Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2015, 47434Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 december 2015, kenmerk 889355-145649-DMO, houdende regels met betrekking tot het toekennen van een eenmalige uitkering aan hen die als ambtenaar of militair ten tijde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in dienst waren van het Nederlands-Indisch Gouvernement en aan wie gedurende deze periode geen dan wel onvolledig salaris is uitbetaald (Uitkeringsregeling Backpay)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Artikel 1 begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a) Minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b) Uitvoeringsorganisatie:

de door de minister aan te wijzen organisatie die onderhavige regeling uitvoert;

c) Backpay:

eenmalige uitkering van netto 25.000 euro – op morele gronden – als finale financiële tegemoetkoming voor niet uitbetaalde salarissen aan belanghebbende;

d) Belanghebbende:

de persoon die als ambtenaar of militair ten tijde van de Japanse bezetting in dienst was van het Nederlands-Indisch Gouvernement en aan wie gedurende de Japanse bezetting in de periode van 8 maart 1942 tot 15 augustus 1945 geen dan wel niet volledig salaris is uitbetaald;

e) Aanvrager:

diegene die overeenkomstig artikel 5 via de bevestigingsbrief verklaart dat hij belanghebbende is; of die overeenkomstig artikel 6 via het aanvraagformulier een aanvraag indient.

Artikel 2 toekenning backpay

De minister kan aan een belanghebbende backpay toekennen.

Artikel 3 recht op backpay

  • 1. Recht op backpay heeft de belanghebbende die:

    • a. op 15 augustus 2015 in leven was;

    • b. niet door de rechter is veroordeeld wegens collaboratie met de Japanners;

    • c. gedurende (een deel van) de Japanse bezetting niet de Japanse nationaliteit heeft bezeten.

  • 2. Indien de belanghebbende op of na 15 augustus 2015 is overleden hebben diens erfgenamen recht op backpay.

Artikel 4 ambtshalve toekenning

Indien de belanghebbende op basis van bronnenonderzoek van de uitvoeringsorganisatie naar het oordeel van de minister voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 3, onder a tot en met c, wordt de backpay ambtshalve toegekend.

Artikel 5 aanvraag via bevestigingsbrief

  • 1. Diegene die naar het oordeel van de minister kan worden aangemerkt als potentiële belanghebbende ontvangt een bevestigingsbrief die hij dient in te vullen en te retourneren indien aanvrager van mening is belanghebbende te zijn en te voldoen aan de criteria, bedoeld in artikel 3, onder a tot en met c. Potentiële belanghebbenden worden geselecteerd op basis van:

    • a. bij de uitvoeringsorganisatie beschikbare namen van potentiële belanghebbenden waarbij op grond van de beschikbare bronnen, voldoende aannemelijk is dat sprake was van een dienstverband met het Nederlands-Indisch Gouvernement;

    • b. waar lijkt dat wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 3, onder a tot en met c.

  • 2. De bevestigingsbrief dient uiterlijk 1 januari 2017 ingevuld en ondertekend door de uitvoeringsorganisatie te zijn ontvangen. De minister kan deze termijn tot uiterlijk 1 januari 2018 verlengen.

  • 3. De aanvrager dient de gegevens te overleggen waarnaar in de bevestigingsbrief wordt gevraagd.

Artikel 6 aanvraag via aanvraagformulier

  • 1. Diegene die geen ambtshalve toekenning als bedoeld in artikel 4 of bevestigingsbrief als bedoeld in artikel 5 heeft ontvangen en van mening is belanghebbende te zijn en te voldoen aan de criteria, bedoeld in artikel 3, onder a tot en met c, kan een aanvraag indienen via het aanvraagformulier.

  • 2. Het aanvraagformulier dient uiterlijk 1 januari 2017 ingevuld en ondertekend door de uitvoeringsorganisatie te zijn ontvangen. De minister kan deze termijn tot uiterlijk 1 januari 2018 verlengen.

  • 3. De aanvrager dient de gegevens te overleggen waarnaar in het aanvraagformulier wordt gevraagd.

Artikel 7 hardheidsclausule

De minister kan in bijzondere gevallen tegemoetkomen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich naar het oordeel van de minister bij de toepassing van deze regeling mochten voordoen.

Artikel 8 overige procedure aanvraag backpay

  • 1. De aanvrager verleent via de bevestigingsbrief of het aanvraagformulier toestemming tot onderzoek naar en in de persoonlijke gegevens die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, zulks ter beoordeling van de uitvoeringsorganisatie.

  • 2. Desgevraagd of uit eigen beweging verstrekt de aanvrager aan de uitvoeringsorganisatie alle inlichtingen en verleent hij alle medewerking die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, een en ander ter beoordeling van de uitvoeringsorganisatie.

  • 3. Door ondertekening van de bevestigingsbrief of het aanvraagformulier verklaart de aanvrager dat hij bekend is met deze regeling en met de verplichtingen die deze regeling jegens hem in het leven roept.

  • 4. De ontvangst van de geretourneerde bevestigingsbrief of het aanvraagformulier zal schriftelijk binnen een maand aan de aanvrager worden bevestigd.

  • 5. De aanvragen zullen, waar mogelijk, in volgorde van ontvangst worden afgehandeld.

Artikel 9 besluit

  • 1. De minister neemt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag een besluit inzake de toekenning van de backpay.

  • 2. Een besluit over het al dan niet toekennen van de backpay wordt schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld en per post verzonden.

Artikel 10 intrekking

  • 1. Een besluit tot toekenning van backpay kan worden ingetrokken indien de aanvrager aan wie de backpay is toegekend onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, waardoor de backpay ten onrechte is toegekend.

  • 2. Indien het besluit tot toekenning van backpay wordt ingetrokken en de uitkering van de backpay heeft plaatsgevonden, vordert de minister de backpay terug. Terugbetaling dient te geschieden binnen een periode van 12 maanden na intrekking van het besluit tot toekenning.

Artikel 11 slotbepaling

In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist de minister.

Artikel 12 inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van afgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13 citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitkeringsregeling Backpay.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

TOELICHTING

Algemeen

De Nederlandse regering heeft blijkens de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 3 november 2015 (Kamerstukken II 2015/16, 20 454, nr. 115) erkend dat regelingen met betrekking tot de achterstallige salarissen van militairen en ambtenaren in dienst van Nederlands-Indië, de zogenaamde backpay, en de regelingen met betrekking tot de geleden oorlogsschade te lang op zich hebben laten wachten. In de voornoemde brief heeft de regering geconstateerd dat een integrale oplossing voor de Indische kwestie, die zowel door het kabinet als door het Indisch Platform kon worden geaccepteerd en vóluit kon en zou worden verdedigd naar zijn gehele achterban, vooralsnog, niet mogelijk bleek. Voorts heeft de regering in genoemde brief meegedeeld, dat het Indisch Platform akkoord gaat om het punt van de backpay op korte termijn gezamenlijk tot een definitieve oplossing te brengen, waarmee dit dossier kan worden gesloten. Dit ook vanuit het besef dat de zeer hoge leeftijd van de doelgroep vraagt om een snelle en passende afronding – 70 jaar na de capitulatie van Japan.

De regering heeft in overleg met het Indisch Platform als backpay gekozen voor een nettobedrag van 25.000 euro, op welk bedrag geen inhouding zal plaatsvinden, zijnde een eenmalige, finale morele genoegdoening.

Voor de uitbetaling van een uitkering als werkelijke genoegdoening in het kader van de backpay, is de onderhavige regeling in overleg met het Indisch Platform opgesteld. Overeenkomstig de toezegging in de brief van 3 november, wordt in de regeling maximaal aangesloten op reeds beschikbare informatie over rechthebbenden, zodat deze zo min mogelijk worden belast en de uitvoering snel ter hand kan worden genomen.

Om effecten van de backpay-uitkering op eventuele toeslagen en bijdrageverplichtingen van de rechthebbenden weg te nemen, worden de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen aangepast.

Per 1 januari 2010 is de systematiek van Vaste Verandermomenten (VVM) uitgebreid naar ministeriële regelingen (brief van de Minister van Justitie en de Staatssecretarissen van Economische Zaken, Financiën en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 december 2009, Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309). Voor de onderhavige regeling is afgezien van de in het kader van de VVM geldende vaste inwerkingtredingsdata en minimale invoeringstermijn. Gelet op de strekking van deze regeling, te weten een op morele gronden gebaseerde finale financiële genoegdoening aan hen die als ambtenaar of militair tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië geen dan wel niet volledig salaris hebben ontvangen, en de zeer hoge leeftijd van de doelgroep, is de doelgroep gebaat bij een spoedige inwerkingtreding. Deze regeling valt dan ook te brengen onder de in het kader van VVM gehanteerde uitzonderingsgrond ‘privaat nadeel van vertraging van invoering’.

Artikelsgewijs

Artikel 1, onder d.

In dit artikelonderdeel wordt afgebakend wie als rechthebbende in het kader van de regeling wordt gezien. In het verleden zijn reeds verschillende (wettelijke) regelingen getroffen voor compensatie met betrekking tot gevolgen van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Te denken valt aan de Uitkeringswet Indische Geïnterneerden en Het Gebaar. Deze regelingen kenden een brede doelgroep (burgers en krijgsgevangenen).

Onderhavige regeling ziet op een beperkte doelgroep, te weten personen die als ambtenaar of militair ten tijde van de Japanse bezetting in dienst waren van het Nederlands-Indische Gouvernement. Dit omvat tevens dienstplichtigen die hadden moeten worden betaald. Voorts geldt dat men gedurende de Japanse bezetting in de periode van 8 maart 1942 tot 15 augustus 1945 geen dan wel niet volledig salaris uitbetaald gekregen heeft.

Artikel 3

Dit artikel bepaalt in de eerste plaats dat degene die voor een uitkering in aanmerking wil komen op 15 augustus 2015 in leven moet zijn, exact 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. In artikel 3, onder b en c, worden twee categorieën, die formeel onder de omschrijving vallen van artikel 1 onder d, uitgesloten. Zij vallen niet onder de doelgroep, voor wie de uitkeringen bestemd zijn. Het betreft hier in de eerste plaats degenen, die, blijkens een rechterlijk vonnis, zijn veroordeeld voor collaboratie met de Japanse bezetter. Daarnaast worden van een uitkering uitgesloten degenen die gedurende (een deel van) de bezetting de Japanse nationaliteit bezaten.

In het tweede lid is geregeld dat voor belanghebbenden die op of na 15 augustus 2015 zijn overleden hun erfgenamen in de plaats treden.

Artikel 4

De doelgroep van onderhavige regeling betreft personen die in de periode maart 1942-augustus 1945 oud genoeg waren om als ambtenaar of militair in dienst te zijn van het Nederlands-Indisch Gouvernement. Inmiddels zijn deze personen op zeer hoge leeftijd. Om aan hen, van wie duidelijk kan worden vastgesteld dat zij voldoen aan de definitie van belanghebbende en de criteria van artikel 3 en waarvan het adres bekend is, zo snel mogelijk een uitkering toe te kennen, is er voor gekozen om zoveel als mogelijk ambtshalve te kunnen uitkeren. Hiermee wordt een aanvraagprocedure voorkomen en wordt tijd bespaard. De uitvoeringsorganisatie zal aan de hand van de volgende digitaal beschikbare bestanden de personen geboren voor 8 maart 1926 trachten te traceren die mogelijk voor de procedure in artikel 5 of 6 in aanmerking komen:

  • het bestand met gerechtigden van de Stichting Het Gebaar die tevens bekend zijn in het AOW-bestand of V&O-bestand van de Sociale verzekeringsbank (SVB);

  • overige personen bekend bij de SVB die een uitkering of voorziening ontvangen op grond van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de Stichting Pelita als begeleidende instelling hebben of in Indonesië woonachtig zijn;

  • het van het Indisch Platform ontvangen bestand met personen die in aanmerking zouden kunnen komen voor Backpay.

De uitvoeringsorganisatie zal vervolgens ter verificatie onderzoek doen in de voor deze regeling relevante bronnen die berusten bij het Nationaal Archief, de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP), de afdeling V&O van de SVB en het Nederlandse Rode Kruis, waaronder het 'Gebaar', de stamboeken en overige bronnen met vermeldingen van dienstbetrekkingen.

Op basis van de beschikbare gegevens zal worden vastgesteld of voldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake was van een dienstverband en tevens de overige benoemde onderdelen in artikel 3.

Artikel 5

Naast de groep waarop artikel 4 ziet, is niet uit te sluiten dat er bij het bronnenonderzoek als genoemd in artikel 4 wordt gestuit op personen van wie weliswaar aanwijzingen zijn dat zij belanghebbende zijn, maar van wie niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat dit het geval is. Deze personen worden via een bevestigingsbrief geïnformeerd dat zij mogelijkerwijs in aanmerking komen voor een uitkering. Daartoe worden zij in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens te overleggen. In de bevestigingsbrief staat vermeld welke gegevens dit betreft.

Artikel 6

Het is mogelijk dat er belanghebbenden zijn die niet behoren tot de categorieën uit artikelen 4 en 5. Dit kan personen betreffen die niet voorkomen in de onderzochte bronnen, bijvoorbeeld omdat zij zich nooit in Nederland hebben gevestigd, of omdat er geen adresgegevens bekend zijn van deze personen. Om deze rechthebbenden niet uit te sluiten van een uitkering, wordt aan hen op grond van artikel 6 de mogelijkheid geboden een aanvraag te doen door middel van een aanvraagformulier. Daarbij dient de aanvrager gegevens te overleggen waarnaar in het aanvraagformulier wordt gevraagd.

Artikel 7

Dit artikel bevat een hardheidsclausule voor bijzondere gevallen waarin toepassing van de regeling in ernstige mate onbillijk zou werken. Het gaat om gevallen waarbij de individuele omstandigheden van de betrokkene nopen tot afwijking van hetgeen in de regeling is bepaald. In dergelijke gevallen zal zorgvuldig moeten worden beoordeeld of er aanleiding is tot toepassing van de hardheidsclausule. Daarbij kan nader advies worden gevraagd aan derden, zoals het Indisch Platform.

Artikel 8

Dit artikel ziet op aanvragen zoals bedoeld in de artikelen 5 en 6. Artikel 8 bevat een aantal verplichtingen betreffende informatieverstrekking en medewerking, alsmede het verlenen van toestemming tot onderzoek naar persoonlijke gegevens in het kader van het beoordelen van de aanvraag.

Artikel 9

De minister beoordeelt de aanvraag op basis van de informatie van de aanvrager en eventueel reeds aanwezige informatie bij de uitvoeringsorganisatie, en neemt binnen een termijn van dertien weken een voor bezwaar en beroep vatbare beslissing.

Artikel 10

Dit artikel biedt de mogelijkheid om een besluit tot toekenning van backpay in te trekken, indien de uitkering ten onrechte is toegekend als gevolg van onjuiste of onvolledige informatieverstrekking door de aanvrager. Dit kan het geval zijn indien na toekenning van backpay feiten of omstandigheden bekend worden die, indien deze voorafgaand aan de toekenning bekend waren geweest, aanleiding zouden zijn geweest geen backpay toe te kennen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn