Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AlmeloStaatscourant 2015, 48071Instelling gemeenschappelijke regelingen

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOWECO

Logo Almelo

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almelo, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden, met instemming van de raden, ieder voor zover zij voor hun eigen gemeente bevoegd zijn;

 

overwegende:

 

  • Dat de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd op 9 juli 2014 (Staatsblad 2014, 306);

  • Dat het intergemeentelijk bestuursmodel van voor de dualisering door middel van vaste voorzieningen in de Wgr wordt verankerd;

  • Dat conform de wet van 19 november 2014 (Staatsblad 2014, 458) de Gemeenschappelijke Regeling SOWECO voor 1 januari 2016 moet zijn aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • Er zijn géén inhoudelijke wijzigingen vanuit de herstructurering van SOWECO in deze wijziging meegenomen, omdat daarvoor nog afzonderlijke voorstellen worden afgewacht.

 

gelet op:

 

  • de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • de Gemeentewet;

 

BESLUITEN :

 

de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Werkvoorzieningsschap Centraal Overijssel (SOWECO) als volgt te wijzigen.

artikel 1 begripsbepalingen

 

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a.

    Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen, laatstelijk gewijzigd bij wet van 19 november 2014, Stb.458

  • b.

    Wsw: Wet sociale werkvoorziening, laatstelijk gewijzigd bij wet van 26 november 2014, Stb. 504

  • c.

    aanwijzingsbesluit: het besluit, bedoeld in artikel 2, lid 2, van de Wsw

  • d.

    openbaar lichaam: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van deze regeling

  • e.

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur, bedoeld in artikel 6 van deze regeling

  • f.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur, bedoeld in artikel 6 van deze regeling

  • g.

    voorzitter: de voorzitter, bedoeld in artikel 6 van deze regeling

  • h.

    vennootschap: de vennootschap, bedoeld in artikel 3 van deze regeling

  • i.

    bestuur vennootschap: de directie van de vennootschap

  • j.

    Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten in de provincie Overijssel

  • k.

    college: het college van burgemeester en wethouders

 

artikel 2 instelling openbaar lichaam

 

Er is een openbaar lichaam, genaamd: "SOWECO", welk openbaar lichaam rechtspersoonlijkheid bezit en gevestigd is te Almelo.

artikel 3 openbaar lichaam enig aandeelhouder

 

Het openbaar lichaam treedt op als enig aandeelhouder van de naamloze vennootschap SOWECO, welke namens de in de regeling deelnemende gemeenten belast wordt met de feitelijke uitvoering van de Wsw en de ter harer uitvoering genomen besluiten en die tevens op afzonderlijk verzoek en in opdracht van één of meer der deelnemende gemeenten fungeert als mens-ontwikkelbedrijf in het kader van de activering van personen, die – anders dan als geïndiceerden op grond van de Wsw – een grote afstand hebben tot de reguliere arbeidsmarkt.

 

 

artikel 4 door de regeling te behartigen belang

 

Het door de regeling te behartigen belang, als bedoeld in artikel 10, lid 1 van de Wgr, wordt gevormd door het namens de in de regeling deelnemende gemeenten op een zo doelmatig en doeltreffend mogelijke wijze geven van uitvoering aan de Wsw en de ter harer uitvoering genomen besluiten, uitgezonderd het wachtlijstbeheer en het begeleid werken, alsmede het op grond van separaat tussen één of meer der deelnemende gemeenten en de in artikel 3 bedoelde naamloze vennootschap gesloten overeenkomsten fungeren als mens-ontwikkelbedrijf, als omschreven in het vorige artikel.

 

artikel 5 overdracht bevoegdheden

 

De colleges van de in deze regeling deelnemende gemeenten dragen, rekening houdende met hetgeen nader is bepaald in het separaat te nemen aanwijzingsbesluit, aan het algemeen bestuur over:

 

  • alle bevoegdheden, die aan hen op organisatorisch gebied toekomen met betrekking tot het oprichten, inrichten en in stand houden van uitvoeringsorganisaties in het kader van de Wsw en de ter hare uitvoering genomen besluiten, met uitzondering van het wachtlijstbeheer en het begeleid werken;

  • alle bevoegdheden en verplichtingen, die zij in arbeidsrechtelijk opzicht kunnen uitoefenen met betrekking tot hen, die werkzaam zijn op basis van een dienstbetrekking ingevolge de Wsw.

 

artikel 6 bestuur openbaar lichaam

 

Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

 

artikel 7 samenstelling algemeen bestuur

 

  • 1.

    Het college van iedere in de regeling deelnemende gemeente wijst twee leden uit de leden van het college aan.

  • 2.

    Het college van iedere in de regeling deelnemende gemeente beslist in beginsel binnen één maand na de benoeming van de wethouders van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur.

  • 3.

    De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen.

  • 4.

    De leden van het algemeen bestuur hebben, onverminderd het bepaalde in lid 6, zitting gedurende de zittingsperiode van de colleges van de in de regeling deelnemende gemeenten.

  • 5.

    De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de leden van het college van de deelnemende gemeenten aftreden. In dit geval blijft het aftredende bestuurslid zijn functie waarnemen tot het tijdstip, waarop de (nieuwe) colleges van de in de regeling deelnemende gemeenten de nieuwe leden hebben aangewezen.

  • 6.

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt in elk van de volgende gevallen:

    • 1.

      van rechtswege, zodra men tussentijds ophoudt lid te zijn van het college;

    • 2.

      wegens onverenigbaarheid van betrekkingen. Als zodanig worden aangemerkt alle betrekkingen, welke in samenhang met het lidmaatschap van het algemeen bestuur aanleiding kunnen geven tot de aanwezigheid van een tegenstrijdig belang. Zodanig tegenstrijdig belang is in ieder geval aanwezig, indien sprake is van de volgende betrekkingen:

      • a.

        dienstbetrekking tot één of meer van de in de regeling deelnemende gemeenten

      • b.

        dienstbetrekking tot het openbaar lichaam

      • c.

        dienstbetrekking - al dan niet als bestuurder - tot de in artikel 3 bedoelde vennootschap dan wel tot een dochtermaatschappij van deze vennootschap, als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek

      • d.

        positie van commissaris bij de in artikel 3 bedoelde vennootschap dan wel bij een dochtermaat¬schappij van deze vennootschap, als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek

    • 3.

      wegens vrijwillig terugtreden;

    • 4.

      wegens de omstandigheid dat het college , die het bestuurslid heeft aangewezen, dit lid ontslag als zodanig verleent op de grond dat dit lid niet langer het vertrouwen van het college bezit.

  • 7.

    In de in lid 6 genoemde gevallen zal een plaatsvervangend bestuurslid de functie van het aftredend bestuurslid waarnemen tot het tijdstip, waarop het college van de betreffende gemeente een nieuw lid heeft aangewezen.

  • 8.

    De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt binnen twee maanden plaats door het college dat het aangaat.

 

artikel 8 bevoegdheden van het algemeen bestuur

 

  • 1.

    Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die in deze regeling expliciet aan hem zijn toegekend dan wel niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.

  • 2.

    De bevoegdheden van het algemeen bestuur welke volgens de Wet gemeenschappelijke regeling aan hem zijn toegekend, zijn overdraagbaar aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

  • 3.

    Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34 Wgr

  • 4.

    Ten aanzien van de bevoegdheden die met toepassing van het eerste lid zijn overgedragen, zijn de regels die bij of krachtens de wet zijn gesteld met betrekking tot de uitoefening daarvan en het toezicht daarop van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Het algemeen bestuur is besluitvormend inzake de besluiten die in de algemene vergadering van aandeelhouders van de in artikel 3 genoemde vennootschap moeten worden genomen, waarbij de voorzitter van het algemeen bestuur in de algemene vergadering van aandeelhouders als vertegenwoordiger van het openbaar lichaam gerechtigd is om zijn stem uit te brengen conform de aan hem toebedeelde bevoegdheid in artikel 19 van de gemeenschappelijke regeling.

  • 6.

    Het algemeen bestuur is bevoegd leden van het dagelijks bestuur, waaronder de voorzitter te ontslaan, indien deze niet meer het vertrouwen bezitten van het algemeen bestuur.

 

artikel 9 vergaderingen algemeen bestuur

 

Op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur is het bepaalde in de artikelen 22 en 23 van de Wgr van toepassing.

 

artikel 10 huishoudelijk reglement algemeen bestuur

 

Het algemeen bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast, rekening houdend met de positie van het openbaar lichaam als enig aandeelhouder van de in artikel 3 bedoelde vennootschap; dit reglement mag geen bepalingen bevatten, welke in strijd zijn met deze regeling of met de statuten van de in artikel 3 bedoelde vennoot¬schap.

 

artikel 11 besluitvorming door algemeen bestuur

 

  • 1.

    Het algemeen bestuur besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin tenminste 2/3 van de leden aanwezig is.

  • 2.

    Is het vereiste aantal leden niet aanwezig, dan wordt door de voorzitter binnen 2 weken een nieuwe vergadering belegd, welke – ongeacht het aantal tegenwoordig zijnde leden – bevoegd is besluiten te nemen over de in de vorige vergadering aan de orde gestelde en bij de oproeping aan de leden mede te delen punten.

  • 3.

    Bij staken van de stemmen geeft de coalitie die het grootste aantal arbeidsjaren (als bedoeld in de Wsw) vertegenwoordigt, de doorslag.

 

artikel 12 samenstelling dagelijks bestuur

 

  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit de leden van het algemeen bestuur en bestaat uit tenminste drie leden met een maximum van zes leden. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur nadat overeenkomstig artikel 7 de leden van het algemeen bestuur zijn aangewezen.

  • 2.

    Er worden geen vaste plaatsvervangers aangewezen.

 

artikel 13 voorzitterschap algemeen en dagelijks bestuur

 

De voorzitter van het algemeen bestuur bekleedt dezelfde functie in het dagelijks bestuur.

 

artikel 14 tijdelijke vervanging leden dagelijks bestuur

 

Indien langdurige verhindering of ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur wordt verwacht, kan het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur in diens tijdelijke vervanging voorzien.

 

artikel 15 aftreden tijdelijk benoemd lid dagelijks bestuur

 

Het tijdelijk benoemde lid treedt af zodra degene die wordt vervangen de uitoefening van zijn taak hervat.

 

artikel 16 tussentijdse benoeming

 

Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur binnen twee maanden een nieuw lid aan.

 

artikel 17 aftreden leden dagelijks bestuur

 

De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van het algemeen bestuur.

 

artikel 18 beëindiging lidmaatschap dagelijks bestuur van rechtswege

 

Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege op de dag waarop het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt.

 

artikel 19 voorzitterschap

 

De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem daartoe gemachtigde opdragen.

 

artikel 20 vervanging voorzitter bij belangenverstrengeling

 

In rechtsgedingen tussen het openbaar lichaam en de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het college is, wordt hij vervangen door een ander lid van het algemeen bestuur.

 

artikel 21 bevoegdheden dagelijks bestuur

 

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd:

    • a.

      Het dagelijks bestuur te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

    • b.

      Beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;

    • c.

      Regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;

    • d.

      Ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan;

    • e.

      Tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals genoemd in art. 31 a van de Wgr; .

    • f.

      Te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover een zaak van het algemeen bestuur, in voorkomende gevallen anders beslist.

  • 2.

    De bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn onder andere ook:

    • a.

      het opstellen van het sociaal economisch contract.

    • b.

      de bevoegdheden welke in het aanwijzingsbesluit, te nemen door het algemeen bestuur, aan hem worden opgedragen.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

 

artikel 22 secretariële ondersteuning en adviseurschap

 

  • 1.

    De voorzitter is belast met de voorziening in secretarië¬le ondersteuning van het algemeen en het dagelijks bestuur. Tevens draagt hij zorg voor het verzenden van de agenda en de notulen van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur naar het bestuur van de in artikel 3 bedoelde vennootschap.

  • 2.

    De directeur van de in artikel 3 bedoelde vennootschap woont de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur bij in de hoedanigheid van adviseur, tenzij het algemeen bestuur respectievelijk het dagelijks bestuur anders besluit.

  • 3.

    De vergaderingen van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam worden alleen dan door de directeur van de in artikel 3 bedoelde vennootschap in de hoedanigheid van adviseur bijgewoond, wanneer de directeur naar aanleiding van enige agendapunten hiertoe uitgenodigd wordt door het dagelijks bestuur.

 

artikel 23 verschaffen van inlichtingen

 

  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur verschaft, mondeling of schriftelijk, de door één of meer leden van de raad van de door hem vertegenwoordigde gemeente gevraagde inlichtingen, rekening houdend met de gerechtvaardigde belangen van de in artikel 3 bedoelde vennootschap en haar organen. Betreft het inlichtingen over zaken, waaromtrent krachtens het bepaalde in artikel 23 van de Wgr geheimhouding is opgelegd, dan wordt deze informatie slechts verstrekt, indien de geheimhouding is opgeheven.

  • 2.

    Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing terzake van het door het algemeen bestuur c.q. het dagelijks bestuur verschaffen van inlichtingen aan de colleges van de in de regeling deelnemende gemeenten, telkens wanneer daarom wordt verzocht door één of meer leden van deze colleges.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur c.q. één of meer leden daarvan verschaft, mondeling of schriftelijk, aan het algemeen bestuur de door één of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen, rekening houdend met de gerechtvaardigde belangen van de in artikel 3 bedoelde vennootschap en haar organen.

 

artikel 24 afleggen van verantwoording

 

  • 1.

    Het dagelijks bestuur c.q. één of meer leden daarvan kunnen door het algemeen bestuur ter verantwoording worden geroepen in alle gevallen, waarin het algemeen bestuur op basis van een volstrekte meerderheid, als bedoeld in artikel 11, van oordeel is dat zulks wordt gevorderd door c.q. dienstbaar is aan de gerechtvaardigde belangen van de in artikel 3 bedoelde vennootschap en haar organen.

  • 2.

    In gevallen, waarin een collegelid, tevens lid van het algemeen bestuur, door het college van de door hem vertegenwoordigde gemeente ter verantwoording wordt geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid, laat dit lid zich bij het afleggen van de hier bedoelde verantwoording leiden door de gerechtvaar¬digde belangen van de gemeenschappelijke regeling SOWECO en de in artikel 3 bedoelde vennootschap.

 

artikel 25 instelling van bestuurscommissies

 

Het algemeen bestuur is bevoegd bestuurscommissies in te stellen, bedoeld in artikel 24 en 25 Wgr. Taak, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van deze commissies worden geregeld bij het instelling besluit, volgens de procedure die staat vermeld in de Wgr.

 

artikel 26 begroting en jaarrekening

 

  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders oftewel de begroting, inclusief een meerjarenraming en de voorlopige jaarrekening, voorzien van een toelichting, aan de gemeenteraden van de in de regeling deelnemende gemeenten.

  • 2.

    In de ontwerpbegroting en meerjarenraming, bedoeld in het vorige lid, wordt aangegeven de naar raming door elke gemeente verschuldigde bijdrage. De hoogte van deze bijdrage vloeit voort uit de begroting van de in artikel 3 bedoelde vennoot¬schap.

  • 3.

    De colleges en de gemeenteraden van de in de regeling deelnemende gemeenten kunnen het algemeen bestuur vóór 15 juni hun zienswijze over de in lid 1 bedoelde stukken doen toekomen.

  • 4.

    Zo nodig verwerkt het algemeen bestuur de commentaren, waarin het gevoelen van de colleges c.q. de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten is verwoord, in een nota van wijzigingen.

  • 5.

    Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming, bedoeld in lid 1, vóór 1 juli vast en zendt deze binnen 2 weken daarna aan de colleges van de in de regeling deelnemende gemeenten.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming, bedoeld in lid 1, binnen 2 weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.

  • 7.

    De raad van elke in de regeling deelnemende gemeente neemt de in de vastgestelde begroting en meerjarenraming, bedoeld in lid 1, voor de desbetreffende gemeente geraamde bijdrage, bedoeld in lid 2, op in de gemeentebegroting.

  • 8.

    Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over gaan tot toepassing van de artt. 194 en 195 van de Gemeentewet.

 

artikel 27 jaarrekening

 

Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, en het dagelijks bestuur zendt haar binnen 2 weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar, volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten en aan de deelnemende gemeenten.

 

artikel 28 terbeschikkingstelling subsidies en overige middelen

 

  • 1.

    De wijze waarop subsidies en andere middelen worden ingezet ter uitvoering van de Wsw door de in artikel 3 genoemde vennootschap, geschiedt conform hetgeen is opgenomen in het sociaal economisch contract of, indien het sociaal economisch contract hieromtrent geen uitkomst biedt, op de wijze waarop dit voordien geschied is. Een en ander met dien verstande dat hiervan uitgesloten zijn het wachtlijstbeheer en het begeleid werken.

  • 2.

    Indien wijzigingen in de wijze van toekenning van de door de rijksoverheid ten behoeve van de uitvoering van de Wsw te verstrekken subsidies daartoe aanleiding geven, vindt terstond nader overleg plaats tussen alle daarbij direct belanghebbenden.

 

artikel 29 terbeschikkingstelling productiemiddelen aan vennootschap

 

Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat de in artikel 3 bedoelde vennoot¬schap binnen de kaders van ondernemingsplan en begroting kan beschikken over zodanige productiemiddelen, roerende en onroerende, dat een ongestoorde bedrijfsuitoefening daardoor mogelijk wordt gemaakt.

 

artikel 30 rechtspositie personeel

 

  • 1.

    De in deze regeling per 1 januari 2016 aangebrachte wijzigingen zijn niet van invloed op (het voortduren van) de detachering bij de in artikel 3 bedoelde vennootschap van allen die in een loondienstverhouding staan tot het openbaar lichaam en in het kader van de Wsw, de CAR-UWO of anderszins werkzaamheden verrichten bij en ten behoeve van de vennootschap.

  • 2.

    De rechtspositie van de in lid 1 bedoelde personen als ook van nieuw personeel wordt, rekening houdend met het terzake bepaalde in onder andere de Wsw en de ter harer uitvoering genomen besluiten, nader geregeld in een aanwijzingsbesluit, te nemen door het algemeen bestuur van het openbare lichaam, waarbij de in artikel 3 bedoelde vennootschap onder andere wordt belast met de uitvoering hiervan.

 

artikel 31 inhoud aanwijzingsbesluit

 

In het aanwijzingsbesluit worden in ieder geval de volgende onderwerpen opgenomen:

 

  • a.

    jaarlijks stelt het dagelijks bestuur de taakstellende sociale doelstellingen op welke vervolgens door het algemeen bestuur worden vastgesteld. Deze zijn leidend ten opzichte van de kaderstellende uitvoeringsrichtlijnen, vastgesteld door het algemeen bestuur.

  • b.

    jaarlijks overleg tussen het dagelijks bestuur en het bestuur van de vennoot¬schap over het in het volgende kalenderjaar door de vennootschap te voeren beleid met betrekking tot de ontwikkeling van de Wsw-populatie, zowel in aantallen als naar handicapcategorie, één en ander inclusief de hoogte van de gemeentelijke bijdrage.

  • c.

    periodieke informatievoorziening van voldoende kwantitatieve en kwalitatieve relevantie door de vennootschap aan het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • d.

    jaarlijks overleg tussen het algemeen bestuur en het bestuur van de vennoot¬schap over het door de vennootschap voor het volgende kalenderjaar opgestelde begroting en de jaarrekening waarin meegenomen de doelstellin¬gen van het openbaar lichaam.

  • e.

    verschaffen van een duidelijk meerjarenperspectief voor de normale bedrijfsvoering aan het bestuur van de vennootschap door het algemeen bestuur, alsmede verschaffen van zodanig perspectief in alle gevallen, waarin dit naar de mening van het bestuur van de vennootschap vereist is op grond van door haar aangegeven bijzondere omstandigheden, welke een normale bedrijfsvoering verhinderen dan wel hoogst onwaarschijnlijk doen zijn.

  • f.

    een verklaring, af te geven door het algemeen bestuur aan het bestuur van de vennootschap, inzake de instandhouding van het kapitaal van de vennootschap.

  • g.

    vermelding van door de vennootschap uit te voeren kerntaken.

  • h.

    een verklaring door het algemeen bestuur waarin tot uiting komt dat voor het realiseren van de sociaal-maatschappelijke doelstellingen niet te allen tijde kan worden volstaan met het door het algemeen bestuur bijdragen in de reguliere financiering van de vennootschap, om zo een zo groot mogelijke mate van continuïteit in bedrijfsvoering te waarborgen.

  • i.

    het achterwege laten van dividenduitkeringen door de vennootschap aan de aandeelhouder, afhankelijk van de hoogte van het geconsolideerde ondernemingsresul¬taat van de vennootschap.

 

artikel 32 aansprakelijkheid voor schulden

 

De deelnemende gemeenten in deze regeling zuller er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

 

artikel 33 toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling

 

In afwijking van het bepaalde in artikel 11 is voor het besluit tot toetreding van andere gemeenten tot de Gemeenschappelijke Regeling een unaniem besluit van de leden van het algemeen bestuur vereist, voorafgegaan door toestemming van de colleges (gehoord de gemeenteraden) van de in de regeling deelnemende gemeenten.

 

artikel 34 uittreding uit de Gemeenschappelijke Regeling

 

  • 1.

    Een deelnemende gemeente kan uittreden door een daartoe strekkend besluit van het college (met toestemming van de gemeenteraad) over te leggen aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen.

  • 2.

    Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op dat waarin tot uittreding door het desbetreffende college is besloten.

 

artikel 35 wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling

 

  • 1.

    Een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijk regeling kan door het algemeen bestuur aan de deelnemers worden voorgelegd, al dan niet op initiatief van een of meer deelnemers.

  • 2.

    Wijziging van de regeling geschiedt door middel van een besluit, dat in afwijking van artikel 11 is gebaseerd op een meerderheid van de stemmen van 2/3 van de leden van het algemeen bestuur, samen vertegenwoordigend tenminste 2/3 van het aantal arbeidsjaren, als bedoeld in de Wsw. Voordat kan worden overgegaan tot het nemen van een dergelijk besluit zal toestemming moeten zijn verkregen van de gemeenteraden van de in de regeling deelnemende gemeenten.

 

artikel 36 opheffing openbaar lichaam

 

  • 1.

    Deze regeling kan worden opgeheven bij een daartoe strekkend unaniem besluit van de colleges, met toestemming van de raden van de in de regeling deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Ingeval van opheffing van deze regeling besluit het algemeen bestuur van het openbaar lichaam tot liquidatie en stelt het daartoe een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling, daarbij rekening houdend met de gerechtvaardigde belangen van de in artikel 3 bedoelde vennootschap. Het liquidatieplan voorziet tevens in de gevolgen voor de werknemers, zowel in dienst van het openbaar lichaam als in dienst van de in artikel 3 bedoelde vennootschap, alsmede in alle overige rechtsge¬volgen, zoals deze voortvloeien uit de liquidatie.

  • 3.

    Bij het opstellen van het liquidatieplan worden de raden van de in de regeling deelnemende gemeenten gehoord.

  • 4.

    De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam de rechten en verplichtingen van het lichaam over de deelnemers te verdelen door het opstellen van een liquidatieplan dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze

  • 5.

    Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur van het openbaar lichaam vastgesteld.

  • 6.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de in de regeling deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.Het liquidatieplan voorziet tevens in de gevolgen voor de werknemers, zowel in dienst van het openbaar lichaam als in dienst van de in artikel 3 bedoelde vennootschap, alsmede in alle overige rechtsge¬volgen, zoals deze voortvloeien uit de liquidatie.

  • 7.

    De bestuursorganen van het openbaar lichaam blijven, zo nodig, na de beëindiging van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

  • 8.

    De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op de datum van schrapping uit de registers, waarin de regeling staat ingeschreven.

 

 

artikel 37 kennisgeving toe-, uittreding, wijziging en opheffing

 

De gemeente Almelo zorgt voor de toezending van de toe- of uittreding, de wijziging of de opheffing aan Gedeputeerde Staten en aan het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Tevens draagt zij zorg voor kennisgeving hieromtrent aan de deelnemende gemeenten.

 

artikel 38 bijzondere gevallen

 

In alle gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, beslist het algemeen bestuur van het openbaar lichaam.

 

artikel 39 citeertitel, duur en inwerkingtreding

 

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke Regeling SOWECO".

  • 2.

    De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

  • 3.

    De regeling is voor onbepaalde tijd aangegaan.

  • 4.

    Deze regeling, alsmede besluiten tot toetreding, uittreding, wijziging of opheffing ervan, zal, conform het bepaalde in artikel 26 Wgr, worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten in de provincie Overijssel door de zorg van de gemeente Almelo.

 

 

 

Aldus besloten namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente,

 

 

Gemeente Almelo dd. Handtekening

 

 

 

 

Gemeente Hellendoorn dd. Handtekening

 

 

 

 

Gemeente Rijssen-Holten dd. Handtekening

 

 

 

 

Gemeente Tubbergen dd. Handtekening

 

 

 

 

Gemeente Twenterand dd. Handtekening

 

 

 

 

Gemeente Wierden dd. Handtekening