Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Productschap VisStaatscourant 2015, 5338Overig

Verordening van het Productschap Vis van 30 december 2014 tot wijziging van diverse heffingsverordeningen (Verordening tot wijziging van diverse heffingsverordeningen PVis)

Het bestuur van het Productschap Vis;

Gelet op:

  • de artikelen 95 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie; en

  • artikel 7 van het Instellingsbesluit Productschap Vis (Stb. 2003, 253);

Besluit:

ARTIKEL I

A

Artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Verordening financiering vispromotie 2012 komt als volgt te luiden:

De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder a, bedraagt 0,27 promille van de waarde van de met een trawler aangevoerde zeevis.

B

Artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van de Verordening financiering vispromotie 2012 komt als volgt te luiden:

De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt 0,55 promille van het aankoopbedrag van de van een trawler gekochte zeevis.

C

Artikel 3, derde lid van de Verordening financiering vispromotie 2012 komt als volgt te luiden:

De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder c, bedraagt 0,06 promille van het inkoopbedrag van de ingekochte vis of visproducten

ARTIKEL II

A

Artikel 3, eerste lid, onderdeel a, sub 2° van de Heffingsverordening 2012 komt als volgt te luiden:

  • 2°. 2,04 promille van de waarde van de door hem aangevoerde zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis;

B

Artikel 4, onderdeel a, sub 2° van de Heffingsverordening 2012 komt als volgt te luiden:

  • 2°. 0,79 promille van de waarde van de door hem aangekochte zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis;

ARTIKEL III

Artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, van de Heffingsverordening 2013 komt als volgt te luiden:

De ondernemer die oesters verhandelt: 9,65 promille over de omzet, welke hij in het afgelopen oesterseizoen heeft gerealiseerd.

ARTIKEL IV

Artikel 3a (afslagheffing), van de Heffingsverordening 2014 komt als volgt te luiden:

De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt:

  • a. € 883,00 voor Zeeuwse ‘Visveilingen N.V. voor de afslaglocatie Breskens;

  • b. € 3.027,00 voor de Zeeuwse Visveilingen N.V. voor de afslaglocatie Vlissingen;

  • c. € 2.565,00 voor International Seafood Auctions B.V. voor de afslaglocatie Lauwersoog;

  • d. € 2.270,00 voor Visafslag Hollands Noorden V.O.F. voor de afslaglocatie Den Oever;

  • e. € 2.313,00 voor Visafslag Hollands Noorden V.O.F. voor de afslaglocatie Den Helder;

  • f. € 11.394,00 voor Visafslag Urk B.V. voor de afslaglocatie Urk;

  • g. € 2.397,00 voor Visafslag Urk B.V. voor de afslaglocatie Harlingen;

  • h. € 5.760,00 voor Hollandse Visveiling IJmuiden B.V. voor de afslaglocatie IJmuiden;

  • i. € 2.691,00 voor Visafslag Scheveningen B.V. voor de afslaglocatie Scheveningen;

  • j. € 2.313,00 voor Visafslag Stellendam B.V. voor de afslaglocatie Stellendam;

  • k. € 252,00 voor Visafslag Colijnsplaat B.V. voor de afslaglocatie Colijnsplaat;

  • l. € 1.135,00 voor Garnalenafslag Zoutkamp voor de afslaglocatie Zoutkamp.

ARTIKEL V

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012, dan wel de nadere datum door de vereffenaar te bepalen.

Rijswijk, 30 december 2014

A. Bruggeman voorzitter

H. Horsman secretaris

Goedgekeurd door de Toezichtkamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 12 februari 2015

TOELICHTING

Uit de huidige financiële gegevens in het jaar 2014 is gebleken dat voor diverse sectoren naar schatting een totaal bedrag van ca. € 441.783 niet de bestemming zal krijgen voor activiteiten noch voor de afbouwkosten van het schap. Het bestuur heeft in dit geval dan ook besloten om deze middelen terug te laten vloeien aan de betreffende ondernemers in deze sectoren door met terugwerkende kracht de heffingstarieven te verlagen.

Mede naar aanleiding van de Wet opheffing bedrijfslichamen (welke wet per 1 januari 2015 in werking treedt), de volledige afbouw van de activiteiten van het productschap in 2014, de vermindering van het aantal projecten in 2013 en de hoge stand van de bestemmingsreserves zijn de heffingstarieven voor diverse sectoren verlaagd.

Aan de nieuwe tekst van de artikelen onder Artikel I tot en met V wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari van het jaar zoals genoemd in het betreffende artikel. De rechtszekerheid van de betreffende Nederlandse ondernemers wordt hierdoor niet geschonden, aangezien het hier om een verlaging van de heffingen gaat. De definitieve heffingen zijn aan een deel van deze groep ondernemers reeds opgelegd. Door middel van het ambtshalve herroepen van deze besluiten en daarbij terugbetalen van de betaalde heffingsbedragen zal uitvoering gegeven worden aan deze wijzigingsverordening.

Rijswijk, 30 december 2014

A. Bruggeman voorzitter

H. Horsman secretaris