Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2015, 27337Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 20 augustus 2015, nr. VO/758025, tot wijziging van de Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017 in verband met subsidie voor het aantrekken van studenten in het lerarenberoep

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel a, juncto artikel 4, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017 wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 19m wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 2B. SUBSIDIE VOOR HET AANTREKKEN VAN STUDENTEN IN HET LERARENBEROEP

Artikel 19n. Begripsbepalingen

Aanvullend op de begripsbepalingen van artikel 1 wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

  • a. student: degene die is ingeschreven voor een opleiding in het hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 onderdeel 1 van de Wet studiefinanciering 2000;

  • b. voltijdse opleiding: opleiding in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van deeltijds onderwijs, als bedoeld in artikel 1.1 onderdeel 1 van de Wet Studiefinanciering 2000;

  • c. master: masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • d. academische pabo: een combinatie van een opleiding leraar basisonderwijs en een opleiding pedagogische wetenschappen, dan wel onderwijskunde, resulterend in een hbo-bachelordiploma met mogelijk aanvullend een wo-bachelordiploma;

Artikel 19o. Reikwijdte

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op:

  • 1. studenten die ingeschreven staan aan één van de volgende masteropleidingen:

    • a. special educational needs;

    • b. leren en innoveren;

    • c. pedagogiek (hbo), of pedagogische wetenschappen (wo);

    • d. onderwijskunde;

  • 2. studenten die een één of tweejarige educatieve master aan een universitaire lerarenopleiding volgen in een tekortvak, te weten:

    • e. Nederlands;

    • f. Frans;

    • g. Duits;

    • h. Engels;

    • i. Grieks;

    • j. Latijn;

    • k. Natuurkunde;

    • l. Wiskunde; of

    • m. Scheikunde.

Artikel 19p. Te subsidiëren activiteiten

De subsidie kan eenmalig worden verstrekt aan een student die staat ingeschreven aan een voltijd masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a en c tot en met m, en de masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, lid 1 onderdeel b die in deeltijd te volgen is.

Artikel 19q. Eisen aan de student
  • 1. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de student die:

    • a. is ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c en d, en niet eerder dan ten hoogste twee jaar voor aanvang van het studiejaar het examen van een (academische) pabo met goed gevolg heeft afgelegd.

    • b. is ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen e, f, g, h, i, j, k, l en m, en niet eerder dan ten hoogste twee jaar voor aanvang van het studiejaar het examen van een masteropleiding aan een universiteit met goed gevolg heeft afgelegd.

    • c. is ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, en niet eerder dan ten hoogste twee jaar voor aanvang van het studiejaar een deficiëntieopleiding voorbereidend op een van de in artikel 19o genoemde masteropleidingen met goed gevolg heeft afgelegd.

  • 2. Een student die is ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c of d, levert bij aanvang van het studiejaar waarvoor de subsidie bestemd is een stage- dan wel onderzoekovereenkomst met een school (of schoolbestuur) voor primair of voortgezet onderwijs aan ter aanvulling van de aanvraag.

Artikel 19r. Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk is voor de jaren 2015, 2016 en 2017 een bedrag van € 1 miljoen per jaar voor studenten die een masteropleiding doen als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c of d en in dat kader een stage- of onderzoeksopdracht uitvoeren op een po of vo school (bestuur). Voor de jaren 2015-2018 een bedrag van € 3 miljoen per jaar voor studenten die een masteropleiding volgen als bedoeld in artikel 19o, onderdelen e, f, g, h, i, j, k, l of m en in dat kader een stage- of onderzoeksopdracht hebben op een vo-school.

Artikel 19s. Subsidiebedrag

De subsidie bedraagt:

  • a. € 3000 voor studenten ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c of d;

  • b. € 3000 voor studenten ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen e, f, g, h, i of j;

  • c. € 5000 voor studenten ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen k, l of m.

Artikel 19t. Vereisten subsidieaanvraag

De aanvraag voor de subsidie geschiedt overeenkomstig het aanvraagformulier dat via de website van DUO beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 19u. Termijn indiening aanvraag
  • 1. Subsidie kan voor studiejaar 2015–2016 aangevraagd worden tot en met 31 oktober 2015.

  • 2. Subsidie kan voor de studiejaren 2016–2017, 2017-2018 en 2018–2019 aangevraagd worden van 1 april tot en met 31 oktober van het jaar waarin het studiejaar aanvangt.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid, kan subsidie voor de opleidingen bedoeld in artikel 19o, onderdelen e tot en met m, tevens aangevraagd worden in de periode december tot en met februari van het lopende studiejaar met uitzondering van studiejaar 2018–2019.

  • 4. In afwijking van het tweede lid, kan subsidie voor de opleidingen bedoeld in artikel 19o, onderdelen a tot en met b, niet aangevraagd worden voor studiejaar 2018–2019.

Artikel 19v. Weigeringsgronden

In afwijking van artikel 11 kan de subsidieverlening aan de student niet worden geweigerd indien de subsidieaanvrager uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten heeft ontvangen voor het volgen van de opleiding. Een uitzondering hierop zijn de regelingen Vierslagleren, Eerst de Klas en de Onderwijstraineeships. Voor studenten die daar nog voor in aanmerking komen blijft de Wet studiefinanciering 2000 wel van toepassing op de subsidieontvanger.

Artikel 19w. Termijn beslissing

De minister besluit binnen 8 weken na ontvangst van de volledig ingevulde aanvraag, bedoeld in artikel 19u.

Artikel 19x. Wijze van verdeling beschikbare middelen

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

Artikel 19y. Subsidieverplichting student

De subsidieontvanger behaalt binnen ten hoogste een half jaar na het studiejaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, voor de betreffende masteropleiding, het diploma van die opleiding.

Artikel 19z. Toepassing artikelen hoofdstuk 2

De artikelen 15 tot en met 18 zijn van overeenkomstige toepassing op de student, bedoeld in dit hoofdstuk, met dien verstande dat in artikel 17 voor ‘22 weken na afloop van het studiejaar’ wordt gelezen: ‘22 weken na afloop van het studiejaar met inbegrepen uitloop van maximaal 0,5 jaar, dus in totaal 1,5 jaar.’ wordt bedoeld.

B

In artikel 35 wordt na ‘1 juli 2017’ ingevoegd: met uitzondering van hoofdstuk 2b dat vervalt met ingang van 1 september 2018.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding en doel

Het primair onderwijs en voortgezet onderwijs (po en vo) heeft behoefte aan meer hbo- en wo-masteropgeleide leraren voor de klas. Vanwege complexere onderwijs- en schooltaken zijn er meer leraren nodig met kennis en vaardigheden op master werk- en denkniveau, zowel hbo- als wo masters. Van masteropgeleide leraren verwachten wij dat zij kennis en vaardigheden hebben die de leerling ten goede komt. Ook dragen masteropgeleide leraren bij aan de kwaliteit en diversiteit van hun team. Een kwalitatief goed team draagt weer bij aan een professionele organisatie waarin samen leren centraal staat en waarin men gezamenlijk continu de kwaliteit van het onderwijs op school verbetert; dit komt ten gunste van elk kind. Daarom zijn met de PO-Raad en VO-raad afspraken gemaakt over het aandeel hbo/wo-masteropgeleiden (po/vo) en wo-bachelors (po) in de sector.

In het po is er behoefte aan meer binding van (academische) pabo-afgestudeerde studenten die een masteropleiding volgen voor het lerarenberoep. Daarnaast is in het vo de instroom op de universitaire lerarenopleidingen niet voldoende om de verwachte (en structurele) tekorten op te vullen in bepaalde vakken. Met name in de bèta, techniek en de moderne vreemde talen moet de instroom flink omhoog om deze verwachte tekorten op te lossen.

Op basis van onderzoek van SEO (2014)1 wordt verwacht dat bij invoering van het studievoorschot het aantal studenten dat na de pabo een master volgt of dat na de (vak-master)opleiding de universitaire lerarenopleiding volgt stabiel blijft of slechts gering zal dalen. Dit onderzoek ging over het waarborgen van de toegankelijkheid tot hoger onderwijs, specifiek de meerjarige masters. SEO gaf aan dat toegankelijkheid gewaarborgd bleef, studenten die kiezen voor een meerjarige masteropleiding laten zich namelijk relatief sterk leiden door een inhoudelijke motivatie. Gezien de huidige en verwachte lerarentekorten willen we in onderliggende regeling een specifieke doelgroep, die nu nog twijfelt over het lerarenberoep, stimuleren en het belang van het volgen van masters in laten zien. De vraag hoe we intrinsieke motivatie van deze studenten kunnen vergroten is onderzocht door CPB en recent door ResearchNed. Hieruit blijkt dat de invloed van financiële prikkels2 het grootst is op groepen die de beslissing voor het lerarenberoep nog moeten maken of daarover twijfelen.3 SEO gaf [p. 29] ook aan dat de instroom kan worden vergroot onder andere door beurzen, maar dat effectiviteit moeilijk vast te stellen is. Ook verwachten zij het effect enkel bij studenten die twijfelen over het leraarschap [p.13]. Financiële maatregelen ter stimulering moeten dus doelgroepspecifiek zijn en moeten mede inspelen op inhoudelijke motivatie van de studenten. Daarom wordt gekozen om via een gerichte maatregel meer studenten naar een (educatieve) masteropleiding toe te trekken, zodat een grotere potentiële doelgroep kan toestromen naar het lerarenberoep.4 Deze aanpak blijkt effectiever dan entreebonussen om het arbeidsaanbod van leraren te verhogen. Uit internationale literatuur blijkt dat ontvangers van een studiebeurs veel vaker aangeven beïnvloed te zijn in hun keuze om een lerarenopleiding te gaan doen, dan ontvangers van een entreebonus in hun keuze om in het onderwijs te gaan werken.5

Aangezien wij een nieuwe doelgroep willen aantrekken voor het lerarenberoep, lijkt voorgesteld arbeidsmarkinstrument een effectieve en doelmatige bijdrage te leveren aan de verhoogde instroom van academische studenten in het lerarenberoep (masterambitie) en zodoende aan de opvang van de verwachte tekorten in het po en vo (aanpak tekorten). Deze regeling sluit aan bij de inhoudelijke motivatie van studenten (po en vo) om tijdens de masteropleiding verplicht een stage/onderzoeksopdracht in het onderwijs te volgen. De regeling vormt een apart hoofdstuk binnen de Lerarenbeurs. Zo wordt er aangesloten bij het combineren van trajecten voor bij- en nascholing binnen de Lerarenbeurs.

Om te zorgen voor meer hbo- en wo-masteropgeleide leraren in het po en vo wordt het mogelijk gemaakt dat pas afgestudeerde studenten met subsidie een hbo- of wo-masteropleiding kunnen volgen. Hiertoe wordt een apart hoofdstuk in de Regeling Lerarenbeurs opgenomen onder de noemer ‘Subsidie aantrekken studenten in het lerarenberoep’ met eigen voorwaarden. Deze regeling is afgesproken in het bestuursakkoord met de PO-Raad en het sectorakkoord met de VO-raad.

De regeling draagt als arbeidsmarktinstrument bij aan de masterambitie en het opvangen van de (kwalitatieve) lerarentekorten. Allereerst draagt de regeling bij aan het binden van masteropgeleide leraren aan po-/vo-scholen. Daarnaast draagt de regeling in het vo bij aan verhoogde instroom op de universitaire lerarenopleidingen, en daarmee automatisch aan een verhoogd aantal gediplomeerden van deze opleidingen, zodat de verwachte (en structurele) lerarentekorten worden opgevuld. Om de lerarentekorten op te vullen moet met name in de bèta, techniek en de moderne vreemde talen de instroom flink omhoog.

Primair onderwijs

In het po is er behoefte aan meer binding van (academische) pabo-afgestudeerde studenten die een masteropleiding volgen, gerelateerd aan het lerarenberoep. Deze subsidieregeling draagt bij aan het behoud van deze studenten op de onderwijsarbeidsmarkt. Voor de jaren 2015 tot en met 2017 is hiervoor een budget van maximaal € 1 miljoen per jaar beschikbaar. Hiermee hopen we minimaal 600 (academische) pabo-afgestudeerde studenten te stimuleren een masteropleiding te volgen (jaarlijks minimaal 200, maar wenselijk is om binnen dit budget jaarlijks 300 studenten te bereiken met deze regeling). Dit is voldoende ambitieus, gezien het feit dat (academische) pabo-afgestudeerde studenten momenteel niet op grote schaal een masteropleiding volgen die gerelateerd is aan het lerarenberoep.

De kosten van de leergang komen gemiddeld op € 3.000 per student. Aangezien deze regeling om een tegemoetkoming in de studiekosten gaat, wordt niet gekozen voor het financieren van de volledige kosten voor levensonderhoud. Deze overweging is gebaseerd op de hoogte van de subsidie uit een vergelijkbare regeling van Arbeidsmarktplatform PO (AP-PO) in schooljaar 2013/2014. Hieruit bleek dat dit bedrag voldoende stimulans biedt om studenten een vervolgopleiding te laten volgen. Dit bedrag per student biedt ruimte binnen het huidige budget voor meer subsidieaanvragers dan jaarlijks 200 studenten. Wij verwachten dat, met behulp van dit arbeidsmarktinstrument, de vervulling van arbeidsmarktplekken er als volgt uit zal zien:

 

20151

2016

2017

Totale instroom2

200

200

200

Kosten

€ 600.000

€ 600.000

€ 600.000

Wenselijke instroom

300

300

300

Totale kosten

€ 900.000

€ 900.000

€ 900.000

X Noot
1

Instroom is gebaseerd per academisch jaar, kosten per kalenderjaar.

X Noot
2

De totale instroom in het po is tegelijkertijd extra instroom, studenten konden niet eerder via een regeling een master volgen. Huidige instroom aan masters in het po komt vanuit de regeling Lerarenbeurs.

 

2015

2016

2017

Verwachte uitstroom1

110

110

110

Verwachte instroom in het lerarenberoep2

105

105

105

X Noot
1

Gebaseerd op evaluatie onderzoek van APPO verwachten we een gediplomeerden instroom van 55% waarvan 95% direct in het lerarenberoep.

X Noot
2

Gebaseerd op evaluatie onderzoek van APPO verwachten we een gediplomeerden instroom van 55% waarvan 95% direct in het lerarenberoep.

Voortgezet onderwijs

Voor het vo is de instroom op de universitaire lerarenopleidingen niet voldoende om de verwachte (en structurele) tekorten op te vullen in bepaalde vakken. Met name in bèta, techniek en de moderne vreemde talen moet de instroom flink omhoog om deze verwachte tekorten op te lossen. Met deze regeling stimuleren we de instroom op de universitaire lerarenopleidingen en de verwachte uitstroom van studenten naar het lerarenberoep. Voor de jaren 2015 tot en met 2018 is er een bedrag van € 3 miljoen per jaar beschikbaar. Hiermee wordt een toename van 1.000 extra studenten in de universitaire lerarenopleidingen verwacht (ca. 250 per jaar). Deze extra studenten komen bovenop de gemiddeld 400 studenten die jaarlijks een universitaire lerarenopleiding volgen in de tekortvakken6. De kosten voor de leergang zijn € 3.000 voor taalstudenten en € 5.000 voor bètastudenten in de universitaire lerarenopleidingen. Er is gekozen voor een afwijkend bedrag voor bèta-studenten, omdat zij minder snel geneigd zijn om een lerarenopleiding te volgen dan taalstudenten. Daarnaast zijn naar verwachting meer leraren nodig in de bètavakken dan in de taalvakken. Deze overweging is gebaseerd op resultaten uit onderzoek van ResearchNed7 waaruit bleek dat dit bedrag voldoende stimulans biedt om een lerarenopleiding te gaan volgen. Aangezien deze regeling om een tegemoetkoming in de studiekosten gaat, wordt niet gekozen voor het financieren van de volledige kosten voor levensonderhoud. Wij verwachten dat, met behulp van dit arbeidsmarktinstrument, de vervulling van arbeidsmarktplekken er als volgt uit zal zien:

 

2015 1

2016

2017

2018

Eenjarige master opleiding

Instroom bèta

(a € 5.000 p.p.)

52

52

52

52

Instroom taal

(a € 3.000 p.p.)

164

164

164

164

Totaal

216

216

216

216

Tweejarige master opleiding

Instroom bèta

(a € 5.000 p.p.)

89

89

89

89

Instroom taal

(a € 3.000 p.p.)

100

100

100

100

Totaal

189

189

189

189

Totale huidige instroom2

(voltijds ulo’s)

405

405

405

405

Kosten

€ 1.497.000

€ 1.497.000

€ 1.497.000

€ 1.497.000

Eenjarige master opleiding3

Extra instroom bèta’s

(a € 5.000 p.p.)

 

59

59

59

Extra instroom taal

(a € 3.000 p.p.)

 

71

71

71

Tweejarige master opleiding

Extra instroom bèta’s

(a € 5.000 p.p.)

 

52

52

52

Extra instroom taal

(a € 3.000 p.p.)

 

63

63

63

Totaal extra instroom bèta’s4

(a € 5.000 p.p.)

 

111

111

111

Totaal extra instroom taal5

(a € 3.000 p.p.)

 

134

134

134

Totaal additioneel door regeling6

 

245

245

245

Kosten

 

€ 957.000

€ 957.000

€ 957.000

Totale kosten

 

€ 2.454.000

€ 2.454.000

€ 2.454.000

X Noot
1

Instroom is gebaseerd per academisch jaar, kosten per kalenderjaar.

X Noot
2

Bron: 1CijferHO (2014)

X Noot
3

O.b.v. instroom 2014 hanteren we een verdeling van 53% naar eenjarige masters en 47% naar tweejarige masters.

X Noot
4

Aantal studenten wat aangeeft waarschijnlijk een lerarenopleiding te gaan volgen onder deze condities. ResearchNed (2015, nog niet gepubliceerd). Invulling en inrichting tegemoetkoming studiekosten lerarenopleidingen.

X Noot
5

Aantal studenten wat aangeeft waarschijnlijk een lerarenopleiding te gaan volgen onder deze condities. ResearchNed (2015, nog niet gepubliceerd). Invulling en inrichting tegemoetkoming studiekosten lerarenopleidingen.

X Noot
6

Aantal studenten wat aangeeft waarschijnlijk een lerarenopleiding te gaan volgen onder deze condities. ResearchNed (2015, nog niet gepubliceerd). Invulling en inrichting tegemoetkoming studiekosten lerarenopleidingen.

 

2015

2016

2017

2018

Onvervulde vraag in fte’s (gemiddeld)1

204

204

204

204

Gediplomeerde huidige uitstroom ULO bèta’s2

99

99

99

99

Gediplomeerde huidige uitstroom ULO taal3

211

211

211

211

Totaal gediplomeerde huidige uitstroom ULO

310

310

310

310

Totaal verwachte instroom in het lerarenberoep4

267

267

267

267

Extra gediplomeerde uitstroom ULO

Extra gediplomeerde uitstroom ULO bèta’s (eenjarig)

   

41

41

Extra gediplomeerde uitstroom ULO taal (eenjarig)

   

57

57

Extra gediplomeerde uitstroom ULO bèta (tweejarig)

     

36

Extra gediplomeerde uitstroom ULO taal (tweejarig)

     

50

Extra Gediplomeerden uitstroom

   

98

184

Totaal verwachte extra instroom in het lerarenberoep5

   

78

158

Totaal verwachte instroom in het lerarenberoep6

267

267

345

425

Geraamde uitstroom in fte’s

Onvervulde vraag in fte’s (gemiddeld)7

204

204

204

204

Geraamde uitstroom fte’s8

214

214

214

214

Geraamde extra uitstroom in fte’s9

   

62

126

Geraamde totaal extra uitstroom in fte’s10

   

276

340

X Noot
1

Bron: Ramingen uit Centerdata (oktober 2014): De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel PO, VO en MBO

X Noot
2

We verwachten een extra gediplomeerde uitstroom van 70% aan bèta studenten.

X Noot
3

We verwachten een extra gediplomeerde uitstroom van 80% aan taalstudenten.

X Noot
4

Op basis van cijfers van SEO Studie en Werk verwachten we een instroom van 86% in het lerarenberoep van de extra gediplomeerde uitstroom aan studenten.

X Noot
5

Op basis van cijfers van SEO Studie en Werk verwachten we een instroom van 86% in het lerarenberoep van de extra gediplomeerde uitstroom aan studenten.

X Noot
6

Op basis van cijfers van SEO Studie en Werk verwachten we een instroom van 86% in het lerarenberoep van de extra gediplomeerde uitstroom aan studenten.

X Noot
7

Bron: Ramingen uit Centerdata (oktober 2014): De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel PO, VO en MBO

X Noot
8

We verwachten een gemiddelde aanstellingsomvang van 0,8 FTE.

X Noot
9

We verwachten een gemiddelde aanstellingsomvang van 0,8 FTE.

X Noot
10

We verwachten een gemiddelde aanstellingsomvang van 0,8 FTE.

De voorgestelde regeling wordt ingezet als arbeidsmarktinstrument en wijkt daarmee af van de studiefinanciering (het wordt ook niet opgenomen in de WSF 2000). De regeling wordt enerzijds ingezet om meer masteropgeleide leraren aan te trekken en te binden aan het lerarenberoep in het po. Anderzijds wordt deze regeling ingezet om meer masteropgeleide studenten aan te trekken voor het lerarenberoep en hen te binden aan het vo. Hierbij hebben studenten een plicht om een stage- of onderzoeksopdracht uit te voeren op een po- of vo-school. Daarnaast wordt het ontvangen bedrag teruggevorderd als studenten niet (tijdig) afstuderen.

2. Administratieve lasten

De administratieve lasten zullen stijgen voor studenten vanwege het doen van een (digitale) aanvraag voor de subsidie. Deze stijging is het gevolg van de nieuwe doelgroep die van deze regeling gebruik kan maken. In de oude situatie kon deze doelgroep niet gebruik maken van een vergelijkbare regeling. Het gaat om het eenmalig indienen van een aanvraag en het opsturen van het certificaat (diploma) aan DUO, als daar naar gevraagd wordt, na beëindigen van de opleiding. De administratieve lasten nemen in 2015 met afgerond 210 uur toe voor het totaal aantal studenten als bedoeld in artikel 19o, onderdelen e tot en met m en 150 uur voor het totaal aantal studenten als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c of d. Aanvullend stijgen de administratieve lasten met 155 uur voor het totaal aantal studenten die middels een steekproefsgewijze controle van DUO worden gevraagd hun diploma op te sturen na het beëindigen van de opleiding.

De administratieve lasten voor studenten komen daarmee op een totaal van 515 uur voor de jaren 2015–2017. In 2017/2018 gaat het om geraamde lasten van totaal 315 uur. Dit omdat de regeling voor studenten als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c en d tot 2017 loopt.

Administratieve lasten bij DUO zullen stijgen vanwege het opzetten van een tijdelijk systeem. Naar eerste schatting gaat het om € 200.000 (ontwikkelkosten) en 1 fte op jaarbasis. Daarnaast wat structurele kosten voor communicatie (site, formulieren, brieven), systeemonderhoud, bezwaar- en beroep.

3. Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

DUO heeft de regeling getoetst en heeft hem uitvoerbaar en handhaafbaar geacht met ingang van 1 oktober 2015.

4. Vaste verandermomenten en inwerkingtreding

De regeling treedt in werking op één van de vaste verandermomenten voor ministeriële regelingen: 1 september 2015. Gelet op de noodzaak tot het doen van een aanvraag en de verwerking daarvan, liefst zo spoedig mogelijk vóór het nieuwe studiejaar, is het onvermijdelijk dat er niet twee maanden wordt gewacht tussen de datum van plaatsing in de Staatscourant en de inwerkingtreding.

II. Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A – Subsidie aantrekken studenten in het lerarenberoep

Artikelen 19o en 19p. Reikwijdte en te subsidiëren activiteiten

De subsidie voor het aantrekken van studenten in het lerarenberoep is bedoeld voor het volgen van één geaccrediteerde één of tweejarige8 hbo- of wo-masteropleiding bij een onderwijsinstelling. Te weten:

  • 1. voor studenten die niet eerder dan ten hoogste twee jaar voor aanvang van het studiejaar het examen van een (academische) pabo met goed gevolg hebben afgelegd en de master Special Educational Needs (SEN), Leren en Innoveren, Master pedagogiek (hbo of wo), Master Onderwijskunde (wo) volgen;

  • 2. voor studenten die niet eerder dan ten hoogste twee jaar voor aanvang van het studiejaar het examen van een opleiding aan de universiteit dan wel hogeschool met goed gevolg hebben afgelegd en een één of tweejarige educatieve master aan een universitaire lerarenopleiding (ulo) in de tekortvakken (Nederlands, Moderne vreemde talen, Klassieke talen, Natuurkunde, Wiskunde en Scheikunde) volgen. Hier vallen ook de masters onder die niet specifiek genoemd zijn naar deze tekortvakken, zoals de master Science Education and Communication.

Dit betekent dat studenten geen subsidie kunnen aanvragen voor een premaster, deficiëntieopleiding of voorbereidend jaar op eerdergenoemde masteropleidingen. Als studenten ervoor kiezen om in de eigen tijd en van eigen middelen dit deficiëntieopleiding te volgen kunnen ze daarna vanzelfsprekend wel in aanmerking komen voor deze subsidie (mits zij deze niet eerder dan ten hoogste twee jaar voor aanvang van het studiejaar het examen met goed gevolg hebben afgelegd).

Artikel 19q. Eisen aan de student

De subsidie aantrekken studenten in het lerarenberoep is bedoeld voor:

  • 1. studenten die een hbo- of wo- masteropleiding gaan volgen en een stage of onderzoeksopdracht uitvoeren op een po school(bestuur); en

  • 2. studenten die een één of tweejarige educatieve master aan een universitaire lerarenopleiding volgen in een tekortvak en een stage of onderzoeksopdracht uitvoeren op een vo school.

  • 3. studenten die bij aanvang van het studiejaar een deficiëntieopleiding voorbereidend op een van de in artikel 19o genoemde masteropleidingen met goed gevolg hebben afgelegd.

We gaan er vanuit dat studenten ingeschreven aan een masteropleiding, zoals genoemd in artikel 19o, in aanmerking komen voor deze subsidie, ongeacht wat hun route naar deze master is geweest. Desondanks willen we hier benadrukken dat studenten die een deficiëntieopleiding voorbereidend op een van de in artikel 19o genoemde masteropleidingen met goed gevolg hebben afgerond en ingeschreven staan aan een master in aanmerking komen voor deze regeling.

Studenten zijn op het moment van aanvraag aangemeld bij een hbo- of wo- masteropleiding. Bij aanvang van het studiejaar zijn studenten ingeschreven aan een hbo- of wo- masteropleiding. De student ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c of d dient een stage- dan wel onderzoeksovereenkomst met een school(bestuur) voor primair onderwijs te hebben bij aanvang van het studiejaar. Afgestudeerden in een vak-masteropleiding die een postmaster in een tekortvak aan een ulo volgen behoeven geen stage of onderzoeksopdracht- contract aan te leveren omdat deze onderdeel is van de opleiding waar dat bij de masters voor studenten uit het po niet altijd het geval is. Ter verduidelijking, deze student doet een onderzoeksopdracht/heeft een stageplek, maar hoeft hier geen contract van in te leveren bij aanvang van het studiejaar.

Artikel 19r. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de jaren 2015, 2016 en 2017 is € 1 miljoen per jaar in het po en voor de jaren 2015–2018 € 3 miljoen per jaar in het vo.

Artikel 19s. Subsidiebedrag voor studiekosten

De hoogte van de bijdrage is dusdanig gekozen dat het merendeel van de beschikbare opleidingen redelijkerwijs kan worden gevolgd. Deze tegemoetkoming is niet gebaseerd op het normbedrag voor levensonderhoud van studiefinanciering en is dan ook niet bedoeld om alle studiekosten te dekken, maar dient als financiële trigger om masterstudenten te binden aan het lerarenberoep.

De subsidie voor studenten ingeschreven aan masteropleidingen als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c en d is gebaseerd op het subsidiebedrag gehanteerd door AP-PO in hun subsidieregeling in schooljaar 2013/2014. Dit bedrag biedt voldoende stimulans voor studenten om aan een vervolgopleiding deel te nemen. De benodigde instroom in de masteropleidingen als bedoeld in artikel 19o, onderdelen e, f, g, h, i, j, k, l en m, is echter dermate hoger dat er gekozen is om voor deze opleidingen een hogere stimulans in de vorm van subsidie toe te kennen (immers: hoe hoger het bedrag, hoe meer mensen zullen kiezen voor het lerarenberoep). De hoogte van deze subsidie is gebaseerd op resultaten uit een onderzoek van ResearchNed9 waaruit bleek dat dit bedrag voldoende stimulans biedt om een lerarenopleiding te gaan volgen. De subsidie voor studenten ingeschreven aan masteropleidingen als bedoeld in artikel 19o, onderdelen k, l of m ontvangen een hoger bedrag vanwege de benodigde extra instroom in de bèta lerarenopleidingen om de geraamde onvervulde vraag in de tekortvakken te vervullen. Daarnaast is de kans dat bèta studenten kiezen voor een universitaire lerarenopleiding naar schatting drie keer zo laag als de kans voor taalstudenten: zij reageren gemiddeld genomen pas bij een hoger bedrag dan taalstudenten. Met een hogere subsidie willen we deze keus voor de lerarenopleiding bij bètastudenten stimuleren.

Artikel 19t. Vereisten subsidieaanvraag

De student vraagt zelf subsidie aan voor de hbo- of wo masteropleiding. Het aanvraagformulier is te downloaden van de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs en dient digitaal dan wel op een andere door DUO aangewezen wijze te worden ingediend.

Artikel 19u. Termijn indiening aanvraag

In afwijking van het eerste en tweede lid, kan subsidie voor de opleidingen bedoeld in artikel 19o, onderdelen e tot en met m, tevens aangevraagd worden in de periode december tot en met februari van het lopende studiejaar met uitzondering van 2019. Voor de opleidingen bedoeld in artikel 19o onderdelen a, b, c en d is dit niet mogelijk omdat te weinig opleidingen een tweede instroommoment kennen waardoor het langer openstellen van de inschrijfperiode niet loont. Van de opleidingen bedoeld in artikel 19o, onderdelen e tot en met m, kent bijna elke opleiding een tweede instroommoment. De aanvragen voor het tweede instroommoment vallen in het subsidieplafond van het jaar waarin de studie aanvangt. Aanvragen voor het instroommoment in september kunnen gedaan worden vanaf april tot oktober. Aanvragen voor het instroommoment in februari worden gedaan tussen december en februari.

Artikel 19v. Weigeringsgronden

In afwijking van artikel 11 kan de subsidieverlening aan de student niet worden geweigerd indien de subsidieaanvrager uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten heeft ontvangen voor het volgen van de opleiding. Een uitzondering hierop zijn de regelingen Vierslagleren, Eerst de Klas en de Onderwijstraineeships.

De aanvraag wordt geweigerd indien de aanvraag niet volledig is. Waarbij een redelijke termijn, van veertien dagen, voor herstel van de aanvraag geboden wordt. Subsidie wordt geweigerd als de student ingeschreven aan een masteropleiding als bedoeld in artikel 19o, onderdelen a, b, c of d geen stage- dan wel onderzoeksovereenkomst met een school voor primair onderwijs heeft bij aanvang van het studiejaar.

Artikel 19w. Termijn beslissing

Direct na ontvangst zal DUO een ontvangstbevestiging versturen zodat de aanvrager een bewijs heeft dat zijn aanvraag is ontvangen. Deze ontvangstbevestiging zegt uiteraard niets over het wel of niet ontvangen van een subsidie. Als een aanvraag incompleet is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag te completeren. Waarbij een redelijke termijn, van veertien dagen, voor herstel van de aanvraag geboden wordt. DUO zal vervolgens de binnengekomen aanvragen binnen 8 weken behandelen.

Artikel 19x. Wijze van verdeling beschikbare middelen

Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Artikel 19y. Subsidieverplichting student

De student behaalt binnen maximaal een halfjaar na het studiejaar als bedoeld in artikel 1 onderdeel r voor de betreffende masteropleiding, het certificaat van de hbo- of wo- masteropleiding. Zo niet, dan zal de subsidie worden teruggevorderd.

Artikel 19z. Toepassing artikelen hoofdstuk 2

De artikelen 15 tot en met 18 van zijn van overeenkomstige toepassing op de student, bedoeld in dit hoofdstuk, met dien verstande dat in artikel 17 voor ‘22 weken na afloop van het studiejaar’ wordt gelezen: 22 weken na afloop van het studiejaar met maximaal 0,5 jaar uitloop. Hierbij is de toegestane uitloop van maximaal 0,5 jaar bedoeld. Waarbij er natuurlijk rekening wordt gehouden met verzachtende omstandigheden, als bijvoorbeeld de dood van een familielid.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

SEO (2014). Verkenning effect studievoorschot op instroom meerjarige masters tekortsectoren.

X Noot
2

ResearchNed (2015, nog niet gepubliceerd). Invulling en inrichting tegemoetkoming studiekosten lerarenopleidingen.

X Noot
3

CPB (april 2014). CPB Notitie – Betreft: Verkenning ophoging masters PO en VO.

X Noot
4

CPB (april 2014). CPB Notitie – Betreft: Verkenning ophoging masters PO en VO.

X Noot
5

CPB (april 2014). CPB Notitie – Betreft: Verkenning ophoging masters PO en VO.

X Noot
6

Zoals gedefinieerd door CentERdata: Nederlands, Frans, Duits, Engels, Grieks, Latijn, Natuurkunde, Scheikunde, Wiskunde. Deze tekortvakken kunnen in de loop van de regeling variëren en zullen indien nodig aangepast worden.

X Noot
7

ResearchNed (2015, nog niet gepubliceerd). Invulling en inrichting tegemoetkoming studiekosten lerarenopleidingen.

X Noot
8

Hierbij vormt de master Leren en Innoveren een uitzondering aangezien deze alleen in deeltijd in een tweejarig traject te volgen is.

X Noot
9

ResearchNed (2015, nog niet gepubliceerd). Invulling en inrichting tegemoetkoming studiekosten lerarenopleidingen.