Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2015, 35916Interne regelingen

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 13 oktober 2015, nr. WJZ/15125492, houdende toepassing van een hardheidsclausule ten behoeve van artikel 5, vijfde lid, onderdelen a, b en d, Besluit heffing bestrijding dierziekten en artikel 5, vijfde lid, onderdelen a, b en d, Besluit heffing preventie dierziekten

De Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in samenhang met artikel 93, tweede en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Overwegingen:

Gebleken is dat toepassing van artikel 5, vijfde lid, van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en artikel 5, vijfde lid, van het Besluit heffing preventie dierziekten in sommige gevallen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Dit doet zich voor bij het tarief voor de bestrijding en preventie van zoönotische salmonella die betaald moet worden door houders van legkippen die worden gehouden voor de productie van biologische eieren, kooi-eieren en eieren van hennen met vrije uitloop. Aan deze onbillijkheden wordt tegemoet gekomen door voor de bovengenoemde houders de in dit besluit vastgestelde lagere tarieven te hanteren.

Besluit:

Artikel 1

Voor de bestrijding van zoönotische salmonella ter zaken van het houden van legkippen wordt een tarief in rekening gebracht van:

  • a. € 0,034293 per legkip die wordt gehouden voor de productie van biologische eieren als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 834/2007;

  • b. € 0,026011 per legkip die wordt gehouden voor de productie van eieren van hennen met vrije uitloop als bedoeld in bijlage II, onderdeel 1 van Verordening (EG) nr. 589/2008;

  • c. € 0,018434 per legkip die wordt gehouden voor de productie van kooi-eieren als bedoeld in bijlage II, onderdeel 2, van Verordening (EG) nr. 589/2008.

Artikel 2

Voor de preventie van zoönotische salmonella ter zake van het houden van legkippen wordt een opslag in rekening gebracht van:

  • a. € 0,068875 per legkip die wordt gehouden voor de productie van biologische eieren als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 834/2007;

  • b. € 0,068853 per legkip die wordt gehouden voor de productie van eieren van hennen met vrije uitloop als bedoeld in bijlage II, onderdeel 1, van Verordening (EG) n. 589/2008;

  • c. € 0,068836 per legkip die wordt gehouden voor de productie van kooi-eieren als bedoeld in bijlage II, onderdeel 2, van Verordening (EG) nr. 589/2008.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 13 oktober 2015

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

Tegen dit besluit kan degene wiens belang daarbij rechtstreeks is betrokken, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Economische Zaken, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, t.a.v. de afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef van dit besluit vermelde datum.

TOELICHTING

Met het Besluit heffing bestrijding dierziekten is onder de naam ‘diergezondheidsheffing’ op 31 december 2014 een heffing ingevoerd. Deze heffing dient ter bestrijding van de kosten die de regering maakt vanwege de bestrijding van op grond van artikel 15, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekten. Om ook de kosten te dekken die gemaakt worden voor het weren van besmettelijke dierziekten voorziet het Besluit heffing preventie dierziekten in een verhoging van de diergezondheidsheffing.

Bij het berekenen van de heffingstarieven voor de pluimveesector zijn de begrote kosten verdeeld over de verschillende diercategorieën. Daarbij is gebruik gemaakt van de door het Productschap Pluimvee en Eieren toegepaste verdeelsleutels. Gebleken is dat bij de berekening van de tarieven voor zoönotische salmonella in de legsector een verkeerde verdeelsleutel is toegepast. Het betreft de bedragen die zijn opgenomen in de subonderdelen 2 van de diverse onderdelen van artikel 5, vijfde lid, van zowel het Besluit heffing bestrijding dierziekten als het Besluit heffing preventie dierziekten. Het gevolg hiervan is dat houders van legkippen die worden gehouden voor de productie van biologische eieren, kooi-eieren en eieren van hennen met vrije uitloop te veel moeten betalen en houders van legkippen die worden gehouden voor de productie van scharreleieren te weinig.

Deze te hoog vastgestelde tarieven leiden tot onbillijkheden van overwegende aard, aangezien dit tot gevolg heeft dat de bovengenoemde houders gedurende een periode van drie jaar een veel te hoge heffing zouden moeten betalen. Dit wordt daarom gecorrigeerd, met gebruikmaking van de hardheidsclausule van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die in artikel 93, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van overeenkomstige toepassing is verklaard.

Het is niet mogelijk om op deze manier het te lage tarief voor houders van scharrelkippen aan te passen. Dat vergt een wijziging van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en het Besluit heffing preventie dierziekten, wat op grond van artikel 91i, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren pas per 1 januari 2018 kan gebeuren.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma