Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk,
de bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) 1990, het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
Het delegatiebesluit van de gemeenteraad van Oisterwijk en het algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit van burgemeester en wethouders van Oisterwijk strekkende tot overdracht van de bevoegdheid tot het nemen van verkeersbesluiten aan het afdelingshoofd van de afdeling Ruimte.
Overwegingen ten aanzien van het besluit
Bij aanvraag van 25 juni 2015 is door mevrouw Beaart ten behoeve van haar zoon een verzoek ingediend voor het realiseren van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats nabij haar woning aan de Plesmanstraat 16 in Oisterwijk.
dat op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit genomen moet worden voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
Voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen van of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken, moet een verkeersbesluit worden genomen op grond van het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
dat mevrouw Beaart, wonende aan de Plesmanstraat 16 in Oisterwijk, een zoon (Jaimy Beaart) heeft die meervoudig gehandicapt is;
dat de zoon een maximale loopafstand heeft van 15 meter;
dat de verwachting is dat de beperkingen geleidelijk kunnen afnemen;
dat de zoon (momenteel 4 jaar jong) continue afhankelijk is van de hulp van anderen;
dat de zoon niet alleen gelaten kan worden (ook niet voor het parkeren van het voertuig);
dat deur tot deur begeleiding noodzakelijk wordt geacht;
dat mevrouw Beaart om bovengenoemde redenen de auto het liefst zo dicht mogelijk bij haar woning geparkeerd wil hebben;
dat mevrouw Beaart geen beschikking heeft over een parkeerplaats op eigen terrein, waardoor zij is aangewezen op de beschikbaarheid van de openbare parkeerplaatsen op de Plesmanstraat in Oisterwijk;
dat het voor kan komen dat mevrouw Beaart gedwongen wordt de auto elders te moeten parkeren en hierdoor (te) lange(re) loopafstanden moet overbruggen;
dat mevrouw Beaart ten behoeve van haar zoon om bovengenoemde redenen een gereseveerde gehandicaptenparkeerplaats heeft aangevraagd;
dat het realiseren van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats nabij de woning van mevrouw Beaart er voor zorgt dat de auto op loopafstand beschikbaar is;
dat mevrouw Beaart en haar zoon hierdoor tegemoet worden gekomen in de mobilliteit;
dat de exacte locatie van de gehandicaptenparkeerplaatsen in overleg met mevrouw Beaart bepaald is;
dat een gehandicaptenparkeerkaart (passagier) reeds is afgegeven (gemeente Heusden);
dat overleg met het politeteam Midden en West Brabant heeft plaatsgevonden en zij positief hebben geadviseerd;
dat de aan dit besluit gehechte overzichtstekening (met nummer 2015-07) onderdeel uitmaakt van dit verkeersbesluit.