Wijziging van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk

Logo Woerden

Aanhef en considerans

 

 

 

Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk,

 

Gelezen

  • 1.

    Het voorstel aan en besluit van het dagelijks bestuur van 10 september 2015 tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk;

 

In aanmerking genomen

  • 1.

    dat de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Woerden, Bodegraven-Reeuwijk, Montfoort en Oudewater hebben ingestemd met het wijzigingsvoorstel conform het besluit van het dagelijks bestuur;

 

Gelet op

  • 1.

    artikel 30 van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk,

  • 2.

    de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;

 

 

Concludeert tot de hierna volgende wijz igingen van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk:

Artikel I  

De gemeenschappelijke regeling Ferm Werk wordt als volgt gewijzigd:

 

A

De considerans wordt als volgt gewijzigd:

Na ‘gelezen’ volgt de volgende opsomming:

  • 1.

    het voorstel van het dagelijks bestuur van 3 oktober 2013 tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling De Sluis,

  • 2.

    het besluit van het algemeen bestuur van 27 maart 2014 tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk;

  • 3.

    het voorstel aan en besluit van het dagelijks bestuur van 10 september 2015 tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk;

 

B

Artikel 5 wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

  • 1.

    Binnen het belang en de doelstelling zoals bepaald in het voorgaande artikel verricht de uitvoeringsorganisatie Ferm Werk als basisdienstverlening de uitvoering van de aan de deelnemers opgedragen of in de toekomst op te dragen taken in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen.

  • 2.

    De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers dragen hun bevoegdheden met betrekking tot de wetten en regelingen die behoren tot de basisdienstverlening volledig over aan de betreffende bestuursorganen van het openbaar lichaam Ferm Werk. Het openbaar lichaam Ferm Werk zorgt daarbij voor afstemming met de deelnemers alvorens beleid vast te stellen. Alvorens gebruik te maken van zijn verordenende bevoegdheden stelt het openbaar lichaam Ferm Werk de raden en colleges van de deelnemers in de gelegenheid om hun zienswijzen ten aanzien van het voorgenomen besluit kenbaar te maken tenzij het dagelijks bestuur oordeelt dat dit uitsluitend een wijziging van technische of redactionele aard betreft.

  • 3.

    Naast de in het eerste lid genoemde taken kan de uitvoeringsorganisatie Ferm Werk als aanvullende dienstverlening de uitvoering van de hierna te noemen wetten en regelingen of nader te bepalen onderdelen daarvan verrichten:

    • 1.

      Wet Inburgering

    • 2.

      Declaratieregeling Maatschappelijk Participatie Minima

    • 3.

      Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening

    • 4.

      Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

    • 5.

      Relatiebeheer Jeugdsportfonds

    • 6.

      Uitvoerende taken rond huisvesting van vergunninghouders in het kader van de Huisvestingswet

    • 7.

      Noodfonds

    • 8.

      Wet Maatschappelijke Ondersteuning

  • 4.

    Voor zover een deelnemer door de uitvoeringsorganisatie Ferm Werk aanvullende dienstverlening laat verrichten als bedoeld in het voorgaande lid

    • 1.

      onder a en b, is het bepaalde in het tweede lid van overeenkomstige toepassing;

    • 2.

      onder c tot en met h, dan draagt het college en wethouders van die deelnemer alleen de uitvoering van concreet omschreven uitvoerende taken over alsmede de bevoegdheid om regels te stellen die direct op die uitvoering betrekking hebben. Het openbaar lichaam Ferm Werk zorgt daarbij voor afstemming met de deelnemer alvorens dit uitvoeringsbeleid vast te stellen.

  • 5.

    De deelnemers formuleren ieder voor zich de algemene beleidskaders, beleidsprioriteiten en financiële middelen m.b.t. het brede sociaal domein.

  • 6.

    Mede in verband hiermee maken de afzonderlijke deelnemers met openbaar lichaam Ferm Werk afspraken over de doelstellingen en ambities ten aanzien van de door het openbaar lichaam Ferm Werk uit te voeren wetten en regelingen; deze doelstellingen worden jaarlijks vastgelegd.

 

C

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het tweede lid vervalt onder vernummering van de daaropvolgende leden.

  • 2.

    Het derde lid (nieuw) komt te luiden: Het algemeen bestuur zal om de zienswijzen van de raden en colleges van de deelnemers verzoeken alvorens de statuten van Ferm Werk N.V. vast te stellen.

D

Artikel 8  wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden: Het algemeen bestuur, waaronder begrepen de voorzitter, bestaat uit twee leden per deelnemer.

  • 2.

    Na het derde lid wordt onder vernummering van de leden 4 tot en met 6 een nieuw vierde lid ingevoegd dat luidt: Een lid van het algemeen bestuur kan door de gemeenteraad die hem heeft aangewezen als zodanig worden ontslagen indien hij niet meer het vertrouwen van die raad bezit.

 

E

Artikel 9  wordt als volgt gewijzigd:

 

Het derde lid komt te luiden:

 

In de vergaderingen van het algemeen bestuur hebben de deelnemers stemrecht naar rato van het aantal inwoners. Het inwoneraantal per deelnemer wordt daarbij vastgesteld aan de hand van de Basisregistratie Personen op 1 januari van het jaar waarin voor het laatst gemeenteraadsverkiezingen hebben plaatsgevonden. Een besluit van het algemeen bestuur wordt genomen met een 2/3 meerderheid van stemmen.

 

F

Artikel 12  wordt als volgt gewijzigd:

 

Het tweede lid komt te luiden:

In de vergaderingen van het dagelijks bestuur heeft elk lid een gewogen stem naar rato van het aantal inwoners van de deelnemer die hij vertegenwoordigt. Het inwoneraantal per deelnemer wordt daarbij vastgesteld aan de hand van de Basisregistratie Personen op 1 januari van het jaar waarin voor het laatst gemeenteraadsverkiezingen hebben plaatsgevonden. Een besluit van het dagelijks bestuur wordt genomen met een 2/3 meerderheid van stemmen.

 

G

Artikel 13  wordt als volgt gewijzigd:

 

Het eerste lid komt te luiden:

Het dagelijks bestuur werkt ieder jaar in samenhang met de begroting de operationele doelstellingen van het openbaar lichaam uit ten aanzien van de overgedragen en opgedragen taken zoals bedoeld in artikel 5, lid 1 en 3.

 

H

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    De kop komt te luiden: Artikel 16. Informatie en verantwoording aan de deelnemende gemeentebesturen

  • 2.

    Het vijfde lid vervalt.

     

I

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    De kop komt te luiden: Artikel 17. Informatie en verantwoording aan het algemeen bestuur

  • 2.

    Het eerste lid komt te luiden: De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur of één of meer leden daarvan verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

 

J

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

 

Het eerste lid komt te luiden:

Op basis van de overgedragen en opgedragen taken zoals verwoord in artikel 5, lid 1 en 3 en de operationele doelstellingen zoals bedoeld in artikel 13, lid 1 van de regeling, stelt de algemeen directeur een organisatie-indeling voor de uitvoeringsorganisatie op. Deze organisatie-indeling wordt door het dagelijks bestuur vastgesteld en vervolgens aan het algemeen bestuur meegedeeld.

 

K

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het vierde lid wordt 1 juli vervangen door 15 juli.

  • 2.

    In het vijfde lid wordt 15 juli vervangen door 1 augustus.

 

 

L

Artikel 24 wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

  • 1.

    In de (ontwerp)begroting wordt de uitvoering van de over- en opgedragen taken als bedoeld in artikel 5, lid 1 en 3, nader onderverdeeld in producten.

  • 2.

    In de (ontwerp)begroting wordt aangegeven welke bijdrage iedere deelnemer verschuldigd is per product, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen cliëntgebonden kosten en uitvoeringskosten.

  • 3.

    De uitgangspunten voor de verdeling van de cliëntgebonden kosten over de deelnemers zijn:

    • 1.

      Cliëntgebonden kosten van de WSW en van beschut werken worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners van iedere deelnemer die hier gebruik van maken (uitgedrukt in SE of in fte’s). Besluiten over het aangaan van dienstbetrekkingen voor onbepaalde tijd worden afgestemd met de deelnemer die de kosten hiervan voor zijn rekening moet nemen.

    • 2.

      Overige cliëntgebonden kosten komen voor rekening van de deelnemer waar de betrokkenen ingezetenen zijn.

  • 4.

    De verdeling van de uitvoeringskosten over de deelnemers wordt bepaald door het aantal eenheden per product per deelnemer.

  • 5.

    In de (ontwerp) begroting worden ook de bedragen vermeld die verschuldigd zijn voor dienstverlening aan derden, zoals bedoeld in artikel 7.

  • 6.

    Voorschotten voor de uitvoering van de door de deelnemers overgedragen en opgedragen taken als bedoeld in artikel 5, lid 1 en 3 worden op basis van de vastgestelde begroting in rekening gebracht.

  • 7.

    De deelnemers zullen ervoor zorgdragen dat het openbaar lichaam Ferm Werk te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn betalingsverplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 8.

    Indien het algemeen bestuur constateert dat een deelnemer weigert deze uitgaven voor het openbaar lichaam Ferm Werk op de begroting te zetten, doet het onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

 

M

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

 

Het derde lid komt te luiden:

 

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerprekening en het concept jaarverslag vóór 15 april aan de deelnemers.

 

N

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het zesde lid komt te luiden: Het algemeen bestuur kan nadere richtlijnen voor een uittreding vaststellen.

  • 2.

    Het zevende lid komt te luiden: In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden zal er in een periode van vier jaar na 1 januari 2014 geen uittreding kunnen plaatsvinden.

 

O

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

 

Het tweede lid vervalt onder vernummering van de daaropvolgende leden.

 

 

P

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het tweede lid vervalt onder vernummering van de daaropvolgende leden.

  • 2.

    Het vierde lid (nieuw) komt te luiden: Een opheffingsbesluit kan niet genomen worden binnen een periode van vier jaar na 1 januari 2014.

 

Q

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

 

Het eerste lid komt te luiden:

 

Het dagelijks bestuur is met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 en overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur vast te stellen regeling (Archiefverordening) die aan Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld, belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van Ferm Werk alsmede van de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het openbaar lichaam overgedragen taken.

 

R

Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden: Het college van de gemeente Woerden, als vestigingsgemeente van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk, is verantwoordelijk voor

    • 1.

      toezending van besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing, dan wel tot toetreding of uittreding van de regeling, aan gedeputeerde staten van de provincies waarin de deelnemende gemeenten zijn gelegen;

    • 2.

      bekendmaking van besluiten als bedoeld onder a conform artikel 26, lid 2 van de wet.

  • 2.

    Het derde lid vervalt.

S

Artikel 37 wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

Deze regeling kan worden aangehaald als gemeenschappelijke regeling Ferm Werk.

 

 

Artikel II  

De toelichting bij de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk wordt als volgt gewijzigd:

 

A

De toelichting bij de considerans wordt als volgt gewijzigd:

De laatste zin van de eerste alinea en de derde alinea vervallen.

 

B

De toelichting bij artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

De laatste zin vervalt.

 

C

De toelichting bij de artikelen 4 en 5 wordt gewijzigd en komt te luiden:

Deze artikelen vormen het centrale punt van de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling.

 

In artikel 4 wordt het belang en het centrale doel van de samenwerking geformuleerd: hoogwaardige dienstverlening op een zo bedrijfsmatig mogelijke wijze.

 

Artikel 5 behandelt de overdracht van taken. In het eerste lid van artikel 5 wordt het zogenaamde basispakket geregeld. De taken en bevoegdheden m.b.t. de genoemde wetten worden integraal overgedragen (gedelegeerd) aan de bestuursorganen van het openbaar lichaam. Dit betreft ook het beleid (verordeningen en beleidsregels) dat ziet op uitvoering van de overgedragen wetten en regelingen (tweede lid).

In het derde en vierde lid van artikel 5 wordt verder inhoud gegeven aan de aanvullende dienstverlening die Ferm Werk kan uitvoeren. Hier is niet altijd sprake van delegatie door de individuele deelnemers. Dit is afhankelijk van de aard en omvang van de taken.

Overkoepelend (strategisch) beleid inzake het brede sociale domein wordt op gemeentelijk niveau bepaald (vijfde lid). Hiermee samenhangend zijn de afspraken over te bereiken doelstellingen ten aanzien van de taken die door Ferm Werk worden uitgevoerd. Deze doelstellingen worden jaarlijks per gemeente vastgelegd (zesde lid). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een uniform model hetgeen de resultaten per deelnemer overzichtelijker en vergelijkbaar maakt. Bij evaluaties van beleid en afspraken is dat wenselijk.

 

D

De toelichting bij artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

De formulering van dit artikel is gekozen omdat deze de grootste flexibiliteit kent ten aanzien van de bevoegdhedenverdeling in een openbaar lichaam.

 

Hier wordt nog opgemerkt dat in geval van delegatie of mandaat door de raden van de deelnemers de betreffende bevoegdheid in beginsel overgedragen of opgedragen wordt aan het algemeen bestuur (bijvoorbeeld bij delegatie de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen).

 

E

De toelichting bij artikel 11 – 13  wordt vervangen door een toelichting per artikel.

 

De toelichting bij artikel 11 komt te luiden:

In dit artikel wordt de samenstelling van het dagelijks bestuur geregeld overeenkomstig artikel 8. Er wordt een dagelijks bestuur voorgesteld van vier leden (inclusief de voorzitter). Voor de aanwijzing van de leden wordt de keuze wel beperkt tot de collegeleden in het algemeen bestuur. Deze keuzebeperking wordt ingegeven door het uitgangspunt in de Kadernota dat de eigenaarsrol en de opdrachtgeversrol van de deelnemers zo duidelijk mogelijk vorm en inhoud gegeven moet worden. In verband met het voorkomen van een bestuurlijk vacuüm na het collectief aftreden van de leden van het algemeen bestuur bij de verkiezingen overeenkomstig het bepaalde in artikel C4, lid 2 van de Kieswet wordt voorgesteld de bestuurlijke continuïteit op het niveau van het dagelijks bestuur te borgen tot het moment dat het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling de nieuwe leden van het dagelijks bestuur heeft aangewezen. Hiertoe is in artikel 11 een vierde lid ingevoegd. Het spreekt hierbij voor zich dat het dagelijks bestuur tijdens deze waarneming geen onomkeerbare besluiten kan nemen. Zij zorgen enkel voor een goed bestuurlijk verloop van de dagelijkse gang van zaken.

 

De toelichting bij artikel 12 komt te luiden:

In dit artikel wordt de relatieve invloed van de deelnemers op de besluitvorming in het dagelijks bestuur geregeld overeenkomstig hetgeen in artikel 9 is bepaald voor het algemeen bestuur.

Tevens is hier de mogelijkheid tot een “portefeuilleverdeling” over de leden van het dagelijks bestuur opgenomen. Dit bevordert het effectief en efficiënt functioneren van het dagelijks bestuur. Deze portefeuilleverdeling doorbreekt niet het collegiale karakter van het functioneren van het dagelijks bestuur.

 

De toelichting bij artikel 13 komt te luiden:

In dit artikel wordt verder vorm en inhoud gegeven aan de rol van het dagelijks bestuur in de beleidscyclus. In het verlengde van de overdracht van taken zoals bepaald in artikel 5 zorgt het dagelijks bestuur in samenhang met de begroting voor de uitwerking van de strategische beleidskeuzen van de deelnemers in concrete doelstellingen voor ieder begrotingsjaar. Aan die operationele doelstellingen worden weer prestatie-indicatoren gekoppeld die weer terugkomen in de jaarlijks vast te stellen DVO’s. Het dagelijks bestuur ziet toe op de realisatie van de doelstellingen en prestatie-indicatoren en rapporteert hierover aan het algemeen bestuur.

 

In de beleidscyclus vormen de strategische keuzes van de deelnemers input voor de operationele doelstellingen voor het komende jaar.

Die operationele plannen vormen de grondslag voor de begroting van het openbaar lichaam. De in die plannen (en dus de jaarbegroting) opgenomen doelstellingen en prestaties worden vervolgens vertaald naar de afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten. Die vormen dus niet de basis van de begroting, maar worden afgeleid van de begroting. De begroting bepaalt dus de ruimte voor het concreet inhoud geven aan die overeenkomsten.

 

Het omgekeerde kan dus niet het geval zijn: een bijzonder kader (DVO) kan niet een algemeen kader bepalen (de begroting en het operationeel plan). Uiteraard is het wel zo dat de evaluaties van de effecten van de DVO’s meegenomen zullen worden in de cyclus voor het voorbereiden van de operationele plannen en daarvan afgeleid de afzonderlijke jaarbegrotingen.

 

 

F

De toelichting bij artikel 14 wordt gewijzigd en komt te luiden:

  • 1.

    In dit artikel zijn de bepalingen over de voorzitter geformuleerd.

  • 2.

    De tekeningsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 14 lid 4 kan worden overgedragen aan de directeur. Daartoe kan de voorzitter een mandaat of volmacht besluit nemen waarover vervolgens het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden geïnformeerd.

 

G

De toelichting bij de artikel 16 en 17 wordt gewijzigd en komt te luiden:

In deze artikelen is de informatievoorziening en verantwoording aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeentebesturen geregeld. Onder meer is vermeld dat periodiek gegevens over de realisatie van de doelstellingen en prestatie-indicatoren aan de gemeentebesturen worden verstrekt middels kwartaalrapportages. De informatie- en verantwoordingsbepalingen worden ook beheerst door de Wgr.

 

H

De toelichting bij de artikel 18 - 20 wordt gewijzigd en komt te luiden:

Deze artikelen zien op de directiebenoeming, directievoering, de organisatiestructuur en het planmatig inzetten van medewerkers.

 

In artikel 18 wordt de benoeming van de (algemeen) directeur geregeld. Indien er een tweede directeur met gelijke bevoegdheden wordt benoemd, wordt deze op dezelfde wijze benoemd als de andere directeur. In de GR hoeft dus niet te worden opgenomen dat er in casu sprake is van twee directeuren. Nu is ervoor gekozen één directeur de doorslaggevende stem te geven.

Welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden de directeuren krijgen wordt uitgewerkt in het directiestatuut (artikel 19 lid 2). De directie krijgt een arbeidsovereenkomst met de NV, dus geen aanstelling in de GR.

 

Hier wordt nog opgemerkt dat bij de benoeming van medewerkers bij het openbaar lichaam in beginsel alleen de aanstelling als ambtenaar mogelijk is. Medewerkers bij het openbaar lichaam met een arbeidsovereenkomst zijn gelet op artikel 2:5. lid 1 van de CAR/UWO slechts mogelijk in situatie waarbij werkzaamheden bij oproep verricht worden, die een in hun aard en omvang wisselend karakter hebben.

 

Zoals bekend gelden voor SW-medewerkers eigen arbeidsvoorwaarden op grond van de CAO sociale werkvoorziening. Deze medewerkers zijn geen ambtenaar, maar werken op basis van arbeidsovereenkomst.

 

I

De toelichting bij de artikelen 21 - 26 wordt gewijzigd en komt te luiden:

In deze artikelen zijn bepalingen opgenomen over de cyclus van begroting, bekostiging en financiële verantwoording.

 

De begroting is de kern van de financiële afspraken. Deze wordt op een zodanig tijdstip opgesteld dat de deelnemende gemeenten gelegenheid hebben om hierover hun zienswijzen kenbaar te maken alvorens het algemeen bestuur deze vaststelt en ze aan gedeputeerde staten worden aangeboden. Op basis van de begroting voorzien de deelnemers Ferm Werk van de middelen voor uitvoering van de overgedragen en opgedragen taken.

 

Voor een duidelijker verband tussen begroting en beleidsdoelstellingen wordt gewerkt met een productbegroting. De kosten worden onderscheiden in cliëntgebonden kosten en uitvoeringskosten.

 

In beginsel worden cliëntgebonden kosten één op één doorbelast aan de gemeente waarvan een cliënt ingezetene is. Een kleine afwijking geldt voor de Wsw. De salariskosten worden verdeeld naar rato van de Fte’s of SE’s per gemeente dus afgezien van de individuele salarisniveaus. Uitvoeringskosten worden verdeeld op basis van het aantal eenheden per product per deelnemende gemeente. Dit betekent dat per product een “eenheid van verstrekking” wordt gedefinieerd. Die definities kunnen omwille van doelmatigheid per product verschillen. Dit wordt in overleg met de gemeenten vastgesteld.

 

In artikel 26 is een regeling opgenomen in geval van een eventueel batig en nadelig saldo.

 

J

De toelichting bij de artikelen 31 en 32 wordt vervangen door een toelichting per artikel.

 

De toelichting bij artikel 31 komt te luiden:

Dit artikel bevat bepalingen over het opheffen en liquideren van de regeling conform de modelbepalingen uit de “Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de wet gemeenschappelijke regelingen van de minister van BZK d.d. 8 juli 1999.

 

De toelichting bij artikel 32 komt te luiden:

Dit artikel bevat bepalingen over de zorg voor de archiefbescheiden conform de archiefwet. Zo is in het eerste lid bepaald dat er een Archiefverordening moet worden opgesteld en vastgesteld door het algemeen bestuur. Met de in lid 2 genoemde regels wordt bedoeld dat het dagelijks bestuur een Besluit Informatiebeheer vaststelt.

 

K

De toelichting bij de artikelen 33 - 36 wordt vervangen door een toelichting per artikel.

 

De toelichting bij artikel 33 komt te luiden:

In dit artikel wordt voorzien in een geschillenregeling voor het geval dat er een geschil ontstaat tussen de besturen van de deelnemers of tussen het bestuur van één of meer deelnemers en het bestuur van Ferm Werk.

 

Artikel 34 behoeft geen toelichting.

 

De toelichting bij artikel 35 komt te luiden:

In dit artikel is voorzien in een evaluatieregeling. Deze is voorgesteld omdat de Kadernota uitgaat van een flexibele uitvoeringspraktijk. Het ligt dan voor de hand de effectiviteit en efficiëntie van de samenwerking periodiek te meten om doelgericht aanpassingen te kunnen voorstellen. Zie in dit verband ook artikel 21, lid 2.

 

De toelichting bij artikel 36 komt te luiden:

In dit artikel zijn conform de Wgr bepalingen opgenomen over bekendmaking van besluiten over de gemeenschappelijke regeling en toezending aan gedeputeerde staten.

 

 

 

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het is bekendgemaakt.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Ferm Werk tijdens zijn openbare vergadering gehouden op 17 december 2015 te Woerden,

 

Y. Koster-Dreese B.F. Drost

Voorzitter algemeen bestuur secretaris algemeen bestuur

Naar boven