Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 25 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/124646, houdende regels met betrekking tot het vervoer van huishoudelijk gevaarlijk afval (Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2015)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 4, derde lid, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

BESLUIT:

Begripsomschrijving

Artikel 1 Definities

begeleider:

degene die bij het voertuig aanwezig is om het huishoudelijk gevaarlijk afval in ontvangst te nemen;

chemokar:

voertuig dat is ingericht voor het, door of in opdracht van de voor het inzamelen van huishoudelijk afval verantwoordelijke gemeente, inzamelen van huishoudelijk gevaarlijk afval en het vervoer hiervan naar het depot;

depot:

locatie waar het ingezamelde huishoudelijk gevaarlijk afval wordt verzameld, opgeslagen en gereed gemaakt voor vervolgtransport naar de afvalverwerker;

element:

buitenverpakking waarin de ingezamelde stoffen ten behoeve van het vervoer met de chemokar worden verzameld;

etiket:

etiket als bedoeld in paragraaf 5.2.2.2.2 van bijlage 1 bij de VLG;

huishoudelijk gevaarlijk afval:

KCA en de volgende niet tot KCA behorende gevaarlijke stoffen die als afvalstoffen vrijkomen uit huishoudens of in kleine hoeveelheden vrijkomen uit bedrijven:

  • a. restanten van consumentenvuurwerk, zoals omschreven in het Vuurwerkbesluit,

  • b. spuitbussen vallende onder klasse 2, UN nr. 1950,

  • c. brandblusapparaten vallende onder klasse 2, UN nr. 1044,

  • d. stoffen of voorwerpen vallende onder de klassen 3, 6.1 of 8,

  • e. afgeknipte capillairen, bloedbuizen en soortgelijke scherpe voorwerpen, onder klasse 6.2,

  • f. batterijen onder klasse 9;

gevaarlijke stoffen:

gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;

inzamelen:

het verzamelen van afvalstoffen die zijn afgegeven door verschillende personen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een depot.

klasse:

de klasse gevaarlijke stoffen volgens paragraaf 2.1.1 van bijlage 1 bij de VLG;

KCA:

Klein Chemisch Afval, huishoudelijk afval waar chemische stoffen in zitten die schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu en die volgens de gemeentelijke afvalstoffen verordening gescheiden van het huisvuil ingeleverd dienen te worden;

route-inzameling:

het inzamelen van huishoudelijk gevaarlijk afval volgens een vooraf bepaalde route, die eindigt bij het depot, waarbij afvalstoffen tijdens het vervoer worden samengevoegd met gelijksoortige afvalstoffen die zijn afgegeven door verschillende, voorafgaand aan de inzameling niet bekende personen;

VLG:

Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1. Deze regeling is van toepassing op route-inzameling door een chemokar van:

    • a. huishoudelijk gevaarlijk afval;

    • b. huishoudelijk gevaarlijk afval afkomstig van bedrijven dat wordt aangeboden in een geschikte verpakking met een inhoud van maximaal 60 liter.

  • 2. Deze regeling is niet van toepassing op het vervoer tussen het depot en de afnemer van het afval.

Artikel 3 Beperking toepasselijkheid VLG

  • 1. De VLG is niet van toepassing op het vervoer van ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen gedurende de in artikel 2, eerste lid, bedoelde route-inzameling, indien wordt voldaan aan de in artikel 4 gestelde voorwaarden.

  • 2. In afwijking van het eerste lid blijven de bepalingen uit de volgende onderdelen van bijlage 1 bij de VLG wel van toepassing:

    • a. hoofdstuk 1.3 en hoofdstuk 8.2 betreffende de opleidingseisen van personen die betrokken zijn bij het vervoer van gevaarlijke goederen;

    • b. paragraaf 5.3.2.1.1 en 5.3.2.2.1 betreffende te voeren oranje borden, en

    • c. paragraaf 8.1.4 betreffende brandbestrijdingsuitrusting

Artikel 4 Voorwaarden

  • 1. Aangeboden gevaarlijke stoffen die niet behoren tot de stoffen bedoeld in artikel 2 en stoffen waarvan niet bekend is of niet vastgesteld kan worden wat de aard en klasse van de stof is, worden niet ingenomen.

  • 2. Het ingezamelde afval wordt opgeslagen en vervoerd in voor de ingezamelde stof geschikte elementen die overeenkomen met of gelijkwaardig zijn aan de voor de betreffende klasse van gevaarlijke stoffen in bijlage 1 bij de VLG voorgeschreven elementen en onder omstandigheden die geschikt zijn voor het veilig vervoeren van die ingezamelde stof.

  • 3. Er zijn geschikte maatregelen genomen om onder normale vervoersomstandigheden breuk of lekkage van de stoffen uit de verpakking of elementen te voorkomen en ingeval van lekkage de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken.

  • 4. In één element mogen geen gevaarlijke stoffen gezamenlijk worden verzameld met andere stoffen, als deze met elkaar kunnen reageren en daarbij aanleiding geven tot:

    • a. verbranding of aanmerkelijke warmteontwikkeling;

    • b. ontwikkeling van brandbare, verstikkende, oxiderende of giftige gassen;

    • c. vorming van bijtende stoffen, of;

    • d. de vorming van instabiele stoffen.

  • 5. De verschillende elementen zijn voorzien van een bij de klasse van de inhoud passend etiket en een vermelding van de verzamelnaam van de stoffen in het element.

  • 6. De elementen zijn op een zodanige wijze gestuwd dat verschuiving tijdens het vervoer niet mogelijk is.

  • 7. De laadruimte is voorzien van een goed werkende ventilatie met voldoende capaciteit om ophoping van eventueel vrijkomende gevaarlijke dampen in de laadruimte te voorkomen.

  • 8. In de chemokar bevindt zich een veiligheidsinstructie.

  • 9. De begeleider beschikt aanvullend op een geldig certificaat als bedoeld in paragraaf 8.2.2.8 van bijlage 1 bij de VLG over een gerichte opleiding en instructie voor het op een veilige manier inzamelen, indelen in klassen en vervoeren van huishoudelijk gevaarlijk afval. De opleiding moet tevens tot doel hebben de begeleider bewust te maken van de veilige handelings- en noodprocedures.

  • 10. Het voertuig wordt slechts onbeheerd achtergelaten als het deugdelijk is afgesloten.

Artikel 5 Vervoerdocumenten

Tijdens de route-inzameling zijn in de chemokar aanwezig:

  • a. Een document waaruit blijkt dat het route-inzameling per chemokar betreft, vallend onder deze regeling, met hierop aangegeven het beginpunt, eindpunt en de route van de route-inzameling

  • b. De contactgegevens van de persoon bij de onderneming waartoe de chemokar behoort waarmee in geval van calamiteiten contact kan worden opgenomen.

  • c. Het vakbekwaamheidscertificaat van de begeleiders, bedoeld in paragraaf 8.2.2.8 van bijlage 1 bij de VLG.

Artikel 6 Rookverbod

Het is verboden te roken binnen of in de nabijheid van het voertuig.

Artikel 7 Intrekking

De Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 wordt ingetrokken.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

TOELICHTING

Algemeen

Krachtens de Wet milieubeheer zijn gemeenten verantwoordelijk voor huishoudelijk afval. Hieronder valt ook het Kleine Chemisch Afval (hierna: KCA). Gemeenten kunnen zelf beslissen of ze het huishoudelijk afval door een eigen inzameldienst inzamelen dan wel dat ze er voor zorgdragen dat het door derden wordt ingezameld. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is onderworpen aan de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (hierna: VLG). Het in bijlage 1 bij de VLG opgenomen ‘Accord Europeén relatif au transport international des marchandises dangereuses par route’ (hierna: ADR), dat in internationaal verband tot stand is gekomen, stelt regels aan het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Met de implementatie van Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008, betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU 2008, L 260)(hierna: de kaderrichtlijn), in de VLG zijn deze ook voor het nationale vervoer van kracht geworden.

Deze regels zijn echter niet goed toepasbaar op inzameling met een chemokar. Het is voorafgaand aan de inzameling namelijk niet bekend wie de afzenders van de te vervoeren stoffen zijn, welke stoffen in welke hoeveelheid zullen worden aangeleverd en of er wel of niet voldaan zal worden aan de in bijlage 1 bij de VLG opgenomen vrijstellingen. Ook voldoen de verpakking waarin de afvalstoffen worden aangeleverd in veel gevallen niet aan de eisen van bijlage 1 bij de VLG.

Met de invoering van de Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 werd de inzameling van huishoudelijk gevaarlijk afval met een chemokar door of in opdracht van gemeenten mogelijk gemaakt.

De Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 sloot nauw aan bij het in bijlage 1 bij de VLG opgenomen ADR. Bijlage 1 bevat gedetailleerde eisen waaraan het vervoer van gevaarlijke stoffen dient te voldoen. Iedere twee jaar vindt in VN-verband een aanpassing van het ADR plaats die vervolgens leidt tot een tweejaarlijkse wijziging van bijlage 1 bij de VLG.

Daarnaast zijn in de Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004, naar analogie van het ADR, bepalingen opgenomen over onderwerpen die in Nederland ook in andere wet- en regelgeving, zoals de wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsomstandigheden (ARBO) en de Wet milieubeheer worden geregeld. Met de wijziging wordt beoogd die overlap te verwijderen.

Deze regeling is vereenvoudigd ten opzichte van de Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004. Bepalingen ten aanzien van de werkomgeving en specifieke veiligheids- en gezondheidsmaatregelen ten behoeve van de begeleiders van de chemokar zijn geschrapt. De bescherming van werknemers om hun gezondheid, veiligheid en welzijn te bewerkstelligen is geregeld in de Arbeidsomstandighedenwet- en regelgeving. Behalve de algemene bepalingen in de Arbeidsomstandighedenwet, wordt met name gewezen op hoofdstuk 4 ‘Gevaarlijke stoffen en biologische agentia’, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Op grond van die wetgeving zijn werkgevers verantwoordelijk om voor een veilige en gezonde werkplek te zorgen die voldoet aan de wettelijke normen. De werkgever moet ook zorgen dat de wettelijke doelvoorschriften worden nageleefd. Hoe de doelen worden bereikt mag de werkgever zelf bepalen. De bepalingen worden meestal vastgelegd in een arbocatalogus.

In de Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 was opgenomen dat het afval door de begeleider moet worden ingenomen. Dit is destijds gedaan om te voorkomen dat het op straat komt te staan, waar het ook bijvoorbeeld voor kinderen bereikbaar is en om het mogelijk te maken onderscheid te maken tussen afval dat wel en dat niet bij de chemokar moet worden ingeleverd. Dit artikel is in de nieuwe regeling komen te vervallen. Het op straat zetten van gevaarlijk afval wordt nog steeds als onwenselijk gezien. In de praktijk blijkt dit echter toch te gebeuren. Een verbod om het dan mee te nemen verhoogt de veiligheid echter niet en leidt er juist toe dat het gevaarlijk afval nog langer op straat blijft staan. Een verbod van het op straat zetten van gevaarlijk afval en toezicht op naleving van dit verbod hoort niet thuis in deze regelgeving die betrekking heeft op de eisen die gesteld worden aan het vervoer van ingezamelde stoffen.

De eisen waaraan inzamelaars van afvalstoffen moeten voldoen is geregeld in de Wet milieubeheer en het Besluit inzamelen afvalstoffen.

Deze regeling is, zoals gezegd, bedoeld om het inzamelen van huishoudelijk gevaarlijk afval in opdracht van de hiervoor verantwoordelijke gemeenten mogelijk te maken. Een inzamelroute kan ook bestaan uit één vast inzamelpunt. De regeling is niet van toepassing op het vervoer van (huishoudelijk) gevaarlijk afval waarbij van te voren al bekend is welke stoffen in welke hoeveelheden vervoerd gaan worden. Dit soort transport valt onder de VLG en dient aan de daarin opgenomen voorwaarden te voldoen.

Gemeenten kunnen er voor kiezen om ook met huishoudelijk gevaarlijk afval vergelijkbaar afval, dat in kleine hoeveelheden vrijkomt uit bedrijven met de chemokar in te zamelen. Dit wordt met artikel 2, eerste lid, onder b, in deze regeling toegestaan. Deze mogelijkheid bestond al sinds 1994 in de regelingen betreffende de chemokar en blijft gehandhaafd. Met kleine hoeveelheden wordt hier bedoeld dat per inzameling de door een bedrijf aangeboden hoeveelheid huishoudelijk gevaarlijk afval niet meer bedraagt dan hetgeen past in een daarvoor geschikte verpakking met een inhoud van maximaal 60 liter.

Het inzamelen van andere gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen dan bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, valt buiten de reikwijdte van deze regeling. Deze producten mogen niet worden ingenomen door een chemokar.

Over de aanpassing van de regeling heeft overleg plaatsgevonden met afvalbedrijf SITA, het Afval en Energie Bedrijf van de gemeente Amsterdam, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Vereniging Afvalbedrijven en de Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (NVRD). De regeling is afgestemd met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Notificatie

De regeling is op 28 juli 2014 gemeld aan de Europese Commissie, notificatienummer 2014/0374/NL, ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). De ontwerpregeling bevat bepalingen die vallen onder artikel 6, tweede lid, onder a) en onder b), i), van de kaderrichtlijn. Conform genoemd artikel is de Europese Commissie hieromtrent geïnformeerd en heeft zij positief beschikt op 17 juni 2015 (2015/974).

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

De afvalstoffen die tot het KCA behoren en gescheiden moeten worden ingezameld, staan vermeld op de KCA-lijst. De indeling van afvalstoffen is op basis van de milieuwetgeving anders dan die op basis van de vervoersregelgeving. Beperking van de afvalstoffen die onder deze regeling mogen worden ingezameld tot alleen de in de KCA-lijst genoemde stoffen zou er toe leiden dat een aantal ADR-goederen die onder de ‘Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004’ vielen niet langer mogen worden ingezameld en vervoerd met de chemokar. Daarom worden met de wijziging van de regeling de op de KCA-lijst genoemde stoffen aangevuld met de volgende gevaarlijke stoffen: UN 1950 spuitbussen van de klasse 2, UN 1044 Brandblusapparaten en bepaalde stoffen van de klassen 3, 6.1. en 8. Uit overleg met de branche en gemeenten is gebleken dat in de praktijk ook restanten van consumentenvuurwerk met een chemokar worden meegenomen. Deze waren niet opgenomen in de Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004. Het vuurwerk wordt hierbij gedompeld in vaten met water, zodat het onbruikbaar en ongevaarlijk is. Met de regeling wordt dit toegestaan. Tevens zijn batterijen vallend onder klasse 9 toegevoegd aan de lijst. Dit om tegemoet te komen aan de technologische ontwikkelingen op het vlak van elektrische fietsen en computers waarbij in toenemende mate gebruik gemaakt wordt van grotere batterijen dan bedoeld in de KCA-lijst.

Deze regeling is bedoeld om een oplossing te bieden voor het vervoer van huishoudelijk gevaarlijk afval waarbij het voorafgaand aan de inzameling niet bekend is of kan zijn wie de afzenders van de te vervoeren stoffen zijn, welke stoffen in welke hoeveelheid zullen worden aangeleverd en of er wel of niet voldaan zal worden aan de vrijstellingen in bijlage 1 bij de VLG. Als de locatie en de aard en hoeveelheid van de te vervoeren stoffen wel voorafgaand aan de inzameling bekend is of bekend kan zijn is er in het kader van deze regeling geen sprake van route-inzameling. Het inzamelen van afvalstoffen die vooraf zijn aangemeld of het ophalen van afvalstoffen op een illegale stortplaats valt niet onder route-inzameling maar valt onder de VLG.

Artikel 4, eerste lid

Met dit artikel wordt beoogd aan te geven dat geen andere gevaarlijke stoffen mogen worden aangenomen dan die welke vallen onder de definitie van huishoudelijk gevaarlijk afval. Indien een stof wordt aangeboden waarbij niet kan worden vastgesteld om wat voor soort stof het precies gaat mag deze niet worden aangenomen. Aangeboden huishoudelijke afvalstoffen die in principe milieuonvriendelijk of gevaarlijk zijn, maar niet op de KCA-lijst staan omdat zij bij het restafval mogen en ongevaarlijke producten zoals afgedankte kleine huishoudelijke apparaten (wit- en bruingoed) mogen gezamenlijk met huishoudelijk gevaarlijk afval meegenomen worden.

Artikel 4, tweede lid

Met ‘voor de ingezamelde stof geschikte elementen’ wordt hier bedoeld buitenverpakkingen die van gelijkwaardige kwaliteit zijn als de voor de klasse van de betreffende stoffen voorgeschreven verpakkingen volgens bijlage 1 bij de VLG. De inzamelaar kan ervoor kiezen hiervan afwijkende verpakkingen te gebruiken. Het is dan aan de inzamelaar om aan te tonen dat de gebruikte verpakkingen gelijkwaardig zijn. Met ‘onder omstandigheden die geschikt zijn voor het veilig vervoeren van de ingezamelde stoffen’ wordt hier bedoeld dat geschikte maatregelen moeten zijn getroffen om te voorkomen dat er tijdens het vervoer een onveilige situatie kan ontstaan. Voorbeeld van een dergelijke maatregel is het onder water vervoeren van ingezameld consumentenvuurwerk.

Artikel 4, derde lid

Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door het gebruik van absorberende materialen, opvulling binnen de verpakking en het goed afsluiten van verpakkingen en elementen tijdens het transport.

Artikel 4, vierde lid

Een voorbeeld hiervan is het in gescheiden elementen verzamelen van zure en basische producten.

Artikel 4, negende lid

Aanvullend op de verplichte ADR-opleiding conform paragraaf 8.2.2.8 van bijlage 1 bij de VLG beschikt de begeleider van de chemokar over een praktische opleiding gericht op; het kunnen herkennen en indelen van de aangeboden stoffen, het veilig inzamelen, het omgaan met gevaarlijke producten, het op de juiste wijze sorteren en verpakken van de aangeleverde producten en het handelen bij eventuele calamiteiten. Het betreft hier een op het inzamelen van gevaarlijke goederen gerichte opleiding waarmee invulling wordt gegeven aan paragraaf 1.3.2.3 van bijlage 1 bij de VLG. Deze opleiding komt in de plaats van de aantekening ‘vervoer gevaarlijk afval’ afgegeven door het CCV. Deze aantekening komt te vervallen.

De werkgever is ervoor verantwoordelijk erop toe te zien dat de begeleider een onder dit artikel bedoelde opleiding met goedgevolg heeft afgerond en het bewijs hiervan conform paragraaf 1.3.3 van bijlage 1 bij de VLG te bewaren in het opleidingsdossier.

Artikel 4, tiende lid

Op grond van de Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 moest de begeleider bij het voertuig aanwezig blijven zolang die zich op de openbare weg bevindt. In de praktijk leidde dit als een chemokar een werkdag onderweg was tot problemen als de begeleider naar het toilet moest of als hij gebruik wilde maken van de wettelijk vereiste pauzes. Ook geldt deze verplichting onder bijlage 1 bij de VLG niet voor het vervoer van stoffen met een gevaarpotentieel dat vergelijkbaar is met huishoudelijk gevaarlijk afval. Daarom komt de aanwezigheidsplicht te vervallen als de chemokar deugdelijk is afgesloten.

Artikel 8

In de kaderrichtlijn is in artikel 6, tweede lid, onder a) en onder b), i), bepaalt dat de lidstaten kunnen afwijken van het bepaalde in bijlage I, deel I.1, bijlage II, deel II.1 of bijlage III, deel III.1, bij de kaderrichtlijn voor het vervoer op hun grondgebied van kleine hoeveelheden van bepaalde gevaarlijke goederen (artikel 6, tweede lid, onder a)) en voor het plaatselijk vervoer van gevaarlijke stoffen over korte afstand (artikel 6, tweede lid, onder b), i)). De afwijkingen zijn opgenomen in bijlage I, deel I.3 bij de kaderrichtlijn. De Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 was daarin vermeld met als vervaldatum 30 juni 2015. Om ook na deze datum het inzamelen van huishoudelijk gevaarlijk afval mogelijk te maken diende opnieuw een afwijking bij de Europese Commissie te worden aangemeld. Ten behoeve van de aanmelding van de afwijking is deze regeling opgesteld en is daarbij tevens de kans benut om, in het kader van het terugdringen van de administratieve lasten en regeldruk, de in de Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 opgenomen bepalingen te herzien en waar mogelijk te schrappen. De onderhavige regeling treedt daarom in werking met ingang van de dag na de datum van de uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Daarbij wordt met gebruikmaking van de uitzonderingsmogelijkheden die Aanwijzing 174, vierde lid, onder a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving daarvoor biedt, afgeweken van het stelsel van vaste verandermomenten, omdat betrokken partijen belang hebben bij een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van de regeling. Langer uitstel leidt tot overbodige lasten voor de betrokken partijen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Naar boven