Besluit van de Minister van Economische Zaken van 26 juni 2015, nr. WJZ / 15086710, houdende wijziging van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015 wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van artikel 1, onderdeel d, 10° tot en met 17° tot 11° tot en met 18° wordt een onderdeel ingevoegd luidende:

  • 10°. de Nationaal Coördinator Groningen;.

B

In artikel 5, tweede lid, onderdeel a, wordt de zinsnede ‘artikel 1, onderdeel d, onder 1° tot en met 10°’ vervangen door: artikel 1, onderdeel d, onder 1° tot en met 11°.

C

In artikel 12, tweede lid, wordt de zinsnede ‘artikel 1, onderdeel d, onder 13°, 15°, 16° en 17°’ vervangen door: artikel 1, onderdeel d, onder 14°, 16°, 17° en 18°.

D

In artikel 13, tweede lid, wordt de zinsnede ‘artikel 1, onderdeel d, onder 12°, 13°, 15°,16°’ vervangen door: artikel 1, onderdeel d, onder 13°, 14°, 16° en 17°.

E

Artikel 9, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter van het Strategisch Beraad en van de voorzitter van het Tactisch Beraad alsmede benoeming en ontslag van de afgevaardigden van de deelnemers, dienstverleners en de gebruikers van het Strategisch Beraad;.

F

1. Het opschrift van paragraaf I van de bijlage komt te luiden:

I. Hoofdstructuur van de organisatie.

2. Paragraaf I, tweede lid, onderdeel d, van de bijlage komt te luiden:

  • d. de overige onderdelen:

    • 1°. de Overheidsdienst Groningen;

    • 2°. PIANOo.

3. Onderdeel A, derde lid, van paragraaf V van de bijlage komt te luiden:

  • 3. Het directoraat-generaal bestaat uit:

    • a. de directie Energie en Omgeving;

    • b. de directie Energiemarkt en Innovatie;

    • c. de programmadirectie Energie-Uitdagingen 2020;

    • d. de directie Mededinging en Consumenten;

    • e. de directie Telecommarkt.

4. Onder verlettering van de onderdelen D en E van paragraaf V van de bijlage tot E respectievelijk F komen de onderdelen B tot en met D te luiden:

B. De directie Energie en Omgeving

  • 1. De directie Energie en Omgeving staat onder leiding van een directeur.

  • 2. De directie heeft tot taak:

    • a. het zorg dragen voor een goed mijnbouwklimaat;

    • b. het uitvoeren van de mijnbouwwetgeving;

    • c. het waarborgen van een veilige delfstoffenwinning;

    • d. het uitvoeren van de rijkscoördinatieregeling voor energieprojecten;

    • e. het zorg dragen voor maatschappelijke betrokkenheid bij energieprojecten;

    • f. het faciliteren van concrete energieprojecten door middel van onder andere green deals.

C. De directie Energiemarkt en Innovatie

  • 1. De directie Energiemarkt en Innovatie staat onder leiding van een directeur.

  • 2. De directie heeft tot taak:

    • a. het stimuleren van duurzame energieproductie, energiebesparing en energie-innovatie;

    • b. het zorg dragen voor een goede nucleaire (kennis)infrastructuur;

    • c. het bevorderen van de leverings- en voorzieningszekerheid van energie;

    • d. het zorg dragen voor goed werkende energiemarkten;

    • e. het monitoren van de energiemarkten.

D. De programmadirectie Energie-uitdagingen 2020

  • 1. De directie Energie-uitdagingen 2020 staat onder leiding van een directeur.

  • 2. De directie heeft tot taak:

    • a. het zorg dragen voor een goede uitvoering van de afspraken uit het Energieakkoord;

    • b. het zorg dragen voor de realisatie van de doelen voor hernieuwbare energie in 2020 en 2023;

    • c. het implementeren van de warmtevisie en het herzien van de Warmtewet;

    • d. het versnellen van de energiebesparing, in het bijzonder in de industrie;

    • e. het zorg dragen voor een versnelde uitrol van windenergie op zee.

5. Paragraaf VI, tweede lid, onderdeel l, van de bijlage komt te luiden:

  • l. het voeren van EZ brede regie op het gebied van kantoorhuisvesting, zoals opgenomen in de masterplannen Rijkshuisvesting en op de pied-à-terres van de politieke top, waaronder begrepen het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het sturen op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed;.

6. Onder verlettering van paragraaf XII tot en met XIX van de bijlage tot XIII tot en met XX wordt een paragraaf ingevoegd luidende:

XII. De Overheidsdienst Groningen

A. Algemeen
  • 1. De Overheidsdienst Groningen staat onder leiding van de National Coördinator Groningen.

  • 2. De Overheidsdienst Groningen heeft tot taak:

    • a. het jaarlijks doen van een voorstel voor het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen aan de betrokken ministers;

    • b. het adviseren van de betrokken bestuursorganen over de uitvoering van het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen, waaronder het doen van voorstellen aan de betrokken bestuursorganen om hun bevoegdheden in te zetten;

    • c. het doen van voorstellen voor de agenda van de betrokken onderraad van de Ministerraad, Gedeputeerde Staten van Groningen of de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de betrokken gemeenten en het op verzoek bijstaan van betrokken bestuurders in het parlement, Provinciale Staten van de provincie Groningen respectievelijk de gemeenteraad van de betrokken gemeenten en in andere gremia;

    • d. het coördineren en faciliteren van en het bijdragen aan de uitvoering van het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen;

    • e. het bewaken van de voortgang van de uitvoering van het Programma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen en het rapporteren daarover aan de betrokken bestuursorganen;

    • f. het bevorderen en voeren van overleg tussen en met bestuurders;

    • g. het bevorderen van maatschappelijk, politiek en bestuurlijk draagvlak voor het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen en van maatschappelijke participatie in de uitvoering daarvan en het bijdragen aan herstel van vertrouwen, waarbij de Nationaal Coördinator Groningen de Dialoogtafel betrekt;

    • h. het bevorderen van de communicatie over het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen.

  • 3. De Overheidsdienst Groningen bestaat uit:

    • a. de directie Groningen;

    • b. de directie Den Haag.

B. De directie Groningen
  • 1. De directie Groningen staat onder leiding van een directeur.

  • 2. De directie Groningen heeft tot taak:

    • a. het zorg dragen voor een samenhangend voorstel voor het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen, zowel inhoudelijk als procesmatig;

    • b. het aansturen van kennisontwikkeling en het faciliteren van gebiedsteams met kennis en methoden;

    • c. het vaststellen van kaders en het stroomlijnen, ontwikkelen en het initiëren van aanpassingen van procedures en regelingen voor de uitvoering van het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen;

    • d. het uitvoeren van voorwaardenscheppende projecten op regionaal niveau;

    • e. het faciliteren van het beslechten van geschillen die ten gevolge van aardbevingen in Groningen zijn ontstaan;

    • f. het faciliteren van het inbrengen van ruimtelijke kwaliteit in de gebiedsteams en de uitvoering.

C. De directie Den Haag
  • 1. De directie Den Haag staat onder leiding van een directeur.

  • 2. De directie Den Haag heeft tot taak:

    • a. de beleidsmatige coördinatie van Rijksinbreng in het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen;

    • b. het vanuit het rijksbeleid faciliteren van (beleids)uitvoering van het jaarlijks Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen waaronder het oplossen van knelpunten en dilemma’s gerelateerd aan of door middel van rijksbeleid of -instrumenten;

    • c. de politiek-bestuurlijke advisering van de betrokken ministers inclusief de coördinerende Minister van Economische Zaken bij het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen;

    • d. het zorg dragen voor financiële regelingen en de inzet van middelen voor de bekostiging van het jaarlijkse integrale Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen;

    • e. de beleidsmatige coördinatie van (juridische) vragen, waar nodig het laten opstellen of aanpassen van rijksbrede kaders en het adviseren over het toepassen van bestaande rijksbrede kaders.

7. Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van paragraaf XVIII, tweede lid, onderdeel o, van de bijlage wordt een onderdeel toegevoegd luidende:

  • p. het voeren van de EZ brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van ‘specialties’ huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2015. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2015, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 juli 2015.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 juni 2015

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen zes weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK ’s-Gravenhage.

Naar boven