Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 september 2015, kenmerk 652355-124742-OBP, houdende de vaststelling van het Organisatiebesluit VWS

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;

Besluit:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALING

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. ministerie:

het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

c. ressorteren:

vallend onder het gezagsbereik van de genoemde functionaris.

HOOFDSTUK 2. HOOFDSTRUCTUUR VAN DE ORGANISATIE

Artikel 2

Het ministerie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

  • a. de Algemene Leiding;

  • b. het Directoraat-Generaal Volksgezondheid (DGV);

  • c. het Directoraat-Generaal Curatieve Zorg (DGCZ);

  • d. het Directoraat-Generaal Langdurige zorg (DGLZ);

  • e. de stafdirecties;

  • f. de diensten en instellingen;

  • g. de secretariaten van raden en commissies.

HOOFDSTUK 3. ALGEMENE LEIDING

Artikel 3

  • 1. De Algemene Leiding bestaat uit:

    • a. de Secretaris-Generaal (SG);

    • b. de plaatsvervangend Secretaris-Generaal (pSG);

    • c. de Directeur-Generaal Volksgezondheid (DGV);

    • d. de Directeur-Generaal Curatieve Zorg (DGCZ);

    • e. de Directeur-Generaal Langdurige Zorg (DGLZ).

  • 2. De Algemene Leiding ressorteert onder de minister.

  • 3.

    • a. Onder de SG ressorteren de diensten en instellingen Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en Inspectie Jeugdzorg (IJZ), de programmadirectie Fraudebestrijding Zorg (FBZ), de beleidsdirectie Macro Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt (MEVA), de stafdirectie Financieel-Economische Zaken (FEZ) en het secretariaat van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVenS).

    • b. De directie MEVA bestaat uit de volgende afdelingen: de afdeling Algemeen Economisch Beleid (AEB); afdeling Financiën, Informatie-uitwisseling en Opleidingsinstrumentarium (FIO) en Beroepen, Opleidingen en Arbeidsmarkt (BOA). Iedere afdeling is weer onderverdeeld in clusters.

  • 4. De pSG is belast met de interne organisatie en het beheer van het ministerie en vervangt de SG bij diens afwezigheid.

  • 5. Onder de pSG ressorteren:

    • a. de diensten en instellingen:

      • 1°. de baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM);

      • 2°. de baten-lastendienst College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG);

      • 3°. de baten-lastendienst CIBG;

      • 4°. de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I);

      • 5°. het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

    • b. de stafdirecties, met uitzondering van directie FEZ;

    • c. de projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (Alt).

  • 6. Onder de Directeur-Generaal Volksgezondheid ressorteren het Directoraat-Generaal Volksgezondheid en de secretariaten van de Gezondheidsraad (GR) en de Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO).

  • 7. Onder de Directeur-Generaal Curatieve Zorg ressorteert het Directoraat-Generaal Curatieve Zorg.

  • 8. Onder de Directeur-Generaal Langdurige Zorg ressorteert het Directoraat-Generaal Langdurige Zorg.

  • 9. De beleidsdirecties, de stafdirecties, het agentschap CBG, CIBG en SCP staan onder leiding van een directeur.

HOOFDSTUK 4. DIRECTORAAT-GENERAAL VOLKSGEZONDHEID

Artikel 4

Het Directoraat-Generaal Volksgezondheid (DGV) bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. de directie Publieke Gezondheid (PG);

  • b. de directie Sport (S);

  • c. de directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie (VGP);

  • d. de directie Jeugd (DJ);

  • e. de Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges en Toetsingscommissies (ESTT).

Artikel 5

De directie Publieke Gezondheid bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Financieel Beleid en Ethiek;

  • b. Crisisbeheersing en Infectieziekten;

  • c. Jeugdgezondheid en Openbare Gezondheidszorg.

Artikel 6

De directie Sport staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 7

De directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 8

De directie Jeugd staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Het secretariaat van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) ressorteert onder de directie Jeugd.

Artikel 9

De Eenheid secretariaten tuchtcolleges en toetsingscommissies bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. EST (eenheid secretariaten tuchtcolleges);

  • b. RTE (regionale toetsingscommissies euthanasie).

HOOFDSTUK 5. DIRECTORAAT-GENERAAL CURATIEVE ZORG

Artikel 10

Het Directoraat-Generaal Curatieve Zorg (DGCZ) bestaat uit de volgende beleidsdirecties:

  • a. de directie Curatieve Zorg (CZ);

  • b. de directie Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT);

  • c. de directie Markt en Consument (MC).

Artikel 11

De directie Curatieve Zorg staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 12

De directie Geneesmiddelen en Medische Technologie staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur

stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 13

De directie Markt en Consument staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

HOOFDSTUK 6. DIRECTORAAT-GENERAAL LANGDURIGE ZORG

Artikel 14

Het Directoraat-Generaal Langdurige Zorg (DGLZ) bestaat uit de volgende beleidsdirecties:

  • a. de directie Langdurige Zorg (LZ);

  • b. de directie Zorgverzekeringen (Z);

  • c. de directie Maatschappelijke Ondersteuning (DMO).

Artikel 15

De directie Langdurige Zorg bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Kwaliteitsbeleid Zorginstellingen;

  • b. Sturing, financiering en informatie;

  • c. Toegang;

  • d. Financieel Advies en Beleidsondersteuning.

Artikel 16

De directie Zorgverzekeringen staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 17

De directie Maatschappelijke Ondersteuning staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

HOOFDSTUK 7. DE STAFDIRECTIES

Artikel 18

De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Bestuurlijke Politieke Advisering;

  • b. Compliance/Beveiliging;

  • c. Logistiek, Kabinet en Secretariaat;

  • d. Concernsturing;

  • e. Stukkenstroom.

Artikel 19

De directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel bestaat uit de volgende hoofdonderdelen:

  • a. Stafbureau;

  • b. Chief Information Office;

  • c. Regie;

  • d. Uitvoering;

  • e. Personeel en Organisatie;

  • f. VWS-Flex;

  • g. Bureau Integrale Veiligheid.

Artikel 20

De directie Financieel-Economische Zaken bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Beleidstoetsing en Advies;

  • b. Budgettaire Zaken;

  • c. Ontwikkeling Financieel Beleid en Beheer.

Artikel 21

De directie Communicatie bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Stafbureau;

  • b. Beleidscommunicatie;

  • c. Concerncommunicatie.

Artikel 22

De projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (Alt) bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Projectdirectie;

  • b. Instituut voor Translationele Vaccinologie (Intravacc).

Artikel 23

De directie Wetgeving en Juridische Zaken staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 24

De directie Internationale Zaken staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

HOOFDSTUK 8. DE DIENSTEN EN INSTELLINGEN

Artikel 25

Het agentschap College Beoordeling Geneesmiddelen bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Regulatoir Informatie Centrum

  • b. Informatieprocessing;

  • c. Farmaco Therapeutische-groep I;

  • d. Farmaco Therapeutische-groep II;

  • e. Farmaco Therapeutische-groep III;

  • f. Farmaco Therapeutische-groep IV;

  • g. Afdeling Botonicals en Nieuwe Voedingsmiddelen;

  • h. Bureau Diergeneesmiddelen;

  • i. Afdeling Geneesmiddelenbewaking;

  • j. Chemisch Farmaceutische Beoordelingen;

  • k. Farmacologische, Toxicologische- en Biotechnologische Beoordelingen.

  • l. Afdeling Bestuurlijke en Regulatoire Zaken;

  • m. Programmabureau;

  • n. Afdeling Voorlichting en Communicatie;

  • o. Afdeling Financiën, Kwaliteit en Control;

  • p. Afdeling HRM en Opleidingen;

  • q. Afdeling Facilitaire Dienst;

  • r. Afdeling Managementondersteuning.

Artikel 26

Het CIBG bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Stafafdeling Financiën, Kwaliteit en Control;

  • b. Stafafdeling Communicatie en Juridische Zaken;

  • c. Stafafdeling Human Resource Management;

  • d. Stafafdeling Bedrijfsvoering

  • e. Afdeling Accountmanagement & ontwikkeling;

  • f. Afdeling Informatievoorziening;

  • g. Afdeling CT;

  • h. KlantContactCentrum;

  • i. Afdeling Registers en Knooppunten 1;

  • j. Afdeling Registers en Knooppunten 2;

  • k. Afdeling Registers en Knooppunten 3;

  • l. Afdeling Registers en Knooppunten 4;

  • m. Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ).

Artikel 27

De Inspectie voor de Gezondheidszorg staat onder leiding van een Inspecteur-Generaal (IG).

  • 1. Onder de IG ressorteren:

    • a. de Hoofdinspecteurs die belast zijn met bepaalde gebieden van de zorg:

      • 1°. de Hoofdinspecteur Curatieve Gezondheidszorg;

      • 2°. de Hoofdinspecteur Maatschappelijke Zorg;

    • b. de directeur Beleid, Juridische Zaken en Communicatie, tevens plaatsvervangend Inspecteur-Generaal;

    • c. de directeur Bedrijfsvoering;

    • d. het hoofd Bureau Opsporing en Boetes.

  • 2. Onder de Hoofdinspecteur Curatieve Gezondheidszorg ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Eerstelijns Zorg;

    • b. Medisch Specialistische Zorg, 1 en 2;

    • c. Farmaceutische Bedrijven;

    • d. Producten en Mondzorg;

    • e. Medische Technologie.

  • 3. Onder de Hoofdinspecteur Maatschappelijke Zorg ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Verpleging en Verzorging;

    • b. Gehandicaptenzorg en Forensische Zorg;

    • c. Geestelijke Gezondheidszorg;

    • d. Netwerkzorg en Preventie;

    • e. Nieuwe Toetreders, Zorg en Fraude;

    • f. Meldpunt IGZ.

  • 4. Onder de directeur Beleid, Juridische Zaken en Communicatie, tevens plaatsvervangend IG ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Bestuursondersteuning en Beleidsregie;

    • b. Juridische Zaken;

    • c. Communicatie.

  • 5. Onder de directeur Bedrijfsvoering ressorteren de volgende onderdelen;

    • a. Financiën, Kwaliteit en Control;

    • b. Personeel en Organisatie;

    • c. Risicodetectie en Ontwikkeling;

    • d. Informatie en ICT;

    • e. Facilitaire dienst;

    • f. Administratieve en Managementondersteuning.

Artikel 28

  • 1. De Inspectie Jeugdzorg staat onder leiding van een Hoofdinspecteur Jeugdzorg.

  • 2. De plaatsvervangend Hoofdinspecteur Jeugdzorg vervangt de Hoofdinspecteur Jeugdzorg bij diens afwezigheid.

  • 3. Onder de Inspectie jeugdzorg is tevens het Programmabureau Samenwerkend Toezicht Jeugd (STJ) geplaatst.

Artikel 29

De baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu staat onder leiding van een Directeur-Generaal (DG).

  • 1. De Chief Financial Officer (CFO) is tevens plaatsvervangend Directeur-Generaal (pDG) en is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering.

  • 2. Onder de DG ressorteren:

    • a. de CFO/pDG;

    • b. de directeur Volksgezondheid en Zorg;

    • c. de directeur Centrum Infectieziektebestrijding;

    • d. de directeur Milieu en Veiligheid;

    • e. de stafeenheid Bureau Directieraad;

    • f. de Chief Science Officers.

  • 3. Onder de pDG ressorteren:

    • a. de stafeenheid Communicatie en Documentaire Informatievoorziening;

    • b. de stafeenheid Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;

    • c. de stafeenheid Finance, Compliance en Control;

    • d. het Projectbureau Nieuwe Huisvesting RIVM;

    • e. de Dienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma’s;

    • g. het Shared Service Centrum Campus.

  • 4. Onder de directeur Volksgezondheid en Zorg ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Centrum Gezondheid en Maatschappij;

    • b. Centrum Gezondheidsbescherming;

    • c. Centrum Voeding, Preventie en Zorg.

  • 5. Onder de directeur Centrum Infectieziektebestrijding ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten;

    • b. Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding;

    • c. Centrum Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en Screening;

    • d. Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie;

    • e. Centrum Immunologie van Infectieziekten en Vaccins.

  • 6. Onder de directeur Milieu en Veiligheid ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten;

    • b. Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid;

    • c. Centrum Milieukwaliteit;

    • d. Centrum Veiligheid.

Artikel 30

De Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen is in oprichting en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Team VWS;

  • b. Programmabureau DUS-I.

Artikel 31

  • 1. Het Sociaal en Cultureel Planbureau staat onder leiding van een directeur en een adjunct-directeur.

  • 2. Het Planbureau bestaat uit de volgende onderdelen:

    • a. Bedrijfsvoering;

    • b. Sector Arbeid en Publieke Voorzieningen;

    • c. Sector Onderwijs, Minderheden en Methodologie;

    • d. Sector Participatie, Cultuur en Leefomgeving;

    • e. Sector Zorg, Emancipatie en Tijdsbesteding.

HOOFDSTUK 9. DE SECRETARIATEN VAN DE RADEN EN COMMISSIES

Artikel 32

Het secretariaat van de Gezondheidsraad staat onder leiding van de Algemeen Secretaris en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Wetenschappelijke staf;

  • b. Afdeling bedrijfsvoering.

Artikel 33

Het secretariaat van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving staat onder leiding van een Algemeen Secretaris/Directeur.

Artikel 34

Het Secretariaat van de Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek staat onder leiding van een Algemeen Secretaris.

Artikel 35

Het secretariaat van de Commissie Genetische Modificatie staat onder leiding van een secretaris en is ambtelijk ondergebracht bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

HOOFDSTUK 10. SLOTBEPALINGEN

Artikel 36

De directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is belast met het beheer van dit besluit.

Artikel 37

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2015.

  • 2. Het besluit van 4 oktober 2012, DO&P 3131570, wordt ingetrokken.

  • 3. Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit VWS 2015.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

TOELICHTING

1. Algemeen

Er hebben zich sinds het organisatiebesluit 2012 wijzigingen voorgedaan in de VWS-organisatie. De wijzigingen hebben betrekking op de inrichting van het ministerie, waaronder de wijziging van de portefeuilleverdeling in de Bestuursraad, de naamgeving en de structuur van enkele directies, raden en instellingen en de verkoop van de Jeugdinstellingen.

Artikel 3, tweede lid van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011 van 20 januari 2011 (Staatsblad 2011 18), schrijft voor dat Onze Ministers de organisatie en formatie van hun ministerie vast stellen. Met het vaststellen van het onderhavige organisatiebesluit geeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hieraan gevolg.

2. Hoofdstuksgewijs

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

In artikel 1 is onder andere vastgelegd wat onder ressorteren wordt verstaan: vallend onder het gezagsbereik van de genoemde functionaris. Dit laat natuurlijk onverlet dat de Secretaris-Generaal eindverantwoordelijk blijft, zoals geregeld in het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, Stb. 1988, 499, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal.

Hoofdstuk 2

In artikel 2 is de hoofdstructuur van het ministerie beschreven met inbegrip van de diensten en instellingen en de secretariaten van raden en commissies.

Projectorganisaties waaraan ambtenaren vanuit hun eigen directie deelnemen en die meer het karakter hebben van een samenwerkingsverband zijn niet opgenomen in het organisatiebesluit. Projectorganisaties die werken met speciaal daarvoor aangetrokken of vrijgesteld personeel en die niet zijn ingebed in de organisatie van een bestaande directie zijn wel opgenomen in het organisatiebesluit. Bij de instelling van projectorganisaties wordt steeds bepaald wie als bevoegd gezag wordt aangemerkt.

Hoofdstuk 3

In artikel 3 is de verantwoordelijkheidsverdeling binnen de algemene leiding aangegeven. Bepaald is dat een SG/pSG/DG inhoudelijk verantwoordelijk is voor een beleidsdomein en beheersmatig voor een aantal onderdelen (directies, diensten) voor zover die behoren tot zijn werkterrein. Het beleidsdomein en de beheersmatige verantwoordelijkheid van een DG vallen niet geheel samen. Diverse directies binnen het ministerie leveren namelijk een bijdrage aan meerdere beleidsdomeinen.

In de Mandaatregeling VWS en de Volmachtregeling VWS zijn de bevoegdheden van de in dit besluit opgenomen functionarissen nader geregeld.

Voor personele aangelegenheden zijn de bevoegdheden geregeld in de Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007.

Hoofdstuk 4 en verder

De organisatiestructuur van het ministerie is vastgelegd tot en met de eerste organisatorische laag onder de directeur. Voor de beleidsdirecties, de stafdirecties, diensten, instellingen en secretariaten van raden en commissies is aangegeven uit welke onderdelen ze bestaan.

In de organisatie- en formatierapporten zijn de taken van de respectievelijke onderdelen opgenomen.

Hoofdstuk 10

De verantwoordelijkheid van de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel voor het beheer (onder meer het actueel houden) van dit besluit vloeit voort uit diens werkterrein. De directeur moet steeds beschikken over de actuele gegevens over de organisatie-inrichting van de verschillende dienstonderdelen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

Naar boven