Verkeersmaatregel Orleansstraat
Logo Maastricht
Ruimte / Mobiliteit en Milieu / 2015-05777
Gemeente Maastricht
Overwegingen ten aanzien van het besluit
Overwegende, dat de Orleansstraat een erftoegangsweg is;
dat er veel fietsers door de Orleansstraat fietsen aangezien de weg onderdeel uitmaakt van de fietsroute Malberg – centrum;
dat de Orleansstraat, bij de aansluiting met de Antoon van Elenstraat, daarom heringericht wordt tot een zogeheten fietsstraat;
dat hierdoor een snelle, comfortabele en veilige Oost-West verbinding voor fietsers ontstaat;
dat een fietsstraat een straat betreft die is ingericht als fietsroute, maar waarop tevens motorvoertuigen zijn toegestaan;
dat een belangrijk kenmerk van een fietsstraat is gelegen in het feit dat gemotoriseerd verkeer ondergeschikt is aan de fiets en in feite te gast is op de voor fietsers ingerichte straat;
dat deze positie van de fiets wordt benadrukt door de specifieke inrichting van een fietsstraat: een brede rode asfaltstrook in het midden van de rijbaan, met aan de zijkanten een strook klinkers in een afwijkende kleur;
dat met de herinrichting van de Orleansstraat een aantal verkeersmaatregelen worden aangepast, verwijderd of moet worden ingesteld om enerzijds de positie van de fietser op de nieuwe fietsstraat te benadrukken en anderszijds om de verkeersveiligheid in de nieuwe situatie te waarborgen;
dat de geslotenverklaring voor vrachtauto’s op de Orleansstraat wordt opgeheven;
dat er voor de winkels aan de Menno Van Coehoornstraat een geschikte laad- en loslocatie gevonden moet worden waar de laad- en losactiviteiten tot zo min mogelijk hinder leidt in de nieuwe situatie;
dat deze locatie is gevonden aan de noordzijde van de Orleansstraat tussen het Holsteinbastion en de Menno van Coehoornstraat;
dat op deze locatie een laad- en losstrook wordt gerealiseerd en als zodanig aangewezen waar vrachtauto’s gebruik kunnen maken van de huidige parkeergelegenheden binnen de aangegeven periode;
dat deze maatregel wordt genomen om de leefbaarheid en veiligheid op de weg te verzekeren;
dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;
dat te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;
gelet op het bepaalde in de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het “Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer” en paragraaf 4 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens;
BESLUITEN
  • 1.
    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Orleansstraat in hun besluit van 5 augustus 1981;
  • 2.
    door het plaatsen van het bord E7 van Bijlage I van het RVV 1990 met onderbord de parkeergelegenheid aan de noordzijde van de Orleansstraat tussen het Holsteinbastion en de Menno van Coehoornstraat aan te wijzen als gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen in de periode aangegeven op het onderbord;
  • 3.
    door het verwijderen van het bord C7 van Bijlage I van het RVV 1990 de geslotenverklaring voor vrachtauto’s op te heffen voor de Orleansstraat;
  • 4.
    door het in stand houden van het bord D2 van bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleider van de Orleansstraat nabij de aansluiting met de Brusselseweg alle bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft.
Maastricht, 25 februari 2015
Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,
Wethouder Duurzaamheid, Mobiliteit en Kenniseconomie,
voor deze,
Teammanager Milieu en Mobiliteit,
E.Westbroek
Dit besluit is op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht van 27 februari 2015 tot en met 10 april 2015, waarvan mededeling is gedaan in de Staatscourant van 27 februari 2015.
Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
  • a)
    de naam en het adres van de indiener;
  • b)
    de dagtekening;
  • c)
    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
  • d)
    de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift moet worden gericht aan Burgemeester en Wethouders van Maastricht, Veiligheid en Leefbaarheid, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.
Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 1988 te 6201 BZ Maastricht.
Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.
U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Naar boven