Wijziging Bijlage II Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten

Bijlage II bij de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv) (Stcrt. 2013, 35773,35773 en Stcrt. 2015, 3941) wordt met ingang van 1 januari 2016 als volgt gewijzigd.

     

Feit

Overtreden artikel

Tarief in euro per feit en categorie

         

1

2

     

Bestuurlijke strafbeschikking milieu

     
     

Categorie-indeling F:

     
     

1- Natuurlijk persoon;

     
     

2- Rechtspersoon.

     
     

Nummers BM 001 – BM 010 en BM 612 – BM 613: Wet Milieubeheer

     
     

zich niet houden aan de voorschriften bij de inzamelvergunning

     

BM

001

a

zich hebben ontdaan van afvalstoffen, door die afvalstoffen – al dan niet in verpakking – buiten een inrichting te storten en/of anderszins op of in de bodem te brengen en/of te verbranden: 1-5 m3

10.2 Wet milieubeheer

750

3.000

BM

001

b

zich hebben ontdaan van afvalstoffen, door die afvalstoffen – al dan niet in verpakking – buiten een inrichting te storten en/of anderszins op of in de bodem te brengen en/of te verbranden: 5-10 m3

10.2 Wet milieubeheer

1.500

6.000

BM

003

 

zich door afgifte aan een ander hebben ontdaan van bedrijfsafvalstoffen; max. 10 m3

10.37 lid 1 Wm

750

3.000

BM

004

 

niet registreren van één of meer gegevens als bedoeld in artikel 10.38 lid 1 Wet milieubeheer bij afgifte van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen

10.38 lid 1 Wm

1.000

2000

BM

005

 

geen melding maken met betrekking tot afgifte van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen aan het bevoegd gezag

10.38 lid 3 Wm

1.000

2000

BM

006

 

niet verstrekken van een begeleidingsbrief, welke ten minste de gegevens bevat die zijn genoemd in art. 10.39 lid 1 onder a en 10.38 lid 1 van de Wet milieubeheer bij afgifte van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke stoffen aan een persoon als bedoeld in art. 10.37 lid 2 onder a tot en met e Wet milieubeheer

10.39 lid 2 Wm

1.000

2000

BM

007

 

niet melden van afgifte van bedrijfsafvalstoffen aan het bevoegd gezag door een persoon als bedoeld in art. 10.38 lid 2 onder a of b van de Wet milieubeheer

10.40 lid 1 Wm

1.000

2000

BM

008

 

in ontvangst nemen van bedrijfsafvalstoffen door een persoon als bedoeld in art. 10.40 lid 1 Wet milieubeheer zonder dat daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in art. 10.39 lid 1 onder a en b Wet milieubeheer worden verstrekt

10.40 lid 2 Wm

1.000

2000

BM

009

 

tijdens het vervoer van bedrijfsafvalstoffen geen begeleidingsbrief als bedoeld in art. 10.39 Wet milieubeheer aanwezig hebben, zolang degene die afvalstoffen onder zich heeft

10.44 lid 1 Wm

1.000

2000

BM

010

 

bedrijfsafvalstoffen inzamelen zonder vermelding op een lijst van inzamelaars

10.45 lid 1 onder a Wm

1.000

2000

BM

612

 

zich niet houden aan de voorschriften bij de inzamelvergunning

18.18 Wm jo 10.49 lid 2 Wm

750

2000

BM

613

 

zonder vermelding als vervoerder en/of handelaar en/of bemiddelaar op de lijst van vervoerders, handelaars en bemiddelaars, tegen vergoeding vervoeren voor anderen en/of verhandelen en/of bemiddelen bij het beheer van bedrijfsafvalstoffen

10.55 lid 1 Wm

750

2000

             
     

Nummers BM 029 – BM 042 en BM 636 – BM 642: Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA)

     

BM

029

a

overbrengen van afvalstoffen in strijd met de voorwaarden verbonden aan de toestemming voor een aangemelde overbrenging

10.60 lid 6 onder a Wm ivm. 10 lid 1 EVOA

1.500

5.000

BM

029

b

overbrenging van afvalstoffen in strijd met de vervoersvoorwaarden verbonden aan de kennisgeving

10.60 lid 6 onder a Wm ivm. 10 lid 2 EVOA

1.500

5.000

BM

030

 

overbrengen van afvalstoffen zonder de betrokken bevoegde autoriteiten zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen van een – wegens onvoorziene omstandigheden benodigde – routewijziging bij een algemene kennisgeving

10.60 lid 5 onder a Wm i.v.m. 13 lid 2 EVOA

1.200

1.200

BM

031

 

overbrengen van afvalstoffen in strijd met de voorwaarde dat naderhand aanvullende informatie en documentatie wordt verstrekt aan de betrokken bevoegde autoriteiten in geval van een algemene kennisgeving

10.60 lid 6 onder a Wm i.v.m. 13 lid 3 EVOA

1.200

1.200

BM

034

 

overbrengen van afvalstoffen terwijl het vervoersdocument niet volledig of onjuist is ingevuld of niet is ondertekend door de kennisgever

10.60 lid 5 onder a Wm i.v.m. 16 onder a EVOA

1.200

1.200

BM

036

 

overbrengen van afvalstoffen waarbij het transport van afvalstoffen op een andere dan de opgegeven transportdatum plaatsvindt

10.60 lid 5 onder a Wm i.v.m. 16 onder b EVOA

1.200

1.200

BM

037

 

overbrengen van afvalstoffen waarbij het vervoer niet vergezeld gaat van de juiste documenten (vervoersdocument, de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten resp. zijn verleend en gesteld)

10.60 lid 5 onder a Wm i.v.m. 16 onder c, tweede volzin EVOA

1.800

5.000

BM

042

 

niet gedurende ten minste 5 jaar door de kennisgever en/of de ontvanger en/of de inrichting die de afvalstoffen heeft ontvangen, bewaren van aan of door de bevoegde autoriteiten verzonden documenten inzake de overbrenging van afvalstoffen

10.56 Wm i.v.m. 5 Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen

1.700

1.700

BM

636

 

niet gedurende drie jaar door de kennisgever, de ontvanger, de inrichting die de afvalstoffen heeft ontvangen, bewaren van aan of door de bevoegde autoriteiten verzonden documenten inzake de kennisgeving van een transport

10.60 lid 7 onder a Wm ivm art. 20 lid 1 EVOA

1.700

1.700

BM

637

 

niet gedurende drie jaar bewaren van de uit hoofde van artikel 18 lid 1 EVOA verstrekte informatie door de opdrachtgever, de ontvanger en de inrichting die de afvalstoffen ontvangt

10.60 lid 7 onder a Wm ivm art. 20 lid 2 EVOA

1.700

1.700

BM

638

 

overbrengen van groene lijst afvalstoffen voor nuttige toepassing zonder of met onvolledige bijlage VII informatie

10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 sub g onder iii EVOA

1.800

3.000

BM

639

 

overbrengen van afvalstoffen zonder kennisgeving

10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 a en b EVOA

800

 

BM

640

 

overbrengen van afvalstoffen met kennisgeving maar zonder toestemming van de betrokken bevoegde autoriteiten

10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 b EVOA

800

 

BM

641

 

overbrengen van afvalstoffen waarbij verwijdering en/of nuttige toepassing in strijd is met communautaire en/of internationale regelgeving

10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 e EVOA

1.000

 

BM

642

 

afvalstoffen overbrengen in strijd met een verbod zoals genoemd in artikel 34 en/of 36 en/of 39 en/of 40 en/of 41 en/of 43 EVOA

10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 f EVOA

1.000

 
             
     

Nummer BM 011: Besluit inzamelen afvalstoffen

     

BM

011

 

als inzamelaar tijdens het inzamelen geen gewaarmerkte kopie van het certificaat waaruit blijkt dat hij op de lijst van inzamelaars staat vermeld, zichtbaar ten behoeve van de handhaving aanwezig hebben

6 Besluit inzamelen afvalstoffen

250

500

             
     

Nummers BM 012 – BM 015: Besluit beheer autowrakken

     

BM

012

a

als producent en/of importeur van voertuigen die onder zijn verantwoordelijkheid in Nederland aan een ander ter beschikking zijn gesteld geen zorg dragen voor: een landelijk dekkend innamesysteem voor autowrakken

8 sub a Besluit beheer autowrakken

1.500

5.000

BM

012

b

als producent en/of importeur van voertuigen die onder zijn verantwoordelijkheid in Nederland aan een ander ter beschikking zijn gesteld geen zorg dragen voor: het om niet kunnen afgeven van autowrakken

8 sub b Besluit beheer autowrakken

1.500

5.000

BM

012

c

als producent en/of importeur van voertuigen die onder zijn verantwoordelijkheid in Nederland aan een ander ter beschikking zijn gesteld geen zorg dragen voor: het opzetten van een verwerkingssysteem voor autowrakken

8 sub c Besluit beheer autowrakken

1.500

5.000

BM

013

 

als producent en/of importeur van voertuigen niet binnen dertien weken nadat dit besluit op hem van toepassing is geworden, aan Onze Minister mededeling doen over de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de verplichtingen

12 lid 1 Besluit beheer autowrakken

1.500

5.000

BM

014

 

als producent en/of importeur van voertuigen niet de verplichtingen uitvoeren overeenkomstig de mededeling, zoals onze minister daarmee heeft ingestemd

14 Besluit beheer autowrakken

1.500

5.000

BM

015

 

als producent en/of importeur van voertuigen niet voor 1 augustus van elk jaar aan Onze Minister een verslag zenden over de uitvoering van de verplichtingen in het voorafgaande kalenderjaar

15 lid 1 Besluit beheer autowrakken

1.500

5.000

             
     

Nummer BM 016: Besluit beheer batterijen en accu's 2008

     

BM

016

 

als producent en/of fabrikant van batterijen en/of accu’s niet binnen dertien weken nadat de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008 op hem van toepassing is geworden, mededeling doen aan Onze Minister

2 lid 1 Besluit beheer batterijen en accu’s 2008

1.500

5.000

             
     

Nummers BM 017 – BM 021: Regeling beheer batterijen en accu's 2008

     

BM

017

 

als producent van draagbare batterijen en/of accu’s geen zorg dragen voor een inzamelingssysteem dat de eindgebruikers in staat stelt om zich in hun nabijheid kosteloos op een in voldoende mate toegankelijk inzamelpunt in Nederland van die draagbare batterijen en accu’s te ontdoen

5 lid 1 Regeling beheer batterijen en accu’s 2008

1.500

5.000

BM

018

 

als producent van draagbare batterijen en/of accu’s geen zorg dragen voor een systeem voor de verwerking en de recycling als materiaal van afgedankte batterijen en accu’s

7 lid 1 sub a Regeling beheer batterijen en accu’s 2008

1.500

5.000

BM

019

 

als producent van draagbare batterijen en/of accu's niet zorgen dat die batterijen en/of accu’s en/of batterijpakken zijn voorzien van het symbool, bedoeld in bijlage II, van richtlijn 2006/66/EG (afvalcontainer met kruis)

9 lid 1 sub a Regeling beheer batterijen en accu’s 2008

1.500

5.000

BM

020

 

als producent van draagbare batterijen en/of accu’s zich niet laten registreren bij de Minister van Infrastructuur en Milieu

12 Regeling beheer batterijen en accu’s 2008

1.500

5.000

BM

021

 

als fabrikant en/of producent van draagbare batterijen en/of accu’s niet voor 1 augustus van elk jaar aan de Minister van Infrastructuur en Milieu een verslag zenden

13 lid 1 Regeling beheer batterijen en accu’s 2008

1.500

5.000

             
     

Nummers BM 025, BM 500 en BM 619 – BM 621: Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

     

BM

025

a

als producent van elektrische/elektronische apparatuur de door hem geproduceerde elektrische/elektronische apparatuur niet voorzien van: een symbool zoals opgenomen is in bijlage IV bij richtlijn nr. 2002/96/EG (afvalcontainer met kruis)

15 lid 1 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

1.500

5.000

BM

025

c

als producent van elektrische/elektronische apparatuur de door hem geproduceerde elektrische/elektronische apparatuur niet voorzien van: een aanduiding waaruit blijkt dat het apparaat na 13 augustus 2005 op de markt is gebracht

16 lid 4 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

1.500

5.000

BM

500

 

als distributeur bij het ter beschikking stellen van een nieuw product, een soortgelijk na gebruik vrijgekomen product – zijnde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – van particuliere huishoudens, dat hem wordt aangeboden niet ten minste om niet innemen

4 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

250

500

BM

619

 

als producent van elektrische en/of elektronische apparatuur zich niet melden bij het register

19 lid 1 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

1.500

5.000

BM

620

 

als producent en/of zijn gemachtigde niet de in deel A van bijlage X bij de richtlijn nr. 2012/19/EU genoemde informatie verstrekken bij de registratie en/of niet actueel houden van de informatie

19 lid 2 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

1.500

5.000

BM

621

 

als producent en/of zijn gemachtigde niet de in deel B van bijlage X bij de richtlijn nr. 2012/19/EU genoemde informatie voor 1 mei over het voorafgaande kalenderjaar verstrekken aan het register

19 lid 3 Regeling afgedankte elektrische en elektronsiche apparatuur

1.500

5.000

             
     

Nummer BM 622 – BM 627: Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

     

BM

622

 

het in de handel brengen van elektrische en/of elektronische apparatuur, met inbegrip van kabels en/of reserveonderdelen voor het repareren en/of hergebruiken en/of het aanpassen van de functionele aspecten en/of het verbeteren van de capaciteit ervan, indien deze in bijlage II van richtlijn nr. 2011/65/EU opgenomen stoffen bevat, waarbij in een homogeen materiaal de in bedoelde bijlage II genoemde maximale concentratiewaarden worden overschreden

3 lid 1 Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

1.500

5.000

BM

623

 

als fabrikant die elektrische en/of elektronische apparatuur in de handel brengt geen EU-conformiteitsverklaring opstellen als bedoeld in artikel 10 Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, wanneer met de onder artikel 4 lid b bedoelde procedures is aangetoond dat de elektrische en elektronische apparatuur voldoet aan de toepasselijke eisen

4 lid 1 c Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

1.000

3.000

BM

624

 

als fabrikant niet tenminste 10 jaar nadat apparatuur in de handel is gebracht de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring van elektrische en elektronische apparatuur bewaren

4 lid 3 Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

500

1.500

BM

625

 

als importeur elektrische en/of elektronische apparatuur in de handel brengen zonder CE-markering en/of zonder de vereiste documenten

6 lid 1 c Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

1.000

3.000

BM

626

 

als importeur niet 10 jaar na het in de handel brengen van elektrische en/of elektronische apparatuur bewaren van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring

6 lid 7 Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

500

1.000

BM

627

 

als distributeur niet uit de handel nemen of terugroepen van door hem in de handel gebrachte elektrische en/of elektronische apparatuur welke niet aan deze regeling voldoet

7 lid 3 b Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur

1.500

4.000

             
     

Nummers BM 043 – BM 044, BM 530 en BM 643 – BM 648: Asbestverwijderingsbesluit 2005 (Avb)

     

BM

530

 

als opdrachtgever niet verstrekken van het asbestinventarisatie rapport aan degene die het werk uitvoert

5 Avb

1.500

5.000

BM

043

 

bij het gehele of gedeeltelijk slopen van een gebouw of object, niet beschikken over een asbestinventarisatierapport

3.1 Avb

1.500

 

BM

044

 

bij het verwijderen van asbest uit een gebouw of object, niet beschikken over een asbestinventarisatierapport

3.2 Avb

1.500

 

BM

643

 

het asbest niet verwijderen voordat het bouwwerk of object wordt afgebroken of uit elkaar wordt genomen

7 sub a Avb

1.500

 

BM

644

 

niet scheiden, niet gescheiden houden en niet gescheiden verzamelen van asbest of asbesthoudende producten

7 sub b Avb

1.500

 

BM

645

 

niet op de juiste wijze verpakken van asbest of asbesthoudende producten

7 sub c Avb

1.500

 

BM

646

 

niet op juiste wijze opslaan van verpakt asbesthoudend materiaal

7 sub d en sub e Avb

1.500

 

BM

647

 

niet op de juiste wijze aangeven dat de verpakking asbesthoudend materiaal bevat

7 sub f Avb

1.500

 

BM

648

 

asbesthoudend materiaal is niet binnen 2 weken na het vrijkomen afgevoerd naar een daarvoor erkende inrichting

7 sub g Avb

1.500

 
             
     

Nummer BM 531 en BM 649: Besluit asbestwegen milieubeheer

     

BM

531

 

als degene die een asbestbevattende weg voorhanden heeft de aanwezigheid hiervan niet melden

5 lid 1 Besluit asbestwegen milieubeheer

1.500

5.000

BM

649

 

het voorhanden hebben van een asbesthoudende weg

2 lid 1 Besluit asbestwegen milieubeheer

1.500

5.000

             
     

Nummer BM 532 – BM 533, BM 575 – BM 589 en BM 650 – BM 656: Bouwbesluit

     

BM

532

 

zonder sloopmelding slopen, terwijl daarbij asbest is of zal worden verwijderd

1.26 lid 1 Bouwbesluit

1.000

3.000

BM

533

a

door degene die sloopt c.q. degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet binnen wettelijke termijnen voorafgaande aan de feitelijke aanvang van de sloop of sanering aan het bevoegd gezag de datum of het tijdstip van de feitelijke aanvang van de sloop- en/of saneringswerkzaamheden melden

1.33 Bouwbesluit jo 120 lid 2 Woningwet

1.500

3.000

BM

533

b

door degene die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, niet schriftelijk melden van de datum van voltooiing van de sloop c.q. sanering binnen de wettelijke termijnen na beëindiging van de sloop- of saneringswerkzaamheden aan het bevoegd gezag

1.33 Bouwbesluit jo 120 lid 2 Woningwet

1.500

3.000

BM

575

 

zonder gebruiksmelding een bouwwerk in gebruik nemen

1.18 lid 1 onder a Bb

1.000

1.000

BM

576

 

niet hebben van noodverlichting in een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert

6.3 lid 1 Bb

1.500

1.500

BM

577

 

niet hebben van een brandmeldinstallatie conform NEN 2535

6.20 lid 1 Bb

2000

5.000

BM

578

 

niet hebben van een geldig inspectiecertificaat voor een voorgeschreven brandmeldinstallatie

6.20 lid 1 onder 6 Bb

750

750

BM

579

 

niet hebben van rookmelders conform NEN 2555

6.21 jo art. 1.16 Bb

500

500

BM

580

 

niet hebben van een ontruimingsalarminstallatie conform NEN 2575

6.23 lid 1 Bb

1.500

2.500

BM

581

 

niet hebben van een geldig inspectiecertificaat voor een voorgeschreven ontruimingsalarminstallatie

6.23 lid 4 Bb

750

750

BM

582

 

niet hebben van een ontruimingsplan

6.23 lid 6 Bb

750

750

BM

583

a

niet hebben van vluchtrouteaanduiding(en), te weten 1 tot 3 ontbrekende aanduidingen

6.24 Bb

500

500

BM

583

b

niet hebben van vluchtrouteaanduidingen, te weten 4 tot 6 ontbrekende aanduidingen

6.24 Bb

1.000

1.000

BM

583

c

niet hebben van vluchtrouteaanduidingen, te weten meer dan 6 ontbrekende aanduidingen

6.24 Bb

1.500

1.500

BM

584

 

in een vluchtroute hebben van deuren die bij het openen tegen de vluchtroute indraaien

6.25 Lid 5 Bb

500

500

BM

585

 

niet hebben van een brandslanghaspel

6.28 Bb

1.000

1.000

BM

586

a

niet aanwezig hebben van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen, te weten 1 tot 3 ontbrekende blustoestellen

6.31 Bb

1.000

1.000

BM

586

b

niet aanwezig hebben van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen, te weten 4 tot 6 ontbrekende blustoestellen

6.31 Bb

1.500

2000

BM

586

c

niet aanwezig hebben van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen, te weten meer dan 6 ontbrekende blustoestellen

6.31 Bb

2000

3.000

BM

587

 

niet hebben van een geldig inspectiecertificaat voor een voorgeschreven automatische brandblusinstallatie

6.32 Bb

750

750

BM

588

 

in geopende stand vastzetten van een zelfsluitend constructieonderdeel (tenzij automatisch losgelaten)

7.3 Bb

250

250

BM

589

 

opslaan van brandbare goederen in een ruimte met een of meer verbrandingstoestellen (stookruimte)

7.8 Bb

500

500

BM

650

 

een gebruiksmelding niet ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van het gebruik schriftelijk hebben ingediend

1.19 lid 1 Bb

1.000

1.000

BM

651

 

het niet hebben van bescheiden tijdens het bouwen

1.23 Bb

750

1.500

BM

652

 

het niet hebben van bescheiden tijdens het slopen

1.32 Bb

750

1.500

BM

653

 

aankleding in een besloten ruimte levert brandgevaar op

7.4 Bb

1.000

2000

BM

654

 

het niet nemen van maatregelen tijdens uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden

8.2 Bb

1.000

2000

BM

655

 

tijdens bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden niet houden aan de geluidseisen

8.3 Bb

1.000

2000

BM

656

 

tijdens bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden geen maatregelen getroffen tegen visueel waarneembare stofverspreiding

8.5 Bb

1.000

2000

             
     

Nummers BM 045 – BM 066: Besluit gebruik meststoffen (BGM)

     

BM

045

 

gebruiken van meststoffen

1a lid 1 BGM

900

1.500

BM

046

 

gebruiken van zuiveringsslib en overige organische meststoffen

1b lid 1 BGM

900

1.500

BM

047

 

gebruiken van zuiveringsslib op weideland gedurende de periode van beweiding

1d onderdeel a BGM

900

1.500

BM

048

 

gebruiken van zuiveringsslib op grond die wordt gebruikt voor de teelt van voedergewassen, minder dan drie weken voor de oogst

1d onderdeel b BGM

1.200

1.800

BM

049

 

gebruiken van zuiveringsslib op grond die wordt gebruikt voor groente- of fruitaanplant, met uitzondering van fruitbomen, gedurende de groeiperiode van de groente onderscheidenlijk het fruit

1d onderdeel c BGM

1.200

1.800

BM

050

 

gebruiken van zuiveringsslib op grond die is bestemd voor de teelt van groenten of vruchten, die gewoonlijk in rechtstreeks contact met de bodem staan en rauw worden geconsumeerd, minder dan tien maanden voor de oogst alsmede tijdens de oogst

1d onderdeel d BGM

1.200

1.800

BM

051

a

gebruiken van dierlijke meststoffen of compost: op natuurterrein

2 lid 1 BGM

1.200

1.800

BM

051

b

gebruiken van dierlijke meststoffen of compost: op overige grond

2 lid 1 BGM

900

1.500

BM

052

 

gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, of een mengsel met deze meststoffen, terwijl de bodem geheel of gedeeltelijk is bevroren of geheel of gedeeltelijk is bedekt met sneeuw

3 lid 1 BGM

900

1.500

BM

053

 

gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen, terwijl de bovenste bodemlaag met water is verzadigd

3a BGM

900

1.500

BM

054

 

gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen in de periode van 1 september tot en met 31 januari, terwijl de bodem tegelijkertijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd

3b lid 1 BGM

900

1.500

BM

055

 

gebruiken van vaste dierlijke meststoffen of steekvast zuiveringsslib in de periode van 1 september tot en met 31 januari

4 lid 1 BGM

900

1.500

BM

056

 

gebruiken van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in de periode van 1 augustus tot en met 15 februari

4 lid 3 BGM

900

1.500

BM

057

 

gebruiken van stikstofkunstmest op bouwland of grasland in de periode van 16 september tot en met 31 januari

4a lid 1 BGM

900

1.500

BM

058

 

vernietigen van de graszode op grasland

4b lid 1 BGM

500

900

BM

059

 

niet emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of een mengsel met deze meststoffen op bouwland of grasland of niet beteelde grond

5 BGM

900

1.500

BM

060

 

gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen anders dan door een zo gelijkmatig mogelijke verspreiding over het perceel waarop de meststoffen worden gebruikt

6 BGM

500

900

BM

061

 

gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen op grond met een hellingspercentage van 7 of meer indien de desbetreffende grond is aangetast door geulenerosie

6a lid 1 BGM

500

900

BM

062

 

gebruiken van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen op niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7 of meer

6b lid 1 BGM

500

900

BM

063

 

gebruiken van stikstofkunstmest op niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7 of meer

6c BGM

500

900

BM

064

 

gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen op bouwland met een hellingspercentage van 18 of meer

6d BGM

500

900

BM

065

 

niet direct aansluitend na de teelt van maïs op zand- en lössgronden telen van een bij ministeriële regeling aangewezen gewas

8a lid 1 BGM

500

900

BM

066

 

vernietigen van gewassen die na maïs worden geteeld, bedoeld in het eerste lid, voor 1 februari van het daarop volgende jaar

8a lid 2 BGM jo 8a lid 1 BGM

500

900

             
     

Nummers BM 067 – BM 078 en BM 668: Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Bhvbz)

     

BM

067

 

door de houder van een badinrichting geen zorg dragen dat voorafgaand aan de ingebruikneming van de badinrichting een analyse wordt uitgevoerd met betrekking tot het risico dat niet wordt voldaan aan het eerste lid van artikel 2a Bhvbz

2a lid 2 Bhvbz jo 2a lid 1 Bhvbz

2000

2000

BM

068

 

door de houder van een badinrichting niet binnen drie maanden na het gereedkomen van de risicoanalyse bedoeld in artikel 2a Bhvbz een beheersplan opstellen voor het zwem- of badwatersysteem van de badinrichting of niet binnen drie maanden een bestaand beheersplan herzien, terwijl uit risicoanalyse blijkt dat sprake is van het in artikel 2a, tweede lid, Bhvbz bedoelde risico

2b lid 1 Bhvbz jo 2a Bhvbz

2000

2000

BM

069

 

door de houder van een badinrichting de in het beheersplan, bedoeld in artikel 2b, eerste lid, Bhvbz, vermelde risicopunten niet ten minste halfjaarlijks op de aanwezigheid van Legionella laten onderzoeken door een laboratorium als bedoeld in artikel 10 Bhvbz

2c lid 1 jo 10 Bhvbz

1.500

1.500

BM

070

 

door de houder van een badinrichting niet onmiddellijk na de vaststelling van een concentratie van legionellabacteriën van 100 of meer kolonievormende eenheden per liter op de in artikel 2a, vierde lid, onder d, Bhvbz bedoelde risicopunten, gedeputeerde staten hiervan in kennis stellen

2d lid 1 Bhvbz

1.500

1.500

BM

071

 

ontbreken in de toevoer naar of afvoer van de filters, die deel uitmaken van de waterzuiveringsinstallatie van een badinrichting, van een voorziening waarmee de hoeveelheid water kan worden bepaald, die in een bepaalde tijdseenheid wordt toegevoerd, onderscheidenlijk afgevoerd

6 lid 1 Bhvbz

500

500

BM

072

 

ontbreken bij gesloten zandfilters, die deel uitmaken van de waterzuiveringsinstallatie van een badinrichting, waarbij het filtermateriaal in fluïdisatie geraakt, van een voorziening waardoor dit in fluïdisatie geraken waargenomen kan worden

7 lid 2 Bhvbz

500

500

BM

073

 

door de houder van een badinrichting de parameters die zijn aangegeven in bijlage I van Bhvbz, niet ten minste zo vaak als in die bijlage is aangegeven, onderzoeken

9 lid 1 Bhvbz jo bijlage I Bhvbz

1.000

1.000

BM

074

 

door de houder van een badinrichting de parameters die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage I van Bhvbz niet ten minste zo vaak als in die bijlage is aangegeven, op de in de bijlage IV van Bhvbz aangegeven wijze, laten onderzoeken door een laboratorium dat voldoet aan de in artikel 10, eerste lid, Bhvbz gestelde eisen

10 lid 1 Bhvbz

2000

2000

BM

075

 

door de houder van een badinrichting de uitkomsten van een onderzoek als bedoeld in artikel 10 lid 1 Bhvbz, niet laten noteren in een aan hem uit te brengen rapport

10 lid 2 Bhvbz jo 10 lid 1 Bhvbz

1.000

1.000

BM

076

 

vloeren van badinrichtingen die bestemd zijn om met blote voeten te worden betreden, zijn niet zodanig aangelegd dat het afvloeien van schrobwater of regenwater in het bassin niet mogelijk is

15 lid 1 onder c Bhvbz

1.000

1.000

BM

077

 

diepte van het zwem- en badwater van een badinrichting is voor de zwemmers en baders niet duidelijk zichtbaar aangegeven op alle punten waar dit met het oog op hun veiligheid van belang is

21 Bhvbz

500

500

BM

078

 

in de badinrichting wordt gedurende de openstelling niet in voldoende mate toezicht uitgeoefend

25 Bhvbz

2000

2000

BM

668

 

het niet hebben van een volledig legionellabeheersplan

2b lid 4 jo. 2b lid 1 Bhvbz

1.500

1.500

             
     

Nummers BM 079 – BM 081: Ontgrondingenwet (Ogw)

     

BM

079

a

ontgronden zonder vergunning: als degene die ontgrondt

3 Ogw

1.000

3.000

BM

079

b

ontgronden zonder vergunning: als zakelijk gerechtigde of als gebruiker van enig onroerende zaak

3 Ogw

750

1.500

BM

080

 

niet melden van een van de vergunningplicht vrijgestelde ontgronding

7 Ogw

750

1.500

BM

081

 

starten met een ontgronding zonder machtiging verleend door bevoegd gezag na verstrijken termijn als bedoeld in artikel 3:16 Awb

12 Ogw

1.000

3.000

             
     

Nummers BM 082 – BM 089 en BM 590 – BM 593: Wet bodembescherming (WBB)

     

BM

082

a

niet melden van (voorschriften opgenomen in de beschikking, provinciale of gemeentelijke verordening): start sanering overeenkomstig vastgestelde termijn of voorafgaand aan de feitelijke sanering

39a WBB / Provinciale Milieu Verordening (PMV)

1.800

5.000

BM

082

b

niet melden van (voorschriften opgenomen in de beschikking, provinciale of gemeentelijke verordening): het bereiken van de einddiepte van een grondsanering vóór het aanbrengen van aanvulgrond of deklaag

39a WBB / Provinciale Milieu Verordening (PMV)

1.800

2000

BM

083

 

door degene die voornemens is te saneren dan wel handelingen te verrichten ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd en/of verplaatst overeenkomstig de regels gesteld krachtens het eerste lid van artikel 39 a, eerste lid WBB, dat voornemen niet vijf werkdagen voor de start van de bussanering melden aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie

39b lid3 WBB (jo 2.1 RUS)

1.500

3.000

BM

084

a

door degene die op en/of in de bodem handelingen verricht met betrekking tot niet gevaarlijk afval, terwijl hij of zij wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd en/of aangetast, niet nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen, dan wel te beperken en/of verminderen: 0 t/m 5 m3

13 WBB

750

2.500

BM

084

b

door degene die op en/of in de bodem handelingen verricht met betrekking tot niet gevaarlijk afval, terwijl hij of zij wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd en/of aangetast, niet nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen, dan wel te beperken en/of verminderen: 6 t/m 10 m3

13 WBB

1.500

5.000

BM

085

 

door degene die voornemens is de bodem te saneren, bij de melding daarvan bij Gedeputeerde Staten van de betrokken provincie niet verstrekken van de juiste gegevens

28 WBB

1.000

2000

BM

086

 

door degene die de bodem saneert of degene die de sanering feitelijk uitvoert, hebben van een depot langer dan de duur van de sanering of langer dan 6 maanden

39a WBB en 2.1. Wabo

1.000

1.500

BM

087

a

door degene die bouw- en sloopafval bewerkt met een mobiele puinbreker niet (tijdig) melden van dat bewerken aan burgemeester en wethouders

4 lid 1 Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval

1.000

2.500

BM

088

 

door degene die de bodem heeft gesaneerd, dan wel een fase van de sanering heeft uitgevoerd, daarvan niet zo spoedig mogelijk een verslag indienen bij Gedeputeerde Staten of in dat verslag niet de vereiste gegevens verstrekken

39c WBB

1.500

5.000

BM

089

 

door degene die de bodem heeft gesaneerd, dan wel een fase van de sanering heeft uitgevoerd, het nazorgplan niet tegelijk, dan wel niet zo spoedig mogelijk na de toezending van het saneringsverslag indienen

39d WBB

1.500

5.000

BM

590

 

niet melden van (voorschriften opgenomen in de beschikking, provinciale of gemeentelijke verordening): wijzigingen op het saneringsplan

39a Wbb/PMV

1.000

3.000

BM

591

 

niet melden van (voorschriften opgenomen in de beschikking, provinciale of gemeentelijke verordening): einde sanering

39a Wbb/PMV

1.000

1.000

BM

592

 

zonder milieukundige begeleiding uitvoeren van de sanering

39a Wbb/PMV

1.800

5.000

BM

593

 

niet melden bij het bevoegd gezag van het voornemen de bodem te saneren, dan wel handelingen te verrichten ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst

28 lid 1 Wbb

2.000

8.000

             
     

Nummers BM 090 – BM 104 en BM 594 – BM 595: Besluit uniforme saneringen (BUS) en Regeling uniforme saneringen (RUS)

     

BM

090

 

door degene die de bodem saneert of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet afdoende afsluiten en/of omgeven van de saneringslocatie en/of depots met een hekwerk

2 lid 2 BUS (jo 2.2 lid 3 RUS)

1.500

1.500

BM

091

 

door de milieukundig begeleider van de sanering niet bijhouden van een logboek

2 lid 2 BUS (jo 2.3, derde lid RUS)

1.000

3.000

BM

092

 

door degene die de bodem saneert of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet (tijdig) melden van wijzigingen o.b.v. het Besluit uniforme saneringen en de daarbij behorende Regeling uniforme saneringen

10 lid 1 en 2 bus en art. 1.4 lid 1 en 2 RUS

1.000

3.000

BM

093

 

door degene die de bodem saneert of door degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet deugdelijk afdekken van opgeslagen bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond en/of bodemvreemd materiaal

2 lid 2 BUS (jo 2.4 RUS) 8.1 Wm

1.500

1.500

BM

094

 

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet deugdelijk afdekken van containers voor tijdelijke opslag van bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond en/of bodemvreemd materiaal

2 lid 2 BUS (jo 2.4 RUS) 8.1 Wm

750

2000

BM

095

 

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, tijdelijke depots met bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond of bodemvreemd materiaal na afronding van de grondsanering of langer dan 6 maanden in werking hebben

2 lid 2 BUS (jo 2.4 RUS) 8.1 Wm

1.000

3.000

BM

096

 

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, vrijgekomen asbesthoudende grond of bodemmateriaal niet uiterlijk binnen vier weken na het vrijkomen ervan afvoeren

2 lid 2 BUS (jo 2.5 RUS)

1.500

4.000

BM

097

 

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, de verontreinigingssituatie onder de isolatielaag niet beschrijven in het evaluatieverslag m.b.t. kleinschalige immobiele verontreinigingen

2 lid 2 BUS (jo 3.1.9 RUS)

1.800

5.000

BM

098

a

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet afvoeren van de ontgraven verontreinigde grond m.b.t. kleinschalige immobiele verontreinigingen: t/m 10 m3

2 lid 2 en 3 BUS (jo 3.1.2 RUS, jo 3.2.2 onder b)

1.000

2000

BM

098

b

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet afvoeren van de ontgraven verontreinigde grond m.b.t. kleinschalige immobiele verontreinigingen: van 11 m3 tot 40 m3

2 lid 2 en 3 BUS (jo 3.1.2 RUS, jo 3.2.2 onder b)

1.800

5.000

BM

099

 

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, langer dan 3 werkdagen opslaan van verontreinigde grond op de saneringslocatie ter bepaling van de afvoerbestemming m.b.t. kleinschalige mobiele verontreinigingen

2 lid 2 BUS (jo 3.2.7 RUS)

1.000

1.000

BM

100

 

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet melden van de datum waarop de einddiepte van de ontgraving zal worden bereikt uiterlijk één werkdag voorafgaande aan het bereiken van dat punt aan het bevoegd gezag gemeld m.b.t. kleinschalige mobiele verontreinigingen

2 lid 2 BUS (jo 3.2.6 RUS)

1.500

1.500

BM

101

 

door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert m.b.t. tijdelijk uitplaatsen van verontreinigde grond de grond niet terugplaatsen in de ontgraving

2 lid 2 en en 3 en 7 BUS (jo 3.3.2 RUS)

1.500

1.500

BM

102

 

niet schriftelijk melden van de datum van voltooiing van de sanering binnen twee weken na beëindiging van de saneringswerkzaamheden aan het bevoegd gezag

11 BUS (jo 4.1 RUS)

1.000

1.000

BM

103

 

door degene die de landbodem of waterbodem heeft gesaneerd, niet na de uitvoering van de sanering daarvan binnen acht weken na beëindiging van de saneringswerkzaamheden schriftelijk verslag doen aan het bevoegd gezag of niet de juiste gegevens verstrekken in het verslag

13 BUS

1.500

3.000

BM

104

 

door degene die saneert, niet uiterlijk vijf werkdagen voorafgaande aan de aanvang van de sanering aan het bevoegd gezag schriftelijk de datum of het tijdstip van de feitelijke aanvang van de saneringswerkzaamheden melden

39b lid3 Wbb, 2, lid 2 BUS jo 2.1 RUS

1.800

4.000

BM

594

 

het laten uitvoeren van de sanering door een persoon of instelling zonder erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit

2 lid 2 BUS jo 2.2 lid 1 RUS

2000

8.000

BM

595

 

het laten uitvoeren van de werkzaamheden, zonder milieukundige begeleiding

2 lid 2 BUS jo 2.3 lid 1 RUS

1.800

5.000

             
     

Nummers BM 105 – BM 112 en BM 541 – BM 542: Besluit bodemkwaliteit (Bbk)

     

BM

105

a

vervaardigen en/of invoeren en/of voor toepassing in Nederland en/of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben en/of vervoeren en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of toepassen van bouwstoffen terwijl niet: de samenstellings- en emissiewaarden van de bouwstof zijn bepaald overeenkomstig de bij ministeriele regeling gestelde methoden door of onder toezicht van een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning

28 lid 1 onder a Bbk

1.500

8.000

BM

105

b

vervaardigen en/of invoeren en/of voor toepassing in Nederland en/of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben en/of vervoeren en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of toepassen van bouwstoffen terwijl niet: een bij ministeriele regeling aangewezen persoon of instelling op een bij ministeriele regeling voorgeschreven wijze heeft vastgesteld dat de vastgestelde maximale samenstellings- en emissiewaarden niet zijn overschreden

28 lid 1 onder b Bbk

1.500

8.000

BM

105

c

vervaardigen en/of invoeren en/of voor toepassing in Nederland en/of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben en/of vervoeren en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of toepassen van bouwstoffen terwijl niet: uit een milieuhygiënische verklaring blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde in onderdeel a en b

28 lid 1 onder c Bbk

1.500

8.000

BM

105

d

vervaardigen en/of invoeren en/of voor toepassing in Nederland en/of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben en/of vervoeren en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of toepassen van bouwstoffen terwijl niet: een afleveringsbon bij de desbetreffende partij aanwezig is die de bij ministeriele regeling vastgestelde gegevens bevat

28 lid 1 onder d Bbk

1.000

2000

BM

106

 

door degene die voornemens is een bouwstof toe te passen, dit voornemen niet ten minste vijf werkdagen voor het toepassen aan de minister van Infrastructuur en Milieu melden

32 lid 1 Bbk

1.500

3.000

BM

107

 

door degene die voornemens is een IBC-bouwstof toe te passen als bedoeld in artikel 30, dat voornemen niet ten minste vier weken voor het toepassen aan de minister van Infrastructuur en Milieu melden

32 lid 2 Bbk

1.800

8.000

BM

108

 

door degene die voornemens is grond en/of baggerspecie toe te passen, niet overeenkomstig de bij ministeriele regeling bepaalde methoden door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning, de kwaliteit van de grond of baggerspecie laten vaststellen

38 lid 1 Bbk

1.800

8.000

BM

109

 

geen milieuhygiënische verklaring aanwezig hebben bij een partij grond en/of baggerspecie

38 lid 2 Bbk

1.800

8.000

BM

110

 

de kwaliteit van de bodem waarop of waarin de grond en/of baggerspecie wordt toegepast, niet laten vaststellen overeenkomstig de bij regeling van onze ministers bepaalde methoden door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning

40 lid 1 jo 9 lid 1 Bbk

1.800

8.000

BM

111

 

niet aanwezig hebben van een milieuhygiënische verklaring waaruit de kwaliteit van de bodem blijkt

40, lid 2 Bbk

1.000

1.500

BM

112

 

door degene die voornemens is grond en/of baggerspecie toe te passen, dat voornemen niet ten minste vijf werkdagen van tevoren aan de minister van Infrastructuur en Milieu melden

42 jo 35 Bbk

1.000

5.000

BM

541

 

een werkzaamheid uitvoeren in strijd met het daarvoor geldende normdocument

18 lid 1 Bbk

1.000

5.000

BM

542

 

door degene die de bouwstoffen toepast niet bewaren van de bijbehorende milieuhygiënische verklaring en de afleveringsbon gedurende vijf jaar na het tijdstip waarop de bouwstoffen zijn toegepast

28 lid 3 Bbk

500

1.000

             
     

Nummers BM 119 – BM 123: Besluit detectie radioactief besmet schroot

     

BM

119

a

een inrichting drijven en niet onverwijld de ioniserende straling van het schroot dat binnen de inrichting wordt gebracht meten: meetapparatuur wel aanwezig

3 Besluit detectie radioactief besmet schroot

1.200

5.000

BM

120

 

een inrichting drijven zonder een register van de metingen, bedoeld in art. 3 Besluit detectie radioactief besmet schroot, bij te houden

5 Besluit detectie radioactief besmet schroot jo 3 Besluit detectie radioactief besmet schroot

1.500

5.000

BM

121

 

metingen als bedoeld in artikel 3 Besluit detectie radioactief besmet schroot niet door deskundige laten verrichten

6 jo 3 Besluit detectie radioactief besmet schroot

 

1.0000

BM

122

 

de registratie van de gegevens als bedoeld in artikel 5 Besluit detectie radioactief besmet schroot niet door deskundige laten verrichten

6 jo 5 Besluit detectie radioactief besmet schroot

 

1.0000

BM

123

 

het niet stellen van financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit verwijderen van radioactief besmet schroot

7/8/9 Besluit detectie radioactief besmet schroot

 

1.0000

             
     

Nummers BM 124 – BM 126 Besluit stralingsbescherming

     

BM

124

 

het niet stellen van financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit het afvoeren van afgedankte hoogactieve bron

20d Besluit stralings-bescherming

 

1.0000

BM

125

a

voor het verwerven van een hoogactieve bron niet aan de minister verstrekken van: informatie over volume van de bron en bronhouder en vaste afscherming

20f Besluit stralingsbescherming

1.800

5.000

BM

125

b

voor het verwerven van een hoogactieve bron niet aan de minister van EL&I verstrekken van: schriftelijk bewijs dat fin. zekerheid is gesteld

20f Besluit stralingsbescherming

1.000

2.500

BM

126

 

als ondernemer die handelingen als bedoeld in art. 120 van het Besluit stralingsbescherming verricht geen administratie bij houden van die handelingen

120 Besluit stralings-bescherming

1.500

5.000

             
     

Nummers BM 127 – BM 135 en BM 515 – BM 526: Scheepsafvalstoffenbesluit (SAB)

     

BM

127

 

als schipper er geen zorg voor dragen dat bilgewater en overige olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen aan boord in de bilge van de machinekamer, onderscheidenlijk gescheiden in de daarvoor bestemde verzamelreservoirs, worden verzameld en bewaard

11 SAB

500

1.000

BM

128

 

als schipper voor de opslag van afgewerkte olie los aan dek staande verzamelreservoirs gebruiken

12 lid 2 SAB

500

1.000

BM

129

 

als schipper er niet zorg voor dragen dat een geldig olie-afgifteboekje aan boord aanwezig is

14 lid 1 SAB

250

750

BM

130

 

als schipper, na verkrijging van een nieuw olie-afgifteboekje, niet het voorgaande olie-afgifteboekje ten minste zes maanden na de datum van de laatste daarin opgenomen vermelding van een afgifte aan boord bewaren

14 lid 4 SAB

150

500

BM

131

a

als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: het schip bij het laden vrij van overslagresten of het verwijderen van overslagresten na het laden

33 jo 41 SAB

 

5.000

BM

131

b

als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: aansluitend aan het lossen van droge lading van of uit het laadruim van een schip de in het laadruim achtergebleven restlading en/of verpakkings-en stuwingsmateriaal verwijderen en zoveel mogelijk toevoegen aan geloste lading

33 jo 42 SAB

 

5.000

BM

131

c

als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip met behulp van een leiding, aangesloten op het nalenssysteem van het schip, de restlading uit de ladingtank verwijderen, zodanig dat de losstandaard nagelensde ladingtank wordt bereikt

33 jo 43 SAB

 

5.000

BM

131

d

als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: bij het lossen uit een laadruim of een ladingtank van een schip het laadruim of die ladingtank wassen en het afvalwater met ladingrestanten innemen

33 jo 45 SAB

 

7.500

BM

131

g

als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: voorleggen van de losverklaring in drievoud aan de schipper dan wel, als het schip niet onder gezag van de schipper staat, aan de exploitant van het schip

33 jo 53, vierde lid SAB

 

1.000

BM

131

h

als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: het bewaren van het ingevolge artikel 54 SAB ontvangen exemplaar van de losverklaring in de bedrijfsadministratie

33 SAB

 

1.000

BM

132

 

de schipper draagt er geen zorg voor dat de losverklaringen, ontvangen overeenkomstig art 53 SAB, het transport begeleiden

56 SAB

500

1.000

BM

133

 

als schipper met het schip na het laden de laadplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat de overslagresten zijn verwijderd

55 lid 1 SAB

750

1.500

BM

134

a

als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat: de overslagresten zijn verwijderd

55, lid 2, onderdeel a SAB

750

1.500

BM

134

b

als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat: alle geloste laadruimen zijn nagelost en/of ladingtanks nagelensd

55, lid 2, onderdeel a SAB

750

1.500

BM

134

c

als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat: voldaan is aan de wasverplichting indien die van toepassing is dan wel hem daartoe volgens de bepalingen uit art 47 SAB een voorziening is toegewezen

55, lid 2, onderdeel a SAB

750

1.500

BM

134

d

als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat: het afvalwater dat ladingresten bevat, is ingenomen, dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, in een geval als bedoeld in artikel 45 SAB

55, lid 2, onderdeel a SAB

750

1.500

BM

135

 

als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder te voldoen aan de bepalingen ten aanzien van de losverklaring uit artikel 54 SAB

55, lid 2, onderdeel a SAB

500

1.000

BM

515

 

door de schipper niet onverwijld waarschuwen van de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, terwijl vanaf een schip scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading in een oppervlaktewaterlichaam zijn geraakt of dreigen te geraken

6 SAB

750

1.500

BM

516

 

aan boord van een schip verbranden van scheepsafvalstoffen

7 SAB

250

500

BM

517

 

reinigingsmiddelen die olie of vet oplossen dan wel emulgerend zijn in de bilge van de machinekamer dan wel in het bilgewater doen geraken

13 lid 1 SAB

500

1.000

BM

518

 

door degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft niet of niet juist invullen of ondertekenen van het olie-afgifteboekje

17 SAB

 

750

BM

519

 

door de schipper niet of niet juist invullen of ondertekenen van het olie-afgifteboekje

18 SAB

200

750

BM

520

 

als degene die feitelijk lost, met betrekking tot het lossen van een schip, niet bewaren in de bedrijfsadministratie van het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring

57 SAB

 

1.000

BM

521

 

als schipper, bij het afgeven van afvalwater dat ladingrestanten bevat aan een ontvangstvoorziening, niet in tweevoud de door hem ondertekende losverklaring voorleggen aan degene die de ontvangstvoorziening drijft of een door deze aangewezen persoon

66 SAB

500

1.000

BM

522

 

door degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, na ondertekening niet terugbezorgen van een exemplaar van de ondertekende losverklaring aan de schipper

68, lid 1, SAB

500

1.000

BM

523

 

als schipper niet gedurende zes maanden aan boord bewaren van de terugontvangen ondertekende losverklaring

68, lid 3, SAB

500

1.000

BM

524

 

als exploitant van het schip niet bewaren in de bedrijfsadministratie van de terugontvangen ondertekende losverklaring

68, lid 4, SAB

500

1.000

BM

525

 

als schipper er geen zorg voor dragen dat huisvuil, slops, zuiveringsslib en klein gevaarlijk afval aan boord naar categorie gescheiden worden gehouden en gescheiden worden aangeboden bij een ontvangstvoorziening

73, lid 1 SAB

250

500

BM

526

 

als exploitant van een passagiersschip, dat is uitgerust met een boordzuiveringsinstallatie voor afvalwater, niet aanbieden van het zuiveringsslib van die installatie bij een ontvangstvoorziening

74 SAB

1.500

3.000

             
     

Nummers BM 136 – BM 165, BM 502 en BM 560 – BM 569: Vuurwerkbesluit (Vwb)

     

BM

136

 

als ondernemer consumentenvuurwerk aan een particulier afleveren buiten de verkoopruimte

2.3.4 Vwb

650

650

BM

137

a

andere werkzaamheden in de bufferbewaarplaats verrichten dan volgens vs. 3.2 van Bijlage I Vuurwerkbesluit is toegestaan: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.2

1.500

1.500

BM

137

b

andere werkzaamheden in de bufferbewaarplaats verrichten dan volgens vs. 3.2 van Bijlage I Vuurwerkbesluit is toegestaan: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.2

 

6.000

BM

138

a

in de bewaarplaats andere werkzaamheden verrichten dan het inbrengen/uitnemen van verpakt vuurwerk: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.3

1.500

1.500

BM

138

b

in de bewaarplaats andere werkzaamheden verrichten dan het inbrengen/uitnemen van verpakt vuurwerk: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.3

 

6.000

BM

139

a

de deur van de (buffer)bewaarplaats niet gesloten houden anders dan ten tijde van het inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.4

1.500

1.500

BM

139

b

de deur van de (buffer)bewaarplaats niet gesloten houden anders dan ten tijde van het inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.4

 

6.000

BM

140

a

niet voldoen aan inrichting (buffer)bewaarplaats volgens voorschrift 3.6 van Bijlage 1 Vuurwerkbesluit: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.6

1.500

1.500

BM

140

b

niet voldoen aan inrichting (buffer)bewaarplaats volgens voorschrift 3.6 van Bijlage 1 Vuurwerkbesluit: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.6

 

6.000

BM

141

a

tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk meer dan 500 kg consumentenvuurwerk aanwezig hebben in de verkoopruimte: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.1

1.500

1.500

BM

141

b

tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk meer dan 500 kg consumentenvuurwerk aanwezig hebben in de verkoopruimte: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.1

 

6.000

BM

142

a

buiten de openingstijden van de winkel tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk anders dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk in de verkoopruimte aanwezig hebben: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.1

1.500

1.500

BM

142

b

buiten de openingstijden van de winkel tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk anders dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk in de verkoopruimte aanwezig hebben: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.1

 

6.000

BM

502

 

ander vuurwerk dan consumentenvuurwerk dat voldoet aan de wettelijk eisen hiervoor, aanprijzen of aanbevelen als consumentenvuurwerk

1.2.6 lid 1a Vwb

1.500

4.000

BM

567

a

het in de verkoopruimte aanwezige vuurwerk hebben opgeslagen buiten het bereik van de sprinklerinstallatie: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.2

1.500

1.500

BM

567

b

het in de verkoopruimte aanwezige vuurwerk hebben opgeslagen buiten het bereik van de sprinklerinstallatie: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.2

 

6.000

BM

568

a

het in de verkoopruimte aanwezige vuurwerk hebben opgeslagen binnen het bereik van de sprinklerinstallatie, maar niet buiten het bereik van het publiek: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.2

1.500

1.500

BM

568

b

het in de verkoopruimte aanwezige vuurwerk hebben opgeslagen binnen het bereik van de sprinklerinstallatie, maar niet buiten het bereik van het publiek: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.2

 

6.000

BM

569

 

ander vuurwerk dan consumentenvuurwerk dat voldoet aan de wettelijk eisen hiervoor, aanprijzen of aanbevelen, wetend of vermoedend dat het voor een ander doel zal worden aangewend dan waarvoor het geschikt is

1.2.6 lid 1b Vwb

1.500

4.000

BM

146

a

het niet voldoen aan de constructie-eisen terwijl vuurwerk aanwezig is: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb paragraaf 2

1.800

2000

BM

146

b

het niet voldoen aan de constructie-eisen terwijl vuurwerk aanwezig is: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb paragraaf 2

 

6.000

BM

148

a

het niet voldoen aan de voorschriften m.b.t. brandveiligheidsinstallatie terwijl vuurwerk aanwezig is: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb paragraaf 5

1.800

2000

BM

148

b

het niet voldoen aan de voorschriften m.b.t. brandveiligheidsinstallatie terwijl vuurwerk aanwezig is: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb paragraaf 5

 

6.000

BM

149

a

in gebruik nemen van een (buffer)bewaarplaats en een verkoopruimte zonder een, door een inspectie-instelling afgegeven inspectierapport, waaruit blijkt dat de brandbeveiligingsinstallatie voldoet aan het goedgekeurde uitgangspuntendocument: inrichtingen t/m 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 5.3

1.500

1.500

BM

149

b

in gebruik nemen van een (buffer)bewaarplaats en een verkoopruimte zonder een, door een inspectie-instelling afgegeven inspectierapport, waaruit blijkt dat de brandbeveiligingsinstallatie voldoet aan het goedgekeurde uitgangspuntendocument: inrichtingen vanaf 10.000 kg

2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 5.3

 

6.000

BM

150

 

het niet registreren van hetgeen onder artikel 1.4.2 lid 1 onder a en b Vuurwerkbesluit staat genoemd, indien men vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik vervaardigt, binnen het grondgebied van Nederland brengt of voor handelsdoeleinden voorhanden heeft

1.4.2 lid 1 Vwb

 

6.500

BM

152

 

het niet ten minste 48 uur voorafgaand aan het binnen of buiten Nederland brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, een elektronische melding indienen bij het bevoegd gezag

1.3.2 lid 1 Vwb

 

4.000

BM

153

 

het niet ten minste 48 uur voorafgaand aan het ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk aan een groothandelaar of professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan een ander, een elektronische melding indienen bij het bevoegd gezag

1.4.1 lid 1 Vwb

 

4.000

BM

156

 

vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in de handel brengen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 1A.4.1, 2.1.3, 3.1.1 en 3A.1.1 met betrekking tot de aanduiding en het bezigen van vermeldingen

1A.2.1 lid 3 Vwb

 

7.500

BM

157

 

in strijd met artikel 1.2.5 Vuurwerkbesluit niet ononderbroken een vervoermiddel met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik beladen en/of daaruit lossen

1.2.5 lid 1 onder b Vwb

1.800

5.000

BM

159

a

er geen zorg voor dragen dat de burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de actuele gegevens als bedoeld in artikel 1.4.3 van het Vuurwerkbesluit: opslag voor doorvoer

1.4.3 jo 1.1.4 Vwb

 

7.500

BM

159

b

er geen zorg voor dragen dat de burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de actuele gegevens als bedoeld in artikel 1.4.3 van het Vuurwerkbesluit: opslag consumentenvuurwerk

1.4.3 jo 2.2.1 Vwb

1.500

2.500

BM

159

c

er geen zorg voor dragen dat de burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de actuele gegevens als bedoeld in artikel 1.4.3 van het Vuurwerkbesluit: opslag professioneel vuurwerk eventueel met consumentenvuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik

1.4.3 jo 3.2.1 Vwb

 

5.000

BM

159

d

er geen zorg voor dragen dat de burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de actuele gegevens als bedoeld in artikel 1.4.3 van het Vuurwerkbesluit: opslag pyrotechnische artikelen voor theatergebruik eventueel met consumentenvuurwerk of professioneel vuurwerk

1.4.3 jo 3A.2.1 Vwb

 

5.000

BM

160

 

zonder daartoe verleende vergunning consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding brengen, ten behoeve daarvan opbouwen, installeren, bewerken, dan wel na ontbranding verwijderen

3B.1 lid 1 Vwb

1.800

5.000

BM

162

 

ter dekking van de aansprakelijkheid, geen verzekering of anderszins financiële zekerheid van ten minste € 2.500.000 per gebeurtenis stellen bij de aanvraag en in stand houden tot het moment waarop de vergunning vervalt

3B.2 lid 3 en 4 Vwb

 

8.000

BM

163

 

geen melding doen aan het bevoegd gezag voorafgaand aan het tot ontbranding brengen van ten hoogste 20 kg theatervuurwerk of ten hoogste 200 kg consumentenvuurwerk

3B.4 lid 1 Vwb

1.000

1.000

BM

164

 

niet ten minste 2 weken voordat de artikelen tot ontbranding worden gebracht een melding als bedoeld in art. 3b.4 lid 1 Vwb doen toekomen aan het bevoegd gezag

3B4 lid 4 Vwb

1.000

1.000

BM

165

 

niet voldoen aan hetgeen in artikel 3B.6 van het Vuurwerkbesluit m.b.t. het bijhouden van een register is opgenomen

3B.6 Vwb

1.800

4.000

BM

560

 

in strijd met artikel 1.2.5 Vuurwerkbesluit het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bevinden

1.2.5 lid 1 onder a. Vwb

1.800

5.000

BM

561

 

ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk aan een particulier buiten de vastgestelde data genoemd in artikel 2.3.2 lid 2 van het Vuurwerkbesluit door degene die een inrichting drijft waar consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt: minder dan 25 kg

2.3.2 lid 1 Vwb

750

1.500

BM

562

 

ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk aan een particulier buiten de vastgestelde data genoemd in artikel 2.3.2 lid 2 van het Vuurwerkbesluit door degene die een inrichting drijft waar consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt: 25 kg tot 50 kg

2.3.2 lid 1 Vwb

1.000

2000

BM

563

 

per levering meer dan 25 kg consumentenvuurwerk aan een particulier ter beschikking stellen binnen de vastgestelde data genoemd in artikel 2.3.2 lid 2 van het Vuurwerkbesluit

2.3.3 Vwb

500

1.000

BM

564

 

verkopen of anderszins ter beschikking stellen aan particulieren jonger dan 12 jaar: categorie 1 vuurwerk

2.3.5 Vwb

500

1.000

BM

565

 

verkopen of anderszins ter beschikking stellen aan particulieren jonger dan 16 jaar: categorie 2 vuurwerk

2.3.5 Vwb

750

1.200

BM

566

 

verkopen of anderszins ter beschikking stellen aan particulieren jonger dan 18 jaar: categorie 3 vuurwerk

2.3.5 Vwb

1.000

1.500

             
     

Nummers BM 166 – BM 168: Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg)

     

BM

166

 

als houder van een vergunning of een bewijs van toestemming voor de overbrenging van explosieven, niet deze explosieven tot aan de plaats waar de overbrenging eindigt en/of bij het verlaten van het grondgebied van Nederland, doen vergezellen van deze vergunning of dit bewijs van toestemming

14 Wecg

1.000

5.000

BM

167

 

als degene voor wie de explosieven bestemd zijn en/of als onderneming uit de sector explosieven niet op verzoek van de autoriteit, die daarom verzoekt als bedoeld in artikel 16 Wet explosieven civiel gebruik, de gegevens die hem ter beschikking staan, zenden aan deze bevoegde autoriteit

16 Wecg

1.000

5.000

BM

168

 

geen registratie bijhouden die voldoet aan hetgeen in artikel 21 Wet explosieven voor civiel gebruik is gesteld

21 Wecg

1.000

5.000

             
     

Nummer BM 169: en BM 332: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

     

BM

169

a

een bouwwerk slopen zonder de vereiste vergunning of ontheffing volgens een provinciale of gemeentelijke verordening: particulier-eigenaar/opdrachtgever

2.2 Wabo

1.000

 

BM

169

b

een bouwwerk slopen zonder de vereiste vergunning of ontheffing volgens een provinciale of gemeentelijke verordening: bedrijfsmatig-eigenaar/opdrachtgever

2.2 Wabo

 

5.000

BM

169

c

een bouwwerk slopen zonder de vereiste vergunning of ontheffing volgens een provinciale of gemeentelijke verordening: particulier-aannemer

2.2 Wabo

2000

 

BM

169

d

een bouwwerk slopen zonder de vereiste vergunning of ontheffing volgens een provinciale of gemeentelijke verordening: bedrijfsmatig-aannemer

2.2 Wabo

 

5.000

BM

332

 

zonder een omgevingsvergunning oprichten, veranderen of veranderen van de werking, of in werking hebben van een inrichting

2.1 lid 1 onder e Wabo

1.500

3.000

             
     

Nummers BM 170 – BM 172: Wet milieubeheer

     

BM

170

 

niet zo spoedig mogelijk melden van een ongewoon voorval in een inrichting, niet zijnde een BRZO-inrichting

17.2, 1e lid Wm

1.500

5.500

BM

171

 

niet (tijdig) verstrekken van voorgeschreven gegevens met betrekking tot een ongewoon voorval in een inrichting, niet zijnde een BRZO-inrichting

17.2, 2e lid jo 1e lid Wm

1.500

3.000

BM

172

 

niet zo spoedig mogelijk (binnen 48 uur) melden van een gebeurtenis m.b.t. een afvalvoorziening, niet zijnde een BRZO-inrichting

17.5a, 1e lid WM

1.000

3.000

             
     

Nummers BM 174 – BM 220, BM 329 – BM 330, BM 596 – BM 611 en BM 657 – BM 666: Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm)

     

BM

657

 

bovengrondse tank is niet voorzien van een geldig normdocument (tank-installatiecertificaat KIWA)

3.54d Abm jo 3.71d lid 2 Arm

750

1.500

BM

658

 

niet binnen zes maanden na beëindiging van de inrichting en/of de IPPC-installatie en/of na beëindiging van het opslaan van vloeibare brandstof en/of afgewerkte olie en/of pekel in een ondergrondse opslagtank indienen van een rapport van bodemonderzoek

2.11 lid 3 Abm

1.500

3.000

BM

659

 

kas waarin assimilatiebelichting wordt toegepast, is aan de bovenzijde niet voorzien van een lichtscherminstallatie waarmee ten minste 98% van de lichtuitstraling kan worden gereduceerd: 17.500 vierkante meter of minder teeltoppervlakte

3.56 Abm

1.200

2.500

BM

660

 

kas waarin assimilatiebelichting wordt toegepast, is aan de bovenzijde niet voorzien van een lichtscherminstallatie waarmee ten minste 98% van de lichtuitstraling kan worden gereduceerd: meer dan 17.500 vierkante meter teeltoppervlakte

3.56 Abm

2000

5.000

BM

661

 

bij toepassen assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van ten minste 15.000 lux vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang bovenzijde van de kas niet zodanig afschermen dat ten minste 98% van de lichtuitstraling wordt gereduceerd: 17.500 vierkante meter of minder teeltoppervlakte

3.57 Abm

 

2.500

BM

662

 

bij toepassen assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van ten minste 15.000 lux vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang bovenzijde van de kas niet zodanig afschermen dat ten minste 98% van de lichtuitstraling wordt gereduceerd: meer dan 17.500 vierkante meter teeltoppervlakte

3.57 Abm

 

5.000

BM

663

 

tijdens donkerteperiode toepassen assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van minder dan 15.000 lux, terwijl de bovenzijde niet zodanig is afgeschermd dat de lichtuitstraling met ten minste 98% wordt gereduceerd: 17.500 vierkante meter of minder teeltoppervlakte

3.58 Abm

1.200

2.500

BM

664

 

tijdens donkerteperiode toepassen assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van minder dan 15.000 lux, terwijl de bovenzijde niet zodanig is afgeschermd dat de lichtuitstraling met ten minste 98% wordt gereduceerd: meer dan 17.500 vierkante meter teeltoppervlakte

3.58 Abm

2000

5.000

BM

665

 

bij toepassen assimilatiebelichting vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang gevel niet zodanig afschermen dat de lichtuitstraling op een afstand van ten hoogste 10 meter van die gevel met ten minste 95% wordt gereduceerd en de gebruikte lampen buiten de inrichting niet zichtbaar zijn: 50 meter of minder gevel niet in orde

3.59 Abm

500

1.000

BM

666

 

bij toepassen assimilatiebelichting vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang gevel niet zodanig afschermen dat de lichtuitstraling op een afstand van ten hoogste 10 meter van die gevel met ten minste 95% wordt gereduceerd en de gebruikte lampen buiten de inrichting niet zichtbaar zijn: meer dan 50 meter gevel niet in orde

3.59 Abm

1.200

2.500

BM

174

 

verbranden van afvalstoffen in een inrichting

2.14a 1e lid Abm

750

1.500

BM

175

 

niet binnen 8 weken na beëindiging van de inrichting de daarin aanwezige afvalstoffen uit de inrichting afvoeren

2.14a 7e lid Abm

1.100

5.500

BM

176

 

niet aanwezig hebben van een actuele beschrijving van de procedures van acceptatie en controle van ontvangen afvalstoffen, i.v.m. doelmatig beheer van de op- en/of overgeslagen en/of te verwerken afvalstoffen binnen de inrichting

2.14b 1e lid Abm

1.500

1.500

BM

178

 

niet aanwezig zijn van een bedrijfsnoodplan in een inrichting waar gasdrukmeet- en regelstations categorie B en/of C in werking zijn

3.12 1e lid Abm

1.100

2.200

BM

179

 

ontbreken van de in artikel 3.12, tweede lid, Abm voorgeschreven informatie in het bedrijfsnoodplan, bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, Abm

3.12 2e lid Abm

550

1.100

BM

180

 

niet aan de regionale brandweer en/of bevoegd gezag toesturen van een bedrijfsnoodplan, bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, Abm, of wijzigingen daarvan

3.12 3e lid Abm

550

1.100

BM

181

 

bedienend personeel geen toegang bieden tot de documenten, bedoeld in artikel 3.12, vijfde lid, Abm

3.12 5e lid Abm

1.100

2.200

BM

182

 

niet ten minste eenmaal per kalenderjaar laten beoordelen van een windturbine op de noodzakelijke beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op dat gebied

3.14 1e lid Abm

1.100

2.200

BM

183

 

niet onverwijld opheffen van afwijkingen geconstateerd tijdens de uitvoering van de in artikel 3.20, vijfde lid, bedoelde controle van een systeem voor dampretour Stage-II

3.20 lid 7 Abm

1.500

2.200

BM

184

 

de resultaten van de metingen en/of herkeuring en/of controle, bedoeld in artikel 3.20, Abm worden niet ten minste drie jaar opgenomen in een installatieboek

3.22 1e lid jo 3e lid Abm

550

550

BM

185

 

ontbreken in het installatieboek van een plattegrond op een schaal van ten minste één op tweehonderdvijftig aanduidende uit- en inwendige samenstelling van de inrichting en toebehoren en/of alle bewijzen van gecertificeerde en/of geaccrediteerde aanleg en inspectie uit te voeren op grond van het Abm

3.22 2e lid Abm

550

550

BM

186

 

niet ten minste eenmaal per twee kalenderjaren keuren van een koelinstallatie met een inhoud van 12 kg of meer aan natuurlijk koudemiddel op veilig functioneren en/of lekkages en/of energiezuinigheid

3.16d 3e lid jo 1e lid Abm

1.500

2.200

BM

187

 

niet ten minste eenmaal per twee kalenderjaren keuren van een ammoniakkoelsysteem, als bedoeld in artikel 3.16d Abm op veilig functioneren en/of lekkages en/of energiezuinigheid

3.16d 3e lid jo 2e lid Abm

1.500

2.200

BM

188

 

niet laten uitvoeren van een keuring van een koelinstallatie en/of een ammoniakkoelsysteem, als bedoeld in artikel 3.16d Abm door een onafhankelijk deskundig persoon, die van de keuring een rapport opmaakt dat hij ter beschikking stelt aan de drijver van de inrichting

3.16d 4e lid Abm

1.500

2.200

BM

189

 

niet binnen twee weken uitvoeren van onderhoud, terwijl uit een keuring aan een koelinstallatie en/of een ammoniakkoelsysteem blijkt dat onderhoud vereist is

3.16d 5e lid Abm

1.500

2.200

BM

191

 

niet bewaren van het laatst opgestelde keuringsrapport en/of het laatst opgestelde onderhoudsbewijs met betrekking tot een koelinstallatie en/of een ammoniakkoelsysteem

3.16d 6e lid Abm

550

550

BM

192

 

binnen een inrichting in de buitenlucht hout, kurk dan wel houten, kurken of houtachtige voorwerpen m.b.v. een nevelspuit coaten of lijmen dan wel m.b.v. een nevelspuit te reinigen met vluchtige organische stoffen houdende producten

4.22 1e lid Abm

1.800

2.500

BM

193

 

binnen een inrichting in de buitenlucht rubber, kunststof of rubber- of kunststofproducten m.b.v. een nevelspuit te te coaten of te lijmen dan wel m.b.v. een nevelspuit te reinigen met vluchtige organische stoffen houdende producten

4.28 1e lid Abm

1.800

2.500

BM

194

 

in een inrichting in de buitenlucht verspanende en/of thermische bewerkingen en/of mechanische eindafwerking van metalen uitvoeren

4.32 1e lid Abm

1.800

2.500

BM

195

 

in een inrichting in de buitenlucht verrichten van laswerkzaamheden

4.39 1e lid Abm

1.800

2.500

BM

196

 

in een inrichting in de buitenlucht straalwerkzaamheden verrichten

4.49 1e lid Abm

1.800

2.500

BM

197

 

in een inrichting in de buitenlucht anorganische deklagen op metalen aanbrengen

4.57 1e lid Abm

1.800

2.500

BM

198

 

binnen een inrichting in de buitenlucht steen mechanisch bewerken

4.74aa 1e lid Abm

1.800

2.500

BM

199

 

binnen een inrichting in de buitenlucht met behulp van een nevelspuit vluchtige organische stoffen houdende lijmen, harsen of coating aanbrengen op steen

4.74e 1e lid Abm

1.800

2.500

BM

200

 

niet aanhouden van een afstand van ten minste 20 meter tussen een op de wal geplaatste vaste afleverinstallatie alsmede het vulpunt voor het afleveren van lichte olie aan vaartuigen en buiten de inrichting gelegen kwetsbare objecten

4.77 2e lid Abm

550

2.200

BM

596

 

het niet indienen van een akoestisch rapport bij een melding als bedoeld in artikel 1.10 van het Abm

1.11 Arm

1.500

3.000

BM

597

 

de binnen de inrichting aanwezige als bodembeschermende voorziening toegepaste vloer of verharding of geomembraanbaksysteem niet (tijdig) laten beoordelen door een instelling die beschikt over een erkenning

2.9 lid 1 Abm jo 2.1 Arm

1.000

2000

BM

598

 

het verrichten van bodembedreigende activiteiten zonder dat sprake is afdoende bodembeschermende voorzieningen

2.9 lid 1 Abm jo 2.4 Arm

1.000

2000

BM

599

 

niet tenminste eenmaal per jaar bemonsteren grondwaterpeilbuizen

2.10 lid 1 Abm jo 2.2 lid 4 Arm

1.000

2000

BM

600

 

ten behoeve van een verwaarloosbaar bodemrisico de kathodische bescherming niet ten minste eens per jaar op goede werking controleren

2.10 lid 2 jo 3.36 lid 1 Arm

1.000

2000

BM

601

 

het niet binnen 3 maanden na oprichting van de inrichting indienen van een bodemonderzoek

2.11 lid 1 Abm

1.000

2000

BM

602

 

het niet eenmaal per twee jaar op goede werking controleren van het temperatuurgevoelige element van een vaste afleverinstallatie van vloeibare brandstoffen

3.19 Arm jo. 3.21 lid 3 Arm

1.000

2000

BM

603

 

ten behoeve van een verwaarloosbaar bodemrisico niet binnen tien werkdagen na ontvangst van een autowrak stoffen/preparaten/producten aftappen of demonteren

3.26a Abm jo 3.27d Arm

750

1.500

BM

604

 

de binnen de inrichting aanwezige ondergrondse tank niet tijdig keuren/herkeuren

3.30 Abm jo 3.35 lid 2 Arm

1.800

2.500

BM

605

 

het binnen de inrichting meer dan 1 keer per week wassen van motorvoertuigen, werktuigen of spoorvoertuigen boven een niet vloeistofdichte vloer of verharding

3.23b Abm jo 3.27 lid 1 Arm

1.000

2000

BM

606

 

de binnen de inrichting aanwezige opslagtank bestemd voor de opslag van halfzware olie niet uitvoeren, installeren, repareren, vervangen of beoordelen overeenkomstig het aangewezen normdocument of door een persoon of instelling die beschikt over een erkenning

4.6 Abm jo art. 4.15 Arm

1.000

2000

BM

607

 

niet ten minste eenmaal per jaar op goede werking controleren van een EU-systeem voor dampretour stage II

3.20 lid 5 Abm

1.000

2000

BM

608

 

niet ten minste eenmaal per drie jaar op goede werking controleren van een EU-systeem voor dampretour stage II bij aanwezigheid automatisch bewakingssysteem

3.20 lid 5 Abm

1.000

2000

BM

609

 

niet ten minste eenmaal per jaar een controle uitvoeren op de aanwezigheid van water en bezinksel

3.30 Abm jo 3.36 lid 5 Arm

1.000

2000

BM

610

 

niet ten minste eenmaal per drie jaar een controle uitvoeren op de aanwezigheid van water en bezinksel (bij opslagtanks die zijn voorzien van een inwendige coating overeenkomstig BRL K779)

3.30 Abm jo. 3.35 lid 8 Arm

1.000

2000

BM

611

 

niet zo vaak als nodig, binnen een straal van 25 meter van de inrichting, etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd verwijderen

2.13 Abm

750

1.500

BM

204

 

aanwezig hebben van meer dan 4 autowrakken in een inrichting voor onderhoud en/of reparatie van motorvoertuigen, niet zijnde een autodemontagebedrijf of een inrichting voor het opslaan van autowrakken in het kader van hulpverlening aan kentekenhouders door een daartoe aangewezen instantie of in het kader van onderzoek door politie of justitie

4.84 1e lid Abm

1.100

1.100

BM

205

 

anders dan bij een demontagebedrijf verwijderen en/of nuttig toepassen van een autowrak en/of de daarin aanwezige materialen of onderdelen, tenzij sprake is van de uitzondering vermeld in artikel 4.84, tweede lid, onder 1e en/of 2e, Abm

4.84 2e lid Abm

1.100

1.100

BM

206

 

in een inrichting in de buitenlucht proefdraaien van verbrandingsmotoren

4.84 3e lid Abm

550

550

BM

207

 

in een inrichting niet uitsluitend voor de eindreiniging van zeefdrukramen gebruiken van reinigingsmiddelen met een vlampunt groter dan 55 graden Celsius en op waterbasis

4.90 Abm

1.100

1.100

BM

212

 

in een inrichting meetinstrumentarium niet ter plaatse van een meetplaats bevestigen

4.99 17e lid Abm

1.500

2.500

BM

213

 

als drijver van de inrichting niet bewaren van het laatste keurings- en/of onderhoudsrapport met betrekking tot een machine bestemd voor het reinigen met een koolwaterstof, waaruit mede blijkt wie en wanneer de keuring of het onderhoud heeft en/of is verricht

4.101 3e lid Abm

550

550

BM

216

 

bij een jachthaven, die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen, niet na overleg met betrokken partijen eens in de drie jaar een passend plan vaststellen voor het in ontvangst nemen en verder beheren van afvalstoffen

3.26j 3e lid Abm

500

500

BM

217

 

door degene die een jachthaven drijft, niet eens in de drie jaar een plan als bedoeld in artikel 3.26j Abm aan het bevoegd gezag ter goedkeuring voorleggen

3.26j 3e lid Abm

500

500

BM

218

 

in een inrichting niet inpandig slachten van dieren en/of bewerken van dierlijke bijproducten

3.134 lid 1 Abm

1.000

1.500

BM

219

 

in een inrichting niet uitschakelen van de verlichting in de buitenlucht tussen 2300 uur en 0700 uur en/of als er geen sport beoefend wordt en/of als er geen onderhoud plaatsvindt

3.148 1e lid Abm

500

1.000

BM

220

 

in of vanuit een inrichting lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers op een oppervlaktewaterlichaam en/of op of in de bodem en/of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool

3.150 2e lid Abm

750

3.000

BM

329

 

bij het drijven van een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- of recreatieactiviteiten plaatsvinden, niet in achtnemen van het maximaal toegestane geluidsniveau overschrijding: min. 10 dB(A), max. 21 dB(A)

2.17 Abm

1.500

3.000

BM

330

 

bij het drijven van een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- of recreatieactiviteiten plaatsvinden, overschrijden van het maximaal toegestane geluidsniveau (overschrijding: 22 dB(A) of meer)

2.17 Abm

1.800

4.000

             
     

Nummers BM 225 – BM 229 en BM 669: Waterwet (Wtw)

     

BM

224

 

zonder vergunning stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen

6.2 Wtw

1.000

2000

BM

225

 

zonder vergunning van Gedeputeerde Staten grondwater onttrekken of water infiltreren zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.4 Waterwet (max. 50 m3/u)

6.4 Wtw

1.800

5.000

BM

226

 

door degene die handelingen verricht als bedoeld in artikel 6.8 Waterwet, een daardoor veroorzaakte verontreiniging of aantasting van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam niet zo spoedig mogelijk melden aan de beheerder

6.9, lid 1 Wtw

1.500

3.000

BM

227

a

met een voertuig betreden van een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, in strijd met een toegangsverbod: met motorvoertuig

6.10 Wtw

250

250

BM

227

b

met een voertuig betreden van een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, in strijd met een toegangsverbod: zonder motorvoertuig

6.10 Wtw

150

150

BM

227

c

het zich als persoon bevinden op een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, terwijl op een voor het publiek duidelijke wijze is aangegeven dat dit verboden is

6.10 Wtw

150

 

BM

228

a

brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften: 1 t/m 10% overschrijding

6.20, lid 3 Wtw

200

750

BM

228

b

brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften: 11 t/m 20% overschrijding

6.20, lid 3 Wtw

400

1.500

BM

228

c

brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften: 21 t/m 30% overschrijding

6.20, lid 3 Wtw

600

2.200

BM

228

d

brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften: 31 t/m 40% overschrijding

6.20, lid 3 Wtw

800

3.000

BM

228

e

brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften 41 t/m 50% overschrijding

6.20, lid 3 Wtw

1.000

4.000

BM

229

a

handelen in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningsvoorschriften: niet melden van een calamiteit met relatief beperkte gevolgen voor het oppervlaktewaterlichaam

6.20 lid 3 Wtw

1.000

2.500

BM

229

b

handelen in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningsvoorschriften: niet voldoen aan administratieve verplichtingen

6.20 lid 3 Wtw

750

1.500

BM

229

c

handelen in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningsvoorschriften: niet treffen van voorgeschreven voorzieningen

6.20 lid 3 Wtw

1.000

2.500

             
     

Nummers BM 231 – BM 233, BM 540 en BM 672 – BM 673: Waterbesluit (Wtb)

     

BM

230

 

niet melden bij het bevoegd gezag van een grondwateronttrekking of infiltratie van water, waarvoor geen vergunning is vereist krachtens artikel 6.4 Waterwet of een verordening van het waterschap

6.11, lid 1 Wtb

500

1.500

BM

231

 

niet voldoen aan de meetplicht ten aanzien van de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water

6.11, lid 2 Wtb

500

1.500

BM

232

 

niet voldoen aan de verplichting tot het meten van de kwaliteit van geïnfiltreerd water overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde regels

6.11, lid 3 Wtb

500

1.500

BM

233

 

niet binnen de hiervoor gestelde termijn opgave doen aan het bevoegd gezag over de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater, geïnfiltreerd water of de kwaliteit van het geïnfiltreerde water

6.11, lid 4 Wtb

500

500

     

zonder daartoe strekkende vergunning van Onze Minister als bedoeld in artikel 6.5 van de Waterwet gebruikmaken van een oppervlaktewaterlichaam of een bijbehorend kunstwerk in beheer bij het Rijk, niet zijnde de Noordzee, door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder:

6.12 Wtb jo 6.5 Wtw

   

BM

540

a

– werken te maken of te behouden

 

1.000

5.000

BM

540

b

– vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen

 

1.000

5.000

             
     

Nummers BM 234 – BM 235: Waterregeling (Wtr)

     

BM

234

 

niet ten minste vier weken voor de uitvoering van een werk of een activiteit waarvoor krachtens artikel 6.12 of 6.13 Waterbesluit geen vergunning is vereist, dit schriftelijk melden aan de minister van I & M

6.14 lid 1 Wtr

500

1.500

BM

235

a

niet voldoen aan de verplichting dat de debietmeet- en/of bemonsteringsvoorzieningen: in goede staat verkeren

7.6 Wtr

500

1.000

BM

235

b

niet voldoen aan de verplichting dat de debietmeet- en/of bemonsteringsvoorzieningen: overeenkomstig de voorschriften van de leverancier zijn geïnstalleerd en/of onderhouden

7.6 Wtr

500

1.000

             
     

Nummers BM 236 – BM 239: Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah)

     

BM

236

 

lozen van huishoudelijk afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam, terwijl de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringstechnisch werk waarop aansluiting kan plaatsvinden, 40 meter of minder bedraagt

10 Blah

750

1.000

BM

238

 

huishoudelijk afvalwater niet voorafgaand aan het lozen in een oppervlaktewaterlichaam door een zuiveringsvoorziening geleiden

11 Blah

500

750

BM

239

 

degene die voornemens is huishoudelijk afvalwater vanuit een particulier huishouden op en/of in de bodem en/of in een oppervlaktewaterlichaam te lozen, heeft dit voornemen niet ten minste zes weken voorafgaand aan het plaatsen van een zuiveringsvoorziening gemeld aan het bevoegd gezag

13 Blah

750

1.500

             
     

Nummers BM 240 – BM 255: Drinkwaterbesluit (Dwb)

     

BM

240

 

niet uitvoeren van een meetprogramma dat voldoet aan de in bijlage 3 van de Drinkwaterregeling opgenomen tabellen

14 (via 31) Dwb jo. 10 Dwr

1.000

3.000

BM

241

 

niet terstond en volledig informeren van de door onze minister als zodanig aangewezen toezichthouder dat drinkwater niet voldoet aan artikel 21 lid 1 Drinkwaterwet of aan een in tabel I of II van bijlage A van het Drinkwaterbesluit gestelde eis, alsmede over het onderzoek en de te nemen herstelmaatregelen, bedoeld in artikel 22 Drinkwaterbesluit

23 jo 31 lid 1 Dwb

1.000

3.000

BM

242

 

eigenaar van een collectieve watervoorziening heeft niet of onvoldoende een legionella-risicoanalyse bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Drinkwaterbesluit laten uitvoeren overeenkomstig de hiervoor gestelde regels

37 lid 1 Dwb jo 5 Regeling legionellapreventie

1.000

3.000

BM

243

 

eigenaar van een collectief leidingnet heeft niet of onvoldoende een legionella-risicoanalyse bedoeld in artikel 37, tweede lid, van het Drinkwaterbesluit laten uitvoeren overeenkomstig de hiervoor gestelde regels

37 lid 2 Dwb jo 5 Regeling legionellapreventie

1.000

3.000

BM

244

 

legionella-risicoanalyse, bedoeld in het eerste of tweede lid van artikel 37 Drinkwaterbesluit, laten uitvoeren door een niet daarvoor op basis van BRL 6010 gecertificeerd bedrijf, indien opgesteld na 1 juli 2011

37 lid 3 Dwb

500

1.500

BM

245

 

niet binnen drie maanden na iedere voor het in artikel 37, eerste of tweede lid, Drinkwaterbesluit bedoelde risico relevante wijziging van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet, of het gebruik daarvan, dan wel een wijziging van factoren die invloed kunnen hebben op dat risico, opnieuw uitvoeren van de legionella-risicoanalyse, bedoeld in artikel 37 eerste lid of tweede lid Drinkwaterbesluit

37 lid 4 Dwb

500

1.500

BM

246

 

niet door een daarvoor overeenkomstig BRL 6010 gecertificeerd bedrijf op basis van de legionella-risicoanalyse laten opstellen van een legionella-beheersplan, dan wel herzien van een bestaand legionella-beheersplan met betrekking tot de inrichting en het beheer van een collectieve watervoorziening, of collectief leidingnet, indien uit een legionella-risicoanalyse als bedoeld in artikel 37, eerste, tweede of vierde lid, Drinkwaterbesluit is gebleken dat er een risico is dat niet wordt voldaan aan artikel 27 of artikel 36, eerste lid, Drinkwaterbesluit

38 lid 1 Dwb

500

1.500

BM

247

 

niet binnen drie maanden na het tijdstip van gereedkomen van de in artikel 37, vierde lid, Drinkwaterbesluit bedoelde legionella-risicoanalyse opstellen van een legionella-beheersplan, dan wel herzien van een bestaand legionella-beheersplan, indien de legionella-risicoanalyse daartoe aanleiding geeft

38 lid 2 Dwb

500

1.500

BM

248

 

niet uitvoeren van maatregelen en controles overeenkomstig het legionellabeheersplan

40 lid 1 Dwb

1.000

3.000

BM

249

 

niet in een logboek aantekening houden van de krachtens hoofdstuk 4 Drinkwaterbesluit uitgevoerde maatregelen, controles en onderzoeken, alsmede van de resultaten daarvan, of gedurende drie jaar bewaren van deze gegevens

40 lid 2 Dwb

750

2.500

BM

250

 

niet terstond en volledig informeren van de door onze minister als zodanig aangewezen inspecteur dat het drinkwater, bedoeld in artikel 36 lid 1 Dwb meer dan 1000 kolonievormende eenheden legionellabacteriën per liter bevat

41 lid 3 Dwb

1.000

3.000

BM

251

 

niet op de voorgeschreven wijze het drinkwater onderzoeken, ter uitvoering van hoofdstuk 4 van het Drinkwaterbesluit en de daarop berustende bepalingen, op de aanwezigheid van legionellabacteriën

42 Dwb jo 6 en 7 van de Regeling legionellapreventie

750

2.500

BM

252

a

bij de uitvoering van de legionella-risicoanalyse, bedoeld in artikel 37, eerste of tweede lid, van het Drinkwaterbesluit bij de tappunten, bedoeld in artikel 35 vierde lid Drinkwaterbesluit, van een collectieve watervoorziening, dan wel een collectief leidingnet: het drinkwater niet onderzoeken op de aanwezigheid van legionellabacteriën of bij de uitvoering van het onderzoek het niet in acht nemen van het vereiste aantal meetpunten

43 Dwb jo. 8 Regeling legionellapreventie

750

2.500

BM

252

b

bij de uitvoering van de legionella-risicoanalyse, bedoeld in artikel 37, eerste of tweede lid, van het Drinkwaterbesluit bij de tappunten, bedoeld in artikel 35 vierde lid Drinkwaterbesluit, van een collectieve watervoorziening, dan wel een collectief leidingnet: het drinkwater daarna niet ten minste om de zes maanden onderzoeken (van toepassing op alle collectieve installaties behoudens situatie c) of bij de uitvoering van het onderzoek het niet in acht nemen van het vereiste aantal meetpunten

43 Dwb jo. 8 Regeling legionellapreventie

750

2.500

BM

253

 

het drinkwater niet ten minste eenmaal per jaar onderzoeken indien de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet maximaal zeven maanden per jaar in gebruik is

43 lid 2 Dwb

750

2.500

BM

254

 

het niet in acht nemen van de voorwaarden en voorschriften opgenomen in BRL K 14010-1 bij de toepassing van fysisch of fotochemisch beheer door de eigenaar van de collectieve watervoorziening of het collectief leidingnet

44 lid 4 Dwb

750

2.500

BM

255

 

het niet in acht nemen van de voorwaarden en voorschriften opgenomen in BRL K 14010-2 bij de toepassing van elektrochemisch beheer door de eigenaar van de collectieve watervoorziening of het collectief leidingnet

44 lid 5 Dwb

750

2.500

             
     

Nummers BM 256 – BM 259, BM 322 – BM 336 en BM 544 – BM 555: Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi)

     

BM

256

 

door degene die voornemens is te lozen niet ten minste vier weken voordat met het lozen wordt aangevangen hiervan melding maken bij het bevoegd gezag

1.10 lid 1 Blbi

750

1.500

BM

256

a

door degene die voornemens is een lozing te veranderen niet ten minste vier weken voordat met het lozen wordt aangevangen hiervan melding maken bij het bevoegd gezag

1.10 lid 2 Blbi

500

1.000

BM

257

 

door degene die voornemens is te lozen vanuit een bodemsanering dit lozen niet ten minste vijf werkdagen voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag (in geval BUS-sanering)

1.11 Blbi

750

1.500

BM

258

 

bij het lozen in een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten niet of onvoldoende treffen van bij ministeriële regeling aangegeven maatregelen om het in dat oppervlaktewaterlichaam lozen van stoffen te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken

3.10 lid 2 jo lid 1 Blbi

1.000

2000

BM

259

 

niet in een werkplan beschrijven van de maatregelen die worden getroffen om het lozen in een oppervlaktelichaam ten gevolge van sloop-, renovatie-, of nieuwbouwwerkzaamheden aan vaste objecten te voorkomen, dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken

3.11lid 1 jo lid 3 Blbi

500

1.500

BM

322

 

lozen van grondwater in een vuilwaterriool vanuit een proefbronnering in het kader van een saneringsonderzoek in de zin van de Wet bodembescherming of vanuit een bodemsanering in de zin van de Wet bodembescherming

3.1, lid 1 jo lid 5 Blbi

1.500

3.000

BM

323

 

lozen van grondwater vanuit een proefbronnering in het kader van een saneringsonderzoek in de zin van de Wet bodembescherming of vanuit een bodemsanering in de zin van de Wet bodembescherming, terwijl dit grondwater niet op een doelmatige wijze kan worden bemonsterd

3.1 lid 1 jo lid 5 Blbi

750

2000

BM

333

 

als degene die loost niet zo spoedig mogelijk melden aan het bevoegd gezag wanneer zich met betrekking tot het lozen een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het milieu zijn ontstaan

1.20 Blbi

1.500

3.000

BM

334

 

lozen in een oppervlaktewaterlichaam van toiletwater vanaf een pleziervaartuig, terwijl dit toiletwater niet voorafgaand aan het lozen door een zuiveringsvoorziening is geleid die voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen

3.9 lid 1 Blbi

500

2000

BM

335

 

bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam waarbij de kwaliteit van de te baggeren of ontgraven waterbodem een bij ministeriële regeling te bepalen interventiewaarde overschrijdt, de werkzaamheden niet uitvoeren overeenkomstig een werkplan, waarin maatregelen zijn beschreven waarmee het lozen zo veel als redelijkerwijs mogelijk wordt beperkt

3.17 lid 2 Blbi

1.500

4.000

BM

336

 

lozen in zoet oppervlaktewater vanaf een niet varend vaartuig van afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van door dat vaartuig vervoerd zeezand

3.20 lid 3 Blbi

750

1.500

BM

544

 

door degene die voornemens is langer dan 48 uur doch ten hoogste 8 weken grondwater te lozen bij ontwatering, dit lozen niet ten minste 5 werkdagen voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag

1.12 lid 2 Blbi

750

1.500

BM

545

 

door degene die voornemens is te lozen niet ten minste zes maanden voordat met het lozen wordt aangevangen hiervan melding maken bij het bevoegd gezag, in geval van aanleg van wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken

1.13 lid 1 Blbi

500

1.000

BM

546

 

door degene die voornemens is het lozen te veranderen niet ten minste zes maanden voordat met het lozen wordt aangevangen hiervan melding maken bij het bevoegd gezag, in geval van reconstructie of ingrijpende wijziging van wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken

1.13 lid 2 Blbi

750

1.500

BM

547

 

bij een bodemsanering of proefbronnering lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, terwijl: visuele verontreiniging plaatsvindt

3.1 lid 2 Blbi

750

1.500

BM

548

 

bij een bodemsanering of proefbronnering lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam terwijl: visuele verontreiniging plaatsvindt

3.1 lid 3 Blbi

750

1.500

BM

549

 

lozen in een oppervlaktewaterlichaam van grondwater bij ontwatering terwijl het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster meer dan 50 milligram per liter bedraagt of als gevolg van het lozen visuele verontreiniging optreedt

3.2 lid 3 Blbi

250

500

BM

550

 

lozen in een oppervlaktewaterlichaam van grondwater bij ontwatering terwijl het gehalte onopgeloste stoffen, zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag, wordt overschreden

3.2 lid 4 Blbi

250

500

BM

551

 

het te lozen grondwater bij ontwatering kan niet op een doelmatige wijze worden bemonsterd

3.2 lid 9 Blbi

750

2000

BM

552

 

bij het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam overschrijden van de toegestane waarden

3.6 lid 5 Blbi

250

500

BM

553

 

op- of overslaan van goederen in de buitenlucht zonder dat maatregelen zijn genomen om zoveel mogelijk te voorkomen dat deze goederen in een oppervlaktewaterlichaam geraken

3.13 lid 4 Blbi

500

750

BM

554

 

lozen in een oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, van afvalwater dat in contact is geweest met opgeslagen goederen, waarbij het gehalte aan onopgeloste stoffen in enig steekmonster meer bedraagt dan 300 milligram per liter

3.13 lid 7 Blbi

250

500

BM

555

 

het te lozen afvalwater dat met opgeslagen goederen in contact is geweest, kan niet worden bemonsterd

3.13 lid 11 Blbi

250

500

             
     

Nummers BM 556 – BM 558: Regeling lozen buiten inrichtingen (Rlbi)

     

BM

556

 

opslag van goederen op een laad- of loskade binnen twee meter uit de kaderand of oever

2.17 Rlbi jo. 3.13 lid 4 Blbi

500

750

BM

557

 

opslag van goederen op een laad- of loskade, terwijl product tussen de keerwand en de kade of oever ligt

2.17 Rlbi jo. 3.13 lid 4 Blbi

500

750

BM

558

 

bij het laden en lossen van schepen met inerte goederen, het schoonmaken van de grijpers zodanig uitvoeren dat overslagresten of spoelwater in een oppervlaktewaterlichaam geraken

2.18 lid 2 Rlbi

250

500

             
     

Nummers BM 260 – BM 277, BM 331 en BM 570: Flora- en faunawet (FFW) inheems

     

BM

260

 

opzettelijk beschermde inheemse planten plukken, verzamelen, afsnijden, uitsteken, vernielen, beschadigen, ontwortelen of op andere wijze van hun groeiplaats verwijderen

8 FFW

1.000

2000

BM

261

 

opzettelijk inheems beschermde dieren, doden, verwonden, vangen, bemachtigen of opsporen (max. 3)

9 FFW

1.000

2000

BM

262

 

beschermde inheemse diersoorten opzettelijk verontrusten

10 FFW

500

1.000

BM

263

 

opzettelijk nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde inheemse dieren beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren (max. 3)

11 FFW

750

1.500

BM

264

 

opzettelijk eieren van beschermde inheemse dieren zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen

12 FFW

500

500

BM

265

 

opzettelijk planten of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, af te leveren, uit te wisselen, te ruilen of in ruil aan te bieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben (1-5 stuks)

13, lid 1, onder a FFW

500

1.000

BM

266

 

opzettelijk planten of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, af te leveren, uit te wisselen, te ruilen of in ruil aan te bieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben (6-10 stuks)

13, lid 1, onder a FFW

1.200

3.000

BM

267

 

opzettelijk dieren, dan wel eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, af te leveren, uit te wisselen, te ruilen of in ruil aan te bieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben (1-5 stuks)

13, lid 1, FFW

500

1.000

BM

268

 

opzettelijk dieren, dan wel eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, af te leveren, uit te wisselen, te ruilen of in ruil aan te bieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben (6-10 stuks)

13, lid 1, FFW

1.200

3.000

BM

269

 

opzettelijk ongeoorloofde middelen die geschikt en bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van één dier onder zich te hebben (max. 3 stuks)

15, lid 1 FFW

300

600

BM

270

 

opzettelijk ongeoorloofde middelen die geschikt en bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van meer dan één dier onder zich te hebben (max. 3 stuks)

15, lid 1 FFW

600

1.200

BM

271

 

opzettelijk ongeoorloofde middelen die geschikt en bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van één dier ten verkoop voorradig of voorhanden te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden (max. 3 stuks)

15, lid 1 FFW

300

600

BM

272

 

opzettelijk ongeoorloofde middelen die geschikt en bestemd zijn voor het doden of vangen van meer dan één dier ten verkoop voorradig of voorhanden te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden (max. 3 stuks)

15, lid 1 FFW

600

1.200

BM

273

 

opzettelijk zich buiten een gebouw bevinden met ongeoorloofde middelen die geschikt of bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van één dier (max. 3 stuks)

15, lid 2 FFW

300

600

BM

274

 

opzettelijk zich buiten een gebouw bevinden met ongeoorloofde middelen die geschikt of bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van meer dan één dier (max. 3 stuks)

15, lid 2 FFW

600

1.200

BM

275

 

als degene die niet voorzien is van een jachtakte, in het veld een geweer of een gedeelte van een geweer dragen, terwijl hij niet uit andere hoofde tot het gebruik van een geweer ter plaatse gerechtigd is

16, lid 1 FFW

500

 

BM

276

 

als degene die zich in het veld ophoudt, zich zonder gegronde reden met een fret, buidel of kastval bevinden op gronden waarop hij niet bevoegd is van die middelen gebruik te maken voor de uitoefening van de jacht of in verband met beheer en bestrijding van schade als bedoeld in de artikelen 65, 67 en 68 FFW

16, lid 2 FFW

500

 

BM

277

 

niet verhinderen dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt

16, lid 3 FFW

500

 

BM

331

 

opzettelijk uitzetten van dieren of eieren van dieren in de vrije natuur

14 FFW

1.800

4.000

BM

570

a

Opzettelijk dieren vangen en/of doden met ongeoorloofde middelen, te weten met één lijmplaat of één stuk karton met lijm

72 lid 5 FFW

300

600

BM

570

b

Opzettelijk dieren vangen en/of doden met ongeoorloofde middelen, te weten met meer dan één lijmplaat of één stuk karton met lijm

72 lid 5 FFW

600

1.200

             
     

Nummers BM 278 – BM 291: Flora- en faunawet (FFW) uitheems

     

BM

278

a

planten of producten van planten, behorende tot een beschermde uitheemse plantensoort, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben, CITES Bijlage A. Per stuk maximaal 3 stuks: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

400

 

BM

278

b

planten of producten van planten, behorende tot een beschermde uitheemse plantensoort, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben, CITES Bijlage A. Per stuk maximaal 3 stuks: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

700

 

BM

279

a

een hoeveelheid kaviaar (van 0 gram tot 125 gram, zijnde een product van een dier behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (CITES bijlage A), binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

250

 

BM

279

b

een hoeveelheid kaviaar (van 0 gram tot 125 gram, zijnde een product van een dier behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (CITES bijlage A), binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

500

 

BM

280

a

een hoeveelheid kaviaar (van 125 gram tot 350 gram, zijnde een product van een dier behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (CITES bijlage A), binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

500

 

BM

280

b

een hoeveelheid kaviaar (van 125 gram tot 350 gram, zijnde een product van een dier behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (CITES bijlage A), binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

1.000

 

BM

281

a

CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 1 tot 100 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

450

 

BM

281

b

CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 1 tot 100 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

700

 

BM

282

a

CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 100 tot 200 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

700

 

BM

282

b

CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 100 tot 200 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

900

 

BM

283

a

CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 200 tot 300 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

900

 

BM

283

b

CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 200 tot 300 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

1.200

 

BM

284

a

CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid 300 tot 400 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

1.200

 

BM

284

b

CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid 300 tot 400 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

1.500

 

BM

285

a

CITES bijlage A product van plant of dier, Medicijn, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

250

 

BM

285

b

CITES bijlage A product van plant of dier, Medicijn, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

500

 

BM

286

a

CITES bijlage A, product van plant of dier, souvenir/gebruiksvoorwerp, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

250

 

BM

286

b

CITES bijlage A, product van plant of dier, souvenir/gebruiksvoorwerp, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

500

 

BM

287

a

CITES bijlage B/C, dier of plant, dood of levend, maximaal 3, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

300

 

BM

287

b

CITES bijlage B/C, dier of plant, dood of levend, maximaal 3, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

600

 

BM

288

a

CITES bijlage B, product van plant of dier, kaviaar, 125 tot 250 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

250

 

BM

288

b

CITES bijlage B, product van plant of dier, kaviaar, 125 tot 250 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

500

 

BM

289

a

CITES bijlage B/C, product van plant of dier, kaviaar, 250 tot 500 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

500

 

BM

289

b

CITES bijlage B/C, product van plant of dier, kaviaar, 250 tot 500 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

1.000

 

BM

290

a

CITES bijlage B/C product van plant of dier, Medicijn, geringe hoeveelheid, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

150

 

BM

290

b

CITES bijlage B/C product van plant of dier, Medicijn, geringe hoeveelheid, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

300

 

BM

291

a

CITES bijlage B/C, product van plant of dier, souvenir/gebruiksvoorwerp, maximaal 3, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

150

 

BM

291

b

CITES bijlage B/C, product van plant of dier, souvenir/gebruiksvoorwerp, maximaal 3, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk

13, lid 1, onder a FFW

300

 
             
     

Nummers BM 292 – BM 294 Boswet (Bw)

     

BM

292

 

vellen of te doen vellen van een houtbestand, anders dan bij wijze van dunning, zonder dat een voorafgaande tijdige kennisgeving als bedoeld in art. 2 lid 1 Boswet is gedaan (max. 1 hectare)

2 lid 3 Bw

2000

4.000

BM

293

 

als eigenaar van grond, waarop een houtopstand, anders dan bij wijze van dunning, is geveld of op andere wijze tenietgegaan, niet voldoen aan verplichting binnen een tijdvak van drie jaren na de velling of het tenietgaan van de houtopstand te herbeplanten volgens de hiervoor gestelde regels (max. 1 hectare)

3 lid, 1Bw

1.000

2000

BM

294

 

als eigenaar van grond, waarop een houtopstand, anders dan bij wijze van dunning, is geveld of op andere wijze tenietgegaan, niet voldoen aan verplichting beplanting die niet is aangeslagen binnen drie jaren te vervangen (max. 1 hectare)

3 lid 2 Bw

1.000

2000

             
     

Nummers BM 295 en BM 667: Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998)

     

BM

667

 

zonder of in strijd met vergunning handelingen verrichten die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en/of de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen

19 d Nbw 1998

500

1.000

BM

295

 

zich in strijd met de beperkingen die ingevolge artikel 20, eerste of tweede lid, Nbw1998 zijn opgelegd, bevinden in een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 10, eerste lid, Nbw 1998, een Natura 2000-gebied of gedeelten daarvan

20, lid 3 Nbw 1998

200

400

             
     

Nummer BM 684: Regeling Programma Aanpak Stikstof (19dNbw) en Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998)

     

BM

684

 

niet melden bij bevoegd gezag van een project of handeling die leidt tot stikstofdepositie, op een voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied, die hoger is dan 0,05 mol en minder dan 1 mol per hectare per jaar

8 regeling PAS jo 19koa Nbw 1998

750

1.500

             
     

Nummer BM 297: Wet op de economische delicten (Wed)

     

BM

297

 

opzettelijk niet hebben voldaan aan een vordering, krachtens enig voorschrift van de Wet op de economische delicten, gedaan door een opsporingsambtenaar

26 Wed

1.000

2.500

             
     

Nummer BM 510 – BM 512: Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties

     

BM

510

 

laten verrichten van lekcontroles, terugwinnen, installeren of onderhouden van stationaire of mobiele koelinstallaties door personen zonder geldig en bij de betreffende categorie van werkzaamheden behorend diploma

4 lid 1 en 4 lid 2 Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen

 

1.500

     

verrichten van installatie- of onderhoudswerkzaamheden aan stationaire of mobiele koelinstallaties zonder geldig bedrijfscertificaat dat is afgegeven door een keuringsinstantie

4 lid 1 Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen

   

BM

511

a

– t/m 20 werknemers

   

1.500

BM

511

b

– meer dan 20 werknemers

   

3.000

BM

512

 

het op een mobiele installatie (koeltransport) niet voor handen hebben van een logboek(kaart)

4 lid 1 Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen

 

500

             
     

Nummers BM 450 – BM 494 en BM 543: Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm)

     

BM

450

 

niet ten minste vier weken voor de oprichting van een nieuwe inrichting dit melden aan het bevoegd gezag

1.10 lid 1 Abm

750

1.500

BM

451

 

niet ten minste vier weken voor de verandering van een inrichting of het veranderen van de werking daarvan dit melden aan het bevoegd gezag

1.10 lid 2 Abm

500

1.000

BM

452

 

door degene die voornemens is agrarische activiteiten of activiteiten die daarmee verband houden uit te voeren buiten een inrichting ten gevolge waarvan lozen kan plaatsvinden, dit lozen niet ten minste 4 weken voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag

1.10a lid 1 Abm

250

500

BM

453

 

door degene die voornemens is agrarische activiteiten of activiteiten die daarmee verband houden te veranderen buiten een inrichting ten gevolge waarvan lozen kan plaatsvinden, dit lozen niet ten minste 4 weken voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag

1.10a lid 2 Abm

250

500

BM

454

 

door degene die voornemens is te lozen vanuit een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.1, tweede, derde of vierde lid, dit lozen niet ten minste 5 werkdagen voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag (in geval BUS-sanering)

1.12 Abm

250

500

BM

455

 

door degene die voornemens is langer dan 48 uur doch ten hoogste 8 weken grondwater te lozen bij ontwatering, dit lozen niet ten minste 5 werkdagen voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag

1.13 Abm

250

500

BM

456

 

vanuit een inrichting lozen op en/of in de bodem en/of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool

1.4 jo 2.2 lid 1 Abm

500

1.000

BM

457

 

bij een bodemsanering of proefbronnering lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, terwijl: visuele verontreiniging plaatsvindt

1.4 jo 3.1 lid 2 Abm

250

500

BM

458

 

bij een bodemsanering of proefbronnering lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam terwijl: visuele verontreiniging plaatsvindt

1.4 jo 3.1 lid 3 Abm

250

500

BM

459

 

lozen in een oppervlaktewaterlichaam van grondwater bij ontwatering terwijl het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster meer dan 50 milligram per liter bedraagt of als gevolg van het lozen visuele verontreiniging optreedt

3.2 lid 3 Abm

250

500

BM

460

 

lozen in een oppervlaktewaterlichaam van grondwater bij ontwatering terwijl het gehalte onopgeloste stoffen, zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag, wordt overschreden

3.2 lid 4 Abm

250

500

BM

461

 

bij het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam niet voldoen aan de grenswaarden

3.5 lid 1 Abm

500

750

BM

462

 

bij het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam niet voldoen aan de grenswaarden zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag

3.5 lid 5 Abm

500

750

BM

463

 

niet in het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen in een jachthaven van gebruikers van de jachthaven innemen van in ieder geval de afvalstoffen, genoemd in artikel 3.26i, 1e lid, onder a tot en met d, Abm

3.26i lid 1 Abm

 

1.000

BM

464

 

aan de gebruikers van een jachthaven vragen van een aparte financiële vergoeding voor de inzameling van afvalstoffen, als bedoeld in artikel 3.26i lid 4 Abm

3.26i lid 4 Abm

 

500

BM

465

 

op- of overslaan van goederen in de buitenlucht zonder dat maatregelen zijn genomen om zoveel mogelijk te voorkomen dat deze goederen in een oppervlaktewaterlichaam geraken

3.32 sub c Abm

500

750

BM

466

a

lozen in een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat in contact is geweest met inerte goederen waarbij visuele verontreiniging ontstaat

3.33 lid 1 Abm

250

500

BM

467

 

lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat in contact is geweest met goederen, niet zijnde inerte goederen, waaruit geen vloeibare bodembedreigende stoffen kunnen lekken, terwijl een emissiegrenswaarde als genoemd in artikel 3.34 lid 3 Abm wordt overschreden

3.34 lid 3 Abm

250

500

BM

468

 

lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat in contact is geweest met goederen, niet zijnde inerte goederen, waaruit geen vloeibare bodembedreigende stoffen kunnen lekken, terwijl een emissiegrenswaarde zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag wordt overschreden (bij hogere emissiewaarden)

3.34 lid 4 Abm

250

500

BM

469

 

lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat in contact is geweest met goederen, niet zijnde inerte goederen, waaruit geen vloeibare bodembedreigende stoffen kunnen lekken, terwijl een emissiegrenswaarde zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag wordt overschreden (bij lagere emissiewaarden)

3.34 lid 5 Abm

250

500

BM

470

a

opslaan van agrarische bedrijfsstoffen op onverhard oppervlak op een afstand minder dan 5 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam

3.49 onder a Abm

500

500

BM

470

b

opslaan van agrarische bedrijfsstoffen op onverhard oppervlak zodanig dat het te lozen hemelwater in contact kan komen met de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen

3.49 onder b Abm

500

500

BM

471

 

lozen anders dan in een vuilwaterriool van condenswater, afkomstig van condensvorming aan de binnenzijde van een kas dat via condensgootjes is verzameld, waarin gewasbeschermingsmiddelen of biociden zijn toegepast

3.61 lid 3 Abm

500

1.000

BM

472

 

de hoeveelheid totaal stikstof in het geloosde drainwater bedraagt meer dan de in artikel 3.66 lid 4 Abm genoemde waarden

3.66 lid 4 jo art. 3.63 lid 7 Abm

500

1.000

BM

473

 

niet periodiek meten en registreren van de gegevens (bijvoorbeeld de hoeveelheid drainwater) zoals bedoeld in artikel 3.67 lid 1 Abm jo artikel 3.76 Arm

3.67 lid 1 Abm jo 3.76 Arm

500

1.000

BM

474

 

niet overleggen van de rapportage van het voorgaande kalenderjaar zoals bedoeld in artikel 3.68 Abm

3.68 lid 1 Abm

250

500

BM

475

 

overschrijden van de verbruiksnormen in tabel 3.77 Arm

3.71 lid 3 Abm jo 3.77 onder a Arm

500

1.000

BM

476

 

niet periodiek meten en registreren van de gegevens (bijvoorbeeld de hoeveelheid drainagewater) zoals bedoeld in artikel 3.72 lid 1 Abm jo artikel 3.78 Arm

3.72 lid 1 Abm jo 3.78 Arm

500

1.000

BM

477

 

niet overleggen van de rapportage van het voorgaande kalenderjaar zoals bedoeld in artikel 3.73 Abm

3.73 lid 1 Abm

250

500

     

lozen van afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam als gevolg van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan in een kas

3.76 lid 2 Abm

   

BM

478

a

– terwijl gewasbeschermingsmiddelen of biociden worden gebruikt

 

750

750

BM

478

b

– terwijl het gehalte aan onopgeloste stoffen meer bedraagt dan 100 milligram per liter

 

500

1.000

BM

478

c

– terwijl het gehalte aan chemisch zuurstof verbruik meer bedraagt dan 300 milligram per liter

 

500

1.000

BM

478

d

– terwijl het gehalte aan biochemisch zuurstof verbruik meer bedraagt dan 60 milligram per liter

 

500

1.000

BM

479

 

lozen van afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam als gevolg van het circuleren van water door trekbakken waarin witlofpenen staan voor de groei van witlofstronken of als gevolg van het broeien van bolgewassen, terwijl gewasbeschermingsmiddelen of biociden worden gebruikt of het gehalte aan onopgeloste stoffen meer bedraagt dan 100 milligram per liter

3.77 lid 3 Abm

500

1.000

BM

480

 

binnen een teeltvrije zone gewasbeschermingsmiddelen gebruiken met apparatuur voor het druppelsgewijs gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen

3.79 lid 5 Abm

500

500

BM

481

 

op braakliggend terrein gewasbeschermingsmiddelen gebruiken binnen een afstand van 50 centimeter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam

3.82 Abm

500

500

BM

482

 

gebruiken van veldspuitapparatuur waarbij niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.83 lid 1 Abm (onjuiste spuitdoppen, geen kantdop of onjuiste spuithoogte)

3.83 lid 1 Abm

500

500

BM

483

 

binnen een teeltvrije zone meststoffen gebruiken

3.85 lid 1 Abm

500

500

BM

484

 

geen gebruik maken van een kantstrooivoorziening bij het gebruik van korrelvormige of poedervormige meststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone

3.85 lid 4 Abm

500

500

BM

543

 

niet in acht nemen van een teeltvrije zone langs een oppervlaktewaterlichaam

3.79 lid 2 Abm

500

500

BM

485

 

op braakliggend terrein meststoffen gebruiken binnen een afstand van 50 centimeter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam

3.85 lid 8 Abm

500

500

     

lozen van afvalwater, afkomstig van het voor de gietwatervoorziening bij agrarische activiteiten zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars, in een oppervlaktewaterlichaam

3.90 lid 4 Abm

   

BM

486

a

– terwijl het gehalte chloride meer bedraagt dan 200 milligram per liter

 

250

500

BM

486

b

– terwijl het gehalte ijzer meer bedraagt dan 2 milligram per liter

 

250

500

BM

487

 

lozen van afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam, als gevolg van het voor agrarische activiteiten zuiveren van water door het ontijzeren van grondwater, terwijl het gehalte aan ijzer in het afvalwater meer bedraagt dan 5 milligram per liter

3.91 lid 1 Abm

250

500

BM

488

 

bij het uit een oppervlaktewaterlichaam vullen van apparatuur waarin gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen worden aangemaakt, niet treffen van een voorziening die terugstroming van het mengsel van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen en water voorkomt

3.93 lid 1 Abm

500

500

BM

489

 

bij het uit een oppervlaktewaterlichaam vullen van apparatuur waarin gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen worden aangemaakt, die niet is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening, de apparatuur niet op een afstand van ten minste twee meter van de insteek van het oppervlaktewaterlichaam hebben

3.93 lid 2 Abm

250

250

     

lozen van afvalwater, afkomstig van het spoelen van gewassen, in een oppervlaktewaterlichaam

3.102 lid 6 Abm

   

BM

490

a

– terwijl het perceel waar het afvalwater vrijkomt is aangesloten op een vuilwaterriool waarop geloosd kan worden

 

500

500

BM

490

b

– terwijl het gehalte aan onopgeloste stoffen in enig steekmonster meer bedraagt dan 100 milligram per liter

 

500

500

     

lozen van afvalwater, afkomstig van het sorteren van gewassen, in een oppervlaktewaterlichaam

3.105 lid 2 Abm

   

BM

491

a

– terwijl het afvalwater niet afkomstig is van het sorteren van uitsluitend biologisch geteelde gewassen

 

500

500

BM

491

b

– terwijl het gehalte aan onopgeloste stoffen in het te lozen afvalwater meer bedraagt dan 100 milligram per liter

 

500

500

BM

491

c

– terwijl het chemisch zuurstofverbruik in het te lozen afvalwater meer bedraagt dan 300 milligram per liter

 

500

500

BM

491

d

– terwijl het biologisch zuurstofverbruik meer bedraagt dan 60 milligram per liter

 

500

500

BM

492

 

binnen een afstand van 5 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam een composteringshoop hebben

3.110 Abm

250

500

BM

493

 

toestaan van overnachting en/of recreatief verblijf door derden binnen een afstand van 20 meter van een bunkerstation voor opslag van lichte olie en/of binnen een afstand van 20 meter van een op de wal geplaatste vaste afleverinstallatie voor het afleveren van lichte olie aan vaartuigen

1.4 jo 4.77, 3e lid Abm

550

1.100

BM

494

 

bij aflevering van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen niet voldoende absorptiemiddelen en/of andere hulpmiddelen aanwezig hebben voor de eerste bestrijding van een waterverontreiniging als gevolg van morsingen en/of een calamiteit bij de aflevering

1.4 jo 4.78, 1e lid Abm

750

750

             
     

Nummers BM 495 – BM 499: Activiteitenregeling milieubeheer (Arm)

     

BM

495

 

bij het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen op een vloeistofkerende of vloeistofdichte voorziening niet opvangen van vloeistoffen in ten minste een mestdichte opslagvoorziening of is de vloeistofkerende of vloeistofdichte opslagvoorziening niet zodanig aangelegd dat de vloeistof naar deze opslagvoorziening stroomt (geldt tot 1-1-2027 niet voor kuilvoer indien voorziening voor opslag van kuilvoer in gebruik was voor 1-1-2013)

3.48 Abm jo. 3.65 lid 5 Arm

500

500

BM

496

 

opstellen van een op de wal geplaatste vaste installatie voor het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen anders dan boven een lekbak of een vloeistofdichte vloer of verharding

1.4 jo 4.79 Abm jo 4.87 Arm

500

1.500

BM

497

 

als drijver van de inrichting er geen zorg voor dragen dat machinaal schuren geschiedt met mechanische stofafzuiging waarbij het vrijkomende schuurstof in een stofzak wordt opgevangen

1.4 jo 4.88 Abm jo 4.98 lid 1 Arm

250

500

BM

498

 

in een inrichting onderhouden, repareren en afspuiten van pleziervaartuigen of repareren, onderhouden en behandelen van de oppervlakte van pleziervaartuigen of onderdelen daarvan, waarbij vloeistoffen vrij kunnen komen, op andere wijze dan boven een bodembeschermende voorziening

1.4 jo 4.88 Abm jo 4.99 lid 1 Arm

500

750

BM

499

 

het op de wal met water onder hoge druk reinigen van de romp onder de waterlijn van een pleziervaartuig, geschiedt niet boven een vloeistofdichte vloer of verharding

1.4 jo 4.88 Abm jo 4.99 lid 3 Arm

500

750

             
     

Nummers BM 400 – BM 442 en BM 674 – BM 675: Model Keur

     
     

Beheer en onderhoud waterstaatswerken

     

BM

400

 

als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de onderhoudsplicht ten aanzien van de waterkering (gewoon onderhoud)

2.2 Model Keur

100

300

BM

401

 

als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de onderhoudsplicht ten aanzien van de waterkering (buitengewoon onderhoud)

2.3 lid 1 Model Keur

200

600

BM

402

 

buitengewoon onderhoud uitvoeren in het gesloten seizoen

2.3 lid 2 Model Keur

550

1.500

BM

403

 

als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de verplichting om een ondersteunend kunstwerk of werk dat in, op, aan of boven waterkeringen of de beschermingszone zijn aangebracht en mede een waterkerende functie hebben, waterkerend te houden

2.4 lid 1 Model Keur

200

600

BM

404

 

als onderhoudsplichtige de middelen bestemd tot afsluiting van kunstwerken niet in goede staat onderhouden, dan wel de goede werking ervan te tonen

2.4 lid 2 Model Keur

200

600

BM

405

 

als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de verwijderplicht uit oppervlaktewaterlichamen van voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en van afval

2.5 lid 1 Model Keur

100

300

BM

406

 

als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de verplichting tot het herstellen van beschadigingen aan oevers en tot het onderhouden van begroeiingen, dienstig aan de waterhuishoudkundige functies van het oppervlaktewaterlichaam

2.5 lid 2 Model Keur

200

600

BM

407

 

als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de verplichting tot het instandhouden van een oppervlaktewaterlichaam overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent ligging, vorm, afmeting en constructie (buitengewoon onderhoud)

2.6 Model Keur

150

450

BM

408

 

als eigenaar of gebruiker van grond, die gebruikt wordt voor het houden van dieren en dat is gelegen op of nabij een waterstaatswerk niet voldoen aan de verplichting om, na eerste aanschrijving hiertoe door het bestuur, voor eigen rekening op of langs deze grond een voldoende kerende afrastering aan te brengen

2.8 Model Keur

150

450

BM

409

 

als onderhoudsplichtige van een in een waterkering voorkomende coupure of sluis er geen zorg voor dragen dat deze, na eerste aanzegging door of namens het bestuur, terstond wordt gesloten

2.9 Model Keur

550

1.500

BM

410

 

als eigenaar of onderhoudsplichtige van een stuw niet voldoen aan de verplichting deze op een bepaald stuwpeil stellen en in stand te houden

2.10 Model Keur

550

1.500

             
     

Handelingen in watersystemen

     
     

zonder watervergunning van het bestuur gebruik maken van een waterkering door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie(s) daarop, daarin, daarboven, daarover of daaronder:

3.2 lid 1 Model Keur

   

BM

411

a

– handelingen te verrichten

 

550

1.500

BM

411

b

– werken te behouden

 

360

1.000

BM

411

c

– vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen

 

200

600

BM

411

d

– een brandplaats aan te leggen of stoffen te verbranden

 

150

450

BM

411

e

– een hond niet aangelijnd te laten verblijven of te laten lopen, terwijl dit op een voor het publiek duidelijke wijze is aangegeven dat dit verboden is

 

90

 

BM

411

f

– met een voertuig zich buiten verharde wegen of paden te bevinden

 

150

450

     

zonder watervergunning van het bestuur gebruik maken van een waterstaatswerk niet zijnde een waterkering door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie(s) daarop, daarin, daarboven, daarover of daaronder:

3.2 lid 1 Model Keur

   

BM

412

a

– handelingen te verrichten

 

360

1.000

BM

412

b

– werken te behouden

 

300

900

BM

412

c

– vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen

 

200

600

     

zonder watervergunning van het bestuur gebruik maken van een beschermingszone behorende bij een waterkering door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie(s) daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder:

3.2 lid 1 Model Keur

   

BM

413

a

– handelingen te verrichten

 

300

900

BM

413

b

– werken te behouden

 

200

600

BM

413

c

– vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen

 

100

300

BM

413

d

– met een voertuig zich buiten verharde wegen of paden te bevinden

 

100

300

     

zonder watervergunning van het bestuur gebruik maken van een beschermingszone behorende bij een oppervlaktewaterlichaam door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie(s) daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder:

3.2 lid 1 Model Keur

   

BM

414

a

– handelingen te verrichten

 

200

600

BM

414

b

– werken te behouden

 

150

450

BM

414

c

– vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen

 

100

300

BM

414

d

– een brandplaats aan te leggen of stoffen te verbranden

 

100

300

BM

415

 

zonder watervergunning van het bestuur in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen of te behouden

3.2 lid 2 Model Keur

170

500

BM

416

 

zonder watervergunning van het bestuur binnen 400 meter van een windwatermolen werken en opgaande beplanting aan te brengen of te hebben

3.2 lid 3 Model Keur

170

500

BM

417

a

zonder watervergunning van het bestuur in meanderzones: bouwwerken te plaatsen, te hebben of te wijzigen

3.2 lid 6 sub a Model Keur

150

450

BM

417

b

zonder watervergunning van het bestuur in meanderzones: leidingen of kabels te leggen, te hebben, te herstellen, te wijzigen, te vernieuwen of op te ruimen

3.2 lid 6 sub b Model Keur

100

300

BM

417

c

zonder watervergunning van het bestuur in meanderzones: bovengrondse infrastructuur aan te leggen, te hebben, te wijzigen of te vernieuwen

3.2 lid 6 sub c Model Keur

100

300

BM

418

a

zonder watervergunning van het bestuur in inundatiegebieden: ophogingen te maken of te verwijderen

3.2 lid 7 sub a Model Keur

250

750

BM

418

b

zonder watervergunning van het bestuur in inundatiegebieden: werken of beplantingen aan te brengen die waterstuwing of stroomgeleiding teweeg brengen

3.2 lid 7 sub b Model Keur

250

750

BM

419

 

zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer laten komen

3.3 Model Keur

200

600

BM

420

a

in geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, zonodig in afwijking van verleende watervergunningen of geldende peilbesluiten, wanneer dit door het bestuur verboden is: water afvoeren naar of aanvoeren uit oppervlaktewaterlichamen

3.7 lid 1 sub a Model Keur

550

1.500

BM

420

b

in geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, zonodig in afwijking van verleende watervergunningen of geldende peilbesluiten, wanneer dit door het bestuur verboden is: water brengen in of onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen

3.7 lid 1 sub b Model Keur

550

1.500

BM

420

c

in geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, zonodig in afwijking van verleende watervergunningen of geldende peilbesluiten, wanneer dit door het bestuur verboden is: grondwater onttrekken of water infiltreren

3.7 lid 1 sub c Model Keur

550

1.500

BM

421

 

zonder watervergunning van het bestuur water brengen in of onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam

3.4 Model Keur

180

500

BM

422

 

zonder watervergunning van het bestuur gronden ontwateren met drainagemiddelen

3.5 Model Keur

200

600

BM

423

 

zonder watervergunning van het bestuur grondwater onttrekken of water in de bodem infiltreren

3.6 lid 1 Model Keur

700

2000

BM

424

 

door degene die handelingen verricht en inbreuk maakt op door het waterschap in het kader van zijn beheer uitgevoerde maatregelen in het watersysteem, niet zo spoedig mogelijk melding maken van die inbreuk en de maatregelen die hij voornemens is te treffen of reeds heeft getroffen

3.8 lid 2 Model Keur

200

600

BM

425

 

zonder watervergunning van het bestuur: in een oppervlaktewatersysteem vis uitzetten

3.11 Model Keur

150

450

BM

426

 

zonder watervergunning van het bestuur: vaste vistuigen plaatsen

3.11 Model Keur

360

1.000

             
     

Algemene regels

     

BM

430

 

terwijl dit bij of krachtens de Keur door het bestuur verplicht is gesteld: niet (tijdig) melden van de werkzaamheden als genoemd in de algemene regels

3 lid 1 algemene regels jo. 3.9 lid 2 Model Keur

180

500

             
     

Algemene regels – waterkeringen

     

BM

431

a

het niet hebben van een voldoende veekerende afrastering conform de voorschriften zoals genoemd in artikel 2 van de algemene regels voor waterkeringen, onderdeel beweiden

2 algemene regels beweiden jo. 3.2 lid 1 Model Keur

150

450

BM

431

b

beweiden van de waterkering anders dan in de aangegeven periode

2 algemene regels beweiden jo. 3.2 lid 1 Model Keur

150

450

             
     

Algemene regels – waterkwantiteit

     

BM

432

 

bij het aanleggen of verwijderen van een steiger, vlonder of overhangend bouwwerk, de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam, zoals vastgelegd in de legger, wijzigen

2 sub a algemene regels steigers, vlonders en overhangende bouwwerken jo. 3.2 lid 1 Model Keur

100

300

BM

433

 

bij het aanleggen of verwijderen van een steiger, vlonder of overhangend bouwwerk, niet gebruiken van deugdelijk en niet uitlogend materiaal

2 sub e algemene regels steigers, vlonders en overhangende bouwwerken jo. 3.2 lid 1 Model Keur

150

450

BM

434

 

niet voorafgaand aan of gelijktijdig met het dempen van het bestaande oppervlaktewaterlichaam een nieuw oppervlaktewaterlichaam met eenzelfde oppervlakte als het gedempte oppervlaktewaterlichaam in hetzelfde peilgebied graven en aansluiten op het watersysteem

2 algemene regels dempen jo. 3.2 lid 1 Model Keur

150

450

BM

435

a

terwijl dit bij of krachtens de Keur door het bestuur verplicht is gesteld: niet (tijdig) melden van het dempen van een oppervlaktewaterlichaam tot 50 m²

3 lid 1 algemene regels dempen jo. 3.9 lid 2 Model Keur

200

600

BM

435

b

terwijl dit bij of krachtens de Keur door het bestuur verplicht is gesteld: niet (tijdig) melden van het dempen van een oppervlaktewaterlichaam 50 – 150 m²

3 lid 1 algemene regels dempen jo. 3.9 lid 2 Model Keur

300

900

BM

435

c

terwijl dit bij of krachtens de Keur door het bestuur verplicht is gesteld: niet (tijdig) melden van het dempen van een oppervlaktewaterlichaam meer dan 150 m²

3 lid 1 algemene regels dempen jo. 3.9 lid 2 Model Keur

450

1.300

             
     

Algemene regels – grondwater

     

BM

436

 

bij het onttrekken van grondwater in het kader van een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering niet plaatsen van een peilbuis of meetput om de stijghoogte te bepalen indien spanningsbemaling wordt toegepast

2 lid 2 algemene regels bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering jo. 3.6 lid 1 Model Keur

150

450

BM

437

 

bij het onttrekken van grondwater in het kader van een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering niet verwijderen of dichten van voorzieningen voor grondwateronttrekking na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt

2 lid 4 algemene regels bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering jo. 3.6 lid 1 Model Keur

300

900

BM

438

 

bij het onttrekken van grondwater in het kader van een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering niet uiterlijk 24 uur voor aanvang van de onttrekking een startmelding doen

2 lid 9 algemene regels bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering jo. 3.6 lid 1 Model Keur

100

300

BM

439

 

bij het onttrekken van grondwater in het kader van een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering niet uiterlijk 24 uur na beëindiging van de onttrekking een afmelding doen

2 lid 10 algemene regels bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering jo. 3.6 lid 1 Model Keur

100

300

BM

440

 

bij het onttrekken van grondwater in het kader van een grondwaterverontreiniging niet verwijderen of dichten van voorzieningen voor grondwateronttrekking na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt

2 lid 3 algemene regels grondwaterverontreiniging jo. 3.6 lid 1 Model Keur

300

900

BM

441

 

bij het onttrekken van grondwater in het kader van een grondwaterverontreiniging niet uiterlijk 24 uur voor aanvang van de onttrekking een startmelding doen

2 lid 7 algemene regels grondwaterverontreiniging jo. 3.6 lid 1 Model Keur

100

300

BM

442

 

bij het onttrekken van grondwater in het kader van een grondwaterverontreiniging niet uiterlijk 24 uur na beëindiging van de onttrekking een afmelding doen

2 lid 8 algemene regels grondwaterverontreiniging jo. 3.6 lid 1 Model Keur

100

300

             
Naar boven