Burgemeester en wethouders van Utrecht maken ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.8 en 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 110c van de Wet geluidhinder bekend dat met ingang van 12 november 2015 gedurende zes weken ter inzage ligt:
• het op 29 oktober 2015 door de raad gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan ‘Willem Dreeslaan 14-18, Lauwerecht’ zoals vastgelegd in het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPWILLEMDREESLAUWE-VA01.gml en het daarbij horende vaststellingsbesluit;
• De door het college verleende omgevingsvergunning (kenmerk HZ_WABO-14-26836) voor het bouwen van een woongebouw met 154 woningen en
• het besluit (HW1107) tot vaststelling van hogere waarden voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting ingevolge artikel 4 Besluit geluidhinder.
Bestemmingsplangebied en doelstelling
Het plangebied ligt in Lauwerecht en wordt aan de zuidzijde begrensd door de Willem Dreeslaan, aan de west- en noordzijde door de Van Karnebeekstraat en aan de Oostzijde door de Oudlaan. Het doel van het bestemmingsplan is om een appartementengebouw met 154 starterswoningen te realiseren. Het bestaande kantoorgebouw en de bestaande bedrijfsruimte zullen daarvoor gesloopt worden. Bij dit plan zal ook de omliggende openbare ruimte opnieuw worden ingericht.
Artikel 3.30 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening en de Coördinatieverordening maken het mogelijk dat diverse procedures gezamenlijk worden doorlopen. Dat wil zeggen dat de voorbereiding en bekendmaking van verschillende besluiten tegelijk worden behandeld. De aanvrager heeft verzocht om op grond van de coördinatieverordening naast het verzoek om wijziging van het bestemmingsplan ook de bovenstaande besluiten gecoördineerd te behandelen.
Burgemeester en wethouders hebben ten behoeve van de vestiging van geluidgevoelige functies hogere waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 4 Besluit geluidhinder (vanwege spoorweglawaai).
De parkeerregeling in het ontwerpbestemmingsplan (en de bijbehorende toelichting) is ambtshalve gewijzigd door artikel 8 uit het ontwerp te schrappen en in plaats daarvan lid 5.2.1 aan te vullen met een voorwaardelijke verplichting over voldoende parkeergelegenheid en de nota 'parkeernormen fiets en auto' als bijlage op te nemen.
Het bestemmingsplan, vaststellingsbesluit, het besluit hogere waarden en de omgevingsvergunning liggen met ingang van 12 november 2015 tot en met 23 december 2015, ter inzage in het stadskantoor, Stadsplateau 1, 5e verdieping, 3521 AZ, Utrecht).
Het bestemmingsplan is ook digitaal raadpleegbaar:
• via de landelijke site www.ruimtelijkeplannen.nl (deze versie is authentiek en rechtsgeldig boven alle andere versies)
• via de gemeentelijke website www.utrecht.nl/bestemmingsplannen (op de gemeentelijke website staan ook het besluit hogere waarden en de omgevingsvergunning maar geen bijlagen van deze vergunning)
Gedurende de bovengenoemde termijn van terinzagelegging kan tegen de besluitvorming beroep worden ingesteld door (i) belanghebbenden aan wie niet redelijkerwijs kan worden verweten dat zij geen zienswijzen hebben ingebracht (ii) belanghebbenden die bezwaar hebben tegen de wijzigingen die de raad bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan heeft aangebracht. Het beroep kan worden ingesteld bij:
Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State,
Zo mogelijk dient een kopie van het (de) bestreden besluit(en) bijgevoegd te worden.
Mogelijkheid verzoek om voorlopige voorziening
Het enkel indienen van een beroepschrift schort de werking van het besluit niet op. Als een spoedeisend belang aanwezig is, kan door de indiener van een beroepschrift een afzonderlijk verzoek om 'voorlopige voorziening' ingediend worden bij de Voorzitter van de voornoemde Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Voor het instellen van beroep of een voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd. Het is niet mogelijk om per e-mail of anderszins digitaal beroep in te stellen.
Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij aanvoert tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd.