Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GorinchemStaatscourant 2015, 48860Instelling gemeenschappelijke regelingen

Gemeenschappelijke regeling Alblasserwaard – Vijfheerenlanden 2015

Logo Gorinchem

 

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

De colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten

  • -

    Giessenlanden

  • -

    Gorinchem

  • -

    Hardinxveld – Giessendam

  • -

    Leerdam

  • -

    Molenwaard

  • -

    Zederik

elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft, overwegende:

  • Dat met ingang van 1 januari 2015 de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen in werking is getreden;

  • Dat de gemeenschappelijke regelingen uiterlijk 1 januari 2016 in overeenstemming moeten zijn gebracht met de gewijzigde Wet;

  • Dat de colleges van burgemeester en wethouders niet tot het treffen en wijzigen van een regeling besluiten dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang;

  • Dat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten aan de colleges van burgemeester en wethouders toestemming hebben verleend tot wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling Alblasserwaard-Vijfheerenlanden;

en gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;

B E S L U I T E N

De gemeenschappelijke regeling Alblasserwaard-Vijfheerenlanden te wijzigen, zodat deze komt te luiden als volgt:

“Gemeenschappelijke regeling A lblasserwaard – Vijfheerenlanden 2015

Artikel 1

Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

    • b.

      de regeling: de gemeenschappelijke regeling Alblasserwaard – Vijfheerenlanden 2015;

    • c.

      de gemeente(n): een/de aan de regeling deelnemende gemeente(n);

    • d.

      de gemeentera(a)d(en): de gemeentera(a)d(en) van de aan de regeling deelnemende gemeente(n);

    • e.

      het (de) college(s): het (de) college(s) van burgemeester en wethouders van de aan de regeling deelnemende gemeente(n);

    • f.

      de regio: het openbaar lichaam Regio-AV van de regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden met rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 2 van de regeling;

    • g.

      het gebied: het grondgebied van de aan de regeling deelnemende gemeenten;

    • h.

      het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de regio;

    • i.

      het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de regio;

    • j.

      de voorzitter: de voorzitter van de regio;

    • k.

      Gedeputeerde Staten (GS): het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland;

    • l.

      portefeuillehouder: een collegelid van één van de gemeenten, welke een bepaald te behartigen onderwerp, project of programma in zijn portefeuille heeft;

    • m.

      het Portefeuillehoudersoverleg (pfo): het (periodieke) overleg van portefeuillehouders; een vaste commissie van advies aan het Algemeen Bestuur zoals bedoeld in artikel 24 lid 1 van de wet;

    • n.

      het Regionaal Management Team (rmt): het (periodieke) overleg van de gemeentesecretarissen en de regiosecretaris van de AV (gemeenten);

    • o.

      CVV-AV: Collectief Vraagafhankelijk Vervoer in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (MolenHopper)

    • p.

      domein: een verzameling samenhangende beleidsterreinen (Economie en Toerisme; Fysiek: ruimtelijke ordening, duurzaamheid, milieu, volkshuisvesting, verkeer en vervoer; Sociaal: WMO, jeugd, onderwijs, decentralisaties sociaal, cultuur)

Hoofdstuk 2 Het Openbaar Lichaam

Artikel 2

Openbaar Lichaam

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam, genaamd: “Regio-AV”.

  • 2.

    Het openbaar lichaam is een rechtspersoon op grond van artikel 8 lid 1 van de wet, en is gevestigd te Gorinchem.

Artikel 3

Samenstelling

Het bestuur van de regio AV bestaat uit:

  • a.

    het algemeen bestuur

  • b.

    het dagelijks bestuur

  • c.

    de voorzitter

Hoofdstuk 3 Doelstelling, taken en bevoegdheden

Artikel 4

Algemeen

1.Deze regeling heeft uitsluitend betrekking op taken en bevoegdheden die aan colleges zijn toebedeeld.

Artikel 5

Doelstelling

  • 1.

    De regio heeft ten doel, binnen de kaders als genoemd en voortvloeiende uit deze regeling, door middel van verlengd lokaal bestuur bij te dragen aan de behartiging van gemeenschappelijke belangen, om de evenwichtige ontwikkeling van het gebied te bevorderen.

  • 2.

    Ter verwezenlijking van de in het lid 1 genoemde doelstelling behartigt de regio, met inachtneming van de autonomie van de gemeenten en de Veiligheidsregio ZHZ, de gemeenschappelijke belangen op de domeinen:

    • a.

      Economie en Toerisme,

    • b.

      Fysiek,

    • c.

      Sociaal,

    • d.

      Openbare orde en Veiligheid, crisisbeheersing en bevolkinszorg.

Artikel 6

Taken

  • 1.

    Ten behoeve van de in artikel 5 genoemde doelstelling vervult de regio de algemene taak van voorbereiding en uitvoering van de lokale besluitvorming door de colleges ten behoeve van de regionale belangenbehartiging.

  • 2.

    De colleges spannen zich in te komen tot de vaststelling van gezamenlijk gedragen beleid voor de in artikel 5 lid 2 genoemde domeinen.

  • 3.

    Het namens de gemeenten aanvragen van subsidies die passen binnen de doelstelling van de regio AV.

Artikel 7

Bevoegdheden

  • 1.

    Binnen de doelstelling (art. 5) en de taken (art. 6) is de regio in ieder geval bevoegd tot:

    • a.

      Het adviseren over de hoofdlijnen van de gewenste bestuurlijke ontwikkelingen voor het gebied;

    • b.

      Het adviseren, (laten) voorbereiden en (doen) uitvoeren van strategisch regionaal beleid;

    • c.

      Het adviseren over en coördineren van en toezicht houden op de uitvoering van externe inhuur ten behoeve van regionale beleidsontwikkeling en –uitvoering;

    • d.

      Het inventariseren en adviseren over relevante provinciale, nationale en internationale ontwikkelingen, zoals nota’s, plannen en wetgeving welke de regionale belangen op enigerlei wijze raken;

    • e.

      Het vertegenwoordigen van (de belangen van) de regio in andere verbanden op regionaal, provinciaal, nationaal, Europees en internationaal niveau;

    • f.

      Het fungeren als bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt voor gemeenten zowel op procesmatig als inhoudelijk vlak, alsmede voor derden: instellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven;

    • g.

      Het vervullen van een platformfunctie voor regionaal overleg;

    • h.

      Het voeren van de bedrijfsvoering over de eigen organisatie.

    • i.

      Te besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen.

    • j.

      Het nemen van besluiten op basis van de Wet openbaarheid bestuur.

    • k.

      Het aanvragen van subsidies die passen binnen de doelstellingen van de Regio AV.

    • l.

      Het verstrekken van bijdragen (zoals cofinanciering en subsidie) uit het regiofonds.

    • m.

      De verantwoordelijkheid voor de dagelijkse uitvoering van het CVV-AV

  • 1.

    De rekenkamer van een deelnemende gemeente kan (alleen of gezamenlijk met andere rekenkamers) onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid verrichten bij de Gemeenschappelijke Regeling.

Artikel 8

Uitvoering

1.Bij de uitvoering (wijze van uitvoering en instrumentarium) van hetgeen in de beleids- en visievorming, zoals bedoeld in artikel 5, is bepaald wordt uitgegaan van de zelfstandige bevoegdheid van de individuele gemeenten.

Hoofdstuk 4 Het Algemeen Bestuur

Artikel 9

Samenstelling en plaatsvervanging

  • 1.

    Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemende gemeente; uit iedere deelnemende gemeente de burgemeester en een wethouder;

  • 2.

    Ieder college regelt plaatsvervanging; de bepalingen van deze regeling met betrekking tot de leden van het algemeen bestuur zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers.

Artikel 10

Werkwijze en vergaderingen

  • 1.

    De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken, op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam van overeenkomstige toepassing.

  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste drie maal en verder zo dikwijls als het algemeen bestuur dit nodig achten.

  • 2.

    Voorts vergadert het algemeen bestuur de raad indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt.

  • 3.

    Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.

  • 4.

    Bij de besluitvorming beschikt elke deelnemende gemeente over één stem per gemeente.

  • 5.

    Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergadering vast.

Artikel 11

Bevoegdheden

  • 1.

    Het algemeen bestuur is belast met het algemeen bestuur van de regio.

  • 1.

    Het algemeen bestuur is bevoegd voor de taken en bevoegdheden als genoemd in de artikelen 6 t/m 8 van de regeling de bijbehorende activiteiten en producten vast te stellen.

  • 2.

    Het algemeen bestuur heeft alle bevoegdheden die hem krachtens de wet toekomen. Het algemeen bestuur kan besluiten bevoegdheden over te dagen aan het dagelijks bestuur met inachtneming van artikel 33 Wgr.

Artikel 12

Informatie en verantwoordingsplicht

  • 1.

    Het lid van het algemeen bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van die raad of schriftelijk verstrekt.

  • 3.

    Het college kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen.

  • 4.

    Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid .

  • 5.

    Met het oog op het versterken van de relatie tussen de deelnemende gemeenten en het openbaar lichaam en het borgen van de verantwoordingsrelatie tussen de leden van het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten die zij vertegenwoordigen, voorziet het algemeen bestuur van het openbaar lichaam de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten periodiek van informatie.

  • 6.

    De in het vijfde lid bedoelde informatievoorziening bestaat in ieder geval uit:

    • -

      Het jaarlijks organiseren van één of meerder thema-avonden

    • -

      Het jaarlijks periodiek verstrekken van bestuursrapportages; en

    • -

      Het z.s.m. na iedere vergadering van het algemeen bestuur via de colleges verstrekken van een raadsinformatiebrief voor de gemeenteraden

Hoofdstuk 5 Het Dagelijks Bestuur

Artikel 13

Samenstelling

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit zes leden, te weten de voorzitter van het algemeen bestuur en vijf leden, worden door en uit het algemeen bestuur gekozen.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur mogen nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken.

Artikel 14

Werkwijze en vergaderingen

  • 1.

    Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één van de leden dit nodig acht, maar in iedere geval ter voorbereidingen van een vergadering van het algemeen bestuur.

  • 2.

    De artikelen 53, 54 en 56 tot en met 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen vast.

Artikel 15

Bevoegdheden

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd:

    • a.

      het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

    • b.

      beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;

    • c.

      regels vast te stellen voor de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam

    • d.

      ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan;

    • e.

      tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke handelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet;

    • f.

      te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwarenprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur , voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.

Artikel 16

Informatie en verantwoordingsplicht

  • 1.

    Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

  • 2.

    Een lid van het dagelijks bestuur verstrekt aan de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van die raad of schriftelijk verstrekt.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

  • 4.

    Het algemeen bestuur regelt van welke besluiten van het dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het dagelijks bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.

  • 5.

    Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen.

Hoofdstuk 6 De Voorzitter

Artikel 17

Algemeen

  • 1.

    De voorzitter, één van de burgemeesters, wordt gekozen door het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervanger aan.

Artikel 18

Taken en bevoegdheden

  • 1.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De voorzitter vertegenwoordigt de regio in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan en door hem aan te wijzen gemachtigde.

  • 3.

    Indien de gemeente, tot wiens bestuur hij behoort, partij is in een geding waarbij het openbaar lichaam is betrokken, oefent de plaatsvervangend voorzitter de in lid 2 genoemde bevoegdheid uit.

Hoofdstuk 7 Commissies

Artikel 19

Bestuurscommissies

1.Het algemeen bestuur kan commissies van advies (art. 24 WGR) en commissies met het oog op de behartiging van bepaalde belangen (art. 25 WGR) instellen.

Artikel 20

Portefeuillehoudersoverleg

  • 1.

    Portefeuillehoudersoverleggen zijn vaste commissies van advies (art 24 WGR) aan het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het algemeen bestuur bepaalt het aantal portefeuillehoudersoverleggen.

  • 3.

    Een portefeuillehoudersoverleg kiest, bij voorkeur uit het midden, een voorzitter. Een pfo kan besluiten een burgemeester te kiezen als voorzitter.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur regelt de ambtelijke bijstand voor de portefeuillehoudersoverleggen.

Artikel 21

Domeincoördinatoren

  • 1.

    Per domein zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 kan het algemeen bestuur een coördinator, zijnde een burgemeester aanwijzen.

  • 2.

    De domeincoördinatoren zijn ten behoeve van de portefeuillehouderoverleggen binnen hun domein verantwoordelijk voor een goede procesgang. Zij bevorderen in goed onderling overleg de inhoudelijke afstemming tussen de domeinen.

Hoofdstuk 8 Advisering.

Artikel 22

Regionaal Management Team

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt een regionaal managementteam in, bestaande uit de gemeentesecretarissen van de gemeenten en de regiosecretaris.

  • 1.

    Het regionaal managementteam brengt de verbinding tot stand tussen de regio en de ambtelijke organisaties van de gemeenten.

  • 2.

    Het regionaal managementteam brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan het algemeen en dagelijks bestuur over alle zaken die op enigerlei wijze de regio raken.

Hoofdstuk 8 Bedrijfsvoering

Artikel 23

Organisatie

  • 1.

    De regio wordt ondersteund door een ambtelijk apparaat, met aan het hoofd een regiosecretaris.

  • 2.

    Het algemeen bestuur beslist op voordracht van het dagelijks bestuur over benoeming, schorsing en ontslag van de regiosecretaris.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur regelt vervanging van de regiosecretaris bij afwezigheid.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt voor de regiosecretaris een instructie vast.

  • 5.

    De regiosecretaris is aanwezig bij alle vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur en heeft in de beraadslagingen een adviserende stem.

  • 6.

    Alle stukken die van het het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan worden mede door de regiosecretaris ondertekend.

Hoofdstuk 9 Financiële Bepalingen

Artikel 24

Algemeen

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over:

  • a.

    waardering en afschrijving van activa;

  • b.

    algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening.

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.

  • 2.

    Het algemeen bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 26 genoemde jaarrekening.

  • 3.

    De accountant zendt de controleverklaring en een verslag van bevindingen met betrekking tot de jaarrekening aan het algemeen bestuur.

  • 4.

    De verordeningen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de colleges van de gemeenten.

  • 5.

    Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 25

Begroting en begrotingswijzigingen

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting van het openbaar lichaam op in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient, overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting, acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden toe en uiterlijk per 15 april van het voorafgaande jaar aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 3.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

  • 4.

    Nadat de begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

  • 6.

    Besluiten tot het wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. Het bepaalde in lid 2 tot en met lid 4, is daarbij van overeenkomstige toepassing.

    a.Van het bepaalde in de tweede zin van lid 6 kan worden afgeweken voor de ramingen van baten en/of lasten bij begrotingswijzigingen binnen het programma die de gemeentelijke bijdrage niet beïnvloeden

  • 7.

    In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke gemeente verschuldigde algemene en specifieke bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Uitgangspunt voor deze berekening is, dat de financiële gevolgen van de in de regeling genoemde taken uitsluitend worden gedragen door de gemeenten waarvoor de betreffende taken worden uitgevoerd.

  • 8.

    De bijdrage wordt voor alle gemeenten bepaald naar het aantal inwoners, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Voor de vaststelling van het inwoneraantal wordt uitgegaan van het inwoneraantal (CBS gegevens) op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is.

  • 9.

    De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli telkens de helft van de in het achtste lid bedoelde totale bijdrage.

Artikel 26

Jaarrekening

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de ontwerpjaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april de ontwerpjaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten en geeft daarbij raden 8 weken in de gelegenheid om een zienswijze op de jaarstukken en het voorstel tot bestemming kenbaar te maken.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag na afloop van de termijn van zienswijzen definitief vast vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt, toe aan gedeputeerde staten en de raden.

  • 5.

    De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onrechtmatigheden.

Hoofdstuk 10 Het Archief

Artikel 27

Archief

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de regio, overeenkomstig een door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet en andere relevante wet- en regelgeving, vast te stellen verordening.

  • 2.

    De regiosecretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden overeenkomstig de door het dagelijks bestuur vast te stellen nadere regels.

Hoofdstuk 11 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 28

Toetreding

  • 1.

    Toetreding tot de regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van het college van de toetredende gemeente en het algemeen bestuur, doch slechts als alle gemeenteraden daarmee instemmen.

  • 2.

    Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan die toetreding voorwaarden verbinden

  • 3.

    De toetreding gaat in op de in het toetredingsbesluit genoemde datum.

Artikel 30

Uittreding

  • 1.

    Een college kan uittreden door het algemeen bestuur een daartoe strekkend besluit toe te zenden. Het algemeen bestuur besluit over de voorwaarden waaronder de uittreding geëffectueerd kan worden en regelt de financiële en overige voorwaarden.

  • 2.

    Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, kan uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het kalenderjaar volgend op de datum van het in het eerste lid bedoelde uittredingsbesluit.

  • 3.

    Onder de financiële voorwaarden als bedoeld in lid 1 wordt verstaan: desintegratiekosten met een berekeningsbasis van 3 jaren volgend op de daadwerkelijke datum van uittreding als bedoeld in lid 2. Het uittredende college heeft het recht de berekening extern te laten toetsen. Bij een geschil beslist GS (artikel 28 van de wet).

Artikel 31

Wijziging

  • 1.

    De regeling kan worden gewijzigd indien de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten, doch slechts als alle gemeenteraden toestemming verlenen.

  • 2.

    Een besluit tot wijziging treedt in werking op de in het wijzigingsbesluit genoemde datum.

Artikel 32

Opheffing

  • 1.

    De regeling wordt ontbonden en de regio wordt opgeheven indien tenminste twee derde van de colleges daartoe besluit, doch slechts als de betreffende gemeenteraden toestemming verlenen.

  • 2.

    De opheffing gaat in op de in het opheffingsbesluit genoemde datum.

  • 3.

    In geval van opheffing van de regeling regelt het algemeen bestuur de financiële en andere gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierin is in ieder geval een sociaal plan voor het personeel opgenomen. In het liquidatieplan kan van bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 4.

    Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges gehoord hebbende, vastgesteld.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie conform het liquidatieplan.

  • 6.

    Zonodig blijven bestuursorganen van de regeling ook na het tijdstip van opheffen in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

Hoofdstuk 12 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 33
  • 1.

    De regeling is een wijziging van de “Gemeenschappelijke regeling regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden”.

  • 2.

    Voor aanvang van iedere volgende raadsperiode vindt een evaluatie van de gemeenschappelijke regeling Alblasserwaard-Vijfheerenlanden plaats. Bij deze evaluatie wordt indien van toepassing het volgende moment van evaluatie aangegeven.

  • 3.

    De regeling treedt in werking op 1 januari 2016.

  • 4.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem maakt deze regeling tijdig bekend in alle deelnemende gemeenten door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. De regeling treedt niet in werking voordat zij is bekendgemaakt. Artikel 140 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor toezending van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

  • 6.

    Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.

  • 7.

    De regeling kan worden aangehaald als:

”Gemeenschappelijke regeling regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden 2015”.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente ……………………….

in zijn vergadering van …………………

De secretaris, De burgemeester,