Besluit wijziging vergunning voor de aanleg van een 8" pijpleiding, Ministerie van Economische Zaken

DGETM/EO/ 15132245

2 oktober 2015

Procesverloop:

  • Bij besluit van 10 juni 2015, kenmerk DGETM-EM/15068705 (Staatscourant 2015, nr. 18013), gerectificeerd bij besluit van 30 juni 2015, kenmerk DGETM-EM/15082218 (Staatscourant 2015, nr. 23367) is aan Oranje-Nassau Energie B.V., gevestigd te Amsterdam, een vergunning verleend ingevolge artikel 94 van het Mijnbouwbesluit;

  • bij brief van 8 september 2015, aangevuld per e-mailbericht van 9 september 2015, heeft Oranje-Nassau Energie B.V. verzocht om wijziging van de geografische coördinaten zoals vermeld in artikel 1, tweede lid van het besluit met kenmerk DGETM-EM/15082218 en om wijziging van de minimale gronddekking voor de pijpleiding en de piggyback leiding zoals vermeld in artikel 6 van het besluit met kenmerk DGETM-EM/15082218;

  • De Inspecteur-generaal der Mijnen heeft op 21 september 2015 (kenmerk 15131149), advies uitgebracht.

Gelet op:

De artikelen 92, 93 en 94 van het Mijnbouwbesluit, alsmede op de artikelen 1.7.1 en 10.1 van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

De voorschriften en beperkingen verbonden aan het besluit van 10 juni 2015, kenmerk DGETM-EM/15068705, gerectificeerd bij besluit van 30 juni 2015, kenmerk DGETM-EM/15082218, worden vervangen door de volgende voorschriften en beperkingen:

Artikel 1

  • 1. Aan Oranje-Nassau Energie B.V., gevestigd te Amsterdam, wordt een vergunning verleend voor het aanleggen van een pijpleiding met een diameter van 20,3 cm (8 inch) met een piggyback leiding van 5,08 cm (2 inch) op het continentaal plat in het hieronder in het tweede lid omschreven traject.

  • 2. De vergunning geldt voor een traject tussen platform P11-E en platform P15-F.

    De coördinaten van het begin en eindpunt zijn:

    P11-E: 52021’ 10.1625” N en 03035’ 07.1136” E

    P15-F: 52018’ 15.1951” N en 03041’ 02.0885” E

    De ligging van de in het tweede lid bedoelde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten volgens het stelsel van de European Terrestrial Reference System 1989 (ETRS89).

Artikel 2

  • 1. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 14 dagen voorafgaande aan de beoogde uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de startdatum, tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen en de Chef Hydrografie.

  • 2. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de daadwerkelijke uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen en de directeur van de Kustwacht.

  • 3. De bij de aanlegwerkzaamheden betrokken schepen melden zich voor de daadwerkelijke aanvang en bij beëindiging van de werkzaamheden bij het Kustwachtcentrum te Den Helder.

Artikel 3

Tijdens het leggen van de pijpleiding dienen 2 wachtschepen aanwezig te zijn; één voor bescherming van de leiding en één als chase vaartuig.

Artikel 4

Aan boord van de pijplegger dient 24/7 een Noordzeeloods aanwezig te zijn.

Artikel 5

In de periode tussen leggen en het plaatsen van de betonnen matrassen dient voor het op afstand houden van de scheepvaart minimaal 1 wachtschip aanwezig te zijn.

Artikel 6

  • 1. De minimale gronddekking voor de pijpleiding en de piggyback leiding

    bedraagt 0,2 meter top of pipe.

  • 2. De minimale gronddekking voldoet ten alle tijden aan de waarden zoals opgenomen in tabel 7.1. van het document P11-E-7-10-0-00006-01-05 “Bottom Roughness and Upheaval Buckling Analysis” van 7 juli 2015.

  • 3. Indien een survey gericht op de ligging van de pijpleiding uitwijst dat niet aan de waarden zoals genoemd in lid 2 wordt voldaan, dienen binnen drie maanden passende maatregelen te worden genomen, tenzij de Inspecteur-generaal der Mijnen instemt met een andere termijn.

Artikel 7

Bij gebruik van stortsteen of grind voor gronddekking geldt als maximum korreldiameter voor de afsluitende bovenlaag D90=85 mm.

Artikel 8

De vrije waterkolom boven de pijpleiding, kabel, stortsteen, grind en matrassen is te allen tijde minimaal 22 meter LAT.

Artikel 9

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt. Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

De Minister van Economische Zaken, namens deze: J.H. Brouwer MT-lid directie Energie en Omgeving

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven