Regeling van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 7 oktober 2015, nr. MinBuza.2015.530, tot wijziging van de expiratiedatum van enkele subsidieregelingen

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op artikel 2 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 24a, zevende lid, de Comptabiliteitswet 2001;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 11.2 wordt ‘1 januari 2020’ vervangen door: 1 juli 2017.

ARTIKEL II

De Subsidieregeling internationaal excelleren wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 6.1 wordt ‘1 januari 2020’ vervangen door: 1 juli 2017.

ARTIKEL III

De Subsidieregeling missievouchers 2014 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 7 wordt ‘1 januari 2018’ vervangen door: 1 juli 2017.

ARTIKEL IV

De Subsidieregeling internationaal ondernemen 2014 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 10 wordt ‘1 januari 2018’ vervangen door: 1 juli 2017.

ARTIKEL V

Deze regeling heeft geen gevolgen voor:

  • a. beleidsregels en subsidieplafonds voor de toepassing van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, vastgesteld na 1 juli 2014 en voor 1 juli 2017, met een expiratiedatum die niet later valt dan vijf jaar na aanvang van het tijdvak waarvoor subsidie kan worden verleend.

  • b. subsidies, verstrekt voor 1 juli 2017.

ARTIKEL VI

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

Op grond van artikel 24a, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 moet de looptijd van nieuwe subsidieregelingen van het Rijk beperkt worden tot ten hoogste vijf jaar. Voor bestaande subsidieregelingen bevat het zevende lid van artikel 24a de volgende hoofdregel: subsidieregelingen die eindigen op of na 1 juli 2014 en subsidieregelingen die geen einddatum kennen bij inwerkingtreding van artikel 24a1 moeten worden voorzien van een vervaldatum die niet later ligt dan 1 juli 2017.

Verlenging of vervanging van subsidieregelingen die zullen of zijn vervallen is uiteraard mogelijk, maar pas nadat de Tweede Kamer in de gelegenheid is gesteld haar standpunt daarover kenbaar te maken (artikel 24a, vijfde en zesde lid).

Al voor invoering van artikel 24a was het bij BZ gebruik om de looptijd van subsidiekaders te beperken, in de meeste gevallen tot vier jaar. De onderhavige regeling voorziet in de resterende noodzakelijke aanpassingen van de subsidieregelgeving op het terrein van BZ.

Het betreft een aanpassing van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 – de basis voor subsidieverlening op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en voor enkele kleinere non-oda programma’s – en van enkele regelingen op het terrein van buitenlandse handel: de Subsidieregeling internationaal excelleren, de Subsidieregeling missievouchers 2014 en de Subsidieregeling internationaal ondernemen 2014.

Artikel V bevat een overgangsbepaling voor bestaande beleidskaders waarvan de looptijd al voldoet aan artikel 24a, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001. Zonder een dergelijke overgangsbepaling zou de einddatum van die kaders – waaronder het kader voor Strategische partnerschappen Pleiten en Beïnvloeden 2016–2020 – samenvallen met de einddatum van hun wettelijke grondslag, de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, 1 juli 2017.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

28 augustus 2014

Naar boven