Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Rechtbank Zeeland-West-BrabantStaatscourant 2015, 7762Interne regelingen

Klachtenregeling rechtbank Zeeland-West-Brabant

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. klacht:

een uiting van ongenoegen over een gedraging van rechtbank Zeeland-West-Brabant die zowel bejegening als bedrijfsvoering kan betreffen.

b. rechtbank:

rechtbank Zeeland-West-Brabant

c. bestuur:

het bestuur van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

d. betrokkene:

de persoon op wie de klacht betrekking heeft.

e. klager:

iemand die zelf, of namens de een cliënt een klacht indient.

Artikel 2. Klachtrecht

  • 1. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de rechtbank zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen, bij het bestuur een klacht in te dienen. Niet geklaagd kan worden over de inhoud, de motivering, de wijze van totstandkomen of het uitblijven van een rechterlijke beslissing, met inbegrip van de in dat kader genomen beslissingen van procedurele aard.

  • 2. Een gedraging van een persoon, werkzaam bij de rechtbank, wordt aangemerkt als een gedraging van de rechtbank, voor zover deze gedraging aan de rechtbank kan worden toegerekend.

  • 3. Klachten betreffende gedragingen die hebben plaatsgevonden in een nevenzittingsplaats buiten het rechtsgebied van de rechtbank worden behandeld door het bestuur van het gerecht van die nevenzittingsplaats, met toepassing van de klachtenregeling van de desbetreffende nevenzittingsplaats.

  • 4. Personen werkzaam bij de rechtbank kunnen alleen een klacht indienen voor zover zij partij of belanghebbende zijn in een bij de rechtbank aanhangig geding, een partij of belanghebbende in een dergelijk geding vertegenwoordigen of bijstaan of daarin getuige of deskundige zijn.

  • 5. Onder personen werkzaam bij de rechtbank worden verstaan:

    • a. de met rechtspraak belaste rechterlijke ambtenaren die de rechtbank vormen;

    • b. de leken/deskundigen-rechters, verbonden aan de rechtbank;

    • c. de rechter-plaatsvervangers, verbonden aan de rechtbank;

    • d. de gerechtsauditeurs en de rechterlijke ambtenaren in opleiding die bij de rechtbank werkzaam zijn;

    • e. de gerechtsambtenaren, die bij de rechtbank werkzaam zijn;

    • f. de overige, niet onder de vorige letters begrepen, bij de rechtbank werkzame personen.

Artikel 3. Klaagschrift

  • 1. Een klacht kan schriftelijk of digitaal worden ingediend. Digitaal indienen kan via het formulier op www.rechtspraak.nl.

  • 2. Een klaagschrift moet worden ondertekend en ten minste bevatten:

    • a. de naam en het adres van de indiener;

    • b. de dagtekening;

    • c. een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht en de datum en tijdstip van de gedraging.

  • 3. Klaagschriften die niet gedagtekend zijn, worden geacht gedagtekend te zijn op de dag van ontvangst.

  • 4. Indien het klaagschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van de klacht noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.

  • 5. Indien de klager minderjarig is, respectievelijk onder curatele is gesteld, moet de klacht worden ondertekend door de met het gezag beklede ouder of voogd, respectievelijk de curator.

Artikel 4. Afdoening in der minne

  • 1. In iedere fase van de klachtbehandeling kan het bestuur nagaan of de klager door middel van een informele afhandeling van zijn klacht tevreden gesteld kan worden.

  • 2. Zodra het bestuur naar tevredenheid van de klager aan de klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot het verder toepassen van deze regeling. De klager ontvangt in dat geval een schriftelijke kennisgeving van de afsluiting van de klachtprocedure. Aan de betrokkene wordt een kopie van deze kennisgeving verstrekt.

Artikel 5. Bijstand en vertegenwoordiging

  • 1. De klager en de betrokkene kunnen zich laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.

  • 2. Het bestuur kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

  • 3. Het bestuur kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon, tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren.

  • 4. Het derde lid is niet van toepassing ten aanzien van advocaten en procureurs.

Artikel 6. Ontvangstbevestiging; door- en toezending en administratie

  • 1. Het bestuur bevestigt de ontvangst van het klaagschrift schriftelijk onder mededeling van de datum van ontvangst van het klaagschrift en met toezending van een afschrift van deze regeling.

  • 2. Het bestuur zendt een klaagschrift tot behandeling waarvan kennelijk een andere instantie bevoegd is, onverwijld naar die instantie door onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de indiener.

  • 3. Het bestuur zendt een klaagschrift dat niet voor hem bestemd is en dat ook niet wordt doorgezonden, zo spoedig mogelijk terug naar de indiener.

  • 4. Het bestuur zendt de betrokkene een afschrift van het klaagschrift en de daarbij meegezonden stukken.

  • 5. Het bestuur registreert en administreert binnengekomen klaagschriften en zorgt voor een goede voortgangscontrole.

Artikel 7. Geen verplichting tot klachtbehandeling

  • 1. Het bestuur kan besluiten een klaagschrift dat niet aan artikel 3 voldoet, niet te behandelen, mits de indiener in de gelegenheid is gesteld het klaagschrift binnen een door het bestuur te stellen termijn aan te vullen.2. Het bestuur is niet verplicht de klacht te behandelen indien deze betrekking heeft op een gedraging:

    • a. waarover door de klager reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van deze regeling is afgedaan;

    • b. die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden;

    • c. waartegen de klager bezwaar als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht kan of had kunnen maken;

    • d. waartegen de klager beroep als bedoeld in artikel 1:5, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht kan of had kunnen instellen;

    • e. die anderszins door het instellen van een procedure aan het oordeel van een rechterlijke instantie kon of had kunnen worden onderworpen;

    • f. zolang terzake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.

  • 3. Het bestuur is niet verplicht de klacht te behandelen indien het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is.

  • 4. Van het niet in behandeling nemen van de klacht stelt het bestuur de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis.

Artikel 8. Gelegenheid tot horen

  • 1. Het bestuur stelt de klager en de betrokkene in de gelegenheid te worden gehoord.

  • 2. Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.

  • 3. Van het horen van betrokkene kan worden afgezien indien de klacht niet in behandeling wordt genomen, indien de klacht kennelijk ongegrond is of indien betrokkene heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.

  • 4. Van het horen wordt een verslag gemaakt.

Artikel 9. Behandeling

  • 1. Het bestuur handelt de klacht binnen zes weken of, indien aan het bepaalde in artikel 11, eerste lid toepassing wordt gegeven, binnen tien weken na de ontvangst van het klaagschrift af.

  • 2. Het bestuur kan de behandeling voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de klager en de betrokkene.

  • 3. Wanneer de klacht een lid van het bestuur betreft, neemt dit lid niet aan de behandeling van de klacht deel.

Artikel 10. Afdoening

  • 1. Het bestuur stelt de klager en de betrokkene schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

  • 2. Indien vervolgens nog een klacht kan worden ingediend bij een persoon of college, aangewezen om klachten over degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft te behandelen, wordt daarvan bij de kennisgeving melding gemaakt.

Artikel 11. Klachtadviescommissie

  • 1. Het bestuur kan een klachtadviescommissie met de advisering over een klacht belasten. In dat geval zijn de artikelen 12 en 13 van toepassing.

  • 2. Het bestuur benoemt de voorzitter, de secretaris en de overige leden van de klachtadviescommissie, alsmede hun plaatsvervangers.

  • 3. Betrokkene maakt geen deel uit van de klachtadviescommissie.

  • 4. Het bestuur kan de klachtadviescommissie alleen algemene aanwijzingen geven.

Artikel 12. Het horen door de commissie

  • 1. Zodra het bestuur besluit de klachtadviescommissie in te schakelen deelt het de klager en de betrokkene mee dat een klachtadviescommissie met de advisering over de klacht is belast.

  • 2. Het horen geschiedt door de klachtadviescommissie.

  • 3. De klachtadviescommissie kan het horen aan de voorzitter of een lid opdragen.

  • 4. De klachtadviescommissie beslist over de toepassing van artikel 8, tweede en derde lid.

  • 5. De klachtadviescommissie zendt een rapport van bevindingen, vergezeld van het advies en eventuele aanbevelingen, aan het bestuur.

  • 6. Het rapport bevat het verslag van het horen.

Artikel 13. Afwijking van het advies

Indien de conclusies van het bestuur afwijken van het advies van de klachtadviescommissie, wordt in die conclusies de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies meegezonden met de kennisgeving, bedoeld in artikel 10, eerste lid.

Artikel 14. Registratie klachten

Het bestuur van de rechtbank draagt zorg voor registratie van de bij hem ingediende schriftelijke klachten. De geregistreerde klachten worden jaarlijks gepubliceerd.

Artikel 15. Overgangsbepaling

  • 1. De door het bestuur vastgestelde klachtenregelingen van de voormalig rechtbanken Breda en Middelburg worden ingetrokken per de in artikel 16, tweede lid, bedoelde datum van inwerkingtreding van de onderhavige regeling.

  • 2. Klachten die op de datum van inwerkingtreding van deze regeling aanhangig zijn worden afgehandeld met toepassing van de bij besluit van de voormalige rechtbanken Breda en Middelburg vastgestelde klachtenregeling.

  • 3. Klachten, ingediend op of na de datum van inwerkingtreding van deze regeling en betrekking hebbend op een gedraging die heeft plaatsgevonden vóór de datum van inwerkingtreding van deze regeling, worden behandeld met toepassing van deze regeling.

Artikel 16. Citeertitel, bekendmaking en inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling kan worden aangehaald als klachtenregeling van de rechtbank.

  • 2. Zij wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op www.rechtspraak.nl en treedt in werking op de tweede dag na de datum van publicatie in de Staatscourant

Aldus vastgesteld te Breda, 5 maart 2015