Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2015, 39444 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2015, 39444 | Ontheffingen |
30 oktober 2015
Nr. MLA/122/2015
De Minister van Defensie en de Minister van Infrastructuur en Milieu,
Gelezen het verzoek van de Vliegclub Twente van 11 september 2015;
Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;
Besluiten:
Aan de leden van de Vliegclub Twente die optreden als gezagvoerders van een luchtvaartuig, wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twenthe op dagen en tijden zoals nader is overeengekomen met de coördinator van het militair luchtvaartterrein Twenthe.
De ontheffing geldt voor vluchten met burgerluchtvaartuigen met schroefaandrijving, mits de vluchten een recreatief karakter hebben.
1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan en onder “Commandant” de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 3, 5, 8 en 22 van de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden niet van toepassing.
3. De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit en de coördinator van het militair luchtvaartterrein Twenthe kunnen nadere aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein.
De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het militaire luchtvaartterrein Twenthe niet wordt overschreden.
De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de civiel-wettelijke vereisten ten aanzien van brandweervoorzieningen in acht worden genomen.
1. Gezagvoerders houden zich aan de door de Joint Aviation Authorities gestelde Joint Aviation Requirements (JAR-OPS).
2. Gezagvoerders houden zich te allen tijde aan zowel de obstakel- als weerminima, die zijn vermeld in:
a. JAR-OPS;
b. Aeronautical Information Publications (AIP) Nederland;
c. Militaire AIP Nederland.
3. Gezagvoerders houden zich te allen tijde aan de door de Minister van Infrastructuur en Milieu gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in de hiervoor genoemde AIP’s.
Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Hoofddorp, 30 oktober 2015
De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, S.H.P.M. Pellemans, Kolonel-vlieger
Hoofddorp, 30 oktober 2015
De Minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze: De Senior Inspecteur ILT/Luchtvaart, A.E. Schurink-van der Klugt
Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.
De Vliegclub Twente (VCT) maakt sinds geruime tijd medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twenthe op basis van een ontheffing ex artikel 34 van de Luchtvaartwet. Hoewel het militaire luchtvaartterrein Twenthe sinds 2007 niet meer in gebruik is als vliegbasis, is de aanwijzing van het militaire luchtvaartterrein, en daarmee het ontheffingenregime op basis van de Luchtvaartwet, nog steeds van kracht.
De ontheffing van de VCT van 29 oktober 2014, nr. MLA/204/2014, vervalt met ingang van 1 november 2015. Bij brief van 11 september 2015 heeft de VCT verzocht om ook na 31 oktober 2015 gebruik te mogen maken van het militaire luchtvaartterrein Twenthe.
Ingevolge de Regelgeving militaire luchthavens en burgerluchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 2 juli 2014 (Stb. 2014, 289) verschoven naar 1 november 2016. Deze verlenging is eveneens van toepassing op de aanwijzing van het militaire luchtvaartterrein Twenthe.
Sinds het Commando Luchtstrijdkrachten de vliegbasis Twenthe niet meer gebruikt als operationele basis voor de jachtvliegtuigen en er plannen werden gemaakt voor een doorstart als civiele luchthaven heeft Defensie geen maatregelen genomen die de continuïteit van de luchthaven kunnen doorkruisen. Daarom is de aanwijzing militair luchtvaartterrein tot nu toe niet ingetrokken. Inmiddels is men begonnen met het opstellen van een luchthavenbesluit voor het betrokken luchtvaartterrein. De verwachting is dat dat op 1 november 2016 in werking zal treden. In afwachting van de totstandkoming van dat luchthavenbesluit is daarom besloten aan het verzoek van de VCT te voldoen en het medegebruik met een jaar te verlengen tot uiterlijk 1 november 2016.
Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. De luchtvaartuigen van de VCT behoren tot de kleine luchtvaart. De normstelling van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, die door de zogenaamde kleine luchtvaart wordt veroorzaakt, is voor de eerste maal vastgesteld in het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart (Stb. 1991, 22), een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 25, tweede lid, van de Luchtvaartwet (oud). De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in geluidsbelastingseenheden kleine luchtvaart (bkl). Dit besluit is ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing op gebieden binnen een zone waarop het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaartterreinen (Stb. 1988, 151) van toepassing is, en is niet van toepassing op militaire luchtvaartterreinen.
Door een wijziging van de Luchtvaartwet in 1994 (Stb. 1994, 601) is de wettelijke grondslag voor de eerder genoemde algemene maatregelen van bestuur gewijzigd. Als gevolg hiervan vallen thans ook onder de normering van de geluidsbelasting van de grote luchtvaart (Kosteneenheden) de vliegtuigbewegingen van vastvleugelige luchtvaartuigen met schroefaandrijving met een toegelaten totaalmassa van minder dan 6.000 kg maar meer dan 390 kg, voor zover dit vliegtuigen betreft die gebruikmaken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van ten minste 6.000 kg, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van ten minste 6.000 kg (artikel 25, eerste lid, aanhef en onder a, van de Luchtvaartwet).
In de afgelopen jaren zijn veelvuldig vliegtuigbewegingen met kleine luchtvaartuigen uitgevoerd. Voor zover deze vliegtuigbewegingen moeten worden gerekend tot de Bggl-geluidsnormering tellen deze normaal mee in de berekening van de geluidsbelasting, die wordt uitgedrukt in Kosteneenheden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-39444.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.