dat de Albert Schweitzerlaan en de Martin Luther Kinglaan gelegen zijn binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de Albert Schweitzerlaan en de Martin Luther Kinglaan in beheer zijn bij de gemeente Haarlem;
dat de wegen die hiervoor genoemd zijn wegen zijn zoals bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor de genoemde wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem in het collegebesluit d.d. 26 november 2013 (nr. 2013/383676) is gemandateerd aan het afdelingshoofd Openbare Ruimte, Groen en Verkeer;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van de gemeente Haarlem is vastgelegd in het Haarlems Verkeers- en Vervoersplan (hierna: HVVP);
dat deze categorisering aansluit op de categorisering zoals bedoeld in het landelijk beleid Duurzaam Veilig;
dat het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Groningenlaan en de Briandlaan gecategoriseerd is als een gebiedsontsluitingsweg B;
dat de verkeersfunctie op en gebiedsontsluitingsweg B centraal staat;
dat het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan deel uitmaakt van een verblijfsgebied;
dat het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de Martin Luther Kinglaan en het Leonardo da Vinciplein deel uitmaakt van een verblijfsgebied;
dat de Martin Luther Kinglaan deel uitmaakt van een verblijfsgebied;
dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Groningenlaan en de Briandlaan volgens het HVVP deel uitmaakt vna het gemeentelijk fietsnetwerk;
dat het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan volgens het HVVP deel uitmaakt van het gemeentelijke fietsnetwerk;
dat de verkeersfunctie van het fietsverkeer op dit soort wegen centraal staat;
dat op de Albert Schweitzerlaan en op een deel van de Martin Luther Kinglaan onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn;
dat in verband met deze werkzaamheden de huidige inrichting van deze wegen is onderzocht;
dat uit dit onderzoek blijkt dat tijdens de onderhoudswerkzaamheden diverse verkeersmaatregelen moeten worden uitgevoerd om de uitstraling van de weg te conformeren aan het HVVP;
dat het gezien de genoemde wegencategorisering wenselijk is om op het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan en het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Martin Luther Kinglaan en het Leonardo da Vinciplein een snelheidsregime in te stellen van 30 km/uur;
dat ter ondersteuning van dit snelheidsregime de wegbreedte wordt beperkt en er fysieke snelheidsremmers worden gerealiseerd op dit weggedeelte;
dat bestuurders die zich bevinden op de Briandlaan in de huidige situatie voorrang moeten verlenen aan bestuurders die zich bevinden op de Albert Schweitzerlaan;
dat de Briandlaan en het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Groningenlaan en de Briandlaan gecategoriseerd zijn als een gebiedsontsluitingsweg;
dat het dan ook wenselijk is om de voorrang tussen de Albert Schweitzerlaan en de Briandlaan zodanig te regelen dat bestuurders die zich bevinden op het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan voorrang moeten verlenen aan bestuurders die zich bevinden op de Briandlaan en het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Groningenlaan en de Briandlaan;
dat dit geregeld wordt door middel van het realiseren van een inritconstructie op de aansluitingen van het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan op de Briandlaan;
dat het dan ook wenselijk is om de huidige voorrangsregeling op het kruispunt Albert Schweitzerlaan - Briandlaan die geregeld is door middel van verkeerstekens op te heffen;
dat in de huidige situatie op het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Martin Luther Kinglaan en het Leonardo da Vinciplein fietsstroken aanwezig zijn;
dat uit het HVVP blijkt dat het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Martin Luther Kinglaan en het Leonardo da Vinciplein geen belangrijke functie voor het fietsverkeer heeft;
dat het dan ook wenselijk is om de fietsstroken die aanwezig zijn op dit wegvak op te heffen en het betreffende wegvak te versmallen;
dat in verband met de realisatie van langsparkeerplaatsen op het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan de doorgetrokken markering langs de fietsstroken worden vervangen door onderbroken markering;
dat de Albert Schweitzerlaan ter hoogte van de aansluiting met het Leonardo Da Vinciplein dood loopt voor het gemotoriseerd verkeer;
dat het gemotoriseerd verkeer zijn weg ter plekke enkel kan vervolgen in tegengestelde richting;
dat om keerbewegingen mogelijk te maken een keerlus wordt gerealiseerd ter hoogte van deze aansluitingen;
dat om de bereikbaarheid van het gemotoriseerd verkeer te waarborgen het noodzakelijk is om deze keerlus vrij te houden van geparkeerde voertuigen;
dat geparkeerde voertuigen op de keerlus voorkomen kunnen worden door middel van het instellen van een parkeerverbod;
dat op de Martin Luther Kinglaan een snelheidsregime geldt van 50 km/uur;
dat in verband met het verschil in snelheidsregime inritconstructies worden gerealiseerd op de aansluiting van het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan op de Martin Luther Kinglaan en op de aansluiting van het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de aansluitingen met de Martin Luther Kinglaan en het Leonardo da Vinciplein op de Martin Luther Kinglaan;
dat om het aantal voetgangersbewegingen over de Martin Luther Kinglaan ter hoogte van de Albert Schweitzerlaan te concentreren het wenselijk is om een voetgangersoversteekplaats te realiseren op de Martin Luther Kinglaan;
dat in de huidige situatie op de Albert Schweitzerlaan ter hoogte van de aansluitingen met de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan middengeleiders aanwezig zijn;
dat op deze middengeleiders door middel van verkeersborden een verplichting voor bestuurders geldt om de middengeleiders aan de rechterzijde te passeren;
dat in verband met het versmallen van de rijbaan de betreffende middengeleiders worden opgeheven en dat de verkeersborden dan ook verwijderd kunnen worden;
dat in de huidige situatie op het wegvak van de Albert Schweitzerlaan tussen de Briandlaan en de Martin Luther Kinglaan een bushalte aanwezig is;
dat in verband met een aanpassing van de dienstregeling de lijnbus niet meer gebruik maakt van de Albert Schweitzerlaan;
dat het dan ook wenselijk is om deze bushalte op te heffen;
dat aan de Albert Schweitzerlaan nummer 43 de Hartekamp Groep is gevestigd;
dat de Hartekamp Groep een dagbesteding biedt aan onder andere mindervaliden;
dat deze mindervaliden tijdens kantooruren worden gebracht en gehaald met behulp van taxibusjes;
dat deze in- en uitstapbewegingen plaatsvinden aan de Willem Boothstraat;
dat om deze in- en uitstapbewegingen te faciliteren op de Willem Boothstraat het noodzakelijk is om vrije ruimte te creeren in de straat;
dat deze ruimte wordt gecreeerd door middel van het realiseren van een tweetal taxistandplaatsen op de weg;
dat deze taxistandplaatsen van kracht worden verklaard op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur;
dat de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen gerealiseerd kunnen worden door middel van het plaatsen en verwijderen van verkeerstekens conform het RVV 1990;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de verkeersborden A1, A2, E1, en E5 van bijlage 1 van het RVV 1990 en voetgangersoversteekplaatsen en het verwijderen van de verkeersborden D2, B4, B5, B6 en L3 (bushalte) van bijlage 1 van het RVV 1990 en haaientanden en fietsstroken een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen strekken tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde maatregelen.