Burgemeester en wethouders van Soest;
Overwegende dat eind 2014 een nieuwe supermarkt is geopend op het perceel Rademakerstraat 6;
Dat bij deze supermarkt een nieuw parkeerterrein is gerealiseerd;
Dat dit parkeerterrein middels een verbindingsweg aansluit op de Rademakerstraat;
Dat er vanwege de aanleg van de verbindingsweg sprake is van een gelijkwaardig kruispunt bij de aansluiting met de Rademakerstraat;
Dat bij weggebruikers onduidelijkheid bestaat over de voorrangssituatie;
Overwegende dat de verkeersveiligheid in het geding is doordat weggebruikers de voorrangssituatie bij de supermarkt verschillende interpreteren;
Dat het daarom gewenst is om de voorrangssituatie duidelijker te maken;
Dat de gemeentelijke wegencategorisering van Soest is opgenomen in de Beleidsnota van het Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan;
Dat de Rademakerstraat is gecategoriseerd als erftoegangsweg en om deze reden de maximumsnelheid voor gemotoriseerd verkeer is verlaagd naar 30 km/h;
Dat binnen een 30 km/h-gebied volgens de uitvoeringsvoorschriften van het BABW de voorrang niet geregeld mag worden door middel van verkeersborden en -tekens;
Dat de voorrang geregeld zou kunnen worden door de aanleg van een zogenoemde uitritconstructie;
Dat in de Rademakerstraat in het verleden is gekozen voor een inrichting zonder hoogteverschillen tussen voetpad en rijbaan en met een klein kleurverschil tussen voetpad en rijbaan;
Dat dit ervoor zorgt dat het trottoir zich voor de meeste weggebruikers nauwelijks onderscheidt van de rijbaan;
Dat een uitritconstructie met een doorlopend trottoir daardoor vrijwel niet te realiseren is en bovendien door de meeste weggebruikers waarschijnlijk niet als zodanig herkend zal worden;
Dat er op dit moment feitelijk sprake is van een gelijkwaardig kruispunt, maar dat dit door weggebruikers niet als zodanig herkent wordt;
Dat het benadrukken van de gelijkwaardigheid mogelijk is door het kruispunt uniform in te richten aan andere gelijkwaardige kruispunten op de Rademakerstraat;
Dat dit betekent dat een kruispuntplateau moet worden aangebracht, met groenvakken aan alle zijden van het kruispunt;
Dat dit een forse ingreep is die ten koste zou gaan van aanwezige parkeerplaatsen;
Dat het niet gewenst is dat parkeerplaatsen uit het winkelgebied verdwijnen;
Dat er bovendien geen dekking voor een dergelijke aanpassing beschikbaar is en de verkeerssituatie daarmee waarschijnlijk nog jaren ongewijzigd zou blijven;
Dat het als enige oplossing wordt gezien om de voorrang door middel van verkeerstekens te regelen;
Overwegende dat het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;
Dat het belang om ervoor te zorgen dat weggebruikers weten wat van hen wordt verwacht in dit geval zwaarder weegt dan het belang van uniformiteit om geen voorrangskruispunt te hebben in een 30 km/h-gebied;
Gelet op het bepaalde in de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Mandaatbesluit van de gemeente Soest;
overwegende dat dit besluit wordt genomen op basis van artikel 2 van de WVW 1994 om de veiligheid op de weg te verzekeren;
dat het op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 vereist is om een verkeersbesluit te nemen voor de plaatsing of verwijderen van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens en ook voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;
dat het op grond van artikel 37 van het BABW vereist is om een verkeersbesluit te nemen voor de in artikel 34 van het BABW bedoelde tijdelijke verkeersmaatregelen als deze maatregelen langer duren dan vier maanden of zich regelmatig voordoen;
dat de genoemde weg in de gemeente Soest ligt
dat deze weg bij de gemeente Soest in eigendom en beheer is;
dat het college van burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994, het bevoegd gezag is voor het nemen van dit verkeersbesluit;
dat overleg is gevoerd met (de gemachtigde van) de korpschef van de politie, overeenkomstig artikel 24 van het BABW en dat de politie positief heeft geadviseerd over dit besluit;
dat dit verkeersbesluit in werking treedt op het moment van publicatie;