Gemeente Leiden, verkeersbesluit tot het instellen van (lokale) parkeerverboden op diverse locaties in Leiden
Logo Leiden
Situatietekening: ST15107 t/m ST15113
Burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden,
Gelet op:
  • artikel 18 eerste lid onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994), ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de Provincie of een waterschap;
  • de mandaatregeling van burgemeester en wethouders van Leiden en het daarop gebaseerde ondermandaatbesluit waarin de bevoegdheid tot het nemen van dit verkeersbesluit is ondergemandateerd aan teammanager Ontwerp en Mobiliteit;
  • de bepalingen van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990);
  • de bepalingen van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW);
Overwegende dat:
  • na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 een collegeakkoord tot stand is gekomen, waarin onder andere is afgesproken om in de wijken rond de binnenstad, waar op dit moment op experimentele basis een blauwe zone van kracht is, betaald parkeren in te voeren;
  • deze maatregel tot doel heeft om een permanente oplossing voor de parkeerproblemen in deze wijken te creëren;
  • de planning is dat het betaald parkeren vanaf medio 2015 gefaseerd wordt ingevoerd, zodat dit parkeerregime per 1 januari 2016 van kracht is in de gebieden waar op dit moment een blauwe zone van kracht is;
  • het opheffen van de huidige parkeerschijfzones parallel plaatsvindt aan het invoeren van het betaald parkeren, waartoe middels een separaat verkeersbesluit wordt dan wel reeds is besloten;
  • de gemeente in het kader van deze parkeermaatregel tevens van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om de parkeersituatie in de betreffende wijken nader te onderzoeken;
  • dit nadere onderzoek tot doel heeft gehad om vast te stellen of in de betreffende wijken al dan niet sprake is van locaties waar het vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, doorstroming van het verkeer en/of lokale bereikbaarheid niet wenselijk is dat hier geparkeerd wordt;
  • deze situaties zich inderdaad op een aantal locaties blijkt voor te doen, namelijk:
    • a)
      Berlagestraat, tussen Van der Helmlaan en De Bazelstraat. Hier wordt aan beide zijden van de straat op de rijbaan en/of half op het trottoir geparkeerd. Met name op het gedeelte tussen de Van der Helmlaan en Aerent Bruunstraat heeft dit tot gevolg dat verkeer tussen de geparkeerde voertuigen moet “zigzaggen” aangezien de resterende rijbaanbreedte onvoldoende is om op normale wijze te kunnen passeren. Als de geparkeerde voertuigen bovendien te dicht bij elkaar geparkeerd staan, blijft er nauwelijks ruimte over om te passeren, zeker niet voor een groter voertuig zoals een vuilniswagen. Aan de oostzijde van het gedeelte tussen de Aerent Bruunstraat en De Bazelstraat ligt een speelveld voor kinderen. Naast het doorstromingsaspect speelt hier de verkeersveiligheid van spelende kinderen een rol: geparkeerde voertuigen aan de oostzijde van de weg ontnemen de zichtlijnen tussen rijdend verkeer en het speelveld en daarmee ook op eventueel overstekende kinderen.
    • b)
      Telderskade, tussen de spoorwegovergang en de Rooseveltstraat. Aan de zuidzijde van de weggedeelte zijn haakse parkeervakken aanwezig. Aan de noordzijde is het in principe toegestaan om op de rijbaan te parkeren. Gezien de nabijheid van de spoorwegovergang is dit echter niet wenselijk. Bij het passeren van een trein kan het namelijk voorkomen dat hier wachtrijen ontstaan. Op het moment dat de slagbomen weer open gaan zal verkeer dat richting de Rooseveltstraat wil rijden dan geconfronteerd worden met geparkeerde voertuigen die zij niet kunnen passeren. Zij moeten dan namelijk eerst wachten tot de wachtrij in tegengestelde rijrichting weg is.
    • c)
      Frederik van Eedenlaan, ter hoogte van de aansluiting op de Kneppelhoutstraat. Ter hoogte van het kruispunt wordt hier aan weerszijden van de weg op de rijbaan geparkeerd. Voertuigen die aan de westzijde staan belemmeren echter het onderlinge zicht tussen kruisend verkeer op de Kneppelhoutstraat en verkeer komende vanuit de Frederik van Eedenlaan. Dit is derhalve nadelig voor de lokale verkeersveiligheid.
    • d)
      Van den Brandelerkade. Hier wordt aan beide zijden van de straat geparkeerd. Aan de oostzijde in de daarvoor bestemde parkeerstrook, aan de westzijde op de rijbaan en/of in half op de rijbaan en half op het gras. Dit zorgt ervoor dat de nog beschikbare rijbaanbreedte enkel nog geschikt is voor motorvoertuigen in 1 rijrichting, terwijl het een tweerichtingsweg betreft. Bij grote drukte kan het hierdoor voorkomen dat tegemoetkomende bestuurders elkaar hierdoor niet of slecht met moeite kunnen passeren. Een gevolg hiervan is derhalve dat de lokale doorstroming en bereikbaarheid negatief beïnvloed wordt. Bovendien komt de verkeersveiligheid van met name (brom)fietsers in het gedrang wanneer de beperkte rijbaanbreedte onvoldoende ruimte biedt om tegemoetkomend verkeer op normale wijze te passeren. Tot slot resulteert het half in het gras parkeren aan de westzijde van de straat in schade aan de aanwezige groenvoorzieningen. De gemeente heeft reeds verschillende klachten ontvangen over deze (parkeer)situatie.
    • e)
      De oostelijke parallelweg van de Lammenschansweg, tussen De Sitterlaan en Buys Ballotstraat (het westelijk gelegen wegvak). Hier is geconstateerd dat (sporadisch) aan beide zijden van de weg wordt geparkeerd, waardoor een beperkte rijbaanbreedte resteert. Dit belemmert de doorstroming van het verkeer, hetgeen mogelijk tot terugslag op De Sitterlaan kan leiden. Gezien de functie van deze laatstgenoemde weg in het wegennetwerk van Leiden is niet wenselijk.
    • f)
      Ter hoogte van het kruispunt Le Pooleweg – Zaalbergweg. Direct ten zuidoosten van dit kruispunt worden, dicht op het kruispunt, voertuigen aan de zuidzijde van de Zaalbergweg geparkeerd. Dit levert echter hinder op voor de lijnbussen die van de Zaalbergweg naar de Le Pooleweg rijden en vice versa. De bussen hebben een grote draaicirkel nodig om de bocht te kunnen maken, hetgeen bemoeilijkt wordt als hier voertuigen geparkeerd staan.
    • g)
      Tommy Dorseykade, tussen de Glenn Millerstraat en de Benny Goodmanstraat. Aan de zuidzijde van dit wegvak beschikken bewoners over een (haaks) parkeervak op eigen terrein. Aan de noordzijde van dit wegvak worden voertuigen op de rijbaan geparkeerd. Het gevolg van het parkeren aan de noordzijde van de straat is dat er onvoldoende ruimte overblijft om de betreffende parkeervakken in of uit te kunnen rijden (de benodigde manoeuvreruimte ontbreekt).
  • de gemeente het, gelet op het voorgaande, wenselijk acht om op de wegvakken in kwestie een eenzijdig parkeerverbod in te stellen om zodoende de omschreven vormen van hinder als gevolg van de geparkeerde voertuigen op deze locaties te voorkomen;
  • gezien het voorgaande en het gestelde in artikel 21 van het BABW juncto artikel 2 Wvw 1994 derhalve kan worden opgemerkt dat het nemen van de onderhavige verkeersmaatregelen strekt tot:
    • het verzekeren van de veiligheid op de weg;
    • het beschermen van weggebruikers en passagiers;
    • het voorkomen van door het verkeer veroorzaakte overlast of hinder;
  • overeenkomstig artikel 24 van het BABW overleg is gepleegd met de (gemachtigde van de) korpschef van de politie, welke in haar schrijven van 8 september 2015 met kenmerk 08092015 een positief advies heeft gegeven ten aanzien van de in dit besluit genoemde verkeersmaatregelen;
  • de in dit besluit genoemde (delen van) wegen in beheer zijn bij de gemeente Leiden en binnen de bebouwde kom van die gemeente zijn gelegen;
nemen, gelet op het voorgaande, de volgende
BESLUITEN:
  • 1.
    door het plaatsen van borden model E1 van Bijlage 1 van het RVV 1990 een parkeerverbod in te stellen op de volgende locaties:
  • a.
    de noordzijde van de Telderskade, voor zover gelegen tussen de Rooseveltstraat en de spoorwegoverweg;
  • b.
    de oostzijde van de Berlagestraat, voor zover gelegen tussen de Van der Helmlaan en de De Bazelstraat;
  • c.
    de noordzijde van de Tommy Dorseykade, voor zover gelegen tussen de Benny Goodmanstraat en de Glenn Millerstraat;
  • d.
    de westzijde van de Frederik van Eedenlaan, voor zover gelegen tussen de Kneppelhoutstraat en het punt ter hoogte van huisnummer 2;
  • e.
    de oostzijde van de oostelijke parallelweg van de Lammenschansweg, voor zover gelegen tussen De Sitterlaan en de Buys Ballotstraat;
  • f.
    de westzijde van de gehele Van den Brandelerkade;
  • 1.
    door het aanbrengen van gele onderbroken strepen een parkeerverbod in te stellen op de volgende locaties:
    a.de zuidzijde van de Zaalbergweg, vanaf het kruispunt met de Le Pooleweg over een afstand van ongeveer 20 meter in zuidoostelijke richting;
  • 2.
    de in dit verkeersbesluit genoemde verkeersmaatregelen uit te voeren zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en daar onlosmakelijk deel van uitmakende situatietekeningen met kenmerken ST15107 (Berlagestraat), ST15108 (Lammenschansweg), ST15109 (Van den Brandelerkade), ST15110 (Telderskade), ST15111 (Zaalbergweg), ST15112 (F. van Eedenlaan) en ST15113 (Tommy Dorseykade) van 2 september 2015.
Leiden, 9 september 2015, 
burgemeester en wethouders van Leiden,
namens dezen,
A.H. Karbet
Teammanager Ontwerp en Mobiliteit
Bezwarenprocedure
Tegen het genoemde besluit kan door belanghebbenden binnen zes weken na datum van publicatie in de Staatscourant bezwaar worden gemaakt. Dat kan via www.leiden.nl/contact of schriftelijk, ter attentie van burgemeester en wethouders, naar postbus 9100, 2300 PC Leiden onder vermelding van ‘bezwaar verkeersbesluit – parkeerverboden Leiden”. Bij een spoedeisend belang kan tevens bij de Voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, sector bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag, een verzoek om voorlopige voorziening worden gedaan om het besluit te schorsen.
Naar boven