Verkeersmaatregelen provinciale weg N 381

Logo Fryslân

BESLUIT van GEDEPUTEERDE STATEN van FRYSLAN van 11 december 2015, no. 01270477, afdeling Provinciale Waterstaat, tot plaatsing van verkeerstekens krachtens de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994.

GEDEPUTEERDE STATEN van FRYSLAN

Overwegende,

Dat het deel Drachten – Donkerbroek van de provinciale weg N 381, Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde, wordt omgebouwd tot een dubbelbaans autoweg en dat het deel Donkerbroek – Oosterwolde-Zuid op een later moment wordt verdubbeld;

Dat het deel Oosterwolde-Zuid – Hoogersmilde als enkelbaans weg wordt vormgegeven;

Dat het deel Drachten – Oosterwolde-Noord 31 december 2015 gereed is, het deel Oosterwolde-Noord – Oosterwolde-Zuid 31 december 2016 en het deel Oosterwolde-Zuid – Hoogersmilde (Drentse grens) 31 december 2015;

Dat het daarom gewenst is verkeersmaatregelen te treffen;

Dat het gehele traject voldoet aan de criteria die zijn gesteld aan een autoweg;

Dat het daarom gewenst is deze weg aan te wijzen als autoweg en als voorrangsweg;

Dat de afritten van de provinciale weg Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde aansluiten op gemeentelijke dan wel provinciale zijwegen;

Dat het, uit verkeersveiligheidsoverwegen, gewenst is de voorrang op die locaties zodanig te regelen dat bestuurders komende vanaf de afritten voorrang moet verlenen aan bestuurders op de kruisende zijwegen;

Dat ter hoogte van Oosterwolde-Zuid de nieuwe provinciale weg N 381 verdiept wordt aangelegd en dat de aansluitende zijwegen (de provinciale wegen N351 en N919) over de N 381 heen gaan;

Dat hier ter plaatse van de op- en afritten, parallelweg en aansluitende zijwegen rotondes worden aangelegd;

Dat het uit een oogpunt van verkeersveiligheid gewenst is ter hoogte van de rotondes een voorrangsmaatregel in te stellen, zodanig dat het verkeer op de aansluitende wegen voorrang moet verlenen aan het verkeer op de rotondes;

Dat het uit een oogpunt van verkeersveiligheid gewenst is op de rotondes een verplichte rijrichting in te stellen;

Dat ter hoogte van de rotondes in een aantal aansluitende wegen middengeleiders zijn aangebracht;

Dat het uit een oogpunt van verkeersveiligheid gewenst is een gebod in te stellen voor alle bestuurders om de middengeleiders voorbij te gaan aan de zijde die de pijl op het bord aangeeft;

Dat ter plaatse van alle afritten spookrijden dient te worden voorkomen;

Dat het daarom uit een oogpunt van verkeersveiligheid gewenst is de afritten aan te wijzen als eenrichtingsweg en te sluiten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee;

Dat ter hoogte van de Bûtewei en de Mersken verbindingspaden zijn aangelegd tussen de westelijke en de oostelijke parallelweg ter hoogte van deze zijwegen;

Dat fietsers en bromfietsers uit een oogpunt van verkeersveiligheid gebruik dienen te maken van deze verbindingspaden;

Dat het daarom gewenst is deze verbindingspaden aan te wijzen als verplichte fiets-/bromfietspaden;

Dat het uit oogpunt van verkeersveiligheid gewenst is de voorrang ter hoogte van de aansluiting van deze fiets/bromfietspaden op de parallelweg zodanig te regelen dat het verkeer op de fiets-/bromfietspaden voorrang moet verlenen aan het verkeer op de parallelweg;

Dat vanaf de parallelweg aan de zuidwestzijde van de provinciale weg N 381 tot aan de provinciale weg N 351 een pad wordt aangelegd waarvan fietsers en bromfietsers gebruik dienen te maken;

Dat dit pad aansluit op de huidige parallelweg die de provinciale weg N 381 kruist;

Dat dit gedeelte parallelweg haar functie verliest vanwege het feit dat motorvoertuigen die niet sneller kunnen of mogen rijden dan 25 km/uur, in de nieuwe situatie gebruik mogen maken van de aan te leggen rotondes (ovondes);

Dat het daarom uit verkeersveiligheidsoverwegingen gewenst is dit gedeelte parallelweg daarom – samen met het nieuw aan te leggen pad – aan te wijzen als verplicht fiets-/bromfietspad;

Dat als gevolg van het nieuwe tracé van de provinciale weg N 381 een aantal bushaltes langs het oude tracé dient te worden verplaatst;

Dat daarom ter hoogte van de kruising van de provinciale weg N381 met de Weinterp langs de zuidwestelijke oprit en langs de oostelijke afrit en ter hoogte van de kruising van de provinciale weg N 381 met de provinciale weg N 380 langs de zuidwestelijke oprit en de zuidoostelijke afrit vervangende haltes zijn aangelegd;

Dat het gewenst is deze haltes aan te wijzen als bushaltes;

Dat het beheer van de wegen Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde, Oosterwolde – Wolvega – Slijkenburg en Veenhuizen – Weperpolder – Oosterwolde bij de provincie Fryslân berust;

Dat op grond van artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) overleg met de heer P. Brinksma van de politie heeft plaatsgevonden;

Dat de politie d.d. 7 december per mail heeft laten weten in te kunnen stemmen met de maatregelen;

Gelet op de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994, juncto artikel 12 van het BABW;

 

BESLUITEN:

I. Door plaatsing van borden B01 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de weg Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde, in de gemeenten Opsterland, Heerenveen en Ooststellingwerf, tussen km 27.2 en km 52.9 aan te wijzen als voorrangsweg;

II. Door plaatsing van borden B06 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, ter plaatse van het punt van samenkomst van het fiets-/bromfietspad en de parallelweg langs de weg Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde, ter hoogte van km 27.8, km 27.870, km 29.5 en km 29.580, in de gemeente Opsterland, de voorrang zodanig te regelen dat (brom)fietsers voorrang moeten verlenen aan bestuurders op de parallelweg;

III. Door plaatsing van borden B06 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, ter plaatse van het punt van samenkomst van de afritten van de weg Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde, met de kruisende zijwegen ter hoogte van km 33.045, km 37.5, km 41.9, km 47.3 en km 50.550, in de gemeenten Opsterland en Ooststellingwerf, de voorrang zodanig te regelen dat bestuurders op de afritten voorrang moeten verlenen aan bestuurders op de kruisende zijwegen;

IV. Door plaatsing van borden B06 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, ter plaatse van de rotonde in de weg Oosterwolde – Wolvega – Slijkenburg, in de gemeente Ooststellingwerf, ter hoogte van km 0.050 de voorrang zodanig te regelen dat voorrang moet worden verleend aan het verkeer op de rotonde;

V. Door plaatsing van borden B06 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, ter plaatse van de rotonde in de weg Veenhuizen – Weperpolder – Oosterwolde, in de gemeente Ooststellingwerf, ter hoogte van km 21.050 de voorrang zodanig te regelen dat voorrang moet worden verleend aan het verkeer op de rotonde;

VI. Door plaatsing van borden C02 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de afritten van de weg Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde, ter hoogte van km 33.045, km 37.5, km 41.9, km 44.4, km 47.3 en km 50.550, in de gemeenten Opsterland en Ooststellingwerf, aan te wijzen als eenrichtingsweg en in die richting te sluiten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee;

VII. Door plaatsing van borden D01 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, op de rotonde in de weg Oosterwolde – Wolvega – Slijkenburg, in de gemeente Ooststellingwerf, ter hoogte van km 0.050 een verplichte rijrichting in te stellen;

VIII. Door plaatsing van borden D01 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, op de rotonde in de weg Veenhuizen – Weperpolder – Oosterwolde, in de gemeente Ooststellingwerf, ter hoogte van km 21.050 een verplichte rijrichting in te stellen;

IX. Door plaatsing van borden D02 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, op de middengeleiders in de aansluitende wegen op de rotonde in de weg Oosterwolde – Wolvega – Slijkenburg, in de gemeente Ooststellingwerf, ter hoogte van km 0.050 een gebod in te stellen voor alle bestuurders om het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

X. Door plaatsing van borden D02 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, op de middengeleiders in de aansluitende wegen op de rotonde in de weg Veenhuizen – Weperpolder – Oosterwolde, in de gemeente Ooststellingwerf, ter hoogte van km 21.050 een gebod in te stellen voor alle bestuurders om het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

XI. Door plaatsing van borden G03 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de weg Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde (inclusief de op- en afritten), in de gemeenten Opsterland, Heerenveen en Ooststellingwerf, tussen km 27.2 en km 52.9 aan te wijzen als autoweg;

XII. Door plaatsing van borden G12A van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de verbindingspaden ter hoogte van de Bûtewei, de Mersken en het pad langs de parallelweg van en vervolgens over de provinciale weg Drachten – Oosterwolde – Hoogersmilde, ter hoogte van de kruising met de weg Oosterwolde – Wolvega – Slijkenburg en de weg Veenhuizen - Weperpolder – Oosterwolde, in de gemeenten Opsterland en Ooststellingwerf, aan te wijzen als verplichte fiets-/bromfietspaden.

XIII. Door plaatsing van borden L03 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de haltes langs de zuidwestelijke oprit en langs de oostelijke afrit ter hoogte van km 33.080 en langs de zuidwestelijke oprit en de zuidoostelijke afrit ter hoogte van km 37.5, in de gemeenten Opsterland en Ooststellingwerf, aan te wijzen als bushaltes.

 

Namens Gedeputeerde Staten van Fryslân,

A. Stuulen

Hoofd afdeling Provinciale Waterstaat

Mededelingen

Bezwaar- of beroepsclausule

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan tegen dit besluit binnen zes (6) weken na de verzending daarvan een bezwaarschrift indienen bij Gedeputeerde Staten, Postbus 20120, 8900 HM in Leeuwarden.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

d. de gronden van het bezwaar.

Meer informatie over de bezwaarschriftenprocedure vindt u op www.fryslan.nl onder “contact”, of u kunt bellen met het secretariaat van de bezwaarschriftencommissie, tel. 058 – 292 51 57.

 

Naar boven