Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot wijziging van de verplichtstelling tot deelneming in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen

Gezien de op 28 november 2014 ontvangen aanvraag van het Bestuursbureau Bpf HIBIN namens de Koninklijke Vereniging van Handelaren in Bouwmaterialen in Nederland, CNV Dienstenbond, De Unie en FNV Bondgenoten, daartoe strekkende, dat de verplichtstelling tot deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen, ingevolge de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, wordt gewijzigd voor de in de aanvraag bedoelde groepen van personen in de bedrijfstak voor de Handel in Bouwmaterialen;

Gelet op de artikelen 10, eerste lid en 16 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

Gezien het overleg met De Nederlandsche Bank;

BESLUIT:

I

Wijzigt het besluit van 28 juni 1958, nr. 3269, Stcrt. 1958, nr. 123 (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 september 2008, nr. UAW/CAV/08/19435/04, Stcrt. 2008, nr. 182) waarin werd overgegaan tot het verplicht stellen van de deelneming in de Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen.

De verplichtstelling tot deelneming komt na wijziging te luiden als volgt:

  • " I.A. werknemers werkzaam bij een door een natuurlijke- of rechtspersoon gedreven in Nederland gevestigde onderneming of afdeling daarvan welke zich uitsluitend of in hoofdzaak bezig houdt met de groothandel in bouwmaterialen en aanverwante artikelen, met dien verstande dat:

    • a. de omzet van bouwmaterialen ten minste 1/3 van de totale handelsomzet van de onderneming of afdeling daarvan moet bedragen;

    • b. voor werknemers die geboren zijn vóór 1 januari 1950 de deelneming is verplichtgesteld vanaf de eerst dag van de maand waarin de 21-jarige leeftijd wordt bereikt en tot de eerste dag van de maand waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt;

    • c. voor werknemers die geboren zijn op of na 1 januari 1950 de deelneming is verplichtgesteld vanaf de eerst dag van de maand waarin de 21-jarige leeftijd wordt bereikt en tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de 67-jarige leeftijd wordt bereikt;

  • 1. onder groothandel wordt verstaan de bedrijfsuitoefening waarbij de onderneming voor eigen rekening en risico goederen betrekt, naar behoefte in voorraad houdt en verkoopt aan bedrijfsmatige verbruikers c.q. verwerkers, dan wel groot- of kleinhandelaren; deze goederen kunnen worden verkocht in dezelfde staat of na in de groothandel gebruikelijke installatie, verwerking, behandeling of verpakking: daarbij wordt onder bedrijfsmatige verbruiken of verwerken verstaan het gebruik als input van te leveren goederen en/of diensten;

  • 2. onder in hoofdzaak wordt verstaan:

    • a. een onderneming of afdeling daarvan wordt geacht zich in hoofdzaak bezig te houden met groothandel in bouwmaterialen en aanverwante artikelen indien het daarbij betrokken percentage werkuren hoger is dan 50;

    • b. in het geval het niet mogelijk is te bepalen dat het onder a. bedoelde percentage hoger is dan 50 zal de omzet in bouwmaterialen en aanverwante artikelen bepalend zijn; indien deze omzet 2/3 of meer bedraagt van de totale omzet van de onderneming of afdeling daarvan wordt de onderneming of afdeling daarvan geacht zich in hoofdzaak bezig te houden met de handel in bouwmaterialen en aanverwante artikelen;

    • c. indien de omzet in bouwmaterialen en aanverwante artikelen minder bedraagt dan 2/3 van de totale omzet van de onderneming of afdeling daarvan wordt de onderneming of afdeling daarvan eveneens geacht zich in hoofdzaak bezig te houden met de handel in bouwmaterialen en aanverwante artikelen voorzover niet de verplichtstelling van een ander reeds bestaand bedrijfstakpensioenfonds van toepassing is:

      • A. onder bouwmaterialen wordt verstaan:

        • 1. grove bouwmaterialen

          • grof bouw-aardewerk, bijvoorbeeld:

            straatsteen, metselsteen, lateien e.d.; vloerelementen; vuurvaste steen; dakpannen en hulpstukken; plavuizen; kannen-, gres- en draineerbuizen; schoorsteenblokken, -elementen en -potten; steengaas; zuurvast- en gresmateriaal voor trap-, raam- en gevelbekleding; stalartikelen; gres- en dergelijk bouwaardewerk;

          • de voor metselsteen ontwikkelde alternatieven in de vorm van blokken, platen, elementen en dergelijke;

          • cement- en betonwaren, bijvoorbeeld: tegels; dakpannen en hulpstukken; buizen; putten en ringen; roosters; prefabvloeren en -elementen e.d.; gasbetonartikelen; sierbeton;

        • 2. afbouwmaterialen

          • fijn bouwaardewerk, bijvoorbeeld: wand- en vloertegels; splijttegels; badceltegels en -stenen; raamdorpelstenen; muur-, gevel- en balkonafdekstenen; vloer- en wandplaten; verglaasd en onverglaasd fijn bouwaardewerk; mozaïekwerk;

          • natuursteen, bijvoorbeeld:

            basalt-, kwartsiet- en leisteentegels; dakleien, kalksteen (w.o. travertintegels, -platen), hardsteen, marmer, zandsteen (flagstones voor tuinen), tufsteen, serpetinoplaten;

        • 3. bouwmaterialen

          • bouwplaten gebonden met gips, cement, kalk of magnesiet, bijvoorbeeld: gipskartonplaten, gipsplaten; asbestcementplaten; houtwolcementplaten; vlasvezelplaten; vlasvezelcementplaten; houtspaancementplaten; houtwolmagnesietplaten;

          • andere bouwplaten, bijvoorbeeld: kunstharsgebonden houtwolplaten; stroplaten; rietplaten; spaanplaten; hard- en zachtboard; meubelplaten; triplex; stalen vloer-, wand-, gevel- en dakplaten;

        • 4. isolatiematerialen in de vorm van platen, dekens, schalen, korrels enz.;

        • 5. kunststoffen in de vorm van foliën, schuimen, buizen, goten, platen, diversen (w.o. koepels lichtstraten, ontluchtingskappen);

        • 6. bindmiddelen, mortels en morteltoeslagen, bijvoorbeeld:

          • cement en verder al die bindmiddelen welke met de naam “cement” op de Nederlandse markt worden gebracht, zoals: aluminiumcement, marmercement, bitumineuze cement, metaalcement, vuurvaste species;

          • kalk: kluitkalk, poederkalk, schelpkalk, schelpkalkbloem, gebluste of gegoten kalk, carbidkalk, traskalk en dergelijke kalksoorten en mengsels;

          • gips: stucadoorgips, model- of vormgips en dergelijke soorten;

          • mortels: cementmortels, betonmortels, kalkmortels, kant en klaar mortels, kunsthars- en andere mortels;

          • morteltoeslagen: natuur- en kunstpuzzolanen, tras, kieselguhr, hoogovenslakkenmeel, baksteenpoeders en dergelijke;

          • gebroken basalt, porfiersplit, gebroken grint, bims, metsel- en betonzand; vormzand, grint, grintzand, filtergrint en dergelijke.

        • 7. chemische preparaten zoals vochtwerende en waterdichte preparaten; verhardingsmiddelen en kleurmiddelen voor cement- en betonmortels; plastificeerders, versnellers en vertragers; ontkistingsmiddelen; brandwerende middelen; houtbeschermings(conserverings)middelen; bescherming tegen corrosie van metalen; zuurvaste kitten;

        • 8. diverse bouwmaterialen zoals: glazen bouwstenen en tegels; glasmozaïek en dergelijke; produkten voor de afwerking van wanden; plafond-, wand- en vloersystemen, niet eerder genoemd; ribbenstrek; (plat-) dakbedekkingsmaterialen en hulpstoffen;

      • B Onder aanverwante artikelen wordt verstaan:

        • gereed- of halfprodukten voor de bouw, zoals: ramen, kozijnen en vensters; binnen- en buitendeuren; garagedeuren;

        • openhaarden en bijbehorende materialen alsmede accessoires;

        • sanitaire produkten, zoals: wastafels, closetpotten, douchebakken, baden, scheidingswanden en andere accessoires behorende bij sanitaire inrichtingen;

        • inbouwkeukens, losse keukenkasten en -blokken met bijbehorende inbouwapparatuur;

        • gereedschappen die nodig zijn voor het aanbrengen of samenvoegen van bouwmaterialen en aanverwante artikelen;

        • materialen die kunnen dienen als afscheiding tussen woningen of als windkering;

        het deelnemen in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen niet verplicht te stellen voor werknemers in hun hoedanigheid van bestuurders van naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.”

II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

's-Gravenhage, 12 februari 2015

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, de Directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes

Naar boven