Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2015, 43860Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 22 december 2015, nr. IENM/BSK-2015/229494, houdende wijziging van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk in verband met het niet langer als consumentenvuurwerk aanduiden van minivuurpijlen en Romeinse kaarsen en aanpassing van de categorieaanduiding

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 9.2.2.1, derde lid, van de Wet milieubeheer en artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk wordt als volgt gewijzigd:

A

De tabel in bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

1. In de vierde kolom wordt ‘2’ telkens vervangen door ‘F2’ en wordt ‘3’ telkens vervangen door: F3.

2. In de vierde rij (Batterij, fonteinen of mijnen of Romeinse kaarsen), vijfde kolom, komt de tekst te luiden:

200 gram pyrotechnische stoffen of preparaten; alleen batterijen toegestaan van fonteinen of mijnen of Romeinse kaarsen, waarbij fontijnen en mijnen afzonderlijk functioneren en voldoen aan de individuele eisen die in deze tabel aan de genoemde onderdelen zijn gesteld en waarbij Romeinse kaarsen aan de volgende individuele eisen voldoen:

  • a. effect: achtereenvolgende uitstoot van pyrotechnische units, waardoor een serie licht- of geluidseffecten in de lucht ontstaan;

  • b. categorie: F2; en

  • c. maximaal toegestane gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten: twee of meer pyrotechnische units tot een gezamenlijk gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten van ten hoogste 50 gram waarbij het gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten per pyrotechnische unit niet meer bedraagt dan 10 gram; niet meer dan 5 pyrotechnische units met burstlading, ieder met of maximaal 10 gram zwart buskruit of maximaal 4 gram nitraat/metaal of maximaal 2 gram perchloraat/metaal; knallading is niet toegestaan.

3. In de vijfde rij (Combinaties van fonteinen, mijnen, Romeinse kaarsen en enkelschotsbuizen), vijfde kolom, komt de tekst te luiden:

500 gram pyrotechnische stoffen of preparaten; alleen combinaties toegestaan van fonteinen, mijnen, Romeinse kaarsen en enkelschotsbuizen, waarbij fonteinen, mijnen en enkelschotsbuizen afzonderlijk functioneren en voldoen aan de individuele eisen die in deze tabel aan de genoemde onderdelen zijn gesteld en waarbij Romeinse kaarsen aan de volgende individuele eisen voldoen:

  • a. effect: achtereenvolgende uitstoot van pyrotechnische units, waardoor een serie licht- of geluidseffecten in de lucht ontstaan;

  • b. categorie: F2; en

  • c. maximaal toegestane gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten: twee of meer pyrotechnische units tot een gezamenlijk gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten van ten hoogste 50 gram waarbij het gewicht aan pyrotechnische stoffen of preparaten per pyrotechnische unit niet meer bedraagt dan 10 gram; niet meer dan 5 pyrotechnische units met burstlading, ieder met of maximaal 10 gram zwart buskruit of maximaal 4 gram nitraat/metaal of maximaal 2 gram perchloraat/metaal; knallading is niet toegestaan.

4. De twaalfde rij (Minivuurpijlen) vervalt.

5. In de veertiende rij (Romeinse kaarsen), eerste kolom, wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: , mits onderdeel van een samengesteld pakket 1 of met een binnendiameter groter dan 8 mm.

6. De veertiende rij (Romeinse kaarsen) vervalt.

7. Onder de tabel wordt een voetnoot toegevoegd, luidende:

B

In Bijlage II wordt in de vierde kolom ‘1’ vervangen door ‘F1’ en wordt ‘2’ vervangen door: F2.

ARTIKEL II

  • 1. Tot 2 januari 2016 worden, voor zover het regels over tot ontbranding brengen betreft, Romeinse kaarsen die voldoen aan de eisen van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk, zoals deze luidde op 1 december 2015, beschouwd als consumentenvuurwerk.

  • 2. Tot 1 juni 2016 worden, voor zover het regels over voorhanden hebben betreft, Romeinse kaarsen die voldoen aan de eisen van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk, zoals deze luidde op 1 december 2015, beschouwd als consumentenvuurwerk.

  • 3. Tot 1 juni 2016 worden, voor zover het regels over het opslaan binnen een inrichting betreft, Romeinse kaarsen en minivuurpijlen, die voldoen aan de eisen van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk, zoals deze luidde op 1 december 2015, beschouwd als consumentenvuurwerk.

ARTIKEL III

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van Artikel I, onderdeel A, onder 6.

  • 2. Artikel I, onderdeel A, onder 6, treedt in werking met ingang van 2 januari 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling wijzigt de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk en heeft tot doel het aantal letselslachtoffers van bepaalde typen vuurwerk te verminderen. Daarnaast wordt de categorieaanduiding van vuurwerk aangepast aan Richtlijn 2013/29/EU van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking). Deze laatste wijziging wordt in de artikelsgewijze toelichting, onder artikel I, onderdeel A, verder toegelicht.

In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is rond de jaarwisseling van 2014/2015 een onderzoek uitgevoerd onder letselslachtoffers van vuurwerk naar het type vuurwerk dat het letsel heeft veroorzaakt. Uit dit onderzoek2 is gebleken dat zwaar lichamelijk letsel vooral door illegaal vuurwerk wordt veroorzaakt, maar dat ook legaal vuurwerk veel letsel veroorzaakt. Zo blijkt uit het onderzoek dat 66% van de oogletselgevallen veroorzaakt wordt door legaal vuurwerk.

De ruime beschikbaarheid van vooral goedkoop consumentenvuurwerk heeft een effect op het gedrag van de consument. Vooral het type consumentenvuurwerk ‘veel voor weinig’, werkt een oneigenlijk gebruik van dit type vuurwerk in de hand. Dit geldt ondermeer voor babypijltjes en Romeinse kaarsen, maar ook voor vergelijkbaar vuurwerk. Vaak worden deze producten uit de hand geschoten of op een andere wijze gebruikt die strijdig is met de gebruiksaanwijzing. Dergelijk gebruik levert een verhoogd risico op voor gebruikers en eventuele omstanders.

Besloten is maatregelen te nemen om het aantal letselgevallen terug te dringen. Daarbij wordt de verkoop aan en gebruik door consumenten (personen zonder gespecialiseerde kennis, hierna particulieren genoemd) van minivuurpijlen en Romeinse kaarsen verboden. Dit wordt geregeld door minivuurpijlen en Romeinse kaarsen niet langer als consumentenvuurwerk te beschouwen dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Deze maatregel treedt in werking vóór de jaarwisseling van 2015/2016.

De regeling voorziet in een aantal overgangsbepalingen, die hieronder zullen worden toegelicht.

Ten eerste wordt een deel van de Romeinse kaarsen tijdelijk uitgezonderd van het verkoopverbod aan particulieren. Dit betreft Romeinse kaarsen die in samengestelde pakketten met andere vuurwerkartikelen aan de consument worden aangeboden of een binnendiameter hebben die groter is dan 8 mm. Daarbij is het midden gezocht tussen het beschermen van de gezondheid en het niet te zwaar belasten van de branche op korte termijn. Zonder een dergelijke overgangsmaatregel zou de branche onevenredig worden benadeeld, aangezien deze artikelen al ver voor de jaarwisseling worden besteld en pakketten worden samengesteld. Het verwijderen van de Romeinse kaarsen uit reeds samengestelde pakketten zou veel moeite vergen. Romeinse kaarsen die onderdeel zijn van een samengesteld pakket of een binnendiameter hebben groter dan 8 mm, mogen gedurende de jaarwisseling 2015/2016 dus nog worden verkocht en afgestoken.

Losverkochte Romeinse kaarsen met een binnendiameter kleiner dan 8 mm mogen gedurende de jaarwisseling 2015/2016 dus niet meer worden verkocht aan particulieren. Particulieren zullen dit vuurwerk dan ook een stuk minder voorhanden hebben. Het is echter wel mogelijk dat particulieren dit vuurwerk nog over hebben van eerdere jaarwisselingen. De regeling voorziet er daarom in dat Romeinse kaarsen (die voor eerdere jaarwisselingen los zijn gekocht of die gekocht zijn in pakketten) gedurende de jaarwisseling 2015/2016 nog mogen worden afgestoken. Voorwaarde is wel dat deze Romeinse kaarsen voldoen aan de eisen zoals deze aan consumentenvuurwerk worden gesteld.

Minivuurpijlen zijn afgelopen jaar nauwelijks verkocht. Een groot deel van de vuurwerkbranche had namelijk eenzijdig besloten geen minivuurpijlen meer te verkopen. Naar verwachting zullen particulieren dan ook nauwelijks oude voorraden minivuurpijlen hebben liggen. Derhalve is het afsteken van minivuurpijlen gedurende de jaarwisseling van 2015/2016 niet toegestaan.

Met de vuurwerkbranche wordt momenteel geïnventariseerd of en op welke manier particulieren overgebleven Romeinse kaarsen bij vuurwerkverkooppunten kunnen inleveren. Daarom voorziet de onderliggende regeling erin dat particulieren dit vuurwerk nog tot 1 juni voorhanden mogen hebben. Dit stelt hen in de gelegenheid om het vuurwerk daar waar mogelijk in te leveren. Zoals hierboven aangegeven is de verwachting dat particulieren nauwelijks oude minivuurpijlen op voorraad zullen hebben. Derhalve geldt ook de overgangsbepaling betreffende voorhanden hebben alleen voor Romeinse kaarsen.

Opslag van minivuurpijlen en Romeinse kaarsen in inrichtingen waarin consumentenvuurwerk mag worden opgeslagen, is nog tot 1 juni 2016 toegestaan. Dit geeft de vuurwerksector de tijd om het vuurwerk na de jaarwisseling te verzamelen en te laten vernietigen.

Het onderzoek onder slachtoffers van vuurwerk zal de komende jaren worden voortgezet. Naar aanleiding daarvan zullen daar waar nodig verdere maatregelen worden genomen om het aantal letselgevallen terug te dringen.

Administratieve lasten en bedrijfseffecten

Deze regeling brengt geen noemenswaardige lasten voor burgers met zich mee.

Daarnaast brengt zij geen administratieve lasten voor het bedrijfsleven met zich mee. Wel gelden er inhoudelijke nalevingskosten. Dit komt omdat deze producten al zijn besteld en er ook nog producten op voorraad zijn die niet kunnen worden verhandeld aan particulieren. Door het verbod tot na de jaarwisseling van 2015/2016 nog niet te laten gelden voor Romeinse kaarsen in samengestelde pakketten en voor Romeinse kaarsen met een binnendiameter groter dan 8 mm, worden de kosten verminderd.

Handhaving

De wijziging van de regeling zal dit jaar leiden tot een beperkte verhoging van de uitvoeringslasten tijdens de verkoopdagen aan het eind van het jaar bij de vuurwerkverkooppunten. Vanaf dit jaar geldt een algeheel verbod op de verkoop van minivuurpijlen aan particulieren. Het verbod op de verkoop van Romeinse kaarsen aan particulieren is voor dit jaar beperkt tot alleen de losse verkoop van Romeinse kaarsen die een kleinere binnendiameter hebben dan 8 mm. Verkoop van Romeinse kaarsen in vooraf samengestelde pakketten of met een binnendiameter groter dan 8 mm is gedurende de jaarwisseling van 2015/2016 nog wel toegestaan.

Daarnaast geldt er een toezichtinspanning op de verwijdering van minivuurpijlen en Romeinse kaarsen uit de inrichtingen van distributeurs en importeurs. Vanaf 1 juni 2016 worden, ook ten aanzien van de opslag, minivuurpijlen en Romeinse kaarsen beschouwd als professioneel vuurwerk. Dit vuurwerk mag dan dus niet meer zijn opgeslagen in inrichtingen die bestemd zijn voor consumentenvuurwerk.

Europeesrechtelijke aspecten

Ingevolge artikel 4, tweede lid van richtlijn nr. 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PbEU L 178), hebben lidstaten de mogelijkheid om in het belang van de ‘openbare orde of gezondheid en veiligheid, of omwille van milieubescherming’, maatregelen te nemen om het bezit, gebruik en of de verkoop aan het grote publiek van vuurwerk van de categorieën F2 en F3 te verbieden. Met de onderhavige wijziging maakt Nederland van deze mogelijkheid gebruik. Minivuurpijlen en Romeinse kaarsen zijn categorie F2-vuurwerk. Derhalve staat de bovengenoemde richtlijn toe dat verkoop aan en gebruik door het grote publiek, door personen zonder gespecificeerde kennis, wordt verboden. Dit in het belang van de gezondheid en veiligheid van gebruikers en omstanders.

Het bovengenoemde onderzoek heeft aangetoond dat minivuurpijlen en Romeinse kaarsen tot veel letsel leiden. De praktijk heeft aangetoond dat er veelvuldig wordt gehandeld tegen de veiligheidsinstructies in. Duidelijke instructies en voorlichting zijn onvoldoende gebleken om het aantal letselslachtoffers te verminderen. Derhalve is het noodzakelijk en proportioneel dat er maatregelen worden genomen die ervoor zorgen dat de consument dit vuurwerk niet meer afsteekt.

Ten slotte maakt deze maatregel geen onderscheid op basis van herkomst.

Bij de implementatie van de eerste richtlijn inzake pyrotechnische artikelen uit 2007 (2007/23/EG) is door de Europese Commissie aangegeven dat maatregelen die invulling geven aan artikel 4, tweede lid (toenmalig artikel 6, tweede lid) moeten worden genotificeerd onder richtlijn 98/34/EG. Derhalve is een ontwerp van deze regeling is op 17 september 2015 gemeld aan de Europese Commissie, notificatienummer 2015/525/NL, ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48 EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217; notificatierichtlijn).

Artikelsgewijs

Artikel I

A

In bijlage I komt de verwijzing naar minivuurpijlen te vervallen. Hierdoor is dit type vuurwerk niet langer aangewezen als consumentenvuurwerk. Derhalve gelden voor minivuurpijlen de regels die op professioneel vuurwerk van toepassing zijn. Dit betekent onder andere dat particulieren (personen zonder gespecialiseerde kennis) dit vuurwerk niet mogen afsteken en dat het niet aan hen ter beschikking mag worden gesteld.

Ingevolge onderdeel 6, in verbinding met Artikel II, zal vanaf 2 januari 2016, dus na de jaarwisseling 2015/2016, hetzelfde gelden voor alle Romeinse kaarsen. In de tussentijd voorziet onderdeel 5 erin dat alleen Romeinse kaarsen die onderdeel zijn van een samengesteld pakket, of die een binnendiameter van meer dan 8 mm hebben, als consumentenvuurwerk worden beschouwd. Middels een voetnoot wordt uitleg gegeven aan het begrip ‘samengesteld pakket’. Het betreft pakketten waarin verschillende soorten consumentenvuurwerk samen zijn verpakt (waaronder dus een Romeinse kaars/Romeinse kaarsen) en die ook als pakketten aan de verkoper van consumentenvuurwerk in de transportverpakking worden aangeboden door de fabrikant, importeur of distributeur. Het betreft uitdrukkelijk niet pakketten die door of in opdracht van de verkoper in de bufferbewaarplaats worden samengesteld uit losse producten.

Batterijen of combinaties waarvan Romeinse kaarsen een onderdeel vormen blijven toegestaan. Omdat de zelfstandige verwijzing naar Romeinse kaarsen uit de tabel vervalt, worden de eigenschappen van Romeinse kaarsen toegevoegd aan de verwijzingen naar deze batterijen en combinaties.

Tot slot worden in bijlage I de categorieaanduidingen van vuurwerk aangepast aan de terminologie uit de Pyrorichtlijn uit 2013. In de eerdergenoemde richtlijn 2013/29/EU heeft een herschikking plaatsgevonden van richtlijn 2007/23/EG. In de nieuwe richtlijn is de categorieaanduiding van vuurwerk gewijzigd. Daar waar vuurwerk onder de oude richtlijn was onderverdeeld in de categorieën 1, 2, 3 en 4, worden deze categorieën in de nieuwe richtlijn aangeduid als categorieën F1, F2, F3 en F4. Met de toevoeging van de letter ‘F’ aan de categorieën wordt een duidelijker onderscheid beoogd tussen vuurwerkartikelen, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en overige pyrotechnische artikelen. Er verandert niets aan de inhoudelijke kenmerken van de categorieën. Naar aanleiding hiervan is de categorieaanduiding in het Vuurwerkbesluit bij de implementatie van de richtlijn gewijzigd (Stb. 2015, 332). Ook in deze regeling wordt de aanduiding van de categorieën aangepast.

B

In bijlage II (fop- en schertsvuurwerk) worden categorieaanduidingen van vuurwerk aangepast aan de terminologie uit de Pyrorichtlijn uit 2013.

Artikel II

Er is gekozen voor uitgestelde inwerkingtreding van deze regeling, daar waar het gaat om regels inzake het voorhanden hebben en afsteken van Romeinse kaarsen enerzijds, en opslag binnen een inrichting van zowel minivuurpijlen als Romeinse kaarsen anderzijds.

Zoals aangegeven in de algemene toelichting, is het voor particulieren gedurende de jaarwisseling 2015/2016 nog toegestaan om Romeinse kaarsen af te steken.

Wanneer typen vuurwerk niet meer worden genoemd in bijlage I, II of III, dan worden deze beschouwd als professioneel vuurwerk. Ingevolge het Vuurwerkbesluit moet de inrichting waarin dergelijk vuurwerk wordt opgeslagen voldoen aan de artikelen 3.2.1 tot en met 3.2.4 van het Vuurwerkbesluit. De eisen voor opslag van professioneel vuurwerk zijn strenger dan voor de opslag van consumentenvuurwerk. Derhalve worden bij de toepassing van de regels inzake opslag, Romeinse kaarsen en minivuurpijlen nog tot 1 juni 2016 beschouwd als consumentenvuurwerk. Door de strengere eisen voor de opslag van professioneel vuurwerk later van toepassing te laten zijn op Romeinse kaarsen en minivuurpijlen, wordt aan de consumentenvuurwerkbranche de gelegenheid gegeven om geleidelijk de oude voorraad minivuurpijlen en Romeinse kaarsen af te voeren voor vernietiging. Deze keuze wordt mede ingegeven door het feit dat de opslag van deze producten geen acuut gevaar oplevert. Het gevaar voor de gezondheid van mens en milieu is met name gelegen in het veelvuldig foutief gebruik van deze producten. Het is, gezien de uniformiteit van het Vuurwerkbesluit, echter wel wenselijk dat op termijn de eisen inzake opslag van professioneel vuurwerk, ook gaan gelden voor minivuurpijlen en Romeinse kaarsen.

Artikel III

Deze regeling treedt voor het grootste deel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met een beroep op Aanwijzing 174, onderdeel a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt daarmee afgeweken van de vaste verandermomenten. Het betreft hier immers regelgeving die met name relevant is voor een specifieke periode van het jaar, namelijk de jaarwisseling. Het is gezien het gevaar dat Romeinse kaarsen en minivuurpijlen opleveren voor de gezondheid van mens en milieu noodzakelijk dat deze wijziging nog voor het aankomende vuurwerkseizoen in werking treedt. Om dezelfde reden wordt geen invoeringstermijn gehanteerd.

Vanaf 2 januari 2016 wordt de verwijzing naar Romeinse kaarsen uit bijlage I van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk geschrapt. Ook hiermee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en wordt een kortere invoeringstermijn gehanteerd. Gezien het bovenvermelde gevaar dat het gebruik van Romeinse kaarsen oplevert, is het echter van belang dat het totaalverbod zo snel mogelijk na de jaarwisseling in werking treedt.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

pakket van verschillende soorten consumentenvuurwerk dat als zodanig in de transportverpakking wordt aangeleverd in de bufferbewaarplaats.

X Noot
2

Vervolgonderzoek vuurwerkongevallen 2014–2015, Veiligheid NL, februari 2015