Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 februari 2015, 2015-0000024451, tot wijziging van de Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien) in verband met enkele aanpassingen in Actie Jeugd 1

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste en vierde lid, 5 en 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE SUBSIDIEREGELING ESF 2007–2013 (HERZIEN)

De Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien) wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. Actie Jeugd 1, voor zover de aanvraag door de minister is ontvangen in de periode van 2 december 2013 tot en met 17 januari 2014, bedraagt in afwijking van het eerste lid 60% van de subsidiabele kosten. Het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag wordt ambtshalve verhoogd overeenkomstig het subsidiepercentage van 60%.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De subsidie wordt verlaagd met het meerdere indien de subsidieaanvrager krachtens een overeenkomst dan wel een toezegging als bedoeld in artikel 8, achtste lid, jegens een derde aanspraak heeft op betaling van een bedrag dat meer bedraagt dan:

    • a. 60% van de subsidiabele kosten ter zake van de uitvoering van een gesubsidieerd project als bedoeld in het eerste lid;

    • b. 25% van de subsidiabele kosten ter zake van de uitvoering van een gesubsidieerd project als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a;

    • c. 50% van de subsidiabele kosten ter zake van de uitvoering van een gesubsidieerd project als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;

    • d. 40% van de subsidiabele kosten ter zake van de uitvoering van een gesubsidieerd project als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de subsidieaanvrager bij zijn subsidieaanvraag een schriftelijke toezegging heeft gedaan dat hij een bedrag voor zijn rekening zal nemen dat meer bedraagt dan het bij het project behorende percentage, bedoeld in het derde lid, onderdelen a tot en met d.

B

In artikel 13, eerste lid, onderdeel a, wordt na eindverantwoording’ ingevoegd: doch uiterlijk op 31 december 2015.

C

In bijlage 1 wordt in artikel J3, onderdeel e, ‘€ 44.000.000,–’ vervangen door: € 61.600.000,–.

D

In bijlage 1 wordt artikel J6 als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, heeft een project in het kader van Actie Jeugd 1 als bedoeld in artikel J2, eerste lid, een duur tot uiterlijk 1 november 2015, indien de aanvraag door de minister is ontvangen in de periode van 2 december 2013 tot en met 17 januari 2014. De duur van de subsidieverlening wordt ambtshalve tot 1 november 2015 verlengd.

E

Bijlage 5 komt te luiden:

BIJLAGE 5. BEHOREND BIJ ARTIKEL J5, DERDE LID, VAN DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN 24 AUGUSTUS 2009, NR. R&P/RA/2009/17756, TOT DE BESTEDING VAN GELDEN UIT HET EUROPEES SOCIAAL FONDS 2007–2013 (SUBSIDIEREGELING ESF 2007–2013 (HERZIEN))

Arbeidsmarktregio

Coördinerende gemeente

Subsidieplafond 2013–2015 (euro’s)

1. Groningen

Groningen

€ 4.332.811

2. Friesland

Leeuwarden

€ 3.128.400

3. Drenthe

Emmen

€ 1.415.448

4. Noord-Holland Noord

Alkmaar

€ 1.669.122

5. Zaanstreek/Waterland

Zaanstad

€ 937.500

6. Flevoland

Almere

€ 2.360.685

7. IJsselvechtstreek

Zwolle

€ 1.073.722

8. Kennemerland (Zuid)

Haarlem

€ 1.218.549

9. Amsterdam (Groot)

Amsterdam

€ 5.993.016

10. Gooi- en Vechtstreek

Hilversum

€ 685.200

11. Stedenvierkant

Apeldoorn

€ 1.923.900

12. Twente

Enschede

€ 2.502.066

13. Holland (Rijnland)

Leiden

€ 1.350.000

14. Utrecht (Oost)

Amersfoort

€ 749.250

15. Haaglanden

Den Haag

€ 3.691.650

16. Holland (Midden)

Gouda

€ 630.000

17. Utrecht (Midden)

Utrecht

€ 2.592.198

18. Gelderland (Midden)

Arnhem

€ 1.312.104

19. Achterhoek

Doetinchem

€ 1.067.286

20. Rijnmond

Rotterdam

€ 4.717.741

21. Drechtsteden

Dordrecht

€ 746.616

22. Rivierenland

Tiel

€ 630.000

23. Gelderland (Zuid)

Nijmegen

€ 1.615.068

24. Brabant (Noord-Oost)

‘s-Hertogenbosch

€ 1.889.859

25. Zeeland

Goes

€ 2.101.947

26. Brabant (West)

Breda

€ 2.008.800

27. Brabant (Midden)

Tilburg

€ 1.694.280

28. Limburg (Noord)

Venlo

€ 447.336

29. Brabant (Zuid-Oost)

Eindhoven

€ 1.547.239

30. Limburg (Zuid)

Heerlen

€ 2.758.500

31. Zuid-Holland (Centraal)

Zoetermeer

€ 1.158.784

32. Food Valley

Ede

€ 460.278

33. Gorinchem

Gorinchem

€ 350.400

34. Helmond-De Peel

Helmond

€ 832.500

Totaal

 

€ 61.592.255

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 16 februari 2015

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma

TOELICHTING

ALGEMEEN

Deze wijziging van de Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien) heeft betrekking op de Actie Jeugd 1. Sinds januari 2014 lopen in het kader van de Actie Jeugd 1 projecten bij 34 centrumgemeenten. Het bestrijden van jeugdwerkloosheid vergt een voortdurende inzet. Daarom wordt de mogelijkheid geboden de looptijd van de projecten met enkele maanden te verlengen tot uiterlijk 1 november 2015 en wordt de ESF-bijdrage per project verhoogd van 40% naar 60% voor alle centrumgemeenten die deelnemen aan dit aanvraagtijdvak. Gemeenten krijgen door deze extra looptijd en financiële armslag meer mogelijkheden om hun projecten ten volle te realiseren.

ARTIKELSGEWIJS

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE SUBSIDIEREGELING ESF 2007–2013 (HERZIEN)

Onderdeel A (artikel 12)

Het subsidiepercentage voor de projecten Actie Jeugd 1 met betrekking tot het aanvraagtijdvak van 2 december 2013 tot en met 17 januari 2014 wordt verhoogd van 40% naar 60%. Met betrekking tot dit aanvraagtijdvak zijn reeds beschikkingen tot subsidieverlening gegeven, waarin een maximumbedrag staat vermeld dat is gebaseerd op het eerder genoemde subsidiepercentage van 40%. De subsidieontvangers bij de desbetreffende projecten zullen op grond van het tweede lid, onderdeel c, een aangepaste beschikking tot subsidieverlening ontvangen, waarin op basis van het verhoogde subsidiepercentage van 60% van de subsidiabele kosten het bijbehorende maximale subsidiebedrag zal worden opgenomen. Ter illustratie: in het geval de verlening € 600.000 (40% van totale subsidiabele kosten van € 1.500.000) was, wordt de verlening € 900.000 (60% van € 1.500.000). Het derde lid is aangepast aan de toevoeging van het tweede lid, onderdeel c, waarbij uit redactionele overwegingen een vierde lid is toegevoegd.

Onderdeel B (artikel 13)

Op grond van artikel 56, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 2006/1083 komen uitgaven voor subsidie in aanmerking indien zij daadwerkelijk zijn betaald tussen 1 januari 2007 en 31 december 2015. Deze einddatum van 31 december 2015 wordt in de regeling geëxpliciteerd. Dit betekent dat alle kosten uiterlijk op 31 december 2015 betaald moeten zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de eventuele kosten voor de totstandkoming van een einddeclaratie.

Onderdeel C (bijlage 1, artikel J3)

Het plafond voor het beschikbare bedrag voor projecten Actie Jeugd 1 met betrekking tot het aanvraagtijdvak van 2 december 2013 tot en met 17 januari 2014 wordt verhoogd naar € 61.600.000,–.

Onderdeel D (bijlage 1, artikel J6)

De maximale looptijd van een project in het kader van Actie Jeugd 1 met betrekking tot het aanvraagtijdvak van 2 december 2013 tot en met 17 januari 2014 wordt verlengd. Oorspronkelijk bedroeg de looptijd maximaal achttien maanden, gerekend vanaf de indiening van een volledige aanvraag. Het startmoment van de meeste projecten ligt daarmee tussen 2 december 2013 en eind januari 2014 en eindigt dus medio 2015. De maximale looptijd wordt nu verlengd tot 1 november 2015. De beschikkingen tot subsidieverlening van deze projecten worden ambtshalve aangepast. Hierbij wordt opgemerkt dat alle kosten, waaronder ook kosten voor het opstellen van de einddeclaratie slechts subsidiabel zijn tot en met 31 december 2015, indien deze kosten ook uiterlijk die datum zijn betaald.

Onderdeel E (bijlage 5)

In deze bijlage zijn de maximaal beschikbare bedragen voor het verlenen van subsidie in het kader van Actie Jeugd 1 voor aanvragen, ingediend in de periode van 2 december 2013 tot en met 17 januari 2014 per coördinerende gemeente opgehoogd. Hierbij zijn de daadwerkelijk aan de coördinerende gemeenten verleende bedragen genomen als uitgangspunt en verhoogd overeenkomstig het subsidiepercentage van 60%, genoemd in artikel 12, tweede lid, onderdeel c.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. In verband met het zo snel mogelijk geven van een extra impuls aan de bestrijding van de jeugdwerkloosheid is afgeweken van de vaste verandermomenten.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma

Naar boven