Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RijkswaterstaatStaatscourant 2015, 24292Vergunningen

Definitieve beschikking Wet bescherming Antarctica, Rijkswaterstaat

De aanvraag

Op 11 mei 2015 heeft Rederij Bark Europa een aanvraag om een vergunning op grond van de Wet bescherming Antarctica ingediend voor het verrichten van handelingen in het Antarctisch gebied.

De handelingen bestaan uit het ondernemen van vier opeenvolgende commerciële zeiltrainingsreizen met het schip de bark ‘Europa’ naar het Antarctisch gebied. Per expeditie zullen maximaal 43 passagiers meegaan en daarnaast nog eens 21 bemanningsleden. Tijdens de expedities zullen enkele landingen worden gemaakt, waarbij een Speciaal Beheerd Gebied (ASMA), enkele historische locaties (HSM) en een aantal stations zullen worden bezocht. De vergunning is aangevraagd voor de periode van 19 december 2015 tot en met 31 maart 2016.

Definitieve beschikking

De Staatssecretarissen van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken hebben op 11 augustus 2015 de vergunning afgegeven. Deze beschikking is niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerp. Aan de vergunning zijn beperkende voorschriften verbonden ter bescherming van het Antarctisch gebied.

De bekendmaking van de vergunning heeft plaatsgevonden door toezending aan de aanvrager op 11 augustus 2015.

Reageren

De vergunning ligt ter inzage van 12 augustus 2015 tot en met 22 september 2015 op het kantoor van Rijkswaterstaat Zee & Delta, Lange Kleiweg 34 te Rijswijk (ZH).

U kunt als belanghebbende tegen dit besluit beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt 6 weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dit betekent dat het indienen van een beroepschrift mogelijk is tot en met 22 september 2015. Geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze naar voren heeft gebracht op het ontwerp van het desbetreffende besluit.