Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 november 2015, kenmerk 870012-144118-WJZ, houdende vaststelling van het vrijstellingsbedrag inkomsten uit vermogen ingevolge de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen per 1 januari 2016

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 12a van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 12 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 17 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 18, achtste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 27 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;

Besluit:

Artikel 1

De bedragen, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, worden als volgt herzien:

  • a. het bedrag, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, wordt verhoogd tot achthonderdvijfenzestig euro en zesentwintig eurocent;

  • b. het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, wordt verhoogd tot € 865,26;

  • c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, wordt vastgesteld op € 865,26 per jaar.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

TOELICHTING

Ingevolge de artikelen 12a van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 12 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 17 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 18, achtste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 27 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, wordt het bedrag aan inkomsten uit vermogen dat vrijgesteld wordt van verrekening met de buitengewone pensioenen en uitkeringen ingevolge de voornoemde wetten telkens met ingang van 1 januari herzien voor zover de ontwikkeling van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfer (voor alle huishoudens) in de periode 1 november tot en met 31 oktober daaraan voorafgaande, daartoe aanleiding geeft.

Het voor het jaar 2014 gehanteerde consumentenprijsindexcijfer van 116,34 is voor het jaar 2015 verhoogd naar 117,11. Met het oog hierop dient het voor het jaar 2015 op € 859,57 vastgestelde vrijstellingsbedrag voor het jaar 2016 op € 865,26 te worden vastgesteld.

Per 1 januari 2010 is de systematiek van Vaste Verandermomenten (VVM) uitgebreid naar ministeriële regelingen (brief van de Minister van Justitie en de Staatssecretarissen van Economische Zaken, Financiën en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 december 2009, TK 2009–2010, 29 515, nr. 309). Het in het kader van VVM gehanteerde uitgangspunt dat een invoeringstermijn van twee maanden vereist is tussen de publicatie van een regeling en de feitelijke inwerkingtreding ervan is op de onderhavige regeling niet van toepassing. Gelet op de strekking van deze regeling, te weten de (jaarlijkse) indexering van het bedrag aan inkomsten uit vermogen dat vrijgesteld wordt van verrekening met de buitengewone pensioenen en uitkeringen ingevolge de voornoemde wetten, is de in het kader van VVM gehanteerde uitzonderingsgrond ‘Reparatiewetgeving’ van toepassing.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Naar boven