Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2015, 44179Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 november 2015, nr. 2015-0000652496 tot wijziging van de Uitvoeringsregeling WNT in verband met regels over de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 1.9, eerste lid, onderdeel a, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector;

Besluit:

ARTIKEL I

Na artikel 2 van de Uitvoeringsregeling WNT wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a. De componenten van de bezoldiging van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking

  • 1. Ten aanzien van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking wordt, voor zover niet in het tweede lid uitgezonderd, in ieder geval tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

    • a. de vergoeding voor de door de topfunctionaris zonder dienstbetrekking verrichte arbeid;

    • b. de vergoeding voor de kosten van bemiddeling;

    • c. de vergoeding voor de bureaukosten;

    • d. de componenten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor zover die niet onder onderdeel a, b of c, vallen, of een compensatie of bijdrage voor die componenten.

  • 2. Ten aanzien van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking wordt in ieder geval niet tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend:

    • a. de omzetbelasting;

    • b. de vergoedingen en verstrekkingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e.

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

TOELICHTING

1. Inleiding

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) normeert de bezoldiging van topfunctionarissen met een dienstbetrekking en van topfunctionarissen die anders dan op grond van een dienstbetrekking werkzaamheden verrichten. In dit besluit worden, op grond van artikel 1.9, eerste lid, onderdeel a, van de WNT, de componenten benoemd die in elk geval wel en niet tot de bezoldiging van de topfunctionaris zonder diensbetrekking worden gerekend. Welk bezoldigingsmaximum van toepassing is, is voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking (niet zijnde een lid van het hoogste toezichthoudende orgaan) geregeld in artikel 2.1, vierde lid en artikel 3.1, vijfde lid, van de WNT en het Uitvoeringsbesluit WNT1. Voor de leden van de hoogste toezichthoudende organen die anders dan op grond van een dienstbetrekking werkzaam zijn, geldt de normering van artikel 2.2, eerste lid, of artikel 3.2, eerste lid, van de WNT.

2. De bezoldiging van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking

De som van de vergoedingen voor het vervullen van de functie

Voor topfunctionarissen (al dan niet lid van een hoogste toezichthoudend orgaan) zonder dienstbetrekking dient bij de beoordeling of aan het toepasselijke bezoldigingsmaximum wordt voldaan, te worden gekeken naar de som van de vergoedingen voor het vervullen van de functie, met uitzondering van de vergoedingen die bij een functievervulling op grond van een dienstbetrekking onbelast zouden zijn en met uitzondering van de omzetbelasting (artikel 1.1, onderdeel e, van de WNT). Alle kosten die een instelling verschuldigd is voor het vervullen van de functie tellen dan ook mee. Een dergelijke uitleg heeft de wetgever noodzakelijk geacht voor een effectieve normering van de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking. Door slechts een gedeelte van de som van vergoedingen te normeren, kan niet worden voorkomen dat via het ongenormeerde deel van die som, het bezoldigingsmaximum feitelijk wordt overschreden.

Bij de berekening van de bezoldiging wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van functievervulling zonder dienstbetrekking. Het kan zijn dat een topfunctionaris rechtstreeks of via zijn management BV wordt ingehuurd. Ook kan het zijn dat de topfunctionaris via een interimbureau wordt betrokken. Alle vergoedingen die bij de WNT-instelling voor de functievervulling in rekening worden gebracht worden tot de bezoldiging gerekend. Niet van belang is dus of het bedrag naar de betrokken functionaris (of zijn management BV) gaat, of (ook) naar een organisatie die de betrokkene ter beschikking stelt. Voor de gevallen waarin een vergoeding verschuldigd is aan een interimbureau dat de topfunctionaris ter beschikking stelt, betekent dit concreet dat behalve de vergoeding die aan de topfunctionaris toekomt, ook vergoedingen die ten goede komen aan het interimbureau tot de bezoldiging worden gerekend.

In de praktijk worden de componenten die deel uitmaken van bovengenoemde som van vergoedingen op verschillende wijzen geduid en gefactureerd. Veelal wordt ook in het geheel geen onderscheid gemaakt tussen verschillende componenten, maar wordt een all-in bedrag in rekening gebracht voor de functievervulling door de topfunctionaris zonder dienstbetrekking. Voor de berekening van de bezoldiging is die duiding van eventueel verschillende componenten en de wijze van facturering niet van belang. Een opsomming van alle mogelijke componenten en duidingen van die componenten zou bovendien geen recht doen aan de variëteit in de uitvoeringspraktijk. Om die redenen voorziet de regeling dan ook niet in een dergelijke opsomming, maar bevat het nieuwe artikel 2a een opsomming van overkoepelende componenten.

Artikel 2a, eerste lid

De kostensoorten die in artikel 2a zijn opgesomd, betreffen onder meer vergoedingen die worden betaald voor de geleverde arbeid door de topfunctionaris (onderdeel a). Het kan daarbij ook gaan om componenten die overeenkomen of vergelijkbaar zijn met de bezoldigingscomponenten voor topfunctionarissen met een dienstbetrekking, zoals neergelegd in artikel 2, eerste lid, Uitvoeringsregeling WNT (onderdeel d). Bijvoorbeeld een vergoeding die gelijk is te stellen met een bonus, een winstdeling of een andere incidentele (variabele) beloning. Ook een compensatie of bijdrage voor deze componenten wordt tot de bezoldiging gerekend. Zo kan het voorkomen dat de opdrachtgever (de WNT-instelling) een compensatie levert voor de premie voor vrijwillige sociale verzekeringen of andere vrijwillige verzekeringen die door de topfunctionaris zelf wordt betaald. Opgemerkt wordt overigens dat ook een compensatie of bijdrage voor verplichte sociale verzekeringspremies tot de bezoldiging wordt gerekend. Voor topfunctionarissen met dienstbetrekking wordt de verplichte sociale verzekeringspremie door de werkgever betaald (en deze wordt niet tot de bezoldiging gerekend2). Topfunctionarissen zonder dienstbetrekking betalen deze sociale verzekeringspremies zelf. Indien een compensatie of bijdrage voor deze premies deel uitmaakt van de kosten die bij de WNT-instelling in rekening worden gebracht, worden deze meegeteld voor de bezoldiging.

Daarnaast bevat de opsomming kosten voor vergoedingen die toekomen aan het interimbureau. Kosten voor bemiddeling (onderdeel b) zijn de kosten voor het werven en selecteren van de topfunctionaris, waaronder ook de introductie van de topfunctionaris voordat de opdracht is verleend. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de eenmalige en periodieke bemiddelingsfee. Deze uitleg volgt uit de definitie van bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking op grond van artikel 1.1, onderdeel e, van de WNT. Met de Aanpassingswet WNT, waarbij die definitie in de WNT is opgenomen, heeft de wetgever beoogd te verduidelijken dat in beginsel alle kosten die door de WNT-instelling voor het vervullen van de functie worden vergoed, tot de bezoldiging worden gerekend. Dus ook de kosten voor bemiddeling, ongeacht de wijze waarop deze in rekening worden gebracht (eenmalig/periodiek). Aangezien dit reeds vanaf de inwerkingtreding van de WNT de uitleg is die aan het begrip bezoldiging wordt gegeven, heeft de wetgever op dit punt aan de Aanpassingswet WNT terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2013. Volledigheidshalve wordt nog op het volgende gewezen. Tot 1 januari 2016 wordt gedoogd dat de eenmalige bemiddelingsfee niet tot de bezoldiging wordt gerekend. Hiertoe was besloten, nadat was geconstateerd dat met een eerder geformuleerd antwoord op een veelgestelde vraag (op de website www.topinkomens.nl) de verwachting kan zijn gewekt dat de eenmalige bemiddelingsfee geen bezoldigingscomponent is. Deze gedoogsituatie vervalt echter met ingang van 1 januari 2016, de datum van inwerkingtreding van deze regeling. Met onderhavige regeling wordt nogmaals bevestigd dat de bemiddelingskosten, ook de eenmalige bemiddelingskosten (sinds de inwerkingtreding van de WNT) tot de bezoldiging worden gerekend. Bemiddelingskosten verschuldigd aan een bureau dat uitsluitend de bemiddeling verzorgt – en dus niet ook de topfunctionaris ter beschikking stelt – vallen overigens in zijn geheel buiten de WNT. Een dergelijk bureau is geen partij als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel c, van de WNT, zodat betalingen aan dat bureau niet onder de reikwijdte van de WNT vallen.

Bureaukosten (onderdeel c) omvatten onder meer de kosten voor ondersteunend personeel, ondersteunende systemen en de bedrijfsvoering van de ter beschikking stellende partij. Een eventuele winstopslag wordt ook daartoe gerekend. Bij bureaukosten kan ook worden gedacht aan kosten voor diensten ter ondersteuning van het ter beschikking stellen van de topfunctionaris. Het kan gaan om diensten zoals counseling, advies, intervisie en kennis- en ervaringsoverdracht.

Benadrukt wordt dat de opsomming in het eerste lid van artikel 2a niet limitatief is. Ook andere hier niet besproken kostensoorten en vergoedingen tellen dus mee bij het bepalen of aan het bezoldigingsmaximum is voldaan. Zoals gezegd, volgt uit de definitie van bezoldiging, zoals neergelegd in de WNT, immers dat alle vergoedingen die een instelling betaalt voor de vervulling van de functie door topfunctionaris zonder dienstbetrekking tot de bezoldiging worden gerekend. Het kan gaan om vergoedingen die afhankelijk van de wijze van facturering mogelijk onder verschillende of geen van de genoemde componenten kunnen worden geschaard. Daarbij kan worden gedacht aan de afkoopsom van het contract bij indiensttreding van de topfunctionaris of bij voortijdige beëindiging van het contract bij bijvoorbeeld een mismatch.

Artikel 2a, tweede lid

In het tweede lid van artikel 2a worden de componenten opgesomd die in ieder geval niet tot de bezoldiging van een topfunctionaris zonder dienstbetrekking worden gerekend. Het betreft in ieder geval de vergoedingen die bij een functievervulling op grond van een dienstbetrekking onbelast zouden zijn (bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e). Tevens is de omzetbelasting uitgezonderd. Dit volgt uit artikel 1.1, onderdeel e, van de wet.

3. Administratieve lasten

Zoals hiervoor is toegelicht, is in artikel 1.1, onderdeel e, van de WNT geregeld wat tot de bezoldiging van een topfunctionaris zonder dienstbetrekking moet worden gerekend. Deze regeling betreft uitsluitend een verduidelijking van die bepaling en bevat geen inhoudelijke wijzigingen. Onderhavige regeling heeft dan ook geen gevolgen voor de administratieve lasten. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in het kader van de openbaarmaking van bezoldigingsgegevens (artikel 4.1, tweede lid, van de WNT) niet is vereist dat de bezoldiging wordt uitgesplitst in de componenten zoals opgesomd in deze regeling.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Zoals die naar verwachting met ingang van 1 januari 2016 komt te luiden. Verwezen wordt naar het Besluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WNT onder meer in verband met de normering van de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking voor de eerste twaalf maanden van de functievervulling en wijziging van bijlage 1 en 2 bij de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.

X Noot
2

Kamerstukken II 2012/13, 33 715, nr. 3.