairs bedragen de administratieve lasten als gevolg van deze regeling naar verwachting gemiddeld € 69 per bedrijf in 2015. De administratieve lasten van het totaal van bedrijven die een opgave zullen doen (circa 70.600 landbouwbedrijven) zijn voor 2015 berekend op € 4.908.436. Hierbij is voor 5% van de bedrijven gerekend met een opslag van 5% voor het invullen op papier.

6. Vaste verandermomenten

In overeenstemming met het beleid inzake de vaste verandermomenten treedt deze regeling in werking op 1 april 2015. De termijn tussen publicatie en inwerkingtreding is echter minder dan twee maanden.

In verband met de benodigde uitvoeringswerkzaamheden die voortvloeien uit de nieuwe Europese regels voor (met name) de rechtstreekse betalingen was eerdere publicatie niet mogelijk en kan – gelet op de Europese regels van het gemeenschappelijk landbouwbeleid – evenmin worden gekozen voor een latere inwerkingtreding dan 1 april 2015.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma