Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2015, 19725 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2015, 19725 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op artikelen 6, 11, derde lid, en 12 van het Frequentiebesluit 2013;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Minister van Economische Zaken;
frequentie of samenstel van frequenties voor het gebruik waarvan een vergunning kan worden verleend;
een vergunning voor commerciële radio-omroep voor één van de kavels B1 tot en met B38 die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003, de Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003, de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2007, de Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM) of de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep;
een vergunning voor commerciële radio-omroep voor één van de kavels C01 tot en met C12, uitgezonderd kavels C3, C04, C08 en C11, die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003, de Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003, de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2007 of de Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM);
radioprogramma als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008;
een geografisch afgebakend deel van een frequentieband, zijnde een van de allotments 6B, 7A, 8A, 9D-N en 9D-Z in de bovenregionale kavel, zoals omschreven in bijlage 1;
een achttiende deel van de frequentiecapaciteit van een allotment;
een vergunning voor commerciële radio-omroep voor het gebruik van een capaciteitseenheid;
het gelijktijdig digitaal uitzenden van de radioprogramma’s die worden uitgezonden met gebruikmaking van de FM- of middengolfvergunning van de aanvrager, in een allotment dat overeenkomstig bijlage 2 is gekoppeld aan de desbetreffende FM- of middengolfvergunning.
1. Voor de verlening van vergunningen voor digitale radio-omroep voor de periode tot en met 31 augustus 2017 is op grond van deze regeling de volgende frequentiecapaciteit beschikbaar:
– allotment 6B: 1 capaciteitseenheid;
– allotment 7A: 9 capaciteitseenheden;
– allotment 9D-N: 10 capaciteitseenheden;
– allotment 9D-Z: 14 capaciteitseenheden.
2. Met het oog op een evenwichtige verdeling van de in het eerste lid bedoelde frequentiecapaciteit:
a. is deze frequentiecapaciteit alleen beschikbaar voor houders van een vergunning voor digitale radio-omroep in ten minste één van de allotments 6B, 7A, 8A, 9D-N of 9D-Z;
b. wordt de beschikbare frequentiecapaciteit per capaciteitseenheid verdeeld;
c. wordt bij deze verdeling voorrang gegeven aan aanvragen voor zover deze een aanvulling van de simulcastvoorziening betreffen; en
d. vindt de verdeling van deze frequentiecapaciteit plaats per allotment en in verdeelronden zoals beschreven in artikel 6.
1. Een aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, bedoelde frequentiecapaciteit wordt per aangetekende post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging op werkdagen tussen 9.00 uur en 18.00 uur ingediend:
a. gedurende de volgende periode: vanaf 14.00 uur op de dag van inwerkingtreding van deze regeling tot uiterlijk twee weken na die dag om 18.00 uur;
b. op het volgende adres en met de volgende adressering:
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V., mr. C.A. de Zeeuw, notaris,
New Babylon, receptie 2e verdieping,
Bezuidenhoutseweg 57,
2594 AC Den Haag.
2. Door of namens de in het eerste lid genoemde notaris wordt ten behoeve van de indiener van de aanvraag een bewijs van ontvangst opgesteld dat de naam van de aanvrager en de datum en het tijdstip van ontvangst van de aanvraag bij de in het eerste lid bedoelde receptie bevat en dat is voorzien van een volgnummer en ondertekening.
3. Een aanvraag die per aangetekende post voor 18.00 uur wordt ontvangen op de dag van inwerkingtreding van deze regeling, wordt geacht te zijn ontvangen op die dag om 18.00 uur en aan deze aanvraag wordt een dienovereenkomstig volgnummer toegekend.
4. Indien niet aan de hand van het tijdstip van ontvangst een volgnummer kan worden vastgesteld omdat aanvragen gelijktijdig zijn ingediend, worden de volgnummers voor deze aanvragen door of namens de notaris, genoemd in het eerste lid, vastgesteld door middel van loting.
5. De aanvrager dient slechts één aanvraag in, ook indien hij aanspraak wenst te maken op meer dan één vergunning voor digitale radio-omroep.
6. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 1 opgenomen model en gaat vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.
7. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
8. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
1. Indien de aanvraag niet is afgewezen op grond van artikel 4 en de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 3, vijfde tot en met zevende lid, gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
2. De aanvrager heeft gedurende vier werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.
3. De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder b, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 18.00 uur.
4. Artikel 3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden de datum en het tijdstip waarop het verzuim overeenkomstig het derde lid is hersteld en dat het eerder op grond van artikel 3 afgegeven volgnummer dienovereenkomstig wordt aangepast.
5. Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of indien na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 3, vijfde tot en met zevende lid, gestelde eisen, kan de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling worden gelaten.
1. Bij de toepassing van dit artikel worden alleen die aanvragen in aanmerking genomen die voldoen aan het gestelde in deze regeling en die niet op grond van artikel 3.18 van de wet worden afgewezen.
2. Bij voorrang wordt desgevraagd één capaciteitseenheid per allotment toegedeeld voor aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal aanvragen voor dit gebruik in een allotment de in dat allotment beschikbare frequentiecapaciteit overtreft, wordt deze capaciteit op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
3. Van de frequentiecapaciteit die na toepassing van het tweede lid in een allotment nog beschikbaar is, wordt vervolgens desgevraagd één capaciteitseenheid per aanvrager toegedeeld voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal aanvragers dat ten minste één capaciteitseenheid voor een allotment heeft aangevraagd voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening, groter is dan het aantal in dat allotment beschikbare capaciteitseenheden, wordt de capaciteit in dat allotment op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
4. Van de frequentiecapaciteit die na toepassing van het derde lid in een allotment nog beschikbaar is, worden vervolgens desgevraagd een of meer capaciteitseenheden toegedeeld aan de aanvrager die meer dan één capaciteitseenheid voor dat allotment heeft aangevraagd voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal voor dat ander gebruik gevraagde capaciteitseenheden verminderd met het aantal op grond van het derde lid verdeelde capaciteitseenheden groter is dan het aantal in dat allotment na toepassing van het derde lid beschikbare capaciteitseenheden, wordt de capaciteit in dat allotment op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
5. Bij de verdeling op volgorde van binnenkomst op grond van de tweede volzin van het tweede, derde en vierde lid, wordt uitgegaan van het volgnummer dat is toegekend overeenkomstig artikel 3, tweede tot en met vierde lid, en in voorkomend geval gewijzigd overeenkomstig artikel 5, vierde lid.
6. Voor overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid toegedeelde frequentiecapaciteit verleent de minister aan de desbetreffende aanvrager één vergunning per capaciteitseenheid.
7. Voor zover de aanvragen niet op grond van het zesde lid worden toegewezen, worden zij afgewezen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 30 juni 2015
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp
Aan
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V., mr. C.A. de Zeeuw, notaris,
New Babylon, receptie 2e verdieping,
Bezuidenhoutseweg 57
2594 AC Den Haag
Naam vergunninghouder: ......................................................
Hiermee dien ik een aanvraag in1 om verlening van een of meer vergunningen voor digitale radio-omroep voor de periode tot en met 31 augustus 2017 overeenkomstig de hieronder gegeven specificaties.
Toelichting:
In de onderstaande tabel is in de linker kolom per allotment2 aangegeven hoeveel capaciteitseenheden beschikbaar zijn (conform artikel 2, eerste lid, van de regeling). In de tweede en derde kolom kunnen capaciteitseenheden worden aangevraagd waarover wordt beslist in de eerste respectievelijk de tweede en de derde verdeelronde. Voor de eerste verdeelronde kan in bepaalde gevallen een aanvrager per allotment (maximaal) één capaciteitseenheid aanvragen voor aanvulling van de simulcastvoorziening, namelijk in het allotment of de allotments waar hij dekking heeft met zijn analoge radiovergunning maar nog geen dekking heeft voor digitale radio. In welke gevallen hiervan sprake is, is aangeduid in bijlage 2. Hiernaast kan een aanvrager capaciteitseenheden aanvragen voor ander gebruik dan voor aanvulling van de simulcastvoorziening. Dit deel van de aanvraag komt (eerst) aan de orde in de tweede verdeelronde waarin een aanvrager per allotment (maximaal) één capaciteitseenheid kan verkrijgen. Indien dit deel van de aanvraag meer dan één capaciteitseenheid per allotment betreft, komt het resterende deel van de aanvraag aan de orde in de derde verdeelronde. In de derde verdeelronde is er geen beperking aan het aantal per allotment te verlenen capaciteitseenheden. Uiteraard is het niet zinvol meer capaciteitseenheden aan te vragen dan ten behoeve van de verdeling in een allotment beschikbaar zijn. De wijze van verdeling van de beschikbare frequentiecapaciteit is vastgelegd in artikel 6 van de regeling en is toegelicht in paragrafen 2 en 3 van de toelichting.
Voor de toegedeelde frequentieruimte wordt per capaciteitseenheid een vergunning verleend (artikel 6, zesde lid, van de regeling). De simulcastverplichting wordt (alleen) verbonden aan vergunningen die voor aanvulling van de simulcastvoorziening zijn verleend.
|
KOLOM 1 |
KOLOM 2 |
KOLOM 3 |
|---|---|---|
|
Allotment (beschikbaar aantal capaciteitseenheden) |
Aanvraag voor eerste verdeelronde, bedoeld in art. 6, tweede lid, van de regeling (ten behoeve van aanvulling van de simulcastvoorziening; maximaal 1 capaciteitseenheid per allotment die cf. bijlage 2 is gekoppeld aan de desbetreffende FM- of middengolfvergunning) |
Aanvraag voor tweede en derde verdeelronde, bedoeld in art. 6, derde en vierde lid, van de regeling |
|
6 B (1 eenh.) |
□ 1 capaciteitseenheid* |
□ 1 capaciteitseenheid*/** |
|
7 A (9 eenh.) |
□ 1 capaciteitseenheid* |
.... (...............) *** capaciteitseenheden |
|
9 D – N (10 eenh.) |
□ 1 capaciteitseenheid* |
.... (...............) *** capaciteitseenheden |
|
9 D -Z (14 eenh.) |
□ 1 capaciteitseenheid* |
.... (...............) *** capaciteitseenheden |
* indien gewenst aankruisen
** omdat in allotment 6B slechts één capaciteitseenheid beschikbaar is, zal deze na de eerste of tweede verdeelronde verdeeld zijn, zodat op voorhand vast staat dat voor de derde verdeelronde in dit allotment geen capaciteit meer beschikbaar zal zijn.
*** vermelding van het gevraagde aantal capaciteitseenheden in cijfers en ook (tussen haakjes) voluit geschreven.
Ondertekening
Ondergetekende verklaart:
– dat de gegevens naar waarheid zijn ingevuld; en
– dat hij/zij namens de vergunninghouder bevoegd is om deze aanvraag in te dienen.
• Naam en functie: ...................................................................................................
Informatie of bijgevoegde bescheiden waaruit blijkt dat de indiener van de aanvraag bevoegd is deze aanvraag namens de vergunninghouder in te dienen (bijv. door bijvoeging van een uittreksel uit het handelsregister of een kopie van de statuten): .....
• Plaats en datum ..................................................................................................
• Handtekening .......................................................................................................
• Bevoegdheid:
Omschrijving van de in artikel 1, onderdeel f, van de regeling genoemde allotments:
– allotment 6B betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het grootste deel van de provincie Flevoland (DVB allotment HOL0902H, de frequenties 182.880 MHz – 184.416 MHz);
– allotment 7A betreft de provincies Brabant en Limburg (DVB allotment HOL0905H, de frequenties 188.160 MHz – 189.696 MHz);
– allotment 8A betreft de provincies Zuid Holland en Utrecht en een deel van de provincies Noord-Holland en Flevoland (DVB allotment HOL0903H, de frequenties 195.168 MHz – 196.704 MHz);
– allotment 9D-N betreft de provincie Friesland en een deel van de provincie Noord-Holland. (DVB allotment HOL0906H, de frequenties 207.296 MHz – 208.832 MHz);
– allotment 9D-Z betreft de provincie Zeeland (DVB allotment HOL0901H, de frequenties 207.296 MHz – 208.832 MHz).
De voornoemde allotments zijn weergegeven op de onderstaande kaart. In het vijfde allotment (8A) is geen frequentiecapaciteit meer beschikbaar zodat dit allotment niet in de bovenstaande tabel is opgenomen.

In de onderstaande tabellen worden de in artikel 1, onder c en d, omschreven niet-landelijke FM-vergunningen en middengolfvergunningen vermeld (kolom 1) waarvan de houder voor aanvulling van de simulcastvoorziening een extra vergunning voor digitale radio-omroep kan aanvragen voor een allotment, zijnde het allotment genoemd in kolom 2.
Voor andere soortgelijke vergunningen voor analoge radio-omroep geldt dat hetzij het theoretische analoge verzorgingsgebied daarvan reeds geheel wordt gedekt door de vergunning voor digitale radio-omroep waarover de vergunninghouder beschikt, hetzij de betreffende vergunninghouder niet beschikt over een vergunning voor digitale radio-omroep omdat hij op een andere wijze aan zijn digitaliseringsverplichting voldoet.
|
kolom 1 |
kolom 2 |
|---|---|
|
Niet-landelijke commerciële FM-radio-omroep |
Allotment1 |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/ 5096488 (kavel B1) |
allotment 9D-N |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/ 5096425 (kavel B3) |
allotment 9D-N |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/5096382 (kavel B17) |
allotment 8A |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/ 5096374 (kavel B20) |
allotment 7A |
|
kolom 1 |
kolom 2 |
|---|---|
|
Commerciële middengolfomroep |
Allotment1 |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/5096381 (kavel C1) |
allotments 7A, 8A, 9D-N en 9D-Z |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/5096266 (kavel C2) |
allotments 6B, 7A 9D-N en 9D-Z |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/5403765 (kavel C7) |
allotments 6B, 7A, 9D-N en 9D-Z |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/5096377 (kavel C9) |
allotments 6B en 7A |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/5403824 (kavel C10) |
allotments 6B en 8A |
|
De vergunning met kenmerk AT-EZ/6165419 (kavel C12) |
allotments 6B, 7A en 9D-Z |
1 Omschrijving van de in de tabel genoemde allotments: zie bijlage 1
Na een eerdere toewijzing van frequentiecapaciteit voor digitale radio aan de landelijke publieke omroep (NPO) zijn in het kader van de verlenging van vergunningen voor analoge radio-omroep in 2011 hieraan gekoppelde vergunningen voor digitale radio-omroep verleend aan landelijke en niet-landelijke commerciële radiostations. De vergunningen voor digitale radio-omroep die zijn verleend aan houders van een niet-landelijke FM-vergunning en aan houders van een middengolfvergunning betreffen de zogenaamde bovenregionale kavel. Dit is een landelijk dekkende kavel ingedeeld in vijf regionale blokken, de zogenaamde allotments. Ook aan de regionale publieke omroepen is frequentiecapaciteit uit deze kavel toegewezen. In de bovenregionale kavel is nog capaciteit over die met deze regeling wordt uitgegeven (de restcapaciteit). Het is wenselijk dat via digitale radio bestaande en nieuwe radioprogramma’s kunnen worden beluisterd. De restcapaciteit wordt alleen voor de commerciële niet-landelijke FM-omroepen en de commerciële middengolfvergunninghouders beschikbaar gesteld. De Stichting ROOS (Regionale Omroep Ontwikkeling en Samenwerking) heeft namens de regionale publieke omroepen aangegeven dat deze omroepen geen behoefte hebben aan extra frequentiecapaciteit omdat de restcapaciteit ongelijk verdeeld is over de allotments zodat niet alle regionale publieke omroepen in gelijke mate extra capaciteit kunnen verkrijgen.
Benutting van de restcapaciteit levert een verdere bijdrage aan de digitalisering van de Nederlandse etherradio. Gelet op de doelstelling van het digitaliseringsbeleid (uiteengezet in een brief aan de Tweede Kamer van 23 juni 2009, Kamerstukken II, vergaderjaar 2008–2009, 24 095, nr. 241) is het gewenst dat de huidige (commerciële) vergunninghouders in de bovenregionale kavel, waar mogelijk, extra capaciteit krijgen om de luisteraar ‘meer’ digitale radio te kunnen bieden. Dat is reden om de restcapaciteit alleen voor deze doelgroep beschikbaar te stellen. Dit vloeit overigens ook voort uit het Nationaal Frequentieplan 2014. Dat plan bevat met het oog op de verdere digitalisering van de Nederlandse etherradio een koppeling tussen het gebruik van frequentiebanden voor analoge radio-omroep en voor digitale radio-omroep. Daarom wordt met deze regeling aan de niet-landelijke FM-vergunninghouders en de middengolfvergunninghouders die nu reeds in het bezit zijn van een vergunning voor digitale radio-omroep in de bovenregionale kavel, de mogelijkheid geboden om extra frequentiecapaciteit in deze kavel aan te vragen voor de periode tot 1 september 2017.
Zoals gezegd is een groot gedeelte van de frequentiecapaciteit in de bovenregionale kavel reeds vergund aan vergunninghouders voor analoge radio-omroep om hun analoge radioprogramma ook digitaal te kunnen uitzenden (simulcasting). Niet alle restcapaciteit in de bovenregionale kavel wordt thans verdeeld. Vier middengolfvergunningen zijn thans niet in gebruik. Voorzien wordt dat deze verguningen binnen afzienbare tijd alsnog zullen worden verdeeld met een gekoppelde vergunning voor digitale radio. Om dat mogelijk te maken wordt in de desbetreffende allotments frequentiecapaciteit gereserveerd voor die verdeling. Onderstaand schema geeft aan hoeveel frequentiecapaciteit er per allotment is vergund aan of wordt gereserveerd voor commerciële niet-landelijke FM en middengolf; hoeveel frequentiecapaciteit is vergund aan de regionale publieke omroep; en hoeveel frequentiecapaciteit er dus resteert. Hierbij wordt uitgegaan van een toedeling van de frequentiecapaciteit per allotment in achttien delen, de zogenaamde capaciteitseenheden.
|
Allotment |
Capaciteitseenheden commercieel (niet-landelijk FM en middengolf) |
Capaciteitseenheden regionaal publiek |
Resterende capaciteitseenheden |
|---|---|---|---|
|
6B |
10 |
7 |
1 |
|
7A |
6 |
3 |
9 |
|
8A |
12 |
6 |
0 |
|
9D-N |
6 |
2 |
10 |
|
9D-Z |
1 |
3 |
14 |
Overeenkomstig het Nationaal Frequentieplan wordt deze frequentieruimte verdeeld door middel van de procedure ‘op volgorde van binnenkomst’. Er is wel reden om hierbij aanvullende verdelingsregels te hanteren, betreffende de beschikbare capaciteit en de eisen waaraan aanvragers moeten voldoen. Onverkorte toepassing van het criterium van volgorde van binnenkomst zou namelijk in dit geval kunnen leiden tot een onevenwichtige verdeling en ondoelmatig gebruik van de frequentieruimte. Dat heeft in het bijzonder te maken met de volgende elementen.
Ten eerste is relevant dat sommige houders van vergunningen voor analoge radio-omroep nog niet in hun gehele uitzendgebied digitale radio kunnen uitzenden omdat het hen eerder vergunde allotment daar niet geheel mee overlapt. Dit geldt in het bijzonder voor houders van middengolfvergunningen omdat deze vergunningen een relatief groot dekkingsgebied hebben. Het is in het belang van het digitaliseringsbeleid en daamee van doelmatig frequentiegebruik dat analoog uitgezonden radioprogramma's zoveel mogelijk ook digitaal, via simulcasten, worden uitgezonden. Dat is reden voorrang te geven aan aanvragen die leiden tot een completering van het dekkingsgebied voor simulcasten boven andere aanvragen (in het aanvraagmodel aangeduid als aanvulling van de simulcastvoorziening).
Het is hiernaast wenselijk dat er binnen een allotment een zekere spreiding in het aanbod is. Toepassing van een maximum voor de frequentiecapaciteit die per aanvrager verkregen kan worden, zou echter kunnen leiden tot het ongebruikt blijven van frequentiecapaciteit, wat eveneens ongewenst is. In verband hiermee is gekozen voor toepassing van verdeelronden waarbij alleen in eerste instantie een maximum wordt toegepast. Op deze wijze kan een groter aantal aanvragers elk ten minste één vergunning binnen een allotment verkrijgen.
Op grond van de hiervoor vermelde overwegingen vindt de verdeling plaats in drie ronden waarbij eerst de verdeling voor de aanvulling van de simulcastvoorziening plaatsvindt, daarna een verdeling voor ander frequentiegebruik voor slechts één capaciteitseenheid per allotment en tenslotte een verdeling zonder een dergelijke limiet. Per ronde vindt de verdeling plaats overeenkomstig het criterium van volgorde van binnenkomst. In de regeling is rekening gehouden met de mogelijkheid dat verscheidene aanvragen gelijktijdig worden ontvangen. Daartoe is voorzien in een aanpak waarbij aanvragen dienen te worden gezonden aan of afgegeven bij een notaris waarbij door of namens de notaris een volgnummer wordt afgegeven. In het geval van gelijktijdige ontvangst wordt het volgnummer door loting bepaald. Dat bij een procedure op volgorde van binnenkomst in laatste instantie kan worden teruggegrepen op het bepalen van de rangorde door loting, vindt bevestiging in een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 juli 2007 (AB 2008, 28; LJN: BA9794). Op deze wijze worden maximale waarborgen ingebouwd voor een uitvoerbare en transparante uitvoering van het criterium van volgorde van binnenkomst.
De in eerste instantie afgegeven volgnummers kunnen wijziging ondergaan als blijkt dat aanvragen niet voldoen aan de vereisten voor de inrichting van de aanvraag, bijvoorbeeld omdat de handtekening ontbreekt of omdat niet de vereiste bijlagen zijn bijgevoegd. Pas als een dergelijk verzuim (tijdig) is hersteld, is sprake van een volledige en correcte aanvraag. Daarom wordt in een dergelijk geval het volgnummer van de aanvraag aangepast aan het tijdstip waarop het verzuimherstel heeft plaatsgevonden.
Vergunninghouders kunnen gedurende twee weken een aanvraag voor extra frequentiecapaciteit in de bovenregionale kavel indienen. De aanvrager dient het daarvoor in bijlage 1 vastgestelde aanvraagmodel te gebruiken. Hierin wordt wat de aanvraag betreft onderscheiden tussen drie verdeelronden per allotment, waarbij frequentiecapaciteit kan worden aangevraagd voor respectievelijk aanvulling van de simulcastvoorziening, ander frequentiegebruik met een maximum van één capaciteitseenheid en ander frequentiegebruik zonder maximum.
Een aanvraag voor aanvulling van de simulcastvoorziening betreft slechts één capaciteitseenheid in één of meer allotments waar de aanvrager een verzorgingsgebied heeft voor analoge radio maar waarvoor hij nog geen vergunning heeft voor digitale radio. In bijlage 2 is vermeld welke vergunninghouders voor welk allotment een dergelijke aanvraag voor aanvulling van de simulcastvoorziening kunnen doen.
Aanvragen die niet tijdig, op de juiste wijze en op het juiste adres zijn ingediend, worden afgewezen. Voor aanvragen die niet voldoen aan de eisen voor de inrichting van de aanvraag (zoals gebruik van aanvraagmodel; bijvoegen van gegevens en bescheiden) krijgt de aanvrager gelegenheid de aanvraag aan te passen of te completeren. Indien dit niet of niet tijdig is gebeurd, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten.
Tenslotte wordt beoordeeld of er reden is voor afwijzing van de aanvraag op grond van de algemene weigeringsgronden, genoemd in artikel 3.18 van de Telecommunicatiewet. Een reden voor afwijzing kan onder meer gelegen zijn in het feit dat de aanvrager niet (meer) voldoet aan de eisen die zijn gesteld bij de verkrijging van zijn analoge FM- of middengolfvergunning of van zijn eerder verleende vergunning voor digitale radio-omroep, bijvoorbeeld omdat hij failliet is verklaard. Ook kan het niet voldoen aan (financiële) verplichtingen in verband met andere omroepvergunningen reden zijn voor afwijzing van de aanvraag.
Alleen de aanvragen die niet zijn afgewezen of buiten behandeling zijn gesteld, worden bij de verdeling in aanmerking genomen. Per verdeelronde per allotment wordt beoordeeld of de beschikbare frequentiecapaciteit toereikend is. Indien dit het geval is, worden alle desbetreffende aanvragen toegewezen. Indien dit niet het geval is, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst, met toepassing van het door de notaris afgegeven volgnummer, toegewezen. Andere aanvragen worden afgewezen. In de derde verdeelronde kan het bijgevolg zo zijn dat de als laatste te honoreren aanvraag deels wordt toegewezen, voor zover er nog capaciteitseenheden beschikbaar zijn, en voor het overige wordt afgewezen.
Voor de verkregen capaciteitseenheden wordt per capaciteitseenheid een vergunning verleend.
In een vergunning voor digitale radio die wordt verleend voor aanvulling van de simulcastvoorziening, wordt de verplichting opgenomen de verkregen frequentiecapaciteit te gebruiken voor simulcasten.
In vergunningen voor digitale radio-omroep die via de tweede en derde verdeelronde worden toegedeeld, worden geen programmatische eisen gesteld. Het is van belang dat vergunninghouders de vrijheid hebben om voor deze capaciteitseenheden kanalen en radioprogramma’s te ontwikkelen die luisteraars binden aan het digitale platform. Op dit moment is nog onvoldoende bekend welke innovaties en businessmodellen in de praktijk zullen werken. Met deze aanpak wordt aangesloten bij de aanpak voor de landelijke commerciële radiostations waarbij de extra capaciteit waarover de vergunninghouders in de landelijke kavel 11C beschikken, mede dient voor het uitzenden van andere (nieuwe) programma’s.
De verkrijgers van de met deze regeling te verdelen frequentiecapaciteit dienen bij te dragen aan de kosten van het netwerk in het desbetreffende allotment. Dit komt een doelmatige exploitatie van de bovenregionale kavel en daarmee ook de digitalisering ten goede. Een verkrijger van een vergunning dient daarom toe te treden tot de samenwerkingsovereenkomst voor het desbetreffende allotment. In de vergunningen worden op dit punt vergelijkbare verplichtingen opgenomen als in de reeds verleende vergunningen voor digitale radio-omroep in de bovenregionale kavel.
De hiervoor genoemde vergunningsvoorschriften gelden onverkort in het geval van (een al dan niet gedeeltelijke) overdracht van een op grond van deze regeling verleende vergunning. Een dergelijke overdracht is overigens slechts mogelijk aan bestaande analoge vergunninghouders. Dat vloeit voort uit de in het Nationaal Frequentieplan 2014 opgenomen koppeling. Verder is bij een overdracht van een vergunning met een simulcastverplichting van belang dat de overdragende partij, indien hij een vergunning voor analoge radio-omroep in gebruik houdt, blijft voldoen aan de aan die vergunning verbonden digitaliseringsverplichting. Dit kan door een (extra) vergunning voor digitale radio-omroep aan te wenden ten behoeve van simulcasten of door digitale radio te verzorgen door middel van doorgifte via een andere vergunninghouder.
In de zomer van 2014 is voor deze regeling een internetconsultatie gehouden. Er zijn in totaal zeventien reacties binnengekomen. Deze waren afkomstig van houders van vergunningen voor digitale radio-omroep in de bovenregionale kavel, van potentiële toetreders en van andere belangstellenden. De inhoud van de verschillende reacties loopt behoorlijk uiteen. Een onderwerp dat in een aantal reacties terugkomt betreft het punt dat de verdeling waarin de regeling voorziet, niet openstaat voor partijen die niet reeds over een vergunning in de bovenregionale kavel beschikken. Potentiële toetreders menen dat hierdoor in strijd met Europees recht de toegang tot digitale etherradio voor hen wordt geblokkeerd en vinden dat er ruimte geboden moet worden voor nieuwe initiatieven. De huidige vergunninghouders stellen vooral vragen over de verdelingssystematiek, waaronder de voorrang voor aanvulling van de simulcastvoorziening.
Met betrekking tot de afbakening van de doelgroep van deze regeling is het van belang dat de onderhavige verdeling niet meer is dan het laatste onderdeel in de uitvoering van het verlengings- en digitaliseringsbeleid voor de Nederlandse etherradio in de periode 2011–2017, zoals reeds vermeld onder 1. De in het Nationaal Frequentieplan 2014 vastgelegde koppeling van analoge en digitale radio heeft tot gevolg dat vergunningen voor digitale radio-omroep in de bovenregionale kavel alleen beschikbaar zijn voor partijen die een analoge vergunning bezitten. Zoals toegelicht bij artikel 2 voldoet deze regeling aan de Europeesrechtelijke vereisten.
Anders dan gesteld leidt het beleid van koppeling van analoge en digitale radio en deze regeling er niet toe dat nieuwe partijen geen toegang kunnen krijgen tot de markt voor (digitale) etherradio. Ten eerste kunnen partijen een analoge vergunning proberen te verwerven. Zo heeft er in 2013 nog een verdeling plaatsgevonden van analoge radiokavels met bijbehorende digitale frequentiecapaciteit. Het ging toen om de kavels A7, B38 en C08. En er bestaat de mogelijkheid om (de vergunning van) een bestaand radiostation over te nemen en op die manier toegang te krijgen tot de markt. Verder kan men een doorgifte-overeenkomst met een bestaande vergunninghouder sluiten. Op die manier hebben partijen als Arrow Classic Rock, Efteling Radio en Radio Maria toegang gekregen tot het kavel voor landelijke commerciële digitale radio. Geïnteresseerde radiopartijen kunnen zich voor doorgifte ook wenden tot het bedrijf MTV-NL. Dat is een bedrijf dat beschikt over een eigen vergunning voor een landelijk dekkende kavel voor digitale omroep, bestaande uit negen allotments.
In een van de reacties wordt aangegeven dat enkele middengolfkavels thans niet worden gebruikt en dat het onredelijk is dat toekomstige houders van de desbetreffende vergunningen in feite worden uitgesloten van deelname aan de onderhavige verdeling. Er is rekening gehouden met het feit dat de vergunningen voor vier middengolfkavels die op dit moment niet in gebruik zijn, later alsnog worden verdeeld met toepassing van een digitaliseringsverplichting. De aan deze kavels gekoppelde digitale frequentiecapaciteit wordt daarvoor gereserveerd en wordt dus niet via deze regeling verdeeld. De toelichting onder 2 is in dit opzicht aangevuld.
Voorts zijn er opmerkingen gemaakt over de wijze waarop de verdeling van de restcapaciteit zal plaatsvinden. Onder meer wordt gesteld dat een verdeling op volgorde van binnenkomst niet goed uitvoerbaar is en er wordt voorgesteld direct tot loting over te gaan. Zoals hiervoor onder 2 is vermeld dient een procedure "op volgorde van binnenkomst" te worden gevolgd. Zo nodig, bij gelijktijdige ontvangst, wordt het volgnummer door loting bepaald. Mede naar aanleiding van deze opmerkingen zijn de bepalingen in de regeling over de indiening en registratie van aanvragen (artikel 3) aangescherpt. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat deze aanpak goed uitvoerbaar is.
Ook hebben enkele vergunninghouders naar voren gebracht dat het overzicht van de mogelijkheden die vergunninghouders hebben om een extra vergunning voor simulcasten aan te vragen (bijlage 2), feitelijk niet correct zou zijn. Naar aanleiding hiervan is het verzorgingsgebied van de betreffende analoge vergunningen opnieuw berekend wat heeft geleid tot enkele aanpassingen van het overzicht.
Verder is door sommige vergunninghouders gevraagd om voorrang te verlenen aan vergunninghouders met meer dan een analoge vergunning of een middengolfvergunning met een landelijke dekking. Bij de verlenging van de niet-landelijke FM- en middengolfvergunningen is er bewust voor gekozen dat voor deze partijen een beperkte digitaliseringsverplichting geldt. Er is geen reden voor deze partijen nu een voorrangsregel te hanteren. Dat neemt niet weg dat deze regeling zeker ook deze partijen mogelijkheden biedt voor de verkrijging van extra frequentiecapaciteit, mede door de aanpak met verschillende verdeelrondes.
Tenslotte is opgemerkt dat deze regeling (niet-landelijke) radiopartijen in staat kan stellen om landelijk te gaan opereren. Het vereiste van regiogerichtheid van programma’s geldt enkel voor analoge radio en niet voor digitale radio. Wel werkt het vereiste van regiogerichtheid door in het digitale domein voor zover er een simulcastverplichting geldt. Partijen die op grond van deze regeling frequentiecapaciteit voor ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening hebben verkregen, ongeacht het verzorgingsgebied, zijn vrij om hier naar eigen inzicht programma’s op uit te zenden. Dit kan dus ook het normale analoge programma zijn dat reeds in andere allotments wordt uitgezonden.
Voor de indiening van een aanvraag op grond van deze regeling dient het aanvraagmodel te worden gebruikt. De aanvraag moet vergezeld gaan van bescheiden waarmee wordt aangetoond dat de indiener van de aanvraag bevoegd is die aanvraag namens de vergunninghouder in te dienen. Er is afgezien van een verplichting om alle gegevens te overleggen om te kunnen toetsen of de vergunninghouder nog steeds voldoet aan de bij de verlening van de oorspronkelijke (analoge) vergunning gestelde toelatingseisen en toetscriteria. Alleen indien daartoe een concrete aanleiding is, zal de aanvrager worden verzocht aanvullende gegevens of bescheiden te overleggen. Verder is van belang dat de aanvrager slechts één aanvraag hoeft in te dienen, ook indien hij aanspraak wenst te maken op meer dan één extra capaciteitseenheid. Op deze wijze zijn de administratieve lasten van deze aanvraagprocedure sterk gereduceerd.
De procedure voor een aanvraag voor extra capaciteit begint met het indienen van een volledig ingevuld aanvraagformulier. Als wordt bezien wat het totaal van de administratieve lasten is dat voor de aanvraag van extra vergunningen voor digitale radio-omroep kan worden begroot, kan het volgende beeld worden geschetst. Naar verwachting zullen ongeveer tien vergunninghouders een aanvraag indienen voor extra capaciteit in de bovenregionale kavel. De totale administratieve lasten voor een aanvraag van extra capaciteit zijn naar verwachting ca. € 98,– per aanvrager. Deze kosten zijn in principe eenmalig voor de looptijd van de vergunningen. De vergunningen worden verleend voor de periode tot en met 31 augustus 2017.
Deze regeling strekt tot uitvoering van het digitaliseringsbeleid dat is gericht op de koppeling van het gebruik van vergunningen voor analoge radio aan vergunningen voor digitale radio. Binnenkort wordt de bovenregionale kavel door de commerciële omroepen feitelijk in gebruik genomen. Het is van groot belang voor de marktpartijen dat de verdeling van de restcapaciteit in de bovenregionale kavel zo spoedig mogelijk plaatsvindt, mede gelet op het feit dat de betreffende vergunningen aflopen op 1 september 2017. Gelet op de digitaliseringsdoelstelling is het ook in het belang van de luisteraars dat deze regeling spoedig in werking treedt. Met het oog hierop is afgeweken van het beleid ten aanzien van de vaste verandermomenten; de uitzonderingsgrond ’Hoge c.q. buitensporige private of publieke voor- en nadelen van vertragingen of vervroeging van invoering’ is hier van toepassing.
In de onderdelen c en d van dit artikel is een omschrijving opgenomen van de vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep met betrekking tot bepaalde kavels in de FM-band, respectievelijk de vergunningen voor commerciële radio met betrekking tot bepaalde kavels in de middengolfband. Hierbij is verwezen naar de vergunningen zoals verleend op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003, de Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003, de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2007, de Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM) en de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep. De reden hiervoor is dat na de verlening van de oorspronkelijke vergunningen bij latere, hernieuwde verlening dan wel verlenging van sommige van deze vergunningen de technische parameters van sommige van deze vergunningen op onderdelen gewijzigd zijn, hetgeen bij FM-vergunningen ook gevolgen had voor het voorspelde maximale demografisch bereik van de desbetreffende kavel. Deze wijzigingen vonden onder meer plaats om ontvangstproblemen op te lossen. Het object van de vergunningen is hierdoor niet gewijzigd zodat nog steeds kan worden gesproken over vergunningen voor de bedoelde kavels.
Onderdeel h betreft de op grond van deze regeling te verdelen vergunningen voor digitale radio-omroep. Deze vergunningen voor digitale radio-omroep hebben elk betrekking op een deel van de bovenregionale kavel. Deze kavel bestaat uit de vijf in onderdeel f genoemde allotments die tezamen een landelijk dekkende laag vormen. Ieder afzonderlijk allotment betreft derhalve een geografisch afgebakend deel van Nederland, zoals beschreven in bijlage 1. De frequentiecapaciteit van een allotment is toereikend voor achttien radioprogramma’s. Daarom kan de frequentiecapaciteit van de allotments in porties van steeds een achttiende deel worden toegedeeld, in onderdeel g aangeduid als capaciteitseenheid.
In onderdeel i is aangeduid wat ‘aanvulling van de simulcastvoorziening’ inhoudt. Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2 van het algemeen deel van de toelichting.
In het eerste lid van dit artikel is bepaald hoeveel frequentiecapaciteit in vier allotments beschikbaar is, gelet op de al uitgegeven dan wel gereserveerde frequentiecapaciteit. Op dit punt wordt voor een nadere toelichting verwezen naar het algemeen deel van de toelichting, onder 2.
Tevens is in het eerste lid de looptijd van de vergunningen bepaald, namelijk tot 1 september 2017, overeenkomstig als de eraan gekoppelde vergunningen voor analoge radio. Over de toekomst van deze vergunningen vanaf de genoemde datum is nog besluitvorming voorzien die mede betrekking heeft op de aan de vergunningen voor analoge radio gekoppelde vergunningen voor digitale radio.
In het tweede lid zijn de uitgangspunten voor de verdeling op grond van deze regeling opgenomen. Ten eerste staat de verdeling alleen open voor bestaande vergunninghouders, dat wil zeggen houders van een vergunning voor digitale radio-omroep in de bovenregionale kavel. Het betreft de partijen die in het kader van de verlenging van hun vergunning voor analoge radio-omroep er voor hebben gekozen door middel van een eigen vergunning in de bovenregionale kavel aan hun digitaliseringsverplichting te voldoen. Verder is vastgelegd dat de verdeling plaats vindt per capaciteitseenheid, dat bij voorrang capaciteit wordt verdeeld voor aanvulling van de simulcastvoorziening en dat de verdeling plaats vindt met toepassing van verdeelronden en per allotment.
In aanvulling op hetgeen over deze aspecten is opgemerkt in het algemeen deel van de toelichting, onder 2, is nog het volgende van belang. Op grond van de artikelen 6 en 11 van het Frequentiebesluit 2013 kan frequentieruimte voor een categorie van aanvragers worden gereserveerd, respectievelijk kunnen regels worden gesteld in het belang van een evenwichtige verdeling en doelmatig gebruik van frequentieruimte. Hierbij dienen objectieve, transparante, niet-discriminerende en evenredige selectiecriteria te worden toegepast, gelet op artikel 7, derde lid, van de Machtigingsrichtlijn (Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische communicatienetwerken en -diensten; PbEG 2002, L 108), zoals nadien gewijzigd door artikel 3, vijfde lid, onderdeel b, van Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20EG betreffende de machtiging voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (PbEU 2009, L 337). De in deze regeling en in het bijzonder in deze bepaling gestelde voorwaarden voldoen aan dit vereiste. Het digitaliseringsbeleid is er op gericht digitalisering van analoge radio, waaronder niet-landelijke FM-radio en middengolfradio, te bevorderen. De bestaande vergunninghouders zijn bij uitstek in staat luisteraars digitale radio aan te bieden en hen hieraan te binden. Met de tot nu toe beschikbaar gestelde frequentiecapaciteit hebben de houders van middengolfvergunningen en van niet-landelijke FM-vergunningen nog geen dekking in hun gehele analoge dekkingsgebied. En vergunninghouders met verscheidene vergunningen met een bereik in (hoofdzakelijk) één allotment hebben slechts één digitale vergunning in dat allotment. Het is daarom zonder meer van belang dat de bovenregionale kavel, overeenkomstig de in het Nationaal Frequentieplan 2014 gegeven bestemming, wordt gebruikt door houders van een desbetreffende analoge vergunning. Het is voor het digitaliseringsbeleid van belang dat omroepen kunnen simulcasten en tegelijk – met de simulcastvoorziening als springplank – ook een specifiek extra aanbod voor digitale radio kunnen ontwikkelen. Om die reden is het van belang dat de restcapaciteit in de bovenregionale kavel zowel voor simulcasten als voor een andere invulling van digitale radio alleen aan de bestaande vergunninghouders in de bovenregionale kavel beschikbaar wordt gesteld.
Op grond van onderdeel c van het tweede lid van artikel 2 wordt voorrang gegeven aan aanvragen ter aanvulling van de simulcastvoorziening.
Op grond van onderdeel d van het tweede lid van artikel 2 wordt een evenwichtige verdeling bevorderd. Voor de digitalisering is namelijk van belang dat er een zekere spreiding in het aanbod is. Daarom wordt, afgezien van de verdeling bij voorrang voor aanvulling van de simulcastvoorziening, de resterende capaciteit gefaseerd verdeeld overeenkomstig de in artikel 6 beschreven procedure.
Ingevolge het eerste lid van dit artikel dienen aanvragen uiterlijk twee weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling te zijn ontvangen bij een notaris die is gelieerd aan het kantoor van de Landsadvocaat (Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn). Als bijv. de regeling op een dinsdag in werking treedt, kunnen aanvragen op die dag vanaf 14.00 uur worden ontvangen tot uiterlijk twee weken later, dinsdag 18.00 uur. Voor de regeling van de inwerkingtreding van deze regeling wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 7.
Aanvragen kunnen worden gedaan door middel van bezorging per aangetekende post of door persoonlijke overhandiging. Ook bij aflevering door een koerier is sprake van persoonlijke overhandiging. Persoonlijke overhandiging dient tijdens kantoortijden plaats te vinden (eerste lid, aanhef).
Voor de indiening van aanvragen dient steeds het in het eerste lid, onder b, vermelde adres te worden gebruikt. Op die wijze wordt bewerkstelligd dat aangetekende post steeds bij de receptie bezorgd wordt. Ook als de receptie niet is bemensd (buiten kantoortijden), kan hier aangetekende post ten behoeve van de genoemde notaris worden afgegeven waarbij namens deze notaris registratie van de ontvangsttijd plaatsvindt.
Aanvragen die niet in de hiervoor bedoelde periode zijn ontvangen, op een andere wijze zijn ontvangen (bijvoorbeeld per gewone post, fax of e-mail) of op een ander adres, worden krachtens artikel 4 afgewezen.
Het derde, vierde en vijfde lid hebben betrekking op de bepaling van de volgorde van binnenkomst. Zowel bij aangetekende post als bij persoonlijke overhandiging is bepalend wanneer de aanvraag wordt geregistreerd ter receptie van het kantoor van de Landsadvocaat. Voor de aanvrager wordt een ontvangstbewijs opgesteld waarin de datum en tijdstip van ontvangst en het volgnummer van de aanvraag worden vastgelegd.
Ingevolge het derde lid geldt een afwijkende regeling voor per aangetekende post verzonden aanvragen die worden ontvangen op de dag dat de regeling in werking treedt. Aanvragen die per aangetekende post zijn verzonden en ontvangen op de dag van inwerkingtreding van de regeling worden geacht op die dag om 18.00 uur te zijn ontvangen. Tevens is bepaald dat aan deze aanvragen een dienovereenkomstig volgnummer wordt toegekend. Zodoende hebben op deze dag tijdig persoonlijk overhandigde aanvragen voorrang boven op deze dag per aangetekende post ingediende aanvragen. Met deze regeling wordt vermeden dat aanvragen per aangetekende post die op de eerste dag vóór 14.00 uur worden ontvangen, zouden moeten worden afgewezen. Ook wordt op deze wijze voorkomen dat een aanvraag per aangetekende post die na 14.00 uur bij de receptie wordt ontvangen, een gunstiger (lager) volgnummer krijgt dan een persoonlijk overhandigde aanvraag. Daarmee zou afbreuk worden gedaan aan de mogelijkheid van persoonlijke overhandiging die er juist toe dient dat aanvragers het zelf in de hand hebben wanneer een aanvraag wordt ontvangen.
De opstelling van ontvangstbewijzen en het bepalen en zo nodig wijzigen van volgnummers gebeurt door of namens de in het eerste lid genoemde notaris die deel uitmaakt van het kantoor van de Landsadvocaat. Bij indiening door persoonlijke overhandiging kan het ontvangstbewijs aan betrokkene worden uitgereikt; bij indiening per aangetekende post zal het ontvangstbewijs aan betrokkene worden toegezonden. In geval van gelijktijdige ontvangst van aanvragen vindt een loting plaats, zoals reeds is toegelicht in het algemeen deel van de toelichting, onder 2. Al naar gelang de omstandigheden zal deze loting plaatsvinden direct na de gelijktijdige ontvangst van de aanvragen of op een later tijdstip. In het laatste geval zal dit op het ontvangstbewijs worden vermeld.
De afgegeven volgnummers hebben in zekere zin een voorlopig karakter. Indien na beoordeling blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan de in artikel 3, vijfde tot en met zevende lid gestelde eisen aan de inrichting van de aanvraag, kan een dergelijk verzuim overeenkomstig de regeling van artikel 5 te worden hersteld. Eerst na herstel van het verzuim kan de aanvraag geacht worden een correcte aanvraag te zijn. Zoals bepaald in artikel 5, vierde lid, is het tijdstip van het verzuimherstel, althans van de ontvangst van de daarvoor in te dienen gegevens of bescheiden, bepalend voor de volgorde van binnenkomst van de betreffende aanvraag. Indien een verzuim is hersteld, wordt het volgnummer dat in eerste instantie aan de betreffende aanvraag was toegekend dus vervangen door een hoger volgnummer (uitzonderingen daargelaten: als bijv. het de laatste aanvraag betrof en het verzuim hiervan als eerste is hersteld blijft het volgnummer ongewijzigd).
Een aanvrager dient ingevolge artikel 3, vijfde lid, voor de frequentiecapaciteit die in het kader van deze regeling beschikbaar is, slechts één aanvraag in te dienen, ongeacht of het verscheidene capaciteitseenheden (dus verscheidene vergunningen) in één allotment betreft of ook verscheidene allotments. Dit is in het bijzonder van belang om de uitvoerbaarheid van de regeling te vergroten. Het in het zesde lid bedoelde aanvraagmodel houdt hiermee rekening. Per allotment kan worden opgegeven of, in lijn met de in bijlage 2 vermelde mogelijkheden voor het verkrijgen van extra simulcastcapaciteit, een extra vergunning voor aanvulling van de simulcastvoorziening wordt aangevraagd en of overigens een of meer vergunningen worden aangevraagd, te onderscheiden naar twee verdeelronden. Bij de aanvraag behoeven slechts bescheiden te worden gevoegd om uitsluitsel te geven over de bevoegdheid van de aanvrager.
Zoals vermeld in de toelichting bij artikel 3 vormt het vereiste ten aanzien van tijdstip en wijze van indiening van de aanvraag een weigeringsgrond, opgenomen in artikel 4. Indien niet is voldaan aan de andere vereisten van artikel 3 – betreffende het volstaan met één aanvraag, het gebruik van het aanvraagmodel, de bijvoeging van de gevraagde bescheiden en het stellen van de aanvraag in de Nederlandse taal – wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Artikel 5 bevat hiervoor nadere regels die wat betreft de indiening van gegevens of bescheiden en de registratie van de volgorde van binnenkomst overeenkomen met die van artikel 3 (aangetekende verzending of persoonlijke overhandiging; afgifte van een ontvangstbewijs, waarvan het volgnummer zo nodig met loting wordt bepaald). Zoals hiervoor reeds aan de orde was, wordt als het tijdstip van ontvangst van de desbetreffende aanvraag aangemerkt de datum en tijdstip waarop het verzuim is hersteld. Indien het verzuim niet tijdig en afdoende wordt hersteld, kan de aanvraag op grond van het vijfde lid overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling worden gesteld.
Dit artikel bevat de regels voor de verdeling per verdeelronde en voor de daaropvolgende besluitvorming op de aanvragen.
Ingevolge het eerste lid worden aanvragen alleen in aanmerking genomen die niet op grond van de regeling zijn afgewezen of buiten behandeling zijn gesteld en die voldoen aan artikel 3.18 van de Telecommunicatiewet.
In het tweede, derde en vierde lid wordt bepaald hoe in achtereenvolgens drie verdeelronden de in een allotment beschikbare frequentiecapaciteit wordt verdeeld. In hoofdlijnen is deze aanpak reeds toegelicht in het algemene deel van de toelichting, onder 2 en 3. Per allotment is de situatie verschillend, niet alleen wat het aantal te verdelen capaciteitseenheden betreft, ook bijvoorbeeld ten aanzien van de mogelijkheden voor aanvragen voor aanvulling van de simulcastvoorziening, voortvloeiend uit de in bijlage 2 gegeven koppeling. Dit maakt dat het goed mogelijk is dat in het ene allotment na de eerste verdeelronde geen frequentiecapaciteit meer beschikbaar is, zodat de volgende verdeelronden niet gehouden worden, terwijl in een ander allotment een tweede en een derde verdeelronde worden gehouden waarin een toedeling van frequentiecapaciteit voor alle desbetreffende aanvragen kan plaatsvinden. Indien bij een verdeelronde voor een allotment de beschikbare capaciteit kleiner is dan de met de desbetreffende aanvragen gevraagde capaciteit, wordt het criterium van volgorde van binnenkomst gehanteerd. In het vijfde lid is vastgelegd dat hiervoor het volgnummer bepalend is, met in achtneming van eventuele wijzigingen in verband met toepassing van de regeling voor herstelverzuim (artikel 5, vierde lid).
Zoals ook blijkt uit het aanvraagmodel, betreft de aanvraag enerzijds capaciteitseenheden voor aanvulling van de simulcastvoorziening en anderzijds capaciteitseenheden voor ander gebruik. De verdeling van de eerstbedoelde capaciteitseenheden vindt plaats in de eerste verdeelronde, de verdeling van de andere capaciteitseenheden vindt plaats in de tweede verdeelronde (maximaal één capaciteitseenheid per aanvrager per allotment) en de derde verdeelronde (geen beperking aan het aantal per allotment te verlenen capaciteitseenheden).
Ook al is sprake van een gefaseerde toedeling c.q. verdeling van frequentiecapaciteit, de besluitvorming over de toewijzing van de verdeelde frequentiecapaciteit middels vergunningverlening vindt achteraf in één keer plaats. Zoals is bepaald in het zesde lid wordt per capaciteitseenheid een vergunning verleend. Hiervoor is gekozen omdat dit de verhandelbaarheid van de vergunning ten goede komt. De omvang van de vergunning is op voorhand duidelijk voor een potentieel geïnteresseerde partij in tegenstelling tot een model waarin één vergunning verscheidene capaciteitseenheden kan betreffen. Daarnaast maakt deze werkwijze de overdracht van vergunningen minder bewerkelijk. Het is dus mogelijk dat een aanvraag voor een deel wordt toegewezen in de zin dat op de aanvraag een of meer vergunningen worden verleend, terwijl de aanvraag voor het overige wordt afgewezen. Uiteraard worden ook aanvragen die in het geheel niet voor toewijzing in aanmerking komen, afgewezen. Het zevende lid van artikel 6 biedt hiervoor de basis.
De datum van inwerkingtreding is ingevolge artikel 3, eerste lid, bepalend voor het tijdstip waarop aanvragen op zijn vroegst kunnen worden ingediend. Daarom is in het eerste lid van artikel 7 de datum van inwerkingtreding zo gekozen dat geïnteresseerde partijen gelegenheid wordt geboden om een aanvraag voor te bereiden en desgewenst vroegtijdig in te dienen. Dit is voor hen van belang omdat de beschikbare capaciteit op volgorde van binnenkomst wordt verdeeld.
Deze regeling vervalt per 1 oktober 2015. Hiervoor is gekozen omdat niet kan worden uitgesloten dat de in het bovenregionale kavel nog beschikbare frequentiecapaciteit voor een deel niet wordt verdeeld. In dat geval zou deze regeling in de weg staan aan de indiening van nieuwe aanvragen, gelet op de in artikel 3 bepaalde indieningstermijn. Voorzien wordt dat ten tijde van de voornoemde vervaldatum de verdeling op grond van deze regeling heeft plaatsgevonden. Voor zover specifieke aanvragen ten tijde van het tijdstip van vervallen van de regeling nog onderwerp van een procedure vormen, blijft deze regeling daarop echter van toepassing, zo is in het tweede lid bepaald.
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-19725.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.